artikel

‘Wachten op een échte doorbraak’

Algemeen

Is de obesitasepidemie te beteugelen door de inzet van specifieke voedingsingrediënten met een farmacologische werking? Die vraag houdt Renger Witkamp (48), kersvers bij de afdeling Humane Voeding aan Wageningen UR, dagelijks bezig. Met gedragsverandering alleen, is de groeiende overgewichtsproblematiek geen halt toe te roepen, zo wijzen de statistieken uit. Er zullen volgens Witkamp fysiologische oplossingen moeten komen die mensen helpen hun gewicht te beheersen of langer gezond te blijven.

Sinds zijn benoeming op 29 juni tot gewoon hoogleraar Voeding en Farmacologie bij de afdeling Humane Voeding van Wageningen Universiteit, is Renger Witkamp al verschillende keren op de radio te horen geweest. Zijn vakgebied is mediageniek. De dikke Nederlander en de gevolgen van fout eetgedrag zijn hot issues. Ook Witkamp is liefhebber van een frietje. Hij is beslist geen health freak, maar hij eet en leeft ook gezond. Dat is hem aan te zien. Witkamp ziet er jonger uit dan zijn 48 jaren. Hij oogt fit en energiek. Met twee jonge opgroeiende kinderen zorgt hij er voor in conditie te blijven.

Wekelijks rent hij om 7.00 ’s morgens zijn rondjes. Eens per week neemt hij zich voor per fiets naar TNO (zijn andere werkgever) in Zeist te reizen (vanaf Wijk bij Duurstede). In de winter is hij vaak op de ijsbaan te vinden, de laatste tijd vooral als trainer van recreatieve schaatsers. Kortom, een sportieve vent. Toch is ook hij niet helemaal gerust op zijn gewicht. Volgens de BMI-wijzer van het voedingscentrum kunnen er volgens Witkamp nog de nodige kilo’s af. “Mijn BMI zit net binnen de 25, niet helemaal aan de safe side. Ik zou dus meer sportieve uren moeten maken en nog wat minder moeten eten.”

Discipline, daar komt het bij gewichtsbeheersing op aan, weet Witkamp uit eigen ervaring. “Maar vraag ik mijn farmaceutisch-epidemiologische vrienden wat ze zouden kiezen om gezond te blijven: ‘leven als een monnik’ of ‘lekker leven met af en toe een pil’, dan kiezen ze voor het tweede. Laat staan waar de gemiddelde Nederlander voor kiest.”

Bitter weinig
Helaas zijn wonderpilletjes om af te vallen nog niet op de markt, wat de ‘calory burners’ op internet ook mogen beloven. En al zou het werken, het blijft symptoombestrijding. “Klopt”, stelt Witkamp. “Maar ik ben redelijk pessimistisch over de huidige aanpak. We slagen er met zijn allen niet in om met leefstijladviezen iets aan deze problematiek te doen. Dus waarom zouden we niet werken aan fysiologische oplossingen? In algemene zin is het wachten op een echte doorbraak. De industrie heeft tot nu toe weinig succes geboekt. Gooi je al het werk aan functionele voeding en supplementen bij elkaar en bekijk je het wetenschappelijk onderzoek, dan ligt er tot nu toe bitter weinig. Becel Pro-activ is wél een succesproduct. Daar kun je een duidelijke werking aan koppelen.

Daarover is geen discussie, daarna wordt het stil.” Caloriereductie, daar is het tot nu toe bij gebleven, meent Witkamp. “Van een aantal voedingmiddelen bestaan geslaagde light-varianten. Bijvoorbeeld Coca Cola light. Bij iemand die liters cola drinkt kun je daarmee op korte termijn blijvende effecten bereiken. Bij zeer dikke mensen die richting diabetes gaan, red je het met alleen light-producten zeker niet .”

Welles-nietes
En Optimel Control dan? Miljoenen bakjes werden er al verkocht. Wageningse onderzoekers zetten echter kritische kanttekeningen bij de werking. “In Maastricht zijn ze er overigens wat positiever over. Ik heb me hier met de werking van Optimel Control niet specifiek bemoeid. Laat ik zeggen dat collega’s hier zich nog niet hebben laten overtuigen. Als bedrijven met normaal, goed onderzoek kunnen laten zien dat een middel werkt, beland je ook niet in dit soort welles-nietesdiscussies. Je ziet dat de groepen bij dit soort onderzoeken vaak te klein zijn en de eindpunten niet hard genoeg. Voor mijn gevoel was dat ook zo bij Optimel Control. Wat niet wil zeggen dat het niet werkt. Het probleem zit ‘m vaak in de opzet van de studies. Zodra je voedingsonderzoek gaat doen bij mensen, ga je registeren wat ze eten. Alleen al die registratie leidt tot afvallen. De placebo verbetert ook, net als bij geneesmiddelenonderzoek.

Afvalpil?
Mensen die dik zijn, gaan vaak vanzelf minder bewegen, maar niet minder eten. Daardoor worden ze nog dikker. Leefstijladviezen slaan ze in de wind of kunnen ze niet opvolgen. Het reduceren van gezondheidsrisico’s door actief in te grijpen op stofwisselingsprocessen lijkt effectiever. “Het draaiboek is mensen gezond te houden. Hier is een rol weggelegd voor voeding met ingrediënten op dat raakval van food en farma. Door eerder in te grijpen, wordt voorkomen dat mensen (te) dik worden. We doen daar actief onderzoek naar. Ook de farmaceutische industrie is echter met geneesmiddelen tot nu toe niet echt succesvol gebleken.”

Witkamp doelt op Rimonabant, dat in eerste instantie als eetlustremmer werd gepositioneerd voor mensen met ernstig overgewicht. Een FDA-commissie bracht negatief advies uit, waarop de fabrikant de registratieaanvraag voorlopig terug trok. Rimonabant grijpt zowel centraal in de hersenen als perifeer aan. De FDA-commissie was vooral bezorgd over de toename van het aantal depressieve gevoelens en suicidegedachten in de hogere doseringsgroepen. “Tussen te veel eten, stress en depressie liggen allerlei relaties. Ingrijpen op hoe iemand zich voelt, is een risicovol experiment. Ook de farmacie ziet dat dergelijke middelen strikt medisch toezicht vereisen.”

Hoodia
Unilever wil met een nieuw product het verzadigingsgevoel beïnvloeden, weet Witkamp. Bestanddelen uit de hoodia-vetplant vervullen een sleutelrol. “Hier zit het verhaal van de bosjesmannen uit de Kalahari-woestijn achter. Die hebben soms dagen niets te eten, maar voelen geen honger door te kauwen op deze vetplant.” Maar of een hoodia-yoghurtje net zo werkt bij een zwaarlijvige als een graatmagere bosjesman, daar zet Witkamp vraagtekens bij. “Op dit moment staan zowel farma als food nog met lege handen. Maagverkleiningen zijn de enige echt medisch bewezen oplossing, al weten we niet wat een bandje doet op de lange termijn. Maar moeten we die kant op? Bariatrische operaties gebeuren steeds vaker en op steeds jongere leeftijd. Kinderen behandelen? Dat moeten we niet willen.” Daarmee wordt een grens overschreden, vindt de hoogleraar.

De grote groepen dikke kinderen baren Witkamp ernstig zorgen. Bij zijn eigen kinderen op school ziet hij hoe hoog de consumptiedruk is. Wat vriendjes en vriendinnetjes van thuis meekrijgen, willen zij ook. “Ik zit niet in de sociaal-maatschappelijke hoek, maar ik ben er wel van overtuigd dat het op de gemiddelde school niet goed gaat. Als je ziet wat er voor in de pauzes meegegeven wordt. Als de ouders het voorbeeld al niet kunnen geven. Driekwart van het vak gezondheidskunde zou gericht moeten zijn op voeding en communicatie naar de jeugd toe. Op school, daar begint het!”.

Stop!
Mogelijk doet de volgende generatie zijn voordeel met voedingslessen. Obese medeburgers kunnen weinig met goedbedoelde gezondheidsadviezen. Een vol gevoel kennen ze niet meer. De rem is eraf, waardoor ze blijven eten. De afdeling Humane Voeding richt zijn onderzoekslijnen daarom onder meer op onderzoek om ontsporingen in de stofwisseling beter te begrijpen. Tegelijk wordt gekeken naar actieve inhoudstoffen die een remmende invloed kunnen uitoefenen op de eetlust of het verzadigingsgevoel. Hier komen food en farma dicht bij elkaar.

“De hamvraag is hoe we vanuit de technische en fysiologische hoek de beleving van voedsel zo kunnen manipuleren dat ons maagdarmkanaal het gevoel geeft dat we al vol zitten. Het moment waarop je lichaam tijdens het eten zegt: ‘Ik heb genoeg, stop!’, is zowel vanuit het gezichtpunt van de functionele voeding als de farmacie een belangrijk moment. Door te sturen in het proces van satiety [eetlust, red.] naar saturation [verzadiging, red.] kun je mensen tijdens maaltijden minder laten eten.”

Personalized nutrition
Witkamp is uitsluitend geïnteresseerd in langetermijnoplossingen. “Het moet ook na een half jaar nog werken. Een paar weken gewicht verliezen. Daar heeft niemand iets aan. Snel wat kilo’s kwijt raken heeft vaak te maken met het verliezen van vocht. Het moet écht werken, zonder bijwerkingen. En… wat goed is voor de een, is niet altijd goed voor de ander.” Witkamp haakt in op het onderzoek naar ‘personalized nutrition’. De farmacie doet al onderzoek naar ‘personalised medicine’, maar de voedingsindustrie is hier nog niet klaar voor. Veelzeggen is de claim op probioticadrankjes dat ze goed zouden zijn voor eenieders darmflora.

“Ik ben er niet tegen, het zou best kunnen werken. Waar ik me tegen kant is het ‘one food product fits all’-concept. Dat gaat eens op de helling. Wij zijn sterk voor doelgroepenvoeding. Neem functionele voeding voor ouderen, waar richt je je op? Ondervoeding is bij ouderen bijvoorbeeld een probleem, maar gewichtstoename speelt ook.”

Appeltjes of peertjes
Als onderdeel van ‘personalized nutrition’ pleit Witkamp voor een voedingsprovocatietest. Te vergelijken met een allergietest die een allergische reactie moet uitlokken. Zo is beter in te schatten welke gezondheidsrisico’s mensen lopen in relatie met hun conditie en lichamelijke kenmerken. “Mensen moeten op de proef worden gesteld. Laat ze een test ondergaan waaruit je per persoon specifiek kan afleiden hoe het lichaam functioneert onder gestresste condities.” Een meting van het viscerale vet dat zich om de organen en op de buikwand bevindt, geeft een indicatie van het vetzuurmetabolisme. Een overmaat aan vrije vetzuren is in verband gebracht met het optreden van insulineresistentie en een daaraan gepaard verhoogd risico geven op het ontwikkelen diabetes II. “Hier maken vrouwen een inhaalslag, net als bij hart en vaatziekten waar ze de mannen aan het inhalen zijn. Dikke vrouwen met vet in de buikholte worden appeltjes in plaats van peertjes, vooral na de menopauze.”

Mensen redden
De individuele benadering van Witkamp en zijn collega’s staat haaks op de strategie van de voedingsmiddelen- en farmaceutische industrie. Multinationals richten zich vooral op gezondheidsproducten en medicijnen voor de massa. Vanuit die hoek verwacht hij weinig heil bij het beteugelen van de obesitasproblematiek. Waar Wageningen zich wil onderscheiden met inzicht door ‘inzet’, blijft de industrie vooral geïnteresseerd in ‘afzet’. “Tussen de automobielindustrie, farmaceutische industrie en voedingsmiddelenindustrie zit geen principieel verschil daar waar het gaat om groei en marktaandeel.

Op zich heb ik daar geen fundamentele bezwaren tegen, maar laten we het niet mooier voorstellen dan het is. Het is daarom goed om kritisch te blijven.” Dan tot slot. “Ze kunnen wel maatschappelijk verantwoord ondernemen, maar in bijna alle gevallen telt voor het bepalen van de strategie de aandelenkoers uiteindelijk zwaarder dan het verbeteren van de gezondheid of het redden van mensen.”

Reageer op dit artikel