artikel

Kleinere porties helpen consument

Algemeen

Iedereen eet onbewust te veel. Ja, wij laten ons allemaal beïnvloeden door voordeelverpakkingen en grote borden. De Amerikaanse professor Brian Wansink beschrijft dat in zijn boek ‘Hap Slik Weg’. Maar Wansink stelt ook dat we door bewust enkele aanpassingen te doen in onze omgeving, onbewust minder kunnen eten. De industrie kan daarbij helpen.

Iedereen eet onbewust te veel. Ja, wij laten ons allemaal beïnvloeden door voordeelverpakkingen en grote borden. De Amerikaanse professor Brian Wansink beschrijft dat in zijn boek ‘Hap Slik Weg’. Maar Wansink stelt ook dat we door bewust enkele aanpassingen te doen in onze omgeving, onbewust minder kunnen eten. De industrie kan daarbij helpen.

Zowel buitenshuis als thuis wordt er steeds meer geconsumeerd. In de film Supersize Me van Morgan Spurlock waren de resultaten van te veel eten dramatisch. Er wordt steeds meer onderzoek gepubliceerd over de relatie tussen portiegrootte en te veel eten. De vraag is wanneer en waarom eten we meer dan goed voor ons is. Inzicht kan helpen de problematiek van overgewicht te lijf te gaan. Een plek waar onderzoek naar de grote verleiders voor te veel eten plaatsvindt, is in New York.

Soep en popcorn
In het Food and Brandlab, onderdeel van de Cornell University te New York, voert Dr. Brian Wansink (zie kader) met zijn groep boeiende experimenten uit over de psychologie achter overeten. Het lab kan er uit zien als een restaurant, keuken of huiskamer. Proefpersonen doen mee aan voedingsexperimenten. “De conclusies in mijn boek gelden niet alleen voor Amerika. De helft van het onderzoek dat ik beschrijf is buiten de Verenigde Staten uitgevoerd”, zegt Wansink. Wansink heeft zijn roots in Arnhem, zo blijkt als ik hem om 11 uur ‘s avonds aan de telefoon heb. “In de VS zijn we wel dikker doordat we grotere keukens hebben, grotere auto’s om eten in bulk te vervoeren en enorme supermarkten.”
Wansink’s experiment met de hervulbare soepkommen is een van de bekendste. Soepkommen werden tijdens het eten van onderaf bijgevuld met tomatensoep zonder dat de proefpersonen dat wisten. Ze bleken gemiddeld veel meer soep te eten dan wanneer er niet bijgevuld werd. Een proefpersoon at zelfs meer dan een liter! Mensen blijken aan de hand van visuele kenmerken te bepalen of ze genoeg gegeten hebben. Is de kom half leeg, dan hebben ze minder honger. Maar als de kom steeds wordt bijgevuld, dan is de visuele grens onzichtbaar.
Een ander experiment werd uitgevoerd in de bioscoop. Filmbezoekende personen kregen gratis twee weken oude popcorn van Wansink en zijn assistenten. De ene helft van de bezoekers kreeg twee keer zoveel als de andere. De mensen met de grote bak aten 53% meer dan die met de kleine bak popcorn. Naast de aanwezigheid van de grote hoeveelheid popcorn was afleiding door de film een reden om te veel te eten van iets dat helemaal niet lekker was (zie ook kader andere verleidingen).

Genetische voorkeur
We eten meer van een supersize menu of een extra grote zak chips omdat grote porties een consumptienorm suggereren, namelijk wat gepast of normaal is om te eten. We kunnen ongeveer 20% meer of minder eten zonder dat ons echt opvalt, zegt Wansink in zijn boek. Te veel eten komt niet alleen door megaverpakkingen. Ook grote borden en grote opscheplepels hebben invloed. Naarmate onze borden groter worden, scheppen we meer op. Een portie eten lijkt kleiner op een groot bord. Bovendien onderschatten mensen het aantal calorieën van de taart of cake op een groot bord vergeleken met eenzelfde stuk op een kleiner bord. Uit experimenten van Wansink blijkt dat dit voor iedereen geldt, ook voor hoogopgeleide, goed geïnformeerde consumenten.
“Tot drie jaar kunnen kinderen goed reguleren hoeveel ze eten. Daarna eten ze meer als ze meer krijgen voorgeschoteld.” Dit vertelt professor Hans Brug, directeur van het EMGO-Instituut van de VU. EMGO staat voor extramuraal geneeskundig onderzoek. Binnen dit instituut vindt onderzoek plaats in de gezondheidswetenschappen, waaronder onderzoek naar voeding en beweging.
Onze behoefte om te veel te eten, zit er sinds het bestaan van de mens in. Brug: “Overeten is evolutionair goed verklaarbaar. Vroeger waren tekorten veel waarschijnlijker dan overschotten. Als er eten voorhanden was kon je maar beter dooreten om reserves op te bouwen voor de volgende hongersnood. Ook heeft de mens een aangeboren voorkeur voor zoet, zout en energierijk. Dat wordt versterkt doordat overal zoet, zout en vet eten gegeven wordt als beloning of traktatie.
“Om bewust minder te eten,” zegt Brug, “zijn er drie zaken van belang: motivatie, vaardigheden en mogelijkheden. Iemand moet minder willen eten. Bovendien moet hij kennis hebben van wat wel en niet past bij minder calorieën eten, hij moet de juiste keuzes kunnen maken. Het bedrijfsleven maakt het de consument op dit punt niet makkelijk. Ten slotte moet de omgeving zodanig ingericht zijn dat de juiste keuzes kunnen worden gemaakt. Het is nog altijd makkelijker om op straat een vette hap te vinden dan een appeltje. Ik zeg altijd: weten is nog niet willen en willen is nog niet kunnen.”

Verpakkingsgrootte
Levensmiddelenfabrikanten kunnen gemotiveerde consumenten helpen minder te eten. Mogelijkheden daartoe zijn kleinere verpakkingen, pauzemomenten tijdens het eten en duidelijke etiketten.
Sinds 2004 mag de producent zelf het verpakkingsformaat bepalen. Met uitzondering van wijn, gedistilleerde drank, oploskoffie en witte suiker is niet meer wettelijk vastgelegd hoeveel product er in een blik of zak moet. Dat heeft zowel voordelen als nadelen. Een nadeel zijn megaverpakkingen die leiden tot overconsumptie. Een rondgang door de supermarkt levert inderdaad veel meer grotere verpakkingen op dan vroeger, zoals potten pindakaas van 0,6 kilogram, chocopasta van 0,75 kilogram, extra grote zakken chips en blikjes bier van een halve liter. Ineke Volkers van het Voedingscentrum: “De porties in de winkel zijn in loop van de tijd allemaal groter geworden. De kleinste flesjes zijn van 25 naar 33 cl gegaan en de anderhalve liter frisdrank is nu ook standaard.”
Maar de laatste tijd zijn er ook kleinere verpakkingen te vinden in de supermarkt, maar dan in bulk, zoals uitdeelzakken chips, minimarsjes en minitwixjes en per vier verpakte Kitkat. Los snoepgoed en kleine zakken chips zijn vooral buiten de supermarkt te verkrijgen in onder andere drogisterijen, treinstations en benzinestations. “Welke portiegrootte op een bepaalde locatie wordt verkocht, is de keuze van het verkooppunt zelf”, stelt Sanneke de Veer, corporate affairs coördinator van Mars Nederland. Voordelig is dat kleine verpakkingen een pauzemoment hebben. Je kunt zelf bepalen of je nog een zakje chips openmaakt. Experimenten van Wansink bevestigen deze uitspraak: “In proeven bleek dat mensen minder koekjes aten als deze individueel verpakt waren. Wel moest de rest van de koekjes uit zicht worden geplaatst. Als men namelijk in bulk inkoopt dan is de eerste vijftig procent binnen zes dagen op!”

Miniversies en logo’s
Unilever zegt niet van dergelijke dooreetproducten in het assortiment te hebben. Dr. Gerda Feunekes, programma manager Vitaliteit bij Unilever: “Onze benadering is niet persé gericht op minder eten, maar op gezonder eten. Wij maken onze producten beter door minder (verzadigd en trans-) vet, suiker en zout toe te voegen, zonder dat de smaak beïnvloed wordt. We werken met een multisensory perception programma, waarin we bijvoorbeeld voor soep ook kleur en dikte meenemen in het bepalen van de smaak. Zo kan het voorkomen dat een donkere soep voller smaakt. Knorr-soepen bevatten nu tien tot vijftien procent minder zout dan vroeger. Wat portiegrootte betreft proberen we zoveel mogelijk te voldoen aan de eisen van het Ik Kies Bewust-logo, waarin voor een aantal productcategorieën eisen aan de portiegrootte zijn gesteld. Volgens die richtlijnen mogen er maximaal 110 calorieën in een tussendoortje en 700 calorieën in een maaltijd zitten. Daarnaast hebben we de laatste jaren ook miniversies van diverse ijsjes ontwikkeld.”
Mars zal samen met een aantal andere voedingsmiddelenfabrikanten het GDA-logo op hun verpakkingen plaatsen. GDA staat voor Guideline Daily Amount. Ook Unilever doet hieraan mee. De Veer van Mars: “Het logo staat op de voorkant van de verpakkingen en geeft onder andere het aantal calorieën aan. Wat betreft portiegrootte doen we ook ons best en hebben we onze multipak marsrepen verkleind van 54 naar 45 gram.” Brug onderkent dat logo’s goede initiatieven zijn, in ieder geval het onafhankelijk geteste IKB-logo. Hij plaatst echter ook een kanttekening: “Logo’s werken vooral voor mensen met motivatie.”

Onbewuste marge
Mensen die gemotiveerd zijn om minder te eten, kunnen gebruik maken van de onbewuste marge van Brian Wansink: door dagelijks 100 tot 200 calorieën minder te eten, kan iemand in de loop van een jaar vijf tot tien kilo kwijtraken. Veranderingen zijn bijvoorbeeld bulkverpakkingen thuis verpakken in kleinere hoeveelheden en ver uit het zicht plaatsen. Producten die in het zicht staan, moeten het liefst in ondoorzichtig materiaal worden verpakt en heel goed worden gesloten. Te veel eten moet moeilijk zijn. Door kleine bewuste veranderingen in de omgeving kan men onbewust minder eten. Het Voedingscentrum onderschrijft dit: “Een kleine verandering die je dik heeft gemaakt, moet je je hele leven terugdraaien om de kilo’s blijvend kwijt te raken.”

Reageer op dit artikel