artikel

Gezonde zaken in Canada

Algemeen

Canada kan voor voedingsmiddelenbedrijven, machinebouwers en kennisinstellingen interessant zijn. De diversiteit aan grondstoffen en de goede exportpositie voor de Noord-Amerikaanse markt maken vestiging in Canada het overwegen waard.

De zich ontwikkelende Canadese voedingsmiddelenproductie vraagt om (Nederlandse) technologie en creëert kansen voor de import van Canadese producten op de Nederlandse en Europese markt. In Canada is ook specifieke R&D-kennis te halen. Vooral de functional food-sector is ‘booming’.

“Canada heeft een brede range grondstoffen. De productiekosten zijn er laag. Bovendien biedt Canada sinds de NAFTA-akkoorden van 1994 toegang tot de gehele Noord-Amerikaanse markt. En, misschien wel meest belangrijk, Canada is zo ‘Europees’. De cultuur komt veel meer dan de Amerikaanse gewoonten en gebruiken overeen met wat Nederlanders gewend zijn.”

Aan het woord is David McNamara, senior trade commissioner bij de Canadese Ambassade in Den Haag. Hij kent Canada als geen ander en is inmiddels ook ingeburgerd in Nederland, alhoewel de taal met al die perfect Engels sprekende Nederlanders een heikel punt blijft. McNamara ziet de Canadese voedingsmiddelenindustrie veranderen. “Van bulkleverancier van agrarische grondstoffen als sojabonen, aardappelen, varkensvlees en vis aan onze Amerikaanse zuiderburen, verschuift de aandacht naar toegevoegde waarde. Canada ontwikkelt zich tot voedingsmiddelenproducent. Dit vraagt om specifieke technologie en biedt marktkansen. Nederlanders zijn daar goed in.”

Nederlandse technologie
Een onlangs door de Canadese Ambassade met de Nederlandse vereniging voor machinebouwers GMV georganiseerde ‘match making’-missie was succesvol. MAP-technologie voor het verpakken van Canadese mosselen is een voorbeeld van kennis die men zocht. Aansluitend hierbij ziet McNamara ook kansen voor voedingsmiddelenverwerkende bedrijven die in Nederland degelijke technologieën al toepassen. “Bedrijven die deze producten in Canada gaan produceren, zouden een voorsprong hebben.”

Canadezen kijken ook met interesse naar Nederlandse machines voor de verwerking van groente en fruit. “Coatingsmachines voor de kaasindustrie zijn eveneens in trek. Het verpakken gebeurt in Canada nog vaak met het handje”, aldus de handelsman.

Vestigen in Canada
Bij de overweging een vestiging in Canada te starten, is volgens McNamara altijd de eerste vraag: ‘Is er een markt voor mijn product?’ Daarbij moet niet louter naar de Canadese markt worden gekeken. Canada is volgens de trade commissioner de perfecte uitvalsbasis voor geheel Noord-Amerika, waarbij de markt in de VS ongeveer tien keer groter is dan de Canadese markt.

De ervaringen van Barry Callebaut bevestigen de uitspraken van McNamara. De chocoladeproducent investeerde de laatste twee decennia actief in de Canadese productielocatie die het kreeg na de overname van Van Houten. Jo Thys, vice-president Operations and Supply chain Noord-Amerika, vertelt: “Alles is in Canada veel goedkoper dan in de VS: grond, arbeidsuren, grondstoffen – in het bijzonder suiker – maar ook energie. Jarenlang was ook de Canadese dollar goedkoper dan de Amerikaanse. Spijtig genoeg is dat niet meer zo.”

Barry Callebaut
Barry Callebaut legt zich in Canada toe op de productie van ‘novelties’: chocoladeproducten gelinkt aan de actualiteit, zoals Halloween, Kerstmis of Pasen. De producten en verpakkingen worden in de fabriek in Canada ontwikkeld. Daarnaast zijn de productie van vloeibare chocolade en gebruiksklare producten voor industriële toepassingen, zoals ‘chips’ en ‘chunks’, belangrijke activiteiten. Ook chocoladeproducten in consumentenverpakking – gemaakt op basis van outsourcing – verlaten de fabriek. Voor alle producten geldt dat wordt gestart vanaf de cacaoboon.

Alhoewel Barry Callebaut binnen Canada levert, is de VS het belangrijkste afzetgebied. Exporteren is eenvoudig. Er zit echter ook een ‘maar’ aan, aldus Thys: “De afstand naar de VS is toch behoorlijk. Daarom hebben we verschillende vestigingen in de VS. Bovendien is levering aan de VS onderworpen aan verschillende wetten en normen. Wij mogen bijvoorbeeld geen vloeibare melkchocolade exporteren. Hiervoor moeten dan oplossingen worden gevonden.”

Regionaal
De omvang van Canada, voor Nederlandse begrippen moeilijk te bevatten, maakt ook dat planning en logistiek een geheel andere aanpak vragen dan in Nederland, zo is de ervaring van Thys. Er moet regionaal worden gekeken. In Quebec en Ontario, waar zo’n 70% van de bevolking woont en veruit het grootste deel van de voedingsmiddelenproductie plaatsvindt, is het Noord-Oosten van de VS dichterbij dan het westen van Canada.

De westelijke provincies Columbia en Alberta zijn de uitvalsbasis naar Zuid-Oost Azië. De Canadese overheid stimuleert hier een logistiek en infrastructureel project dat de naam Asian Pacific Gateway draagt. Goederen zijn vanuit deze provincies relatief goedkoop naar landen als China of Japan te exporteren. British Columbia is daarmee ook een belangrijke invoerlocatie geworden voor producten uit China.

Juist MKB
Naast Barry Callebaut zijn diverse andere grote Europese bedrijven, bijvoorbeeld Unilever en CSM, actief in Canada. Het is echter een misvatting dat alleen grote bedrijven die stap moeten zetten. Diederik Beutener, die zijn ervaring inbrengt die hij in de loop der jaren als trade commissioner Agriculture & Agrifood bij de Canadese Ambassade via handelsbemiddeling heeft opgedaan: “Evenals de Nederlandse voedingsmiddelenindustrie – en met 90% zelfs nog iets meer – telt de Canadese sector veel MKB-bedrijven. Daarom ook is Canada voor die bedrijven een perfect land. Bovendien zal het MKB de cultuur en het ondernemersklimaat waarderen.”

Thys bevestigt deze uitspraken: “Het Canadese volk is uitermate correct op elk gebied: geen corruptie, eerlijk is eerlijk. De overheid stimuleert de industrie en het ondernemerschap. Er zijn heel wat voordelen voor investeerders. Het loont zeker de moeite om uit te zoeken of er mogelijkheden zijn voor subsidies. Goed overleg met de overheden is heel belangrijk. Ook is vermeldenswaard dat de vakbonden in Canada business georiënteerd zijn. Natuurlijk zijn er zaken die gevoelig liggen, maar de vakbonden zijn meer ‘business minded’ dan in Nederland.”

Voortman Cookies
MKB-er Harry Voortman is van origine Nederlander maar inmiddels Canadees in hart en nieren. kort na de Tweede Wereldoorlog emigreerde hij als jonge jongen met zijn vader en broers, zoals zo veel families in die tijd, naar Canada en bouwde daar de succesvolle onderneming Voortman Cookies op. Slechts 40 mijl van de Amerikaanse grens in Ontario gevestigd, gaat inmiddels tweederde van de productie naar 46 staten in de VS.

Het assortiment omvat koekjes en suikerwafelproducten, zoals frou-frou. De ontbijtkoek en het roggebrood, waar aanvankelijk mee werd begonnen, vonden alleen aftrek bij de Nederlandse emigranten en dus werd het roer omgegooid. Momenteel zijn vooral suikervrije koekjes in trek: eenderde van het assortiment is suikervrij. “Mooie bijkomstigheid is”, aldus Voortman, “dat suikerwafels zonder suiker nog beter smaken.”

Voortman maakt als enig bedrijf in Noord-Amerika geen private label-producten. Alles gebeurt onder Voortman-merk. Bijzonder daarbij is dat op de VS-markt met exclusieve tussenhandelaren voor een bepaald gebied wordt gewerkt. “Daarmee hebben we in zekere zin meer mensen voor ons in de winkels werken dan in de fabriek”, aldus Voortman.

Voortman Cookies groeit gestaag en is inmiddels een mondiaal georiënteerde onderneming met einde van dit jaar export naar 40 landen. Grote afnemers naast de VS zijn Mexico en Saoedi-Arabië. Voortman is daarmee representatief voor de Canadese voedingsmiddelenindustrie. Van exporteur van vooral commodities, wordt voorzichtig de koers gewijzigd naar hoogwaardige eindproducten. Beutener: “Het is het proces van het bijsturen van de logge tanker. Het gaat langzaam, maar gestaag. Canadese bedrijven exporteren nu ook prachtige producten. Het betreft een diversiteit aan bakkerijproducten, zoals de ‘cookies’ van Voortman, maar ook saladedressings en zelfs ijswijnen.”

Health en functional foods
In opkomst is de markt voor functional foods. De vraag naar deze producten in Canada groeit en wordt nu geschat op zo’n 3 miljard per jaar. Ruim 300 bedrijven, klein en groot en gericht op eindproducten en ingrediënten, zijn in deze industrietak al actief. Beutener: “Canada staat met zijn geweldige natuur bekend als puur en kwalitatief hoogwaardig. Dat is een belangrijk pluspunt. Veel onderzoek in de R&D-centra is gericht op de bioactieve stoffen uit de landbouwproducten.

Ingrediëntenbedrijven als Ocean Nutrition (omega-3 vetzuren) en Bioriginal (essentiële vetzuren) zijn al vanuit Nederland op de Europese markt actief. Maar het biedt ook kansen voor Nederlandse bedrijven die een distributeurschap voor Canadese producten of ingrediënten op zich willen nemen.”
Unilever ondernam onlangs een reis langs de gespecialiseerde R&D-centra in Canada op zoek naar Canadese kennis op het gebied van food and health.

De Canadese Ambassade organiseerde de bezoeken vanuit haar kennis van de Canadese onderzoeksstructuur en -onderwerpen. “Naast bedrijven zijn er wellicht ook voor onderzoeksinstellingen interessante opties om samen te werken op dit sterk in ontwikkeling zijnde terrein van health food”, aldus Beutener.

Reageer op dit artikel