artikel

Gezonde initiatieven op de weegschaal

Algemeen

Het thema gezond staat sinds de publicatie van het WHO-rapport over voeding en welvaartziekten in 2003 duidelijk hoog op de agenda. Fabrikanten houden producten tegen het licht, het gezondheidsbewustzijn van de consument groeit, evenals het aantal gezondheidsproducten, en er staat een Europese richtlijn voor voedings- en gezondheidsclaims voor de deur. Tijd om de balans op te maken.

Rome, oktober 2003. Tijdens de European Conference on Nutrition luiden deskundigen de alarmbel: er moet snel iets worden gedaan aan de overgewichtepidemie die niet alleen in de VS en Europa, maar ook in Latijns-Amerika om zich heen grijpt. Eerder dat jaar verscheen het WHO-deskundigenrapport ‘Diet, nutrition and the prevention of chronic diseases’ over de rol van voeding bij het ontstaan van obesitas, kanker, hart- en vaatziekten, diabetes mellitus, osteoporose en tandaandoeningen. Conclusie was dat overgewicht meerdere oorzaken heeft, waaronder de beschikbaarheid van goedkope calorieën uit vet- en suikerrijke voedingsmiddelen en de afname van lichamelijke activiteit. Dit vraagt om een tweesporenbeleid dat zowel het gezondheidsbewustzijn van de consument als het aanbod van gezonde producten aanpakt.

Tegen het licht
Het WHO-rapport leidde tot uiteenlopende initiatieven, variërend van voorlichtingscampagnes over gezond eten en bewegen tot acties van de Britse tv-kok Jamie Oliver ter verbetering van schoolmaaltijden. Verschillende voedingsmiddelenfabrikanten en cateraars, waaronder Unilever en Friesland Foods, hielden hun productportfolio tegen het licht en investeerden in een gezonder beleid.

Bij Unilever draait tegenwoordig een derde van de activiteiten om ‘health’, waar dat in de jaren negentig amper een tiende was. De fabrikant slaagde er door aanpassingen in receptuur en procesvoering in om van veel producten de gehaltes verzadigde en transvetzuren, suiker en zout te verlagen. Jan, Weststrate, directeur van Unilever R&D Vlaardingen: “IJsjes van Unilever bevatten tegenwoordig veertig procent minder verzadigd vet dan voorheen en ice-tea levert nu nog drie in plaats van negen gram suiker per honderd milliliter en daarmee zo’n zeventig procent minder calorieën. Ook het zoutgehalte in soepen, sauzen en kant-en-klaarmaaltijden is aangepakt. Zo bevat een blik soep nog acht à tien gram zout per liter, tien procent minder dan twee jaar terug.”

Als het aan Unilever ligt, gaat dit gehalte nog verder omlaag. De R&D-afdeling van het concern onderzoekt hiervoor verschillende mogelijkheden, waaronder het gebruik van kaliumchloride in plaats van natriumchloride en het oproepen van zoutgewaarwording via de interactie tussen aroma’s en smaakstoffen.

Kaasschaaf
Ook zuivelfabrikant Friesland Foods is structureel op zoek naar mogelijkheden om gezondheidswinst te boeken. “We bieden de consument zelf de keuze. Van ons hele assortiment zuivelproducten en vruchtendranken bieden we light-versies aan. Ook zijn er kleinere portiegroottes verkrijgbaar. Een ander belangrijk uitgangspunt is de kaasschaafmethode. We verlagen de hoeveelheid energie door met kleine stapjes de hoeveelheid suiker of vet, vooral in niet-light-producten, te verlagen. Dit hebben we bijvoorbeeld toegepast op de nieuwe smaken van DubbelFrisss en de magere fruityoghurt van Friesche Vlag”, illustreert Petra Dekker, senior nutritionist bij de bussiness development-organisatie van Friesland Foods Western Europe.

Gezonde keus
Behalve individuele initiatieven op het gebied van productverbetering werden er ook veel samenwerkingsovereenkomsten gesloten. Zo ondertekenden overheid, bedrijfsleven, horeca en retail begin vorig jaar het Convenant Overgewicht, waarmee zij beloofden voor de consument ‘de gezonde keus de gemakkelijke keus te maken.’ Ook werd de Task Force Verantwoorde Vetzuursamenstelling opgericht, een samenwerkingsverband tussen aanbieders en afnemers van industrieel bewerkte plantaardige vetten en oliën. Meer recent is het initiatief van Friesland Foods, Unilever en Campina tot het Ik Kies Bewust-logo.

“Producten met het logo bevatten weinig of minder suiker, zout, verzadigd vet en transvet. Daarbij wordt ook gekeken naar de bijdrage van noodzakelijke voedingsstoffen als vezels, vitaminen en mineralen”, licht Dekker toe. Producten mogen het logo dragen als ze voldoen aan WHO-criteria voor gezonde voeding en aan de criteria die het Voedingscentrum hanteert voor ‘voorkeursproducten’ en ‘middenwegproducten’. Het Ik Kies Bewust-logo is op ruim 200 soorten producten te vinden, waarvan 65 van Friesland Foods (zie ook: ‘Fabrikanten kiezen bewust ‘gezonde’ logo’s, VMT 14/15, 2006).

Zichtbaar
De vraag is hoe zichtbaar al deze initiatieven zijn voor de consument. Volgens Dekker gebeurt er veel, maar vergeten industrie en retail er wel eens over te communiceren. Ze heeft hoge verwachtingen van Ik Kies Bewust, waarvoor begin oktober een omvangrijke publiekscampagne is gelanceerd. “Driekwart van de volwassenen in Nederland zegt behoefte te hebben aan een eenduidig logo waarmee men gemakkelijk kan zien of een product past in een gezonde leefstijl.
Dit logo zou moeten worden bewaakt door een onafhankelijke commissie. Het Ik Kies Bewust-logo, beheerd door de Stichting Ik Kies Bewust, voldoet daaraan. Ik denk bovendien dat het logo veel fabrikanten zal stimuleren tot innovatie en productverbetering.”

Hans Verhagen, hoofd van het Centrum voor Voeding en Gezondheid bij het RIVM en lid van het ‘nutrition, dietetic products and allergies’ (NDA)-panel van de EFSA, nuanceert Dekkers uitspraken: “Het idee is aan te moedigen, maar we moeten straks wel kunnen aantonen dat productlogo’s zin hebben. Roepen ze voldoende herkenning en begrip op bij de consument? Leiden ze tot een gewenste verandering in aankoopgedrag? En als er gedragveranderingen optreden, wat zijn de gevolgen voor de volksgezondheid en de kosten daarvan? Datzelfde geldt voor aanpassingen in het assortiment, productsamenstelling, portiegrootte en voedings- en gezondheidsclaims.”

Gezondheidswinst?
Dekker is positief over de inspanningen die de industrie tot nu toe heeft geleverd. “Niet alleen Friesland Foods, maar ook andere bedrijven hebben de samenstelling van producten aangepast. Bovendien heeft de Nederlandse Frisdrank Industrie vergaande afspraken gemaakt over de verkrijgbaarheid en promotie van frisdranken op scholen. Verder liggen er een reclamecode voor voedingsmiddelen, een energielogo en het Ik Kies Bewust-logo, waarvan we de effectiviteit nog gaan meten.”

Als het aan Boudewijn Breedveld, hoofd Kennis bij het Voedingscentrum, ligt, mag er nog een schepje bovenop. “Ik vind dat een fabrikant pas maatschappelijk verantwoord bezig is als hij de samenstelling van zijn volledige productportfolio verbetert, zoals frisdrankfabrikant Sisi heeft gedaan. Het bieden van keuzevrijheid voor de consument vind ik geen argument om alleen van een paar producten de receptuur aan te passen. Een consument bepaalt toch ook niet zelf wat voor vetzuren er in zijn jus, koekje of snack zitten?”

Bewustzijn
Breedveld is daarentegen tevreden over de toename in gezondheidsbewustzijn van de consument. Het Voedingscentrum organiseerde de afgelopen jaren verschillende publiekscampagnes, waaronder ‘Let op vet’ en de ‘Balansdag’. “Het blijkt dat veel mensen onze campagnes kennen en de boodschap goed hebben begrepen. Mede op basis van onderzoek naar het Let op Vet-project kunnen we voorzichtig concluderen dat onze push-and-pull-strategie, die zich zowel op het aanbod van de fabrikant als op consumentengedrag richt, werkt. Circa vijftig procent van de verbeteringen in de samenstelling van de dagelijkse voeding, in termen van totale vetconsumptie, blijkt het resultaat van voorlichting, de andere vijftig procent van productaanpassingen. Dit onderschrijft het belang van het samenspel.”

Behalve producten met een verbeterde samenstelling komen er steeds meer producten op de markt met een voedings- of gezondheidsclaim, zoals verrijkte voedingsmiddelen met extra calcium en functional foods met toegevoegde bioactieve stoffen als margarine met fytosterolen. Verhagen benadrukt dat fabrikanten zich niet moeten blindstaren op dergelijke producten: “Verreweg de meeste gezondheidswinst is te behalen door het eetpatroon te verbeteren, zo blijkt uit het RIVM-onderzoek ‘Ons eten gemeten’ uit 2004. Functional foods zijn geen oplossing voor een slecht voedingspatroon.”

Risk-benefit“Een andere vraag in de discussie over gezonde voedingspatronen en gezonde producten is of je bij de beoordeling van een voedingsmiddel alleen moet letten op de ongezonde of ook op de gezonde ingrediënten, en of je ingrediënten apart beoordeelt of in onderling verband met elkaar”, vervolgt Verhagen.

Het afwegen van de voordelen tegen de nadelen, of het nu gaat om ongezonde versus gezonde ingrediënten of gezondheidswinst versus voedselveiligheid, ziet Verhagen als een belangrijke ontwikkeling in de nabije toekomst. “Wat weegt bij foliumzuur bijvoorbeeld zwaarder: dat het een open ruggetje bij baby’s kan voorkomen, of dat het bij sommige mensen een vitamine B-12 tekort kan maskeren? En wegen de positieve effecten van omega-3-vetzuren in vette vis op tegen de ongezonde PCB’s? Er moeten methoden worden ontwikkeld die helpen de balans te kunnen opmaken. Elke keus is namelijk een keus”, zegt hij.

Verhagen pleit daarnaast voor een meer gedetailleerd inzicht in de voedingstoestand van (subgroepen van) de bevolking. Samen met het voortschrijdende onderzoek naar de mechanismen achter ons eetgedrag, levert dat een goede basis om verder te gaan op de weg richting een gezond aanbod voor een gezondheidsbewuste consument, en daarmee een optimale volksgezondheid.

Reageer op dit artikel