artikel

Vlees en zuivel tegen cellulitis

Algemeen

Tijdens een bijeenkomst voor veeartsen kreeg Jacqueline Raemakers een ingeving. Het kostte haar nog anderhalf jaar brononderzoek om plausibel te maken dat het echt werkt: vervanging van harde vetten door omega-3-vetzuren kan helpen tegen cellulitis. Ze vroeg patent aan op speciaal voor dit doel geproduceerde vlees- en zuivelproducten. Feitelijk bedacht ze aan de keukentafel een cosmetic foods-dieet.

Hij noemt het vergoelijkend ‘een beetje mollig’, zij vindt het een ramp: cellulitis, ook wel sinaasappelhuid genoemd, is geen ziekte maar wel iets waar heel wat vrouwen graag vanaf zouden komen. Vrouwen hebben van nature meer vetweefsel (25%) dan mannen (15%) en het meeste daarvan ligt opgeslagen in vetcellen onder de huid. Dat is op zich geen probleem ware het niet dat de vrouwelijke huid iets anders is opgebouwd dan die van de man. De vetcellen worden door tussenschotten, septa genoemd, verdeeld in kleine eenheden.

Bij mannen staan de septa vaak kruislings en houden ze de huid goed gespannen. Bij vrouwen staan ze loodrecht op de huid waardoor ‘eilandjes’ ontstaan waar de vetcellen uitstulpen. Deze vetcellen vestigen zich bij het ouder worden in het bindweefsel van de onderhuid van bovenbenen, heupen, bovenarmen. Hormonen spelen een rol bij het ontstaan van cellulitis. Het komt daarom ook voor bij slanke vrouwen.

Vetaanzet
Het was bij een lezing van haar man, een dierenarts, over preventieve diervoeders dat bij Jacqueline Raemakers een lichtje op ging. Het verhaal ging over vetaanzet, smaak en spieropbouw bij varkens. ‘Een varken is wat hij eet’, hoorde Raemakers. Geef je hem ranzig vet dan krijg je een ranzig varken. Maar voer je hem zachte onverzadigde vetten, dan komen die in het vlees en wordt ook de vetaanzet beïnvloed. “De diervoeding is veel verder in de preventieve zorg dan de humane voeding”, stelt Raemakers, zelf Wagenings ingenieur, in haar opgeknapte boerderij midden in de weilanden.

Het is niet zo vreemd dat de preventieve zorg bij dieren verder is want bij een dier valt precies te bepalen wat hij te eten krijgt. Zo’n strak regime kun je mensen niet opleggen. Raemakers: “Dat maakt het moeilijk voor de humane geneeskunde te bewijzen welke zaken in ons voedsel welk effect hebben.” Het idee dat voeding een effect op cellulitis heeft, hield haar zo bezig dat ze op zoek ging in de literatuur. Ze keek vooral naar de relatie tussen omega-3-vetzuren en cellulitis.

Anticellulitisdieet
Wat ze vond was tweeledig. Ten eerste worden omega-3-vetzuren in het voedsel minder snel opgenomen in de onderhuidse vetcellen dan verzadigde vetzuren. Ook wordt van de totale hoeveelheid onverzadigd vet die men binnenkrijgt minder vastgelegd. Ten tweede wordt cellulitis bij het huidige dieet voornamelijk veroorzaakt door de opslag van harde verzadigde vetten. “Kortom, redeneerde ze, “als je de harde vetten in het dieet vervangt door omega-3-vetzuren vermindert de cellulitis.”

Aangezien consumenten veel harde vetzuren via vlees en zuivel binnen krijgen, moet je het probleem bij de bron aanpakken. Het anticellulitisdieet van Raemakers behelst dat alle vlees en zuivel komt van dieren die voer krijgen met veel omega-3-vetzuren krijgen of precursors daarvan zoals alfalinoleenzuur in lijnzaad.

Het gaat bij Raemakers’ dieet om vervanging van harde door zachte vetten. Dat betekent dat een pil met visvetzuren niet helpt. “Want dan krijg je via de voeding toch nog je portie verzadigde vetten binnen.” Dat omega-3-vetzuren eventueel ook nog gezond zijn, is in dit verhaal een bijkomstigheid. Raemakers claim behelst enkel het cosmetische aspect. Daarmee heeft ze de Nederlandse primeur.

Octrooi
In maart 2004 benaderde Raemakers octrooibureau Patentwerk, dat ervaring heeft in de biochemie. “Je wordt een beetje hongerig”, aldus Raemakers. “Maar ook onrustig dat iemand er met je idee vandoor gaat. Want anticellulitis leeft. Denk aan hypes als botox en liposuctie. De doelgroep voor voedingsproducten tegen cellulitis is breed: alle vrouwen tussen de twintig en de vijftig.” Ter bescherming kreeg ze het advies om niet over haar idee te praten, zelfs niet met de buren, terwijl het bureau een nieuwheidonderzoek uitvoerde. Er werd geen bron gevonden die direct omega 3 met cellulitis verbond. Het idee was dus nieuw.

Industriële partners
Eind 2004 diende Raemakers de patentaanvraag in bij het Europees patentbureau in Rijswijk. Over de toekenning is nog niet beslist. Wel was vanaf dat moment de claim van haar en kon ze op zoek gaan naar industriële partners. “Aan de boeren zal het niet liggen”, stelt ze, “die zeggen: ‘laat mij de eerste zijn.’ En veevoederfabrikanten zijn goed in staat aangepast veevoeder te maken.” De prijs voor dit soort veevoeders ligt, afhankelijk van vele factoren, 10 tot 50% hoger dan gangbare voeders. Maar de prijs van het veevoer is een klein bestanddeel van de winkelprijs van vlees en zuivel. Dus de prijs voor de consument stijgt percentueel veel minder.

De uitvinder zocht contact met zuivelconcerns en vleesverwerkers en ontving van sommige een voorzichtige uitnodiging. Raemakers: “Je bent ineens Willie Wortel. Ik vond het geweldig alleen al om te zien waar hun interesses liggen.” Het klinkt afgezaagd maar het waren meestal mannen waar ze mee sprak. Eén man biechtte op dat hij eerst aan zijn vrouw had moeten vragen wat cellulitis was. Slechts één keer trof ze een vrouw aan in het gezelschap. “We hadden gelijk een klik. Het was de mannen tegen ons.”

Opvoeden
Een cosmetische claim is nieuw maar toch verbaast het Raemakers dat bedrijven nog niet toehappen: “Ik denk dat dieetproducten met een anticellulitisclaim zichzelf verkopen maar je moet de consument wel opvoeden. Het mooiste zou zijn als het in het buitenland een hype wordt. Dan slaat het ook wel over naar Nederland. Je voelt aan: bedrijven zijn aan het inventariseren. Maar wat ze precies willen daar kom je niet achter. Het is ook niet makkelijk voor een bedrijf: Je nek uitsteken kost veel geld.”

Soms heeft Raemakers het idee dat er geen ingangen meer zijn. Toch blijft ze geloven in haar vinding. “Het is mijn tic. Ik wil dat producenten gaan denken: ‘We zijn stom om het niet te doen. We moeten de eerste zijn die de stap zet’.”

Reageer op dit artikel