artikel

Peter’s Farm heeft niets te verbergen

Algemeen

Ondanks scepsis in de markt maakte de Alpuro Group zijn ambities met het diervriendelijk geproduceerde en traceerbare Peter’s Farm-kalfsvlees volledig waar. Een rondgang langs een Peter’s Farm-boer in Rijssen, Alpuro’s veevoederbedrijf Alpuro in Uddel en kalverslachter ESA in Apeldoorn leert dat geïntegreerde tracking & tracing cruciaal is voor de realisatie van dit concept.

Alleen bij vlees van Peter’s Farm kan de consument direct via de boerderijcode zien waar het vlees vandaan komt. Intypen op internet en de boerderij verschijnt in beeld, compleet met een portret van de boerenfamilie. Een e-mail sturen aan de veehouders kan ook. Daarmee is Peter’s Farm het transparantste stukje vlees in het schap, stelt marketing- en verkoopmanager Jan Blokzijl. “Het is vrij uniek om als slachtend bedrijf zo met je consumenten te communiceren. We zijn heel open. In twee stallen hangen webcams, zodat mensen met eigen ogen kunnen zien dat de dieren het naar hun zin hebben. Dierenwelzijn is een essentieel element binnen dit concept. Daarin werken we nauw samen met de dierenbescherming.”

Op www.petersfarm.com is te zien dat de kalfjes de ruimte hebben. Dat internetbeeld klopt met het bezoek aan de Rijssense kalverhouder Brink-Harbers. Het ruikt fris in de kalverschuur. De dieren spelen met skippyballen, zuigen aan fopspenen en schuren zich aan borstelpalen. Oudere soortgenoten uit een tweede stal zijn vanmorgen naar het slachthuis gereden. Deze groep heeft echter nog zo’n 20 weken te gaan.

Peter’s boerderij
Peter’s Farm is het geesteskind van Peter Boeve, grondlegger van de Alpuro Group. Hij bedacht ‘Peters boerderij’ in 1996 toen werd bepaald dat het kistkalfsysteem per 2004 verboden zou worden. De toekomst was aan groepshuisvesting ofwel een natuurlijker vorm van kalverhouderij.

Peter’s Farm besloot daarin een stap verder te gaan. Het bedrijf lanceerde een project voor de gecontroleerde en diervriendelijke productie van topkalfsvlees dat verder ging dan de EU-eisen. Peter’s Farm had wat kritische kanttekeningen bij de praktische consequenties van groepshuisvesting, zoals het minder goed kunnen sturen op de behoefte van het individuele kalf. Ook het optreden van dominant groepsgedrag binnen de kudde baarde zorgen, omdat dit ten koste zou gaan van de zwakkere kalveren. Met oog op een optimaal dierenwelzijn en het produceren van een zo hoog mogelijke kwaliteit kalfsvlees werd daarom besloten om Peter’s Farm-boerderijen uit te rusten met computergestuurde voederautomaten. Via een chip in het oor kunnen kalveren op bepaalde tijdstippen melk drinken via de voederspeen of ruwvoer eten. Heeft het dier zijn portie gehad, dan slaat de toevoer automatisch af en is het de beurt aan het volgende dier. Een diervriendelijke oplossing met als bijkomend voordeel dat de voedercomputer een kalverhouder in staat stelt om de melk- en voederconsumptie per dier exact te volgen. Ook kunnen porties per kalf worden aangepast en medicijnen per individueel dier automatisch worden toegediend.

Geïntegreerde tracking & tracing
Het computersysteem bij de verschilende Peter’s Farm-boerderijen maakt deel uit van de door de Alpuro Group in 1999 gelanceerde Integrated Veal Information (IVI)-center voor automatische tracking & tracing van de complete kalverencyclus. Binnen IVI zijn alle gegevens aan de productiekant van melkveehouder (moederdier), kalverhouder (inclusief voedergegevens), veehandelaar, dierenarts, transporteur, slacht en afzetkanaal geïntegreerd. Aan de afzetkant hebben onder meer supermarktorganisaties en horecagroothandels toegang tot delen van het informatiesysteem. Zo is in combinatie met het tracking- en tracingsysteem binnen het IVI-netwerk altijd de totale geschiedenis van een kalf vanaf de geboorte tot en met het verpakte kalfslapje in de supermarkt te achterhalen, sowieso op groepsniveau, maar bij calamiteiten ook op het niveau van het individuele kalf.

Zowel in voor- als achterwaartse zin weet de Alpuro Group de keten zo volledig te beheersen. Het Peter’s farm-concept gaat hier binnen de organisatie het verste in, zoals zal blijken tijdens de rondleidingen bij Alpuro’s voederproductielocatie in Uddel en de slachterij in Apeldoorn.

Voedercontrole
Aangekomen in Uddel wacht een aantal vrachtwagens op groen licht. Lossen in een van de silo’s is pas toegestaan als het bedrijfslab de lading heeft goedgekeurd. Kwaliteitsmanager Alphons Oosterwegel: “Alles wordt gescreend op zuiverheid. We kunnen bijvoorbeeld met de gaschromatograaf een fingerprint maken van een vetcompositie. Zo kunnen we zien of varkensvet niet gemengd is met rundervet. Geen kannibalisme in ons voer.”

In de productiehal wordt op charge geproduceerd. Een gemiddelde batch is 1.000 kg. Eerst worden de droge componenten en premixen toegevoerd en gemengd, zo’n 800 kilogram. Daarna wordt het vetmengsel toegevoegd, gemengd en het eindproduct geëxtrudeerd tot granulaatkorrels. De aansturing van de productie loopt via een manufacturing-systeem van Logica CMG dat via partijcodenummers precies bijhoudt welke grondstoffen zijn gebruikt en wanneer welke batch aan een boerderij wordt afgeleverd. Belangrijk voor ‘historical tracking’ van geleverde voeders.
Het gros van de grondstoffen voor de productie van kalverenvoeders arriveert in bulk. Slechts 15% is zakgoed, hoofdzakelijk melkpoeder uit de markt of EU-depots. Ze staan netjes in de expeditieruimte, voorzien van controlelabels van het lab.

Oosterwegel is te spreken over de verbeterde etikettering en traceerbaarheid in de sector. Gebrek aan ketencontrole heeft de voedersector in het verleden bijna genekt. Maar volgens de kwaliteitsmanager heeft een kentering plaatsgevonden: “De tussenhandel is nog wel een zwakke schakel. We betrekken liever direct van partijen die voorop lopen, zoals Cargill en Degussa. Die hebben hun zaken goed geborgd. Wij kunnen het ons niet permitteren risico’s te nemen. Veel van wat vandaag binnenkomt, is morgen al een gereed product en kan al bij de kalverhouder staan. De impact van een recall is niet te overzien als het product al in het dier is.”

Geen partij verlaat de fabriek zonder een controlemonster te maken. Ze worden negen maanden bewaard. Zo is altijd te achterhalen of geleverd voer aan kalverhouder X een onopgemerkte verontreiniging bevatte. “Is er iets mis met een kalf, dan kunnen we terugzoeken van welke houderij het kalf afkomstig was en welke grondstoffen er in het voer verwerkt zijn. Stel: er is een recall met antibiotica in kalfsvlees, dan kunnen wij met deze monsters aantonen dat ons voer geen verboden stoffen bevatte. Maar het systeem werkt ook andersom. Wij kunnen op voorhand controleren of een boer het juiste type voer gebruikt. Is een bestelling niet logisch, dan trekken wij aan de bel.”

DNA-garantieplan
Bij ESA in Apeldoorn, de slachterij van de Alpuro Groep, zijn rond het middaguur de Peter’s Farm-kalveren van boer Brinks-Harbers al verwerkt tot technische delen. Een kritisch punt binnen het traceringstraject in de slachterij is het moment waarop de kop met het oormerk wordt verwijderd. Karkassen krijgen dan een nieuwe barcode. Deze correspondeert dan met het individuele en ook met de geslachte partij. Bij Peter’s Farm-kalveren is dat altijd één koppel. In dit geval zo’n 70 kalveren en allemaal afkomstig van de Rijssense boerderij. Eenmaal verwerkt tot technische delen in de slachterij en uiteindelijk tot kalfsentrecote of kalfsschnitzel in de supermarkt is zo nog steeds via het identificatienummer te achterhalen om welke dieren en dus welke boerderij het ging.

Maar hoe zit het met de tracering tot het individuele dier als het eenmaal een lapje vlees is geworden? “Ook dat kunnen we achterhalen,” reageert Blokzijl. “Via ons DNA-garantieplan. Alle I&R-nummers [oormerken, red.] van geslachte Peter’s Farm-kalveren worden ingevroren en minimaal 9 maanden bewaard. Bij een recall kunnen we er een test op loslaten en terug gaan tot het individuele dier. Ook kunnen we in IVI zien welk voer naar een boerderij is gegaan en die samenstelling achterhalen aan de hand van de in het lab verzegelde monsters. Dit betekent dat we bij een grootschalige recall van Nederlands kalfsvlees binnen enkele dagen kunnen aantonen dat met ons vlees niets aan de hand is.”

Tesco-approved
Kwaliteit, diervriendelijke productiewijze en traceerbaarheid van het vlees hebben het merk vleugels gegeven. Prettig voor afnemers is ook dat ze via IVI toegang hebben tot specifieke gegevens over een gekochte partij vlees. “Kijk”, demonstreert Blokzijl, “binnen IVI kun je als retailer doorklikken naar de boerderij van herkomst. Alle relevante gegevens van je partij staan erin: de slacht- en uitsnijdata, de technische en de THT. Zelfs de medicijnlijst is op te vragen. Daar zijn we vrijwel de enige in. Als het moet, kunnen we verdachte partijen met dit systeem ook binnen een paar minuten laten blokkeren.”

Steeds meer Nederlandse supermarkten verkopen Peter’s Farm en ook het buitenland heeft het vlees ontdekt. Zo is de Britse retailgigant Tesco afnemer. “We zijn Tesco-approved. Geloof me, die eisen zijn zeer streng.”
In samenwerking met het Centrum voor Smaakonderzoek (CSO) is een luxe verpakking ontwikkeld als onderdeel van een A-merkstrategie. Partners als Ladessa en Schots brengen binnen hetzelfde verpakkings- en kwaliteitsconcept vleeswaren, paté en filet Américain. Uiteraard op basis van Peter’s Farm-kalveren. Een heuse merkenoperatie dus, want Peter’s Farm wil niet als private label in de grijze massa verdwijnen. Blokzijl: “Vandaar deze sleeve met zwart en zilver voor een chique uitstraling, met kooktips en recepten aan de binnenzijde. Daarop ook de boerderijcode waarmee we de consument op onze nieuwe site verwelkomen. Allemaal heel transparant, want we hebben niets te verbergen.”

Reageer op dit artikel