artikel

Gezonde vetten goed uitleggen

Algemeen

Steeds meer voedingsmiddelen worden ‘verrijkt’ met omega-3-vetzuren. Op verpakkingen van een groeiend aantal producten wordt de aanwezige omega-3 gerelateerd aan gezondheid. Hoe kan de bijbehorende ingewikkelde voedingschemische boodschap worden vertaald in goede consumenteninformatie? En hoe is de aandacht voor omega-3 in historisch perspectief te plaatsen?

Vis is een bekende natuurlijke bron van omega-3-vetzuren. Met een juiste selectie van omega-3-rijke plantaardige grondstoffen kan ook in andere voedingsmiddelen, zoals margarine, vlees en eieren, de hoeveelheid omega-3 worden verhoogd. Zo is Becel-dieetmargarine volgens het etiket ‘verrijkt met goede vetten omega-3 en -6’. Een klein deel van de zonnebloemolie uit deze margarine werd vervangen door lijnzaadolie waardoor de hoeveelheid alfa-linoleenzuur toenam en de balans tussen omega-6 en omega-3 verbeterde tot 7:1. In vrijwel alle andere margarines is die balans >20:1. Ook Vitelma-margarine is ‘verrijkt met omega-3’. Deze Belgische margarine vermeldt ook de verhouding omega-6:omega-3. Die is 4:1.

Gezonde verhouding
Voeding en genetische constitutie van de mens zijn aan verandering onderhevig. De veranderingen in voeding zijn echter veel sneller gegaan dan die in het erfelijk materiaal. Volgens evolutiebiologen leeft de mens metabolisch gezien nog in het stenen tijdperk. Het voedsel van de jager en verzamelaar bevatte meer vis en vlees, meer groenten en fruit, vrijwel geen melkproducten of granen, minder verzadigd vet, minder transvetzuren, minder omega-6-vetzuren en meer omega-3-vetzuren dan dat van de moderne mens. De omega-6/omega-3-verhouding in de paleolithische voeding moet ongeveer 1:1 zijn geweest. Tegenwoordig is die verhouding naar schatting 10:1 tot 20:1.

Tijdens de landbouwrevolutie van 10.000 tot 5.000 jaar geleden gingen mensen graan eten, waarmee hun consumptie van omega-6-vetzuren toenam. Bovendien temden ze dieren en voerden die met een kunstmatige voeding van granen. Dat resulteerde in vlees en eieren met meer omega-6- en minder omega-3-vetzuren. De industriële revolutie bevorderde de consumptie van grote hoeveelheden omega-6-plantaardige oliën (zonnebloem, maïs, soja), waardoor het evenwicht tussen omega-6 en omega-3 verder werd verstoord. Recent leidde de campagne voor de verlaging van cholesterol tot buitensporige consumptie van omega-6-oliën. Ook deed de wijdverbreide angst voor (dierlijk) vet nog meer omega-3 uit onze voeding verdwijnen.
Klinische en epidemiologische studies van de laatste 40 jaar wijzen op een relatie tussen het ontstaan van moderne chronische ziekten als hart- en vaatziekten, diabetes en overgewicht, en de mate waarin de ratio van essentiële vetzuren in de voeding afwijkt van het oorspronkelijke, paleolithische evenwicht.

Essentieel
Omega-3 (alfa-linoleenzuur) en omega-6 (linolzuur) zijn essentiële vetzuren. Ze zijn, net als vitaminen, onontbeerlijk voor een goede gezondheid. Deze vetzuren kunnen door mens en dier worden omgezet in voor de mens belangrijke meervoudig onverzadigde vetzuren: het dierlijke EPA en DHA (zie kader) en het dierlijke AA. De omzetting verloopt niet efficiënt en bovendien gebruiken beide vetzuren voor deze omzetting dezelfde enzymen. Daardoor wordt de omzetting van de een geremd door die van de ander. Aangezien onze voeding doorgaans veel meer linolzuur dan alfa-linoleenzuur bevat, is de eigen productie van EPA en DHA veel geringer dan die van AA. Door de balans tussen de twee essentiële vetzuren te herstellen, verbetert de lichaamseigen productie van EPA en DHA.

Wilde producten
Voeding voor varkens en kippen is vaak eenzijdig gebaseerd op granen. Varkensvlees en kippeneieren bevatten daardoor plantaardige en dierlijke omega-6-vetzuren, maar nagenoeg geen omega-3-vetzuren. In het vlees van wild, zoals zwijn en diverse vogels, zit omega-3 én omega-6, vaak zelfs in gelijke hoeveelheden. Door nu veevoer samen te stellen dat voedingskundig lijkt op de voeding van wild, is de vetzuurcompositie tot de natuurlijke (wilde) waarden te herstellen.

Voorbeelden van dergelijke ‘wilde’ producten zijn eieren en kippenvlees volgens het Columbus-concept. Dat begint bij plantaardige voeding voor de kip. Het dier zet zelf een deel (tot 20%) van het plantaardige omega-3 om in dierlijk omega-3 en beide komen in het vlees en de eieren terecht. Het vet van deze producten lijkt op dat van wild (vlees) en (wilde) zalm. De verhouding tussen de twee essentiële vetzuren is 1:1. Per gewichtseenheid bevat zalm echter meer omega-3. Door de vetzuursamenstelling te verbeteren, kunnen sommige dierlijke producten, als bron van omega-3-vetzuren, een alternatief zijn voor vis.

Hersteld evenwicht
Het verhogen van de hoeveelheid omega-3-vetzuren in producten wordt vaak ‘verrijken’ genoemd. Maar in het licht van de voedingsgeschiedenis van de mens is in feite sprake van herstellen van het evenwicht tussen de vetzuren. De consument wordt een beetje op het verkeerde been gezet met claims als ‘verrijkt met omega-3, alfa-linoleenzuur, DHA…’. Het is eerlijker om hem te informeren over de verstoorde en weer herstelde balans tussen de vetzuren. Het was de oliën- en vettenindustrie die gezorgd heeft voor een disbalans door vooral grondstoffen te verwerken die veel linolzuur bevatten en nagenoeg geen alfa-linoleenzuur. Deze industrie staat voor een serieus probleem door haar huidige productsamenstelling en claims aangaande linolzuur uit het recente verleden. Wereldwijd benadrukken voedingswetenschappers al geruime tijd dat de balans tussen de essentiële vetzuren drastisch moet worden bijgesteld.

Kansen liggen er voor producten van dierlijke oorsprong. Via gebalanceerde natuurlijke voeding van het dier kunnen vlees en eieren worden verkregen die voedingskundig vergelijkbaar zijn met de wilde variant. Wild kenmerkt zich door een evenwichtige samenstelling, passend in een gezond voedingspatroon. Met de boodschap van de natuurlijke balans kan dierlijk vet weer in een positief daglicht komen te staan. Misschien zelfs wel ten koste van de plantaardige vetten.

Reageer op dit artikel