artikel

Twijfels over nieuwe voedseldatabase

Voedselveiligheid & Kwaliteit

Twijfels over nieuwe voedseldatabase

Consumenten willen steeds meer weten over hun voedsel: van voedingswaarde tot herkomst. Maar hoe ver kan en wil een fabrikant gaan in deze informatieverstrekking?

Staatssecretaris Martijn van Dam van Economische Zaken kondigde in februari aan wel te voelen voor een voedseldatabase met ingrediënten die traceerbaar zijn van farm to fork. Hoe realistisch is deze extreme vorm van transparantie?

De aankondiging van de staatssecretaris om samen met het bedrijfsleven een voedseldatabase op te zetten, kwam als geroepen voor de app-ontwikkelaars van OpenUp Technologies en Newway Retail Solutions. Zij proberen een eigen supermarktapp in de markt te zetten. In een persbericht laten ze weten graag te willen samenwerken met het ministerie, food producenten en retailers om een toegan kelijke app voor consumenten te lanceren. De tool is inmiddels zo goed als af en gesprekken met geïnteresseerde supermarkten lopen. “De app bevat een carrousel met schermen waar je eenvoudig doorheen swipet”, legt Henk Stomphorst uit, mede-eigenaar van OpenUp Technologies. “Naast gescande producten en prijzen wordt ook informatie getoond over ingrediënten, allergenen en herkomst”. Hij voegt eraan toe dat klanten met de toepassing ook hun boodschappen kunnen afrekenen. Stomphorst denkt dat zijn app een rol kan spelen in het vergroten van de bewustwording over voeding. “Omdat we deze app zeer recent hebben gemaakt, hebben we geprobeerd contact te krijgen met de staatssecretaris. Momenteel loopt de aanmeldprocedure.”

Actieplan voedseldatabase

Het ministerie bevestigt dat diverse individuele partijen, waaronder appbouwers en ICT-bedrijven hun diensten aan hebben geboden. Ook partijen in de voedselketen die zijn verenigd in de Alliantie Verduurzaming Voedsel zegden hun medewerking toe.

“Met de alliantie zijn afspraken gemaakt over transparantie in de keten. Onderdeel daarvan is het opstellen van een actieplan om te komen tot een trusted source voor de verplichte informatie over onder meer voedingswaarde, samenstelling en allergenen”, zegt Van Dams woordvoerder Job van de Sande. Het is de bedoeling dat een werkgroep voor de zomer haar aanbevelingen in een actieplan aan Economische Zaken en de Alliantie Verduurzaming

Voedsel aanbiedt. Na de gesprekken met de alliantie lijkt de nadruk bij EZ minder op het traceren van herkomst te liggen. Murk Boerstra, gesprekspartner namens de FNLI, vindt het niet realistisch om te allen tijde met name de herkomst van complexe samen gestelde producten inzichtelijk te maken.

“We vertelden de EZ-ambtenaren dat er al veel gelijksoortige initiatieven (zie kader Traceerbaarheidsinitiatieven) als de voedseldatabase zijn. We moeten eerst goed kijken wat er al op de markt is”, aldus de adjunct-directeur van FNLI. Als voorbeeld noemt hij de database van GS1 met logistieke en etiketinfo over levensmiddelen. Daarvoor leveren 1.300 tot 1.400 bedrijven input. Retailers zetten die informatie weer op hun website. “Dit is een groot goed. Wij als branche hechten waarde aan de optimalisatie van de database, waarbij datakwaliteit essentieel is.”

DatakwaliTijd 2.0

Onlangs lanceerde GS1 het program ma DatakwaliTijd 2.0, dat de kwaliteit van productinformatie verder moet verbeteren. Ook maakten de FNLI en de ketenpartijen hun gesprekspartners duidelijk dat het een internationale database moet zijn. De voedingsindustrie haalt immers veel producten uit het buitenland en exporteert veel. “Zo’n systeem moet dus passen binnen de internationale kaders. GS1 bijvoorbeeld, is in gebed in een internationaal systeem van elektronische standaarden.” En hoe zit het met de traceerbaarheid van ingrediënten van boerderij tot bord? “Op indivuduele traceerbaarheidsvragen – waar bijvoorbeeld dat ene stukje vlees vandaan komt – kun je geen database inrichten. Daar heb je andere IT-oplossingen voor nodig.” Volgens Boerstra zijn er al verschillende initiatieven die antwoord geven op herkomstvragen. Daar moet op worden voortgebouwd.

Specificaties bijhouden

Het farm-to-forkconcept is realiseerbaar bij enkelvoudige eindproducten in een gesloten keten, weet algemeen directeur Leontien Hasselman-Plugge van Supply Chain Information Management (SIM) – dit bedrijf brengt risico’s in de keten in kaart voor supermarkten en fabrikanten. Een heel ander verhaal wordt het als het gaat om de traceerbaarheid van een batch ingrediënten op een broodje ham. “Dit vraagt veel tracking en tracing, tijd en geld. De huidige systemen zijn daar nog niet op ingericht”, zegt Hasselman. Hoezo niet? “Een leverancier en supermarkt sluiten in de regel een contract voor een periode over bepaalde specificaties. Maar in die tijd kan de herkomst van ingrediënten veranderen. Zo komen hazelnoten de ene keer uit Italië en dan weer uit Turkije. Die herkomst van ingrediënten is heel dynamisch en kan in korte tijd wijzigen. Dit hoeft niet te betekenen dat het declareren daarvan altijd haalbaar is of ook altijd gedaan wordt.” De herkomst van ingrediënten is een grijs gebied, vertelt de SIM-directeur. “Producenten wijken soms uit naar andere leveranciers en moeten die wijziging dan doorvoeren in alle klan ten databases. Een enorme klus. En het is extra belangrijk in tijden van voedsel crises. Als er ergens in de EU een besmettelijke dierziekte uitbreekt, wil je als consument vermeld zien uit welk land je stukje vlees komt en niet alleen de vermelding ‘EU’”, stelt Hasselman.

Volgens Boerstra verplicht de General Food Law bedrijven om binnen enkele uren de oorsprong van een ingrediënt te achterhalen. “Het is echter de vraag of je het ook moet willen om de herkomst van complexe samengestelde producten voor iedere consument altijd volledig inzichtelijk te maken. Denk alleen al aan het aantal ingrediënten, uiteenlopende houdbaarheidsdata, doorlooptijden en de hoeveelheid handelsschakels, waaronder vetten, aroma’s en meel. Stel je voor dat je dat beetje olijfolie op een pizza tot olijfboomgaard moet traceren. Of dat je de taak hebt om die ene peperkorrel tot op het perceel van de plantage terug te herleiden.” Een pizza zit aan het eind van de lijn qua complexiteit: het is een diepgevroren product met een grote diversiteit aan ingrediënten uit verschillende landen, vertelt de FNLI adjunct- directeur.

“Je moet per product voor al die ingrediënten de herkomst voor de consument toegankelijk maken. Wat denk je wat daarvoor aan IT en andere infrastructuur nodig is. Op deze manier gaat een pizza gruwelijk veel meer kosten.”

Varkensvlees

Zelfs voor niet-samengestelde producten kan traceerbaarheid een hele opgave zijn. Staatssecretaris Martijn van Dam sprak het voornemen uit om als eerste varkensvlees volledig traceerbaar te maken. “Met één druk op de knop kun je straks zien waar het vlees vandaan komt en wat ermee is gebeurd, dus van boer tot bord”, zei hij in februari tegen de NOS. In de loop van dit jaar start naar verwachting een pilot waarbij voor de consument de herkomst en productiewijze van varkensvlees met een Beter Leven-keurmerk inzichtelijk wordt gemaakt. “Een mooie suggestie”, noemt woordvoerder Dé van ’t Riet van de Centrale Organisatie voor de Vleessector (COV) dit initiatief. Maar aangezien er al veel van dergelijke initiatieven zijn, vraagt hij zich af of de markt nu niet overvoerd wordt. “Maar niemand kan tegen transparantie zijn, toch?”, zegt hij met een enigszins cynische ondertoon. Een probleem bij het traceerbaar maken van de varkensvleesketen is dat veel karkasonderdelen niet herkenbaar zijn als varkensvlees. “Slechts een

beperkt deel van het karkas belandt op de binnenlandse markt. Een groot deel van het vlees wordt verwerkt en de rest is export. Moet je daar nu een app voor maken?” Van ’t Riet denkt ook dat consumenten niet graag herinnerd willen worden aan wat er met een varken gebeurt. Hij vermoedt dat Van Dam met zijn uitspraak over het opzetten van een voedseldatabase vooral een dialoog op gang wil brengen. “Als er echt behoefte was aan zo’n database, dan had de markt die zelf wel ingevuld.”

Concurrentiepositie

Ook uit concurrentie-oogpunt zijn bedrijven niet happig om de herkomst van al hun producten zomaar weg te geven, ervaart Leontien Hasselman-Plugge van SIM. “Iedere retailer steekt veel geld en energie in het vinden van de juiste leverancier en het ontwikkelen van unieke producten. Deze informatie houdt elke supermarkt het liefst voor zichzelf.” Tegelijkertijd ziet ze bedrijven ook opener worden: meer datadeling is domweg nodig, zeker in tijden van voedselcrises. “Tijdens het paardenvleesschandaal wisten veel retailers waar informatie over paardenvlees was te vinden. Ze konden die echter niet met elkaar delen omdat ze verschillende softwaretools hebben. In de traceerbaarheidswerkgroep van het Consumer Goods Forum wordt gewerkt aan een oplossing om belangrijke data zo snel mogelijk te kunnen delen. Van die werkgroep maakt SIM deel uit, maar ook bijvoorbeeld Ahold en Unilever.”

Transparantie niet te stoppen

De trend naar toenemende transparantie is niet meer te stoppen, weet Hasselman. Hoewel het nu nog te ver voert om elk ingrediënt op batchniveau in kaart te brengen, is het zaak te weten waar in de keten de duurzaamheids- en voedselveiligheidsrisico’s zitten. “Het is topsport om de keten op orde te hebben. Dat vergt continue aandacht en investeringen. De ene dag is varkensvlees een risico, de andere dag een ander product of ingrediënt. Omdat je niet weet wat het risico van morgen is, moet je basistransparantie op orde zijn.” Hoewel volgens Hasselman maar een klein groepje consumenten interesse heeft in al die keteninformatie, is het belangrijk dat voedingsindustrie en retail de klant in staat stellen een bewuste keuze te maken.

Voor de kwartiermakers die aan de slag gaan met het actieplan, is het een belangrijke taak alle initiatieven rond traceerbaarheid van producten en ingrediënten te bundelen. App-bouwer OpenUp Technologies ziet hier ook een rol voor zichzelf weggelegd. “We hebben een platform ontwikkeld voor het koppelen van productinformatie zoals herkomst uit verschillende databases”, zegt Stomphorst. “We kunnen aan deze informatie ook audio, video en animaties toevoegen.”

Intersnack: ‘Herkomst niet altijd goed te herleiden’

Intersnack begrijpt dat de hedendaagse consument “steeds meer waarde hecht aan herkomst van levensmiddelen.” Het helpt de consument duurzamere keuzes te maken, aldus het voedingsbedrijf dat hartige snacks, popcorn, noten en pindakaas verkoopt, produceert en verpakt. Maar er zitten wel degelijk haken en ogen aan het traceren van al die ingrediënten. “Te denken valt aan notenboeren die vaak samenwerken in coöperaties, waardoor de herkomst van bijvoorbeeld een cashew in sommige gevallen niet verder terug te herleiden is dan hooguit de streek. Daarnaast kan de exacte herkomst van de noten per productiebatch verschillen. Hierin zien wij een bottleneck”, zegt Mariska te Paske van Intersnack.

Toch streeft de onderneming er naar om een zo open en eerlijk mogelijk beeld voor de consument te schetsen. “Het tracen van producten is volledig geborgd in onze specificatiesystemen. Echter, het koppelen van al deze data uit verschillende systemen tot een uniforme stroom naar de voedseldatabase, zal een uitdaging vormen”, zegt Te Paske.

Ze denkt dat iedere ketenpartij graag meewerkt aan het mogelijk maken van een zo transparant mogelijke keten, zeker als de consument daar om vraagt. Zo’n voedseldatabase zou een manier voor de leverancier kunnen zijn om zich te onderscheiden. Een nadeel van het traceerbaar maken van alle ingrediënten in een voedingsmiddel is de grote druk die bij de leverancier komt te liggen. “Het brengt behoorlijk wat gedoe met zich mee om alle systemen te vullen en te borgen zodat ze, vooral bij wijzigingen, allemaal gelijk blijven aan elkaar.”

Traceerbaarheidsinitiatieven: Questionmark en fTrace

Onlangs lanceerde Stichting Questionmark, die zich bezighoudt met voeding en duurzaamheid, een app om producten te scannen op duurzaamheid en gezondheid. Questionmark geeft scores hoe gezond of duurzaam een product is. Asperges uit Peru bijvoorbeeld krijgen een slechte beoordeling qua milieu en mensenrechten. “Bij meer dan de helft van de groente en het fruit in de Nederlandse supermarkten is er sprake van discutabele omstandigheden rond milieu en mensenrechten. Dit soort informatie is zonder de app onzichtbaar voor consumenten”, zegt Charlotte Linnebank van Questionmark.

Ook GS1 Duitsland heeft zijn eigen traceerbaarheidssysteem: fTrace. Dit is ontwikkeld voor de vleessector op basis van GS1-standaarden. Het bevat alle informatie over de herkomst van het product. Ook kan fTrace sinds kort gebruikt worden om vis te traceren. Naast traceerbaarheid kan er nog meer relevante productinformatie aan fTrace worden gekoppeld, zoals gebruiksinformatie en recepten voor consumenten. In Duitsland werken Lidl, Aldi en Metro met het systeem. Meer informatie: www.ftrace.com/nl/nl, www.thequestionmark.org

Reageer op dit artikel