artikel

‘Meldt bio issues proactief’: Nicolette Klijn, directeur Skal Biocontrole over veranderende sector

Algemeen

‘Meldt bio issues proactief’: Nicolette Klijn, directeur Skal Biocontrole over veranderende sector

Enkele dagen nadat Skal Biocontrole het 5000ste biologische bedrijf registreert, kijkt Nicolette Klijn terug op haar eerste halfjaar als directeur. Opgaan in de NVWA wijst zij af. Veel te groot. De eierverwerkende industrie moet de gehele keten beter organiseren terwijl producenten met grote volumes bioproducten zich moeten aansluiten bij biologische sectororganisaties. “Meldt nieuwe ingrediënten en issues proactief!” Dit artikel is verschenen in VMT 12 van 19 oktober.

Noot redactie: Dit is een uitgebreide versie van het artikel uit het magazine. De extra informatie ten opzichte van het magazine is te herkennen aan de grijze achtergrond.

Welke keuzes maakt u bij de vijf volgende dilemma’s:

Onaangekondigd of aangekondigd auditten? “Aangekondigde.”

Nalevingsgericht of sectorgericht? “Nalevingsgericht.”

Transparant of be-/afschermend? “Transparant.”

Internationaal of op Nederland gericht? “Internationaal.”

Toezichthouder of certificatie instelling? “Toezichthouder.”

Wat trok u in de functie van directeur van Skal Biocontrole?

“Duurzaamheid is de rode draad in mijn loopbaan, met name duurzame landbouw. Als directeur vind ik het uitdagend sturing te geven aan een organisatie waarvan het toezichtsveld enorm groeit en de complexiteit toeneemt.”

Wat zijn belangrijkste taken/doelen om op korte en middellange termijn te realiseren?

“De belangrijkste uitdagingen voor Skal op de korte termijn zijn de sterke groei – ook internationaal – van de sector bij te houden, schakelen in een drukke arbeidsmarkt en met het oog op het drukke verkeer je mensen op de juiste plek en juiste plaats te krijgen. Tot slot: hoe positioneren we Skal als toezichthouder.

Onze opdracht is om voor de consument de betrouwbaarheid van het biologische keurmerk te bewaken. De uitdagingen daarbij worden steeds groter, vooral door de sterke groei en het toenemende aantal toetreders die dat niet alleen doen omwille van een intrinsieke, maar ook economische motivatie. Dat compliceert het toezicht, denk aan fraude.”

Wat zijn in uw ogen de belangrijkste risico’s voor de biologische sector?

“Fraude is heel duidelijk een risico, met name door niet bio-gecertificeerde bedrijven, maar ook verwisselen van biologische en gangbare producten die op hetzelfde bedrijf worden geproduceerd. Denk ook aan het gebruik van specifieke bestrijdingsmiddelen, bijvoorbeeld waarmee vliegtuigen worden gedesinfecteerd.” (kruiscontaminatie, red).

Maakt Skal zelf deze risico inschatting?

“Ja, we maken risicoprofielen op basis van onder andere in het verleden geconstateerde afwijkingen, bedrijfs- en producttype. Daarbij krijgen we input van de biologische sector zoals ketenorganisatie Bionext, BioNederland (producenten en handel) en Biohuis (boeren en tuinders). Per keten gaan we het gesprek aan over waar mogelijke risico’s spelen.”

Ook met de NVWA?

Wij maken andere risicobeoordelingen dan bijvoorbeeld de NVWA, omdat we toezicht houden op andere regelgeving. De NVWA houdt toezicht op de regelgeving rond hygiëne en voedselveiligheid, wij specifiek op regelgeving voor de productie en handel van biologische producten die onder ons keurmerk vallen.

Biologische bedrijven worden dus zowel door de NVWA als SKAL bezocht en gecontroleerd. We gebruiken de rapporten van onder andere de NVWA wel als bron voor onze risicoprofielen.”

12IA03lang
Afbeelding 1: Kritische afwijkingen die onze inspecteurs vaststellen zijn in het algemeen de onderbouwing van de massa balans.

Wat doet Skal om fraude op te sporen?

“De nadruk ligt daarbij op de administratie van bedrijven. Daarom eisen we van de bedrijven ook een hoge mate van transparantie. We maken regelmatig cross checks, waarbij we het product van het ene bedrijf volgen naar het ontvangende bedrijf en wat daar dan met het product gebeurt. Verder door de in- en verkoopcijfers met elkaar te vergelijken.

Samen met de NCAE (Nederlandse Controle Autoriteit Eieren, red) hebben we bijvoorbeeld themagericht onderzoek verricht naar aanleiding van geruchten dat er meer biologische eieren worden verkocht dan geproduceerd, iets dat overigens in Nederland nooit is aangetoond. Wel werd in 2013 in Duitsland fraude met biologische eieren ontdekt.

Pluimveebedrijven met een gangbare en een biologische tak moeten deze volledig van elkaar scheiden. Het zijn twee juridische entiteiten met aparte administraties e.d. Vaak zijn het ook verschillende rassen waardoor je aan de eieren kunt zien bij welke kip deze hoort. Uit onze onderzoeken blijkt keer op keer dat biologische eieren ook daadwerkelijk op biologische wijze zijn geproduceerd.”

Bij welke biologische producten loopt de verwerkende industrie het hoogste frauderisico?

“Fraude komt meestal van buiten de sector: partijen die gangbaar als ‘bio’ op de markt willen brengen. Mijn advies aan de verwerkende industrie is dus om te borgen dat hun hele keten gecertificeerd is en dat zij hun toeleveranciers kennen. Op productniveau is van superfoods bekend dat er vaak grote hoeveelheden residuen in gevonden worden.”

Was de kritiek van RTL Nieuws en Foodwatch, dat uw inspecteurs niet voldoende hadden gekeken naar verboden middelen, achteraf terecht?

“De suggestie uit de berichtgeving dat er sprake zou zijn van grootschalig illegaal gebruik van bestrijdingsmiddelen in de biologische pluimveebedrijven is onjuist. Daar waar bedrijven niet-toegestane middelen gebruikten, is daar door onze inspecteurs een afwijking op geschreven.

De berichtgeving liet in het midden dat de gevonden middelen –anders dan het illegaal toegevoegde fipronil- niet in de biologische eieren terecht is gekomen. Dus de berichtgeving van RTL was totaal uit zijn verband getrokken. Maar, zoals de commissie Sorgdrager ook heeft aangegeven, wij hadden te weinig focus op de Ctgb-registratie. Dat hebben wij nu hersteld.”

Skal heeft in augustus opnieuw een Wob-verzoek ontvangen om controlegegevens beschikbaar te stellen. Wie wil welke gegevens?

“Wij hebben hierover gericht gecommuniceerd met de betrokken bedrijven waar het Wob-verzoek over gaat. Het breder informeren zullen we pas doen nadat we een besluit hebben genomen over dit Wob-verzoek.”

U koos in het begin voor aangekondigde inspecties. Waarom?

“Onze onaangekondigde inspecties zijn een momentopname waarbij we nagaan of een bedrijf op een specifiek onderwerp de bio-regelgeving naleeft. Tijdens onze aangekondigde inspecties bekijken we het hele spectrum en duiken we diep de administratie in. Het controleren van interne traceerbaarheid en massabalansen, past beter bij een aangekondigde inspectie. Beide instrumenten vullen elkaar aan.”

Welke aard hebben de kritische afwijkingen die inspecteurs constateren?

“Dat is in het algemeen de onderbouwing van de massa balans. Maar je kunt ook denken aan het maximum percentage gangbare producten dat nog in diervoeder mag zitten als een veehouder overschakelt van een gangbaar naar een biologisch veehouderijsysteem. Dat soort zaken.”

Zijn er verschillen in aantallen kritieke afwijkingen tussen sectoren?

“In 2017 zijn er 59 kritieke afwijkingen geconstateerd bij 46 bedrijven; 37 van de kritieke afwijkingen zijn geconstateerd bij landbouwbedrijven en 22 bij handel en verwerking. Bij een kritieke afwijking is de bio-status van het product in het geding.

Bij de 22 kritieke afwijkingen die we hebben geschreven bij handels- en verwerkingsbedrijven springt er geen subsector echt uit. Bij landbouwbedrijven worden de meeste kritieke afwijkingen geschreven bij rundveehouders.”

Doet Skal in het kader van controles en opsporing van fraude veel labonderzoek?

“Het gros van de biologische producten wordt geïmporteerd. De douane neemt voor ons steekproefsgewijs monsters en voert papieren controles uit, zeker als landen door de Europese Commissie in de risicocategorie worden gezet.

Oekraïne heeft lang een verplichte bemonstering gehad. Verder hebben biologische bedrijven een meldplicht als zij residuen van verboden bestrijdingsmiddelen in biologische producten aantreffen.”

Ik beluisterde in de sector enige kritiek op de communicatie nadat een bedrijf een melding heeft gedaan van bijvoorbeeld een residuvondst. Herkent u zich daarin?

“Vervolgonderzoek kan soms best even duren. Vaak moeten we navraag doen in het buitenland bij certificeerders of toezichthouders van biologische producten of wil de eigenaar geen informatie aan ons verstrekken.

We proberen daar zo goed mogelijk over te communiceren. Maar ik begrijp dat de duur van deze onderzoeken voor bedrijven soms frustrerend is, omdat we al die tijd de partij blokkeren.”

12IA02_on

In hoeverre werkt Skal bij hun onderzoeken samen met buitenlandse partijen?

“We zijn zeker internationaal georiënteerd en werken veel samen met vergelijkbare certificatie-instellingen of toezichthouders in het buitenland. Deze zijn verenigd in de EOCC, de Europese vereniging van certificeerders van biologische producten, daarnaast stemmen we veel zaken af met andere organisaties in derde landen, zoals de USDA in Amerika waar we op inhoud en interpretaties kennis uitwisselen.”

Moet Skal zowel toezichthouder als certificatie-instelling blijven?

“De certificering is het instrument van de toezichthouder. Daarvoor is in Europa gekozen. De NVWA doet dit in feite ook, alleen heet het daar keuren.

In de EU kun je kiezen uit drie opties: een competent authority, dat is meestal een ministerie, een control authority of een control body.

In Nederland, maar bijvoorbeeld ook in Denemarken en Finland is gekozen voor één control authority, dat houdt onder meer in dat SKAL als enige certificaten kan afgeven. In de meeste landen is gekozen voor meerdere control bodies, soms wel tien.”

Sommige biobedrijven willen kunnen kiezen uit meerdere certificatie-instellingen.

“Dat is een systeem discussie die de sector kan voeren met LNV. Ons systeem past goed in Nederland waar we vinden dat de sector het grootste deel van de kosten van het toezicht moet dragen, in het geval van SKAL zelf 100%. Daarmee loopt Nederland in Europa voorop. Bij control bodies zijn de kosten meer verdeeld tussen overheid en bedrijfsleven.

Doordat de regie in één hand is, is alle informatie verenigd in een organisatie. Je doet allemaal hetzelfde, hebt dezelfde interpretaties. Daar heeft de sector ook baat bij. Door het buitenland wordt soms wel eens jaloers naar ons gekeken; vindt men dat wij het hier goed hebben geregeld.

Daar moeten de NVWA’s en ministeries veel meer effort in overleg en afstemming steken dan hier. Feitelijk heeft de NVWA met de biologische verordening niet of nauwelijks bemoeienis.”

U koos aan het begin van het gesprek voor transparantie. Maakt SKAL ingetrokken of geschorste certificaten openbaar?

“Jazeker. Opschortingen worden geanonimiseerd gepubliceerd omdat bedrijven dan een herstelperiode hebben. Decertificeringen worden als nieuwsbericht op onze site geplaatst, nadat een bedrijf eventueel bezwaar en beroep hiertegen heeft kunnen aantekenen. In de regel ben je dan drie tot zes maanden verder. Het bedrijf is na de decertificatie direct verplicht alle afnemers hierover te informeren.”

Gaat Skal net als de NVWA de inspectiebevindingen van afzonderlijke bedrijven bekend maken?

“Nee. Het voeren van het biologische keurmerk is op basis van vrijwilligheid. Bedrijven kiezen dus bewust voor de biologische certificering, wat de naleving ten goede komt. Dat is een belangrijk verschil met het verplichte toezicht van de NVWA. Bedrijven met naam en toenaam noemen zien zij als ondersteuning van hun handhaving.

Wij ontvangen geen signalen dat publicatie van inspectiebevindingen ons zou helpen bij de naleving door de bedrijven. Wel starten we – om de naleving te bevorderen – soms een intensief communicatietraject als we merken dat ondernemers moeite hebben met bepaalde zaken of dat wet- en regelgeving verandert.

Zo gaan wij de geregistreerde informeren over de nieuwe biologische verordening 2018/848 die op 14 juni 2018 is gepubliceerd, maar moeten daarvoor eerst nog de uitvoeringsbepalingen afwachten. Via hun sectororganisaties kunnen telers hun wensen inbrengen bij het Ministerie van LNV.”

Heeft uw eerste half jaar geleid tot nieuwe inzichten en accentverschuivingen in het beleid?

“Wij gaan zeker volgend jaar een aantal andere accenten leggen. Dat heeft te maken met de enorme groei van de sector, de toename van de volumes en de nieuwe EU-verordening die de komende twee jaar tot stand zal komen.

Heel veel boeren hebben managementpakketten met daarin erg veel informatie, bijvoorbeeld over de aan- en afvoer van dieren. Die kunnen wij nu tijdens een bedrijfsbezoek raadplegen, maar het zou efficiënter zijn als wij die op afstand kunnen inzien.”

12IA04lang

Afbeelding 2: Om de certificering van een sterk groeiende sector te realiseren, zoeken we een stabiele samenwerking in de uitbesteding van inspecties aan certificatie instellingen zoals CUC en SGS.

 

Als ZBO wordt u regelmatig beoordeeld. April dit jaar verscheen deze beoordeling van KWINK over de periode 2010 – 2016. Wat vond u van de uitkomsten?

“We zijn daar tevreden over. We scoren goed voor zaken als efficiency en effectiviteit. Bij het invullen van de verbeterpunten zullen we meer aansluiten bij onze maatschappelijke opdracht richting de consument die vertrouwen moet houden in het keurmerk van de biologische sector. Ook de afstemming met de sector zullen we meer vanuit het perspectief van de consument inrichten.

Verder hebben we zwaar ingezet op het verbeteren van de samenwerking met het ministerie en de NVWA. Die met het ministerie is nu goed, ook omdat we voor het invullen van de nieuwe verordening veel moeten samenwerken. Bij de NVWA is het door alle organisatiewijzigingen voor buitenstaanders soms lastig om goed contact te krijgen. Met de huidige inrichting merken we dat er meer duidelijkheid is gekomen.”

Wat vindt u van de aanbevelingen van de commissie Sorgdrager?

“Een goed rapport dat goed de complexiteit weergeeft van de bestuurlijk/juridische context waarin dit soort zaken gebeuren. Alle spelers hebben zo hun rol, maar het systeem als geheel is kwetsbaar, vooral hoe de sector nu is georganiseerd. Na het afschaffen van de productschappen hebben de brancheorganisaties het speelveld behoorlijk gefragmenteerd.

Het grote aantal organisaties dat erbij betrokken was, zorgt voor gebrek aan overzicht, aan regie. Datzelfde kun je ook aan de toezichtskant zien. Ook dat blijft een uitdaging. We zijn een complexe samenleving met veel dingen die samenkomen. Bij een calamiteit komt dat extra tot uiting. Sorgdrager heeft een aantal aanbevelingen gedaan waar me zeker mee aan de slag kunnen.”

Moeten de NCAE en Skal opgaan in de NVWA?

“Het is niet per definitie beter om organisaties groter en centraler te maken. Waar het om gaat, is kennis en overzicht. Daar zit een soort optimum in; wanneer heb je voldoende kennis en overzicht om adequaat op dit soort zaken te reageren?

Er zullen altijd grensgebieden met andere toezichthouders blijven, waarop dingen mis kunnen gaan. Juist toezicht kun je het beste zo dicht mogelijk bij de praktijk organiseren. Als we nog de AID, de Keuringsdienst van Waren en RVV hadden gehad, dan was de fipronil affaire adequater opgepakt.”

Hoe groot is de druk op Skal om op te gaan in de NVWA?

“Die druk is niet groter dan die altijd al is geweest.”

Tot slot: welke zaken heeft u in gang gezet die voor de levensmiddelenindustrie van belang zijn?

“Mede in het licht van het KWINK-rapport wordt ons dagelijks bestuur vervangen door een adviesraad met daarin onze stakeholders. Verder zijn we inputlijsten aan het opstellen met daarin welke gewasbeschermingsmiddelen, meststoffen, reinigings-en desinfectiemiddelen gebruikt kunnen worden. Ook zoeken we een stabiele samenwerking in de uitbesteding van inspecties aan certificatie instellingen zoals CUC en SGS om de certificering van een sterk groeiende sector te realiseren.

Met deelsectoren organiseren wij gesprekken om inzicht te krijgen in de vele ontwikkelingen die er zijn, denk aan nieuwe ingrediënten en producten. Wees als biologisch bedrijf daarin proactief zodat we kunnen voorkomen dat bij inspecties daarover problemen ontstaan.

Een andere ontwikkeling is dat we in 2019 een nieuw klant portal openen waarin de productspecificaties makkelijker en elektronisch worden afgehandeld worden. In het nieuwe klantengebied staan de toegestane grondstoffen van biologische producten gedefinieerd, waardoor alleen goedgekeurde ingrediënten gekozen kunnen worden. Dat maakt zowel het indienen als het afhandelen gemakkelijker.

Tot slot zien we dat vooral grote partijen die gangbaar en bio produceren, en dan gaat het bij bio vaak om grote volumes, niet of nauwelijks zijn aangesloten bij de biologische sectororganisaties, terwijl wij juist met die sectororganisaties allerlei zaken afstemmen. Als zij zaken willen veranderen is het juist voor deze partijen belangrijk dat zij zich organiseren door zich aan te sluiten bij BioNederland en vertegenwoordigd worden in diverse commissies. Wij kunnen niet met 5000 bedrijven overleggen.”

Foto’s: Freddy Schinkel en SKAL

Reageer op dit artikel