artikel

ICT verandert beroep operator drastisch

Algemeen

Hoe ziet de functie van de operator van de toekomst eruit? Door automatisering in de voedingsindustrie gaat het werk in de fabriek en dus ook de manier van opleiden er anders uitzien. Maar het wordt ook leuker, zeggen voedingsbedrijven en experts. “Medewerkers moeten de regie nemen over hun eigen ontwikkeling”, zegt SOL-directeur Arry Verhage.

Peet Ferwerda is in 1975 begonnen in de zuivelindustrie. Hij herinnert zich nog dat toen de eerste computers een deel van de besturing van de processen overnamen. Maar de laatste jaren raakt de automatisering in de voedingsmiddelenindustrie pas echt in een stroomversnelling, signaleert Ferwerda, in het dagelijks leven ‎projectleider strategische beleidsvorming bij MBO Life Sciences aan het Friesland College in Leeuwarden. “Nu zie je steeds vaker een paar mensen in de controlroom de fabriek op afstand bedienen”, vertelt hij. “Het gaat dan vaak om delen van het proces die op die manier bestuurd worden.”

Over tien jaar wordt het merendeel van de processen door de controlroom bediend, voorspelt Ferwerda. Dat is een samenwerkingsverband tussen het Friesland College en het Nordwin College. “Automatisering verhoogt de efficiëntie, reduceert het foutenpercentage en levert ook nog eens bruikbare data op.”

Belang automatisering

Zeelandia, de specialist in bakkerijgrondstoffen uit Zierikzee, erkent het grote belang van automatisering en maakt er sinds 2005 serieus werk van. Voor die tijd kwam alles op de schouders van de technische dienst (TD), weet een maintenance engineer*, in 2002 bij Zeelandia begonnen. “Voor de echt grote projecten werd hulp van buitenaf ingeroepen.”

Tegenwoordig houden hij en zijn collega, projectleider industriële automatisering*, zich bezig met de automatisering van de lijnen in de fabrieken – drie poederfabrieken en twee ‘natte’ fabrieken – in Zierikzee. In 2012 begon Zeelandia met het koppelen van de verschillende systemen in zijn fabrieken in Zierikzee via het Manufacturing Execution System (MES).

Dat zorgt voor een snelle informatie-uitwisseling door een vertaalslag te maken tussen de software op bedrijfsniveau (ERP) en ict-ondersteuning op de werkvloer. Op MES-niveau wordt bijvoorbeeld bijgehouden hoe producten worden gemaakt – receptuur –, in welke volgorde en met welke grondstoffen – tracking en tracing. Zo’n 25 procent van het machinepark in de productielocaties is gekoppeld aan MES, vertelt de projectleider. “Bij de rest gebruiken we wel het MES-systeem en verloopt alleen de interactie tussen MES en machine via de operators.”

Minder fouten

Automatisering zorgt ervoor dat het werk in de fabriek drastisch verandert. “In de oude situatie maakte de operator het recept, voerde hij het in en zette hij de instellingen goed. Ook moest hij handmatig het gewicht instellen”, vertelt de maintenance engineer. Nu gebeurt dat alles automatisch, wat het aantal fouten aanzienlijk reduceert, geeft hij aan. De operators in het geautomatiseerde gedeelte van de fabrieken houden het productieproces op beeldschermen in de gaten.

Vanaf het ontwerp van de nieuwe machines die met MES kunnen communiceren heeft Zeelandia zijn medewerkers betrokken bij het automatiseringsproces. Een aantal operators nam zitting in projectteams met als doel hen te betrekken bij de veranderende situatie. “Je moet draagvlak krijgen van operators en monteurs.

Als het daaraan ontbreekt, slaagt het project niet. De meeste effort gaat namelijk zitten in de voorbereiding van mensen op veranderingen”, zegt de projectleider. Zo is een aantal operators die met afweegapparatuur werken, meegenomen naar een andere afdeling waar dit proces al geautomatiseerd is. “Een andere operator vertelde over zijn ervaringen en de veranderingen die automatisering met zich meebracht.”

De ongeveer dertig tot veertig medewerkers van de geautomatiseerde gedeeltes in de fabriek, beginnen al aardig te wennen aan de nieuwe situatie en de oplossingsgerichtere houding die deze met zich meebrengt. “Ze zijn begonnen met het verbeteren van hun eigen werkplek, nemen initiatief en mopperen niet meer als iets niet werkt”, zegt hij.

Zuivelbedrijf

Automatisering in de voedingsindustrie gebeurt op twee snelheden. Lang niet ieder bedrijf is even ver, maar het staat wel op de meeste agenda’s. Een productiemanager* van een middelgroot zuivelbedrijf bezocht onlangs een bijeenkomst over het MES-systeem. “Bij deze bijeenkomst werd in termen gesproken als Industrie 4.0, maar zover zijn we nog niet.”

Operators die turen op schermen in controlekamers zijn bij dit mkb-bedrijf niet te verwachten. De onderneming gaat zich vooral richten op de automatisering van de inpak- en palletiseringsafdelingen en kwaliteitsprocessen. Bij de laatste wordt nog veel handmatig opgeschreven. “De registratie van bijvoorbeeld het gewicht van een product gebeurt nu nog op papier. We willen een papierloze fabriek worden, dus dat gaan we automatiseren.”

Vakmanschap operator

Volgend jaar wordt daadwerkelijk begonnen met het uitvoeren van de automatisering. Dit zal dan zeker impact hebben op de medewerkers, maar vooral in positieve zin, denkt de productiemanager. Immers, systemen als MES zijn slim en gebruiksvriendelijk. “Ik verwacht op dat vlak niet veel problemen. Een enkeling zal niet kunnen meekomen. Het wordt voor de operators gemakkelijker om dingen op te lossen. Zo zien ze eerder waar een storing zit.”

De operator kan door automatisering foutgevoelige en standaard handelingen achter zich laten en zich gaan bezighouden met uitdagender werk. Zo analyseren operators zelf monsters in plaats van een laborant. Ze weten dan gelijk de waarde van het sample en kunnen eventueel correcties maken. Dit resulteert in een sneller, constanter en nauwkeuriger productieproces, vertelt de productiemanager. Zo blijft het werk van de operator ook uitdagend. “Als alle processen worden geautomatiseerd, wordt het werk te saai. De mensen moeten wel nog steeds hun vakmanschap kwijt kunnen.”

Anders opleiden

Automatisering vraagt meer kennis en vaardigheden van medewerkers, maar bovenal een andere manier van denken, vertelt directeur Arry Verhage van Stichting Opleidings- en Ontwikkelingsfonds Levensmiddelenindustrie (SOL). “Dat processen steeds meer vanuit de controlroom worden gestuurd, vraagt van medewerkers dat ze in staat zijn het hele proces te overzien, dat ze weten wat de relatie is tussen de waardes op de schermen en wat er in de fabriek gebeurt. Het is onvoldoende dat ze weten op welke knop ze moeten drukken als het scherm rood wordt. Ze moeten snappen wat het achterliggende proces is en wat de impact is, zodat ze ook in staat zijn om buiten de voorgeprogrammeerde waardes te denken en in verbeterteams procesoptimalisaties vorm te geven.”

De toenemende automatisering in de voedingsindustrie vraagt dan ook om een andere manier van opleiden, constateert Verhage. “Medewerkers moeten de regie nemen over hun eigen ontwikkeling en leren moet onderdeel worden van de manier van werken. Dus geen trainingen of cursussen meer op de klassieke manier.”

Pilot wendbaar vakmanschap

Bij het Centrum voor Innovatief Vakmanschap Food Noord (CIV Food Noord) in Friesland vindt daarom de pilot ‘Slagvaardig mbo- en wendbaar vakmanschap’ plaats. “Proactief, wendbaar en oplossingsgericht: dat moet de nieuwe basishouding worden van de operator van de toekomst”, vertelt projectleider Peet Ferwerda. Zijn MBO Life Sciences is gelieerd aan CIV Food Noord, dat ook deel uitmaakt van de Human Capital Agenda (HCA). Die heeft onder andere tot doel de verbinding tussen onderwijs en bedrijfsleven te verbeteren.

In plaats van het geven van cursussen, worden medewerkers ontwikkeld door te werken aan oplossingen van concrete problemen in een bedrijf, licht Ferwerda toe. “Het hele bedrijf wordt dus als het ware een leeromgeving.” Door te werken aan bestaande casussen, kunnen medewerkers mee in een wereld die snel verandert, benadrukt hij. “Omdat ze te maken hebben met een werkelijk probleem, gaan ze de situatie proactief te lijf, passen ze zich aan en creëren dus een andere basishouding. Ook de rol van de docent verandert: die wordt meer een coach.

Zelf probleem oplossen

Het is belangrijk dat bedrijven medewerkers faciliteren zelf op zoek te gaan naar de oplossing van een probleem en hier vervolgens op te reflecteren, voegt Verhage toe. “Zo ontstaat een waardevolle leersituatie. Als het niet mogelijk is om zo’n situatie te creëren, kan een bedrijf terugvallen op virtual reality, proefopstellingen of simulaties, vertelt de SOL-directeur. “Waar het uiteindelijk om draait, is dat de medewerker leert om zelf initiatief te nemen, op zoek te gaan naar nieuwe kennis en zich zo voor te bereiden op de nieuwe situatie.”

Handwerk

Hoewel automatisering impact heeft op het werk en de werkwijze in de fabriek zal het aantal operators niet direct afnemen. Handwerk blijft nodig, signaleert de productiemanager van het zuivelbedrijf. “De laatste vijf jaar is ondanks automatisering het handwerk toegenomen. Dit komt omdat we een grotere variatie aan producten hebben en meer introducties. Omdat we met kleine batches werken en niet verzekerd zijn van succes op lange termijn, is het de investering nog niet waard om dit te automatiseren.”

Hoewel het doel van Zeelandia is om zoveel mogelijk te automatiseren en zo het aantal fouten te minimaliseren, zijn er nog geen operators vertrokken. Degenen met veel receptkennis zijn gebleven en anderen zijn overgeplaatst. Toch kan geen enkele operator ontsnappen aan vergaande automatisering in de voedingsindustrie. Die is onvermijdelijk, willen voedingsbedrijven niet achterop raken bij de concurrentie, geeft Ferwerda aan. “Wendbaar vakmanschap wordt de nieuwe beroepshouding. Dat zal de organisatie van operators verlangen. Ze kunnen zich niet meer in een hoekje verstoppen, ze moeten echt meedoen.”

 

* Deze geïnterviewden wilden niet bij naam worden genoemd. Hun namen zijn bekend bij de redactie.

Reageer op dit artikel