artikel

Informatie delen vraagt standaardtaal

Algemeen

Informatie delen vraagt standaardtaal

Transparantie is belangrijker dan ooit. Daarom hebben traceerbaarheidsschema’s de potentie om de nieuwe gouden standaard te worden. Maar het is geen sinecure om traceerbaarheid te bereiken en te waarborgen in de verschillende schakels in de keten en in het bedrijfsproces te integreren. Informatie delen tussen bedrijven wordt echter eenvoudiger als je een standaardtaal afspreekt.

Consumenten verwachten steeds meer informatie over producten. Met een barcodescanner op hun smartphone lopen ze door de winkels. Voedselcrises en productrecalls zorgen er al decennialang voor dat vanuit de Europese Unie diverse wetgeving tot stand komt die de noodzaak van traceerbaarheid onderstreept. Ook in logistiek opzicht is dit in de productiecyclus verbeterd. Op het gebied van traceerbaarheid hebben bedrijven grote stappen gezet. Vandaag de dag speelt er echter meer en wordt van voedingsmiddelenbedrijven en retail verlangd dat ze een stap verder zetten.

Meer keteninformatie delen

Traceerbaarheid vraagt om identificatie van producten en uitwisseling van daaraan gekoppelde informatie tussen de schakels in de keten. Nu gebeurt identificatie vaak op batch- of op itemniveau, waarbij elk item zijn eigen serienummer heeft. Omdat informatiesystemen vaak niet zijn voorbereid op de koppeling van relevante gegevens zoals batch- of serienummers kosten implementaties tijd en geld. Daar zit de crux: door een gebrek aan standaardisatie kunnen de systemen niet met elkaar communiceren.

Online retailers en verschillende logistiek dienstverleners hebben een groeiende behoefte aan een standaardlabel voor pakketten die binnen Europa worden verzonden. CEN, de Europese Commissie voor Standaardisatie, heeft de technische specificaties van crossborderpakketverzending goed gekeurd. Met die goedkeuring is het pakketlabel klaar voor gebruik. Er gaat namelijk nog te veel mis bij bijvoorbeeld de thuisbezorging van pakketjes doordat logistieke partijen eigen standaarden hebben voor labeling en barcodering, statusmeldingen en elektronische communicatie. Er zijn nog verschillende uitdagingen te overbruggen. Leverende partijen zijn bijvoorbeeld niet in staat om bij calamiteiten elkaars vervoersstromen over te nemen. Daarnaast is tracking & tracing bij verschillende logistiek dienstverleners nog een hobbel.

 

Feilloze gegevenshuishouding

Voor de traceerbaarheid is het cruciaal dat de systemen van internationale bedrijven op een gestandaardiseerde manier met elkaar kunnen communiceren. Allereerst moet daarvoor de informatie over een product eenduidig worden vastgelegd. Fabrikanten en retailers moeten zorgen voor een feilloze gegevenshouding. Dit betekent dat bij de bron aan ieder product een unieke artikelcode en een uniek lotnummer wordt toegewezen. Deze informatie kan vervolgens bij iedere schakel in de keten worden vastgelegd en opgeslagen.

Op bepaalde plaatsen bij schakels in de keten worden relevante data opgeslagen: wat voor product of ingrediënt het is, waar het vandaan komt, waar het naartoe gaat en onder welke omstandigheden het wordt verwerkt. Bedrijven bouwen een enorm informatiebestand op dat hen in staat stelt om gericht te traceren en processen te optimaliseren. Op die manier is er snel informatie beschikbaar, bijvoorbeeld als een product bij een recall snel moet worden teruggehaald uit de winkels of bij het kunnen uitwisselen van informatie over het logistieke proces.

 

GS1-traceerbaarheidsstandaarden

Wanneer bedrijven de basisgegevens over hun producten op orde hebben, kunnen de systemen met elkaar gaan communiceren. Ze kunnen dan de informatie aan elkaar knopen en over de bedrijfsgrenzen heen gaan uitwisselen. Omdat bedrijven al gebruikmaken van de GS1-barcode (EAN) en GS1 Data Source, is het logisch om daarvoor de GS1 traceerbaarheidsstandaarden te gebruiken. Er zijn diverse voorbeelden waarmee bedrijven gedetailleerde – dynamische – informatie kunnen toevoegen, zoals fTrace. Daarmee kunnen bedrijven hun producten per partij traceren. Het systeem is ontwikkeld door GS1 Duitsland en bevat op basis van GS1-standaarden alle informatie over de productherkomst.

Naast traceerbaarheid is er andere relevante productinformatie aan te koppelen, zoals gebruiksinformatie en recepten voor consumenten. Meer dan 330 leveranciers uit twintig landen doen mee met vlees, vis, groenten en fruit, en met gemengde producten. Meer dan 45.000 GS1-artikelcodes zitten er in het fTrace- systeem met per jaar vier miljoen events – het registreren van het passeren van het product en het opslaan van relevante data. In Duitsland werken onder meer Aldi en Lidl met fTrace. Zij passen dit toe in de categorie vers vlees.

 

Speciale traceerbaarheidsregels

Voor vis gelden speciale traceerbaarheidsregels. Het gaat dan immers ook om locatiespecifieke informatie, zoals de vang- of kweekplaats van de vis en door wie en wanneer de vis voor verdere verwerking is aangeboden. De GS1-standaard Epcis maakt dit mogelijk. Met deze open standaard kunnen bedrijven op elk moment de beweging en de positie van alle producten, onderdelen, logistieke units en andere productgerelateerde items door de hele keten volgen.

De toepassing kan met RFID en serienummers, maar ook met batches. Maar ook met de oude en vertrouwde barcodes kunnen bedrijven werken met GS1 Epcis. Real time volgen van producten en productbestanddelen zorgt voor een hele transparante keten. Juist daarom gebruikt Metro het systeem in deze viscategorie. Deze retail organisatie traceert haar producten op batchniveau in GS1 Epcis. Metro print het op de aankoopbon of op het etiket en toont daarnaast deze informatie nu ook via de barcode-app van fTrace.

 

Van batch- naar itemniveau

De techniek om te voldoen aan traceerbaarheid wordt steeds verder ontwikkeld. Immers, hoe gevoeliger een product is voor de keten des te zekerder en specifieker bedrijven informatie willen delen. Het is de uitdaging de juiste balans te vinden tussen kosten en baten. Veel informatie over producten is beschikbaar in systemen van verschillende bedrijven in de keten, maar de kosten om die systemen aan elkaar te knopen wegen niet zonder meer op tegen de baten.

Wat we nu nog zien is dat veel tracking & tracing vaak wordt gedaan op batchniveau. In de toekomst gaat dit steeds vaker op itemniveau gebeuren. We staan nog aan het begin van een goede vastlegging van de traceerbaarheid van producten in processen. In de nabije toekomst is dat niet langer een nice to have maar een need to perform.

Reageer op dit artikel