artikel

‘Voedselfraude hoort strafrechtelijk bij mishandeling’

Algemeen

Twee keer de doodstraf en één keer levenslange opsluiting. De betrokkenen bij het wereldwijde Chinese melamineschandaal kregen zware straffen opgelegd. Hoe springt Europa en dan vooral de Benelux om met voedselschandalen?

Eind jaren negentig en de eerste jaren van deze eeuw teisterden voedselschandalen zoals de BSE (gelinkt met de voor mensen dodelijke ziekte Creutzfeld Jacob) en mond-en-klauwzeercrises Europa. In die tijd zagen de Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit (VWA, 2002), het Belgische Federaal Agentschap voor de veiligheid in de voedselketen ( FAVV, 2000) en de Europese voedselautoriteit EFSA (2002) het levenslicht.

Voedselschandalen moesten aan banden worden gelegd en het consumentenvertrouwen hersteld. En hoewel er op dat terrein veel gepresteerd wordt, is en blijft het voorkomen van fraude een moeilijke, zo niet onmogelijke opgave. Bij eenmaal geconstateerde fraude wordt dit niet snel geafficheerd als crimineel gedrag. Ook als er duidelijk slachtoffers zijn.

Debat nog pril
Hoewel voedselcriminaliteit een enorme impact kan hebben op de volksgezondheid, kom je de term nog niet vaak tegen. De associatie met criminaliteit is er veel sneller als het gaat om andere veiligheidskwesties als corruptie, financiële fraude of mishandeling. Schending van de voedselveiligheid door voedselfraude heet meestal voedselschandaal, voedselcrisis of gevaar voor de volksgezondheid. Het debat over het overtreden van de voedselveiligheid als vorm van ondernemingscriminaliteit is nog pril, schrijft Lierman, die in het dagelijks leven belast is met de opsporing van voedselcriminaliteit bij FAVV, in zijn boek ‘De criminologische kant van het ondernemen’.

Professor Bernd van der Meulen van Wageningen Universiteit, auteur van het European Food Law Handbook is het hiermee eens. Volgens de geleerde zou bij voedselfraude die de gezondheid aantast in het strafrecht eigenlijk mishandeling in beeld moeten komen. “Het klinkt wel vreemd, maar het hoeft bij mishandeling niet alleen te gaan om het slaan van iemand met een stuk hout.” Het Nederlandse en Belgische rechtssysteem richten zich op het klassieke patroon van slachtofferschap. Dit betekent een individu die in rechtstreeks contact met de dader schade oploopt. Terwijl voedselcriminaliteit vaak een grote diversiteit aan slachtoffers kent. Voedselcriminaliteit of -fraude wordt ook wel slachtofferloze criminaliteit genoemd. Een onjuiste benaming voor een delict waarin het slachtoffer moeilijk te bepalen is, dan wel anoniem of collectief is, vindt Lierman.

Vaak passeren de termen ‘voedselschandaal’ of ‘voedselcrisis’ de revue om elke verwijzing van schuld of verantwoordelijkheid te vermijden, schetst hij. Voedselcriminaliteit staat bepaald niet altijd als klassieke criminaliteit te boek, constateert ook Van der Meulen. “Ook in het strafrecht is hier niet veel aandacht voor.”

Geen vangnet
In Nederland gebruiken de autoriteiten steeds vaker het bestuursrecht om voedselschandalen op te lossen, zegt de WUR-professor. In de praktijk betekent dit dat de VWA de meeste zaken afdoet met bestuurlijke boetes en alleen zwaardere zaken verwijst naar het Openbaar Ministerie (OM). Volgens de VWA neemt de voedselveiligheid in Europa behoorlijk toe door geharmoniseerde wetgeving. “Voedselveiligheidssystemen van bedrijven komen op een steeds hoger niveau”, zegt VWA-woordvoerster Annemieke Herberigs.

Binnen Europa bestaat bijvoorbeeld het Rapid Alert System Food and Feed (RASFF), een snelmeldsysteem tussen de nationale autoriteiten waarbij voedselveiligheidsproblemen binnen 24 uur in beeld komen. Ondanks de groeiende voedselveiligheid bestaat er geen vangnet om opzettelijk geknoei met voedsel te voorkomen. “Wie zoekt er nu melamine in melkpoeder? Na een dergelijk schandaal is het wel een bekend gevaar en dient het dus ook in het voedselveiligheidssysteem van bedrijven opgenomen te worden”, zegt Herberigs. “Fraude maar ook sabotage door een personeelslid blijven ernstige bedreigingen voor de voedselketen vormen, die lastig te voorkomen zijn door een HACCP-systeem.”

Grensoverschrijdend
Afgelopen jaar behandelde het OM een handvol voedselschandalen. Zo verrichtte de AID in opdracht van het OM in mei 2008 op vijf locaties in Noord-Brabant huiszoekingen waarbij partijen zuivelproducten in beslag zijn genomen. De afgekeurde zuivel zou voorzien van valse etiketten weer in de verkoop gaan. Het strafrechtelijk onderzoek richt zich dan ook op valsheid in geschrifte en overtreding van de Wet op Economische delicten. Een ander voorbeeld is een zaak waarbij twee mensen onder verdenking staan van het omkatten van vlees bestemd voor diervoeder in vlees voor menselijke consumptie.

Toch toont het melamineschandaal aan dat voedsel, ook waarmee is gefraudeerd, landsgrenzen overschrijdt. Een internationale of in ieder geval een Europese aanpak is daarom noodzakelijk. “Producten gaan zo snel over de wereld dat er meer mogelijkheden zijn voor fraude. Toen de distributie van voedsel nog vooral regionaal plaatsvond was er minder potentieel voor grootschalige fraude”, zei John Spink, directeur van het Packaging for Food and Product Protection initiative (P-FAPP) onlangs op een bijeenkomst van de American Association for the Advancement of Science. Nu vindt er jaarlijks naar schatting voor enkele tientallen miljarden euro’s aan voedselfraude plaats.

Meer winst behalen
Voedselfraudeurs hebben niet als doel om gezondheidsschade bij consumenten te veroorzaken, maar om hun daad te verbergen om zodoende meer winst te behalen. Spink is bezig een programma te ontwikkelen dat zich op voedselfraude richt. “We hanteren een op risico gebaseerde aanpak om te analyseren waar de gaten zitten en we zullen vooral kijken in welke gevallen fraude een hoge beloning oplevert.” In het Verenigd Koninkrijk richtte de Food Standards Agency (FSA) een speciale voedselfraudelijn op. Zowel burgers als bedrijven kunnen bellen om voedselfraude te melden.

Zelfs de NAVO houdt zich ermee bezig. In 2003 startte het project ‘Food Chain Security’ om in kaart te brengen hoe de voedselketen te beschermen tegen mogelijke terroristische aanvallen (biologisch of chemisch). Nederland was een van de zestien deelnemende landen. De studie is eind 2008 afgerond. Over de resultaten van het project wil de NAVO vooralsnog niets kwijt. “Die blijven voorlopig confidentieel”, zegt een woordvoerder. Het samengaan van de controle-instanties AID, VWA en PD tot één nieuwe autoriteit in 2011 zal de Nederlandse capaciteit om voedselfraude op te sporen in elk geval vergroten.

Reageer op dit artikel