artikel

Golf van kritiek op verpakkingstax

Algemeen

Voedingsmiddelenbedrijven zijn het er allemaal over eens: de verpakkingsbelasting die sinds 1 januari van kracht is, kost veel tijd en geld. Bovendien brengt het een enorme administratieve rompslomp met zich mee. De heffing is snel ingevoerd, dus tijd om er goed op te anticiperen was er niet. “Dit is discriminatie van verpakkingen.”

“Nee”, reageert een manager van een middelgroot vleesbedrijf wanneer de verpakkingsbelasting ter sprake komt, “laat ons hier maar buiten.” Hij hekelt de bureaucratie die erbij komt kijken, maar de kwestie staat hem zo tegen dat een gesprek er niet in zit. “Maar voor ieder ander onderwerp kunt u ons gerust bellen.”

Ook bij een voorlichtingsbijeenkomst in het Rotterdamse Hilton Hotel eind januari overheersen ongeloof, verwarring en irritatie over de nieuwe heffing die de overheid ondernemers oplegt. Wat betekent de verpakking voor de concurrentiepositie van bedrijven, welke technische aanpassingen zijn nodig en moet de hele boekhouding op de schop? Deze en andere vragen gonsden door de zaal. “Het is een chaos”, merkt een van de bezoekers op. De onrust is begrijpelijk. De belasting is eind 2007 in sneltreinvaart door de Eerste en Tweede Kamer gejaagd. De FNLI onderhandelt bovendien nog steeds met de Belastingdienst over de uitvoering ervan, evenals diverse andere brancheorganisaties. Bedrijven moesten in allerijl hun boekhoudingen en systemen aanpassen. Ook de interpretatie van de verpakkingsbelasting is op lang niet alle punten even duidelijk.

Afvalfonds
Toch kwam de verpakkingsbelasting niet als een complete verrassing. De heffing sluit deels aan bij het Besluit beheer verpakkingen en papier en karton van 1 januari 2006. Sinds die datum betalen producenten de gemeenten voor de (gescheiden) inzameling en recycling van verpakkingen. Gemeenten blijven verantwoordelijk voor het ophalen van huishoudelijk afval. De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), het ministerie van VROM en het bedrijfsleven sloten eind juli 2007 een akkoord voor de periode 2008-2012, een zogenoemde raamovereenkomst, over de uitvoering van het Besluit . De partijen kwamen overeen dat er een afvalfonds komt, gevuld met een deel van de opbrengst van de verpakkingenbelasting, waaruit gemeenten vergoedingen krijgen voor de gescheiden inzameling van verpakkingsafval. Stichting Nedvang, opgericht eind 2005, zal namens overheid en bedrijfsleven het afvalfonds beheren. De organisatie ziet toe op een efficiënte scheiding en hergebruik van verpakkingen en fungeert als gesprekspartner voor overheden en recyclingbedrijven.

Het totale bedrag dat Financiën met de verpakkingenbelasting denkt op te halen is 365 miljoen euro per jaar, waarvan 115 miljoen in het afvalfonds stroomt en 250 miljoen naar de algemene middelen gaat. Als het geld uit het afvalfonds niet genoeg is, dan zal het bedrijfsleven in overleg met de ministeries van VROM en Financiën het tekort bij moeten passen. Als de kosten lager uitvallen, dan past de overheid de belasting mogelijk aan. Ook komt ze het bedrijfsleven op enkele andere punten tegemoet. Ondernemingen die minder dan 15.000 kilo verpakkingsafval produceren betalen helemaal geen belasting. Verder is uitstel verleend voor de verpakkingsadministratie: die moeten bedrijven nu per 1 juli 2008 op orde hebben in plaats van op 1 januari 2008. Ook betaalt het bedrijfsleven dit jaar nog niet het volle pond van €365 miljoen maar €240 miljoen.

Geen milieu
Met de verpakkingsheffing beoogt de overheid de hoeveelheid verpakkingen terug te dringen en het gebruik van milieuvriendelijke materialen te bevorderen. Ieder verpakkingsmateriaal kent een ander tarief per kilogram. Dit hangt af van de druk die ieder materiaal op het milieu uitoefent, waarbij is gekeken naar de CO2-uitstoot. Veel voedingsmiddelenbedrijven zijn hier kwaad over. Dit heeft helemaal niets met het milieu te maken, vindt communicatiedirecteur Cees de Mol-Van Otterloo van Coca-Cola Enterprises. “Die €250 miljoen gaat naar Bos (minister van Financiën, red.). Als dit geld ten goede zou komen aan het milieu dan had ik er nog vrede mee.”

Volgens Michaël Nieuwesteeg, directeur van het Nederlands Verpakkingscentrum (NVC) is bij de grondslag de toepassing van de verpakking niet meegenomen. “Als je alleen naar het tarief van het materiaal kijkt, zouden we met dezelfde logica allemaal in kartonnen vliegtuigen moeten gaan vliegen.” Het zwaarst belast van alle materialen is aluminium. Uit onderzoek in opdracht van Financiën blijkt dat aluminium zorgt voor de meeste CO2-uitstoot per kilogram. “Onze aluminium blikken zijn makkelijk te openen en goed voor het milieu”, briest Edo Stouten directeur Bonduelle Benelux. Hij is woedend over de forse heffing op aluminium verpakkingen, maar ziet geen redenen andere materialen te gebruiken. De winning van bauxiet, de grondstof van aluminium, kost veel energie. Daarna is maar 5% van de oorspronkelijke hoeveelheid nodig om een nieuwe verpakking te maken, meent Stouten. Bovendien is aluminium steeds opnieuw her te gebruiken zonder dat het ten koste gaat van de kwaliteit. “We gaan ons tegen het hoge aluminiumtarief verzetten. Dit is discriminatie van verpakkingen.”

Ook Nieuwesteeg vindt dat de levensmiddelensector door deze kostbare megaoperatie op achterstand wordt gezet. “De voedingsbranche brengt ruim tweederde van alle verpakkingsmaterialen op de markt. Dit kost de industrie zo’n 700.000 euro per dag”, rekent hij voor.

Consument betaalt
In de raamovereenkomst benadrukt VROM dat de consument de belasting uiteindelijk gaat betalen. De FNLI heeft de indruk dat de retail de belasting zal doorberekenen. Marktleider Albert Heijn wil dit nog niet bevestigen. “We doen hier nog geen uitspraken over”, aldus een woordvoerster. Wel stelt de grootgrutter niet zomaar de prijs te verhogen. “We willen de prijs zo laag mogelijk houden voor de klant.” Remia vindt dat supermarkten inzicht horen te geven in ‘vervuilende’ producten, door bijvoorbeeld bij elk artikel de verpakkingsheffing aan te geven per kilogram product. “De vervuiler, de consument, moet inzien wat hij koopt”, zegt bedrijfsleider Jaap Stijlaart van Remia. De FNLI meent dat de heffing slecht is voor de koopkracht van de burgers en mogelijk ook voor de concurrentiepositie. De belastingplichtige is degene die als eerste een product in verpakking in Nederland aan een ander levert, dit kan een producent zijn maar ook een importeur.

Een uitzondering zijn de verpakkingen die op het verkooppunt worden gevuld. Voor deze verpakkingen betaalt de producent of importeur van de verpakking de belasting en dus niet de voedingsmiddelenfabrikant. Ook een bedrijf dat zijn goederen rechtstreeks exporteert draagt dus geen belasting af. En als dit niet rechtstreeks gebeurt en er zit bijvoorbeeld nog een Nederlandse schakel tussen? “Als straks over indirecte exporten belasting wordt geheven, dan is dat zeer nadelig voor onze concurrentiepositie. Momenteel wordt door het bedrijfsleven gelobbyd om dit probleem op te lossen”, zegt duurzaamheidsmanager Marco Kreuger van de FNLI. Volgens Kraft Benelux ligt er nog een ander gevaar op de loer. “A-merken zullen meer en meer op het gebied van verpakkingen met elkaar concurreren. Hierdoor kan het prijsverschil tussen A-merk en huismerk nog groter worden”, zegt woordvoerster Valérie Moens. De meeste producenten denken niet dat de heffing de concurrentiepositie schaadt, omdat iedereen deze moet betalen.

Primair en niet-primair
De verpakkingsbelasting onderscheidt twee soorten belastingen: de primaire verpakking en de niet-primaire verpakking die bestaat uit een secundair en tertiair deel. De eerste is de consumentenverpakking zoals in de winkel ligt. De secundaire of verzamelverpakking is meestal een treetje of doos. Bij de tertiaire of verzendverpakking, gaat het bijvoorbeeld om pallets. Alle verpakkingsmaterialen worden afzonderlijk per kilo berekend. Lastig als een verpakking bestaat uit verschillende materialen. “Hoe moeten we bijvoorbeeld omgaan met een kunststofwikkel met een opgedampte laag aluminium? Moeten die paar procenten apart worden opgegeven?” vraagt verpakkingsdeskundige Patrick de Groot van Bolletje zich af. “En hoe gaan we bijvoorbeeld om met een retourpallet, want hoe weet een bedrijf dat het de eerste is die de pallet op de markt brengt? En is een bewaarblik een verpakking of niet?”

Een ander probleem is dat niet alle primaire verpakkingen ook consumentenverpakkingen zijn. Ook verpakkingen van sommige halffabrikaten, grondstoffen en reinigingsmiddelen gelden als primair, maar ze zijn eigenlijk secundair. De industrie betaalt dus twee keer de primaire verpakkingsbelasting, terwijl alleen de consumentenverpakkingen met eindproducten doorbelast mogen worden. “Wij krijgen onze reinigingsmiddelen in plastic jerrycans die als primaire verpakking gelden. We zijn dus gedwongen onze kostprijs te verhogen”, zegt Stijlaart. “De belastingdienst haalt daarmee jaarlijks ruim zeventig miljoen euro extra op bovenop de € 365 miljoen verpakkingsbelasting”, concludeert Kreuger. Hij praat met de Belastingdienst om de fout te herstellen. “Dat wordt moeilijk, want er zou een aanpassing van de wet voor nodig zijn. In 2008 verwacht ik zeker geen oplossing”, aldus Kreuger.

De Belastingdienst bevestigt in gesprek te zijn met de FNLI om problemen met de verpakkingsbelasting te bespreken. “Er wordt gekeken of het een inhoudelijk probleem is of een verschil van mening. Aan de hand daarvan wordt besloten tot een wetswijziging of een oplossing binnen de wet”, zegt een woordvoerder. De Belastingdienst ziet 2008 sowieso als een overgangsjaar.

De meeste voedingsmiddelenbedrijven zijn druk doende hun systemen aan te passen om de verpakkingsbelasting te berekenen. Een multinational als Unilever heeft hier de afgelopen maanden zelfs twee mensen fulltime voor vrijgemaakt. Een probleem vindt Kreuger dat de eisen voor de verpakkingsadministratie nog niet duidelijk zijn. Voor de Belastingdienst is de belangrijkste eis dat de definitieve aangifte klopt. Bedrijven mogen zelf de invulling van hun administratie bepalen. “We zijn op dit moment bezig met het opstellen van een voorbeeldadministratie en reiken bedrijven daarmee een handvat aan”, zegt een woordvoerder.

Geen revolutie
Het is de vraag of de verpakkingsbelasting voor een verpakkingsrevolutie gaat zorgen. Nee, klinkt het eensgezind. De meeste bedrijven zijn al jaren bezig met het ontwikkelen van milieuvriendelijke verpakkingen. Ze gebruiken ook minder verpakkingen. De Milka reep (100 gram) van Kraft in Europa bestaat niet meer uit twee verpakkingslagen maar uit één. “Dit zal samen met toekomstige aanpassingen van andere Kraft chocoladerepen wereldwijd een vermindering van 58 procent in primaire verpakking realiseren”, zegt Valérie Moens. “Sinds het eerste verpakkingsconvenant zo’n tien jaar geleden, hebben wij de verpakkingen met de helft teruggebracht”, aldus Stouten. De verpakking is een belangrijk marketinginstrument, dus van een grote omslag zal geen sprake zijn. “Een fabrikant zal de verpakking niet snel wijzigen omdat deze een paar tiende cent duurder is geworden”, zegt Kreuger

Ambitieus
Nederland stelt zich de ambitieuze doelstelling van 75% recycling van al het afval in 2010. Misschien te ambitieus, want de meeste recyclingdoelstellingen in de eerdere verpakkingsconvenanten zijn niet gehaald. De jaarlijkse monitoringsresultaten die bedrijven en gemeenten aanleveren bij Nedvang, zullen worden beoordeeld door een nog op te richten begeleidingscommissie waarin bedrijfsleven, gemeentes en overheid zijn vertegenwoordigd. Als de doelstellingen niet gehaald dreigen te worden, dan ‘volgen aanvullende maatregelen.’

De precieze impact van de verpakkingsbelasting op de voedingsmiddelenindustrie, zal blijken wanneer de rook is opgetrokken. De FNLI heeft in de zomer een evaluatiegesprek met werkgeversorganisatie VNO-NCW hierover. De manager van het middelgrote vleesbedrijf is er duidelijk over. “Dit gaat nooit werken.”

Reageer op dit artikel