artikel

HACCP-certificaat vervangt VWA-inspecties

Algemeen

Culemborg, 12 december 2007. In de vestiging van Bouter Cheese vergaderen Hugo de Sitter, Hans Beuger en Cor Groenveld. Zij vormen de stuurgroep van een, zeker voor Nederland, uniek project: nagaan hoe de VWA zoveel vertrouwen in het HACCP-certificaat kan krijgen, dat zij bezitters ervan niet langer meer zal controleren.

Culemborg, 12 december 2007. In de vestiging van Bouter Cheese vergaderen Hugo de Sitter, Hans Beuger en Cor Groenveld. Zij vormen de stuurgroep van een, zeker voor Nederland, uniek project: nagaan hoe de VWA zoveel vertrouwen in het HACCP-certificaat kan krijgen, dat zij bezitters ervan niet langer meer zal controleren.

Voormalig VWA-er De Sitter is voorzitter van het Centraal College van Deskundigen HACCP, een soort algemeen bestuur waarin alle bij HACCP belanghebbende partijen zijn vertegenwoordigd. Beuger is programmamanager voedselveiligheid bij de VWA, en zit als adviseur in het Centraal College. Groenveld is global productmanager Food Services bij Lloyd’s Register Quality Assurance en vertegenwoordigt de certificatie-instellingen (CI’s) in de stuurgroep. Doel van de stuurgroep is te onderzoeken onder welke voorwaarden het HACCP-certificaat de VWA-inspecties overbodig kan maken.
Aansluitend aan de vergadering spreken we met de stuurgroepleden over de nieuwe plannen, de gevolgen en vooral de voorwaarden om deze pilot te laten slagen. Beuger is er veel aan gelegen dat dit project een succes wordt, maar stelt als toezichthouder harde eisen. Hij neemt als eerste het woord.

Beuger: “Per 1 januari 2006 is het hygiënepakket van kracht geworden. Een van de verordeningen daaruit is controleverordening 882. Deze bepaalt dat de VWA bij haar toezicht rekening moet houden met de controlesystemen die bedrijven zelf hebben om veilig voedsel te produceren en te garanderen. In 2004 heeft de VWA dertig HACCP-gecertificeerde bedrijven onderzocht. Dertig procent daarvan bleek op cruciale punten ernstig tekort te schieten, vooral bij het onderkennen van gevaren, het beheersen van de CCP’s en het niet voldoende naleven van het basisvoorwaardenprogramma. Deze bedrijven hadden in feite geen HACCP-certificaat mogen hebben.”

Ondanks die slechte ervaring heeft de VWA toch gekozen voor het HACCP-certificaat.
Beuger: “Dat biedt vanwege de diepgang toch de beste garantie voor de veiligheid van voedsel. Het is de vraag of we BRC en IFS in de toekomst erbij moeten betrekken. ISO 22000 ligt veel meer in het verlengde van deze pilot.”
De Sitter: “Het Centraal College heeft daarop een pilotstudie geïnitieerd met als doel na te gaan wat er feitelijk moet gebeuren wil de VWA wel vertrouwen krijgen in het HACCP-certificaat.”

Hoe past deze pilot in het nieuwe controleregime van de VWA?
Beuger: “De VWA gaat op basis van risico’s bedrijven indelen in drie categorieën: groen is veilig, oranje is beperkt risico en rood is verhoogd risico. Ideaal zou zijn dat je er vanuit kunt gaan dat een bedrijf met een HACCP-certificaat veilig voedsel produceert en dus in de groene categorie thuishoort. In dat geval treedt de VWA in principe terug en houdt zij alleen nog een vinger aan de pols via monitoring of steekproefsgewijze audits.”

Wat is in de pilot onderzocht?
Groenveld: “Een werkgroep heeft de audits van VWA en CI’s met elkaar vergeleken. Belangrijkste conclusie is dat de technische uitvoering van de audits weinig verschilt. Verder zijn die aspecten benoemd die de VWA cruciaal vindt voor het verkrijgen van voldoende vertrouwen in het certificaat. Drie werkgroepen zullen nu nagaan hoe wij aan deze VWA-voorwaarden kunnen voldoen.”

Welke voorwaarden zijn dat?
De Sitter: “Een register bouwen met daarin alle bedrijven die HACCP-gecertificeerd zijn. Verder zorgen dat de VWA inzicht kan krijgen in de resultaten van de audits. Bijvoorbeeld door middel van een logboek dat door de bedrijven zelf wordt beheerd, dat ook op het bedrijf blijft en waarin zowel de CI als het bedrijf zijn bevindingen rond de certificatie beschrijft. Tot slot harmonisatie in de uitvoering van de audits, zowel tussen VWA en CI’s als tussen CI’s.”

Laten we deze drie eens uitdiepen. Het register …
Beuger: “Bedrijven en CI’s moeten zich realiseren dat er ergens een register komt met daarin alle gecertificeerde bedrijven, wanneer zij zijn gecertificeerd, door wie, de vervaldatum van het certificaat enzovoort. Een dergelijk overzicht ontbreekt tot nu toe.”
Groenveld: “CI’s hebben hier een behoorlijke hobbel te nemen. Vanuit het oogpunt van concurrentie staan zij hier zeer terughoudend tegenover.”

Ligt het inzicht krijgen in de auditresultaten ook zo gevoelig?
Beuger: “Certificering is een private aangelegenheid, toezicht een publieke. Beide systemen willen we gescheiden houden. Auditrapporten kunnen dus niet zomaar naar de VWA worden gestuurd. Dat willen wij ook niet. Wel willen wij via het logboek op bedrijfsniveau inzicht hebben in de dynamiek van de audits; wat heeft de auditor aangetroffen en besproken met het bedrijf en wat heeft het bedrijf daarmee gedaan? Het gaat er dus veel meer om hoe het systeem werkt.”
Groenveld: “Vooralsnog geldt voor ons als CI geheimhoudingsplicht. Dus dit moet goed worden geregeld.”
Beuger: “Om na te gaan of dat systeem werkt, heb je bepaalde informatie nodig. Dus in het logboek zal toch ook een geconstateerde major afwijking moeten staan. En een CI kan niet volstaan met de melding dat er een major is, maar moet ook op de inhoud ingaan; dan kom je al gauw in de buurt van vertrouwelijke bedrijfsinformatie. Verder wil ik in uitzonderingsgevallen een auditrapport kunnen opvragen, bijvoorbeeld om na te gaan wat er bij een bedrijf aan de hand is. Hoe dat alles zorgvuldig en juridisch correct kan gebeuren, moet de werkgroep verder onderzoeken.”

Wat zijn de belangrijkste vragen ten aanzien van harmonisatie?
De Sitter: “Harmonisatie is altijd vanuit het CCvD het grote zorgenkind geweest. Ervoor zorgen dat CI’s op één lijn blijven, is moeilijk te realiseren. Mijn persoonlijke ervaring vanuit een aantal harmonisatie-overleggen is dat er heel gestructureerd wordt gedacht door de CI’s. Dat hebben we toch al bereikt. En dat moet nu worden uitgebreid met de controleurs en auditors van de VWA. Iedereen moet vanuit hetzelfde idee een audit uitvoeren.”
Beuger: “De kwaliteit van de auditor kun je vertalen in vakkennis van een sector en proces- of productgerelateerde kennis. Die moet aanwezig zijn, wil men processen en apparatuur kunnen inspecteren. In een aantal gevallen ontbreekt die en waarschijnlijk daarmee ook de kwaliteit van de audits. Mogelijk moet de harmonisatiewerkgroep ook de opdracht krijgen om te kijken naar de minimale kwalificatiecriteria voor auditoren. Misschien moeten we wel van veertien naar drie sectoren waarvoor we dan veel strengere eisen opstellen.”
Groenveld: “Voor veel bedrijven is de gevarenanalyse ook het moeilijkste onderdeel.”
Beuger: “Vandaar dat we als VWA ook hebben toegezegd om onze kennis uit de voedselveiligheidsdatabase ter beschikking te stellen aan de CI’s en bedrijven. We pretenderen absoluut niet dat daarin alle gevaren voor ieder bedrijf staan. Het blijft de verantwoordelijkheid van de bedrijven zelf om alle gevaren te identificeren. Men kan dus niet blind varen op onze database.”

Hoeveel bedrijven hebben een HACCP-certificaat?
De Sitter: “Ruim 2.000 locaties.” (Later zal Cornelie Glerum, secretaris van het Centraal College, ons aanvullend informeren over de verdeling hiervan op wereldschaal: Nederland 60%, België 5%, Europese Unie 2%, Rest Europa 2%, Azië 28% en elders in de wereld 3%.)

Welke invloed heeft dit voornemen van de VWA op de markt?
De Sitter: “Die invloed is positief. Een bedrijf wil graag zekerheid en niet voor onverwachte verrassingen komen te staan. Met het certificaat koopt een bedrijf als het ware extra zekerheid. Dan is het goed dat de VWA dat onderschrijft door hen in de groene categorie in te delen.”
Beuger: “Bedrijven waar we één keer per jaar komen, zullen er op zich niet zoveel van merken, maar denk ook aan het andere maatregelenbeleid dat hoort bij de groene categorie; deze bedrijven krijgen geen schriftelijke waarschuwingen en boetes meer.
De erkende bedrijven merken er veel meer van. Zij kennen een hoge inspectiefrequentie, zeg tien keer per jaar, die zij ook nog eens moeten betalen. Hen kost het dus niet alleen tijd, maar ook geld. Mogelijk kunnen we daar terug naar vier, vijf inspecties per jaar als een soort minimumgarantie. Daarmee kunnen ze de kosten van het certificaat terugverdienen.”
Groenveld: “De belangstelling voor het HACCP-certificaat zal zeker toenemen, al speelt de opkomst van ISO 22000 ook een rol. Deze internationale voedselveiligheidsnorm is voor een groot deel gebaseerd op HACCP. ISO 22000 wordt echter nog niet geaccepteerd door de internationale retailers.”

Wat gaat een bedrijf concreet merken?
Groenveld: “Een uniformere beoordeling en rapportage van de auditoren. We willen met elkaar afspreken waar auditoren minimaal naar moeten kijken en waarover zij rapporteren. Dat redden we nu niet eens als CI’s. Zeker bedrijven met meerdere vestigingen zullen dit waarderen omdat zij audits en auditrapporten beter met elkaar kunnen vergelijken.
Beuger: “Bedrijven zullen minder discussies hebben met VWA en CI’s over verschillen in hun auditresultaten. Voor bedrijven wordt duidelijker wat er van ze wordt verlangd.”

Hoe ziet de VWA de overgang tussen de huidige en toekomstige, ideale situatie?
Beuger: “In 2008 zullen we in de bakkerijsector alle productiebedrijven op basis van al onze bevindingen een kleur gaan geven. Bij groene en oranje bedrijven wordt gekeken of zij terecht het certificaat hebben ontvangen. Als we met z’n allen goed werk afleveren, zou maximaal tien procent ten onrechte een certificaat op zak hebben. Dat zijn dan de uitzonderingen waarvan we samen met de CI’s moeten nagaan hoe dergelijke verschillen in inzicht zijn ontstaan. Mocht de huidige situatie langere tijd zo blijven, dan zullen we niet schromen om op de VWA-site te melden van welke CI’s wij de certificaten accepteren.”
Groenveld: “Stel dat de meeste niet geaccepteerde certificaten zijn afgegeven door een bepaalde CI. Het CCvD zou zo’n CI daarop aan kunnen spreken en eventueel, als deze de kwaliteit van de auditoren niet verbetert, schorsen.”
De Sitter: “Iedereen die zich bij ons aansluit zal dat moeten kunnen waarmaken en moeten voldoen aan de eisen die wij stellen in het certificatiereglement. Dat is ons hoogste ambitieniveau.”

Wanneer moeten de adviezen gereed zijn?
De Sitter: “Het Centraal College trekt de voortgang van de werkgroepen. Binnenkort zullen wij als stuurgroep de werkgroepen samenstellen. Nog voor de zomer willen we de adviezen ontvangen.”

Op welke termijn heeft de VWA voldoende vertrouwen in het HACCP-certificaat?
Beuger: “Ik verwacht dat we de tweede helft van 2008 nodig hebben om de voorstellen van de werkgroepen te beoordelen op haalbaarheid en vervolgens zullen CI’s zaken moeten implementeren. Ik hoop dat we begin 2009 al een goed beeld hebben van de gecertificeerde bedrijven, de betrokken CI’s én de mate van overeenstemming met de VWA-bevindingen. In 2009 zouden de eerste bedrijven, die gecertificeerd zijn én de groene status waarmaken, met een aangepast toezichtbeleid van de VWA te maken kunnen krijgen.”

Reageer op dit artikel