artikel

Alarmfase rood: nu investeren noodzakelijk

Algemeen

Voldoende medewerkers, mensen met de juiste competenties. Dat is kort samengevat de opdracht waarvoor de Nederlandse voedingsmiddelenindustrie zich gesteld ziet. Op alle niveaus dient zich een personeelstekort aan terwijl de roep om gekwalificeerde mensen toeneemt. Bedrijven moeten nu investeren in huidige en toekomstige werknemers om hun menselijk kapitaal zeker te stellen.

De noodklok wordt geluid, vooral door de beroepsopleidingen gericht op de voedingsmiddelenindustrie. De instroom van studenten vermindert al jaren. Over niet al te lange tijd zal de voedingsmiddelensector worden geconfronteerd met een schaarste aan personeel op alle niveaus. “De krapte is al voelbaar”, vertelt Philip den Ouden, voorzitter van de FNLI (Federatie Nederlandse Levensmiddelenindustrie). Den Ouden is woordvoerder van de initiatiefgroep Human Capital Roadmap Food & Nutrition waarin diverse partijen de krachten hebben gebundeld om gezamenlijk de personeelsproblematiek het hoofd te bieden (zie kader). “Het onderwijs riep al langer dat werkgevers op hun zaak moesten passen. Zo daalt de jaarlijkse instroom in het hbo naar circa vijftig studenten terwijl de behoefte op de arbeidsmarkt 175 is. Voor het mbo schatten we dat het gaat om zo’n 450 studenten per jaar. Kijk eens welke tekorten dat in tien jaar oplevert. Maar in economisch minder goede tijden waarin ook nog een prijzenoorlog woedde, sprak het onderwijs tegen dovemansoren. Bovendien wordt de pijn pas gevoeld als die er ook daadwerkelijk is”, zo verklaart Den Ouden het uitblijven van maatregelen tot dusverre.

Alle niveaus
De tijd lijkt nu wel rijp voor actie. Nu de economie op volle toeren draait zijn bedrijven weer op zoek naar medewerkers. In de komende tien jaar zijn jaarlijks zo’n 20.000 nieuwe mensen nodig, zo becijferde SEOR, een zelfstandig onderzoeksbureau dat opereert onder de paraplu van de Erasmus Universiteit Rotterdam. “Dat is een fors aantal, zeker in een krappe arbeidsmarkt”, zo stelt onderzoeker Arie Gelderblom van SEOR.
De knelpunten manifesteren zich op alle niveaus: vmbo, mbo, hbo, w.o. Gelderblom baseert dit op prognoses die vooral tekorten in de onderwijsrichting techniek signaleren. “Vijftig procent van de mensen in de voedingsmiddelenindustrie werkt in technische functies.”
De prognose van een jaarlijks tekort van 20.000 mensen betekent een wervingsbehoefte in de voedingsmiddelenindustrie van circa 17% van de werkgelegenheid, duidelijk meer dan de 13% voor de industrie als geheel. Het aantal werknemers in de voedingsmiddelenindustrie bedraagt nu circa 130.000 en de werkgelegenheid blijft met een terugloop naar iets minder dan 120.000 in de komende tien jaar redelijk stabiel, volgens gegevens van SEOR.
Deze cijfers bieden echter stof tot discussie. “Het gaat om vierhonderd- tot vijfhonderdduizend medewerkers. Onderzoek naar bedrijven die HACCP-plichtig zijn heeft dat uitgewezen. Worden het transport en de onderliggende sectoren ook meegeteld dan komen we uit op misschien wel een miljoen mensen. De vervangingsvraag zal dan ook vele malen hoger zijn”, berekent Frans Huijbregts, directeur van de Huijbregts Groep en voorzitter van het ondernemersnetwerk Food Connection Point (FCP) in Zuidoost-Brabant. Den Ouden merkt op dat eenduidige cijfers ontbreken. “De initiatiefgroep heeft zich geconcentreerd op medewerkers met een levensmiddelentechnologische opleiding. SEOR heeft waarschijnlijk alle werkplekken in de industrie in beschouwing genomen, dus ook onderhoudsmensen, marketeers, financiële en administratieve medewerkers, et cetera.”

Imagoprobleem
De initiatiefgroep Human Capital Roadmap Food & Nutrition wijdde in nauwe samenwerking met Berenschot twee werkconferenties aan de inventarisatie van het probleem van personeelsschaarste, het analyseren van de oorzaken en formuleren van oplossingsrichtingen. “De kern van de personeelsproblematiek is niet dat de behoefte van de industrie toeneemt maar wel dat het aanbod afneemt. Het verminderde aanbod is terug te voeren op de keuzes die middelbare scholieren maken of, beter gezegd, niet maken: technische opleidingen, inclusief levensmiddelentechnologisch onderwijs, zijn weinig populair onder jongeren. Daarnaast slaagt de levensmiddelenindustrie er niet in zij-instromers, mensen uit andere sectoren, aan te trekken. Kortom, we kampen als voedingsmiddelenindustrie met een imagoprobleem”, concludeert Den Ouden.
Voor voedingsmiddelenbedrijven ligt er de taak om het imago te verbeteren door aan de wereld van voedsel meer bekendheid te geven en de aantrekkelijkheid als werkgever te vergroten. “Het gaat dus om verbeteren van de arbeidsmarktcommunicatie. We moeten nieuwe richtingen zoeken en onorthodoxe oplossingen vinden om mensen aan te trekken”, concludeert Den Ouden.

Marsroute
De tijdens de conferenties geleverde input moet leiden tot concrete acties met concrete doelstellingen (zie kader). “De marsroute”, aldus de Nederlandse vertaling voor ‘roadmap’ van Den Ouden. Hij voegt toe: “Belangrijk is om buiten de platgetreden paden te gaan. We zullen niet kiezen voor grootschalige radio- of tv-campagnes. Belangrijk is vooral dat de individuele bedrijven herkenbaar worden als bedrijven die onderdeel uitmaken van de voedingsmiddelenindustrie, of het nu gaat om een bierbrouwerij of zuivelbedrijf.”
Als maatregel gericht op zij-instromers in de sector noemt Den Ouden ‘gestructureerd inspelen op overschotten op de arbeidsmarkt’. “De belangstelling voor voedingskundige en diëtetiekopleidingen is groot. Deze mensen komen lang niet allemaal aan het werk. Welke opties zijn er om daar de zaken om te buigen zodat deze mensen hun weg vinden naar de levensmiddelenindustrie?”
Den Ouden zet ook in op wat hij noemt ‘copy/paste’: bestaande succesvolle initiatieven overnemen en breed uitrollen over Nederland. “Op regionaal niveau werken bedrijven en onderwijsinstellingen al samen.”

Regio-initiatieven
Dat er op regionaal niveau veel gebeurt, mag duidelijk zijn. Samenwerkingsverbanden van bedrijven hebben scholing en opleiding in de regio als speerpunt. Jongeren blijken niet op kamers te willen of dagelijks ver te reizen voor een opleiding. Dat geldt voor vmbo- en mbo-leerlingen, maar ook voor hbo- en w.o.-studenten. Recent onderzoek van het Nijmeegse onderzoeksbureau Iowo toonde aan dat reisafstand voor ruim de helft van de hbo-studenten het belangrijkste keuzecriterium is en voor iets minder dan de helft van universitaire studenten.
Food Connection Point wil in Helmond een groene campus starten waar opleidingen van vmbo- tot en met hbo-niveau worden gegeven. Zaanstreek First in Food, een samenwerkingverband tussen Zaanse voedingsmiddelenbedrijven, overheid, onderwijsinstellingen en andere partijen, zet mbo- en hbo-modules Food op en ook Innofood in Oost-Nederland werkt samen met het onderwijs aan opleidingen in de regio. Parallel daaraan lopen er andere sectorinitiatieven en netwerken rond leren op de werkplek (zie kader). Want niet alleen een tekort aan mensen is een punt van zorg. De medewerkers die er zijn moeten beschikken over de juiste kwalificaties en competenties. Dat vraagt voortdurend de aandacht van bedrijven in een tijd dat eisen die aan medewerkers worden gesteld alsmaar toenemen door continue kwaliteits- en automatiseringsverbeteringen. Een problematiek die zich minder afspeelt op hbo- en w.o.-niveau, het niveau waar de roadmap in eerste instantie op focust, maar vooral op het terrein van de kwalificaties van het mbo.

Leren & Werken
Gericht op niveau 1 tot en met 4 van het mbo niveau startte de sector vorig jaar met ‘Levensmiddelenindustrie aan de slag met Leren & Werken’ (VMT 12 (2006) 10-12). Doelstelling was 1.487 duale trajecten en 1.250 EVC (erkenning verworven competenties)-trajecten opstarten in de periode april 2006 tot oktober 2007. Duale trajecten zijn een combinatie van werken en scholing volgen. Bij EVC gaat het om erkenning van tijdens het werk – en dus buiten het onderwijs – verkregen competenties, met de mogelijkheid alsnog een erkend diploma te behalen.
In Ede werd op 15 mei tijdens de conferentie ‘Ontwikkelen werkt’ de balans tot dusverre opgemaakt. 136 duale trajecten zijn gerealiseerd, 9% van het totaal, en 450 EVC-trajecten, 36% van het beoogde resultaat. “Met de duale trajecten blijft de voedingsmiddelenindustrie achter bij andere sectoren”, zo lichtte de directeur van de Projectdirectie Leren & Werken Judith Meulenbrug toe. Als reden hiervoor noemde zij dat onderwijsproducten nog moesten worden ontwikkeld en grote bedrijven eerst pilots draaiden. “Dat is nu achter de rug. Ik heb er dan ook alle vertrouwen in dat in de komende periode veel duale trajecten worden gestart. Op het terrein van EVC-trajecten presteert de voedingsmiddelenindustrie bovenmatig goed’, aldus de projectdirecteur.

Samen en in eigen bedrijf
De grote winst tot dusverre op het terrein van personeelsbeleid in de voedingsmiddelenindustrie lijkt dat alle initiatieven in elkaar beginnen te grijpen. Bedrijven in de regio slaan de handen ineen om het gemeenschappelijke personeelsprobleem te lijf te gaan. De regio’s vinden aansluiting bij landelijke partijen zoals de FNLI, Aequor en de SOL. Onderwijs- en opleidingscentra participeren en de overheid faciliteert en stimuleert. Bottom up en top down, alle wegen worden bewandeld en de marsroute is uitgezet. Aan alle randvoorwaarden wordt voldaan om het (dreigende) personeelstekort te voorkomen en te werken aan de competenties van medewerkers.
Blijft onverminderd dat de bedrijven zelf actief moeten zijn of worden om in het eigen bedrijf voldoende en gekwalificeerd personeel te hebben. Mensen vinden en mensen binden door ze te boeien is de eerste opdracht voor elke HRM-manager. “BOF”, adviseerde algemeen directeur bij Bolletje Geert-Jan van Ark tijdens de Leren & Werken-conferentie in Ede. “Welke eisen stellen jonge mensen aan hun werk? Betekenisvol, Ontwikkelingsrijk en Fun”, luidde zijn antwoord. “Investeer in mensen, zij zijn het meest waardevolle bedrijfsinstrument. Het zijn immateriële investeringen – geen kosten – die geld opleveren.”

Reageer op dit artikel