artikel

Dierenwelzijn: rel of revolutie?

Algemeen

Onverdoofd gecastreerde biggetjes, machinale snavelkap bij kuikentjes en fladderende kalkoenen ondersteboven in een stroombad. Beelden van misstanden in de vleessector dringen zich op. Mensen reageren geschokt en de Partij van de Dieren wint stemmen. Blijft het bij een politiek-maatschappelijke rel of staan we aan het begin van een revolutie?

Begin januari ging de documentaire ‘Our daily bread’ van Nikolaus Geyrhalter in ons land in première. De film, genomineerd als beste Europese documentaire van 2006, biedt de consument een kijkje in de keuken van de Europese voedingsmiddelenindustrie.

De film toont meterslange rijen varkenskarkassen en kuikentjes die als brieven in een frankeermachine door een snavelkapapparaat gehaald worden. De rode draad: hoe heeft onze efficiencydrang zo ver kunnen doorschieten en kunnen we de situatie nog veranderen?

Ook recente artikelen in de media zetten aan tot nadenken. Voorbeelden zijn ‘Het Ministerie van Goedkoop Vlees’ (Intermediair, november) over de nadruk op economische belangen bij het ministerie van LNV en ‘De Kippenmoord’ (M, maandblad NRC Handelsblad, december) over het korte leven van de vleeskippen Anja, Tanja en Manja.

Commotie
Marc van der Lee, director communications bij vleesverwerker Vion, die meewerkte aan het artikel in Intermediair, is niet blij met alle negatieve commotie: “Een vleesconcern als Vion heeft daar last van, al was het alleen maar vanwege de schade aan het imago van de sector, maar kan daar op korte termijn niets mee. Wij richten ons primair op de vragen van onze klanten en nemen onze verantwoordelijkheid, die verder gaat dan de wettelijke eisen.”

Peter Poortinga, algemeen directeur van pluimveeverwerker Plukon, vindt dat de industrie op korte termijn zeker iets kan en moet doen richting het grote publiek. “Dierenwelzijn zal in de pluimveesector een actueel thema worden. Onder het motto onbekend maakt onbemind moet de sector meer openheid geven over hoe zij omgaat met productiedieren. Via medewerking aan het NRC-artikel heeft Plukon met haar pluimveeketen daartoe aanzet gegeven.”

Ook Albert Heijn kwam recent in de media, vanwege het halalvlees dat de supermarktketen in een aantal winkels verkoopt. Hoofd Kwaliteit en productintegriteit Simone Hertzberger: “Het is niet zozeer dat klanten direct naar diervriendelijke producten vragen, maar impliciet willen ze wel dat de supermarkt zijn verantwoordelijkheid neemt.” AH voert een actief beleid om klanten diervriendelijke producten te bieden en krijgt van de Dierenbescherming al jaren achtereen het predikaat ‘diervriendelijkste supermarkt’.

Boerenkip
Het halalvlees van AH is afkomstig van verdoofd geslachte dieren. Hertzberger: “Bovendien hebben we voor ieder segment van vlees, kip en vis een diervriendelijk alternatief in de winkel liggen, zoals scharrel- en biologisch vlees of een vegetarisch product. Een ander initiatief is dat we ons kalfsvlees inkopen bij Peter’s Farm, met het meest diervriendelijke systeem van Nederland.

En in januari hebben we in drieëndertig Albert Heijn-winkels de boerenkip geïntroduceerd, het resultaat van een project samen met Wageningen Universiteit, kipproducent Flandrex Nederland en andere retailers.”

Vleeskuikens die als boerenkip worden verkocht krijgen langer de tijd om te groeien en hebben meer leefruimte. Boerenkip is het eerste vleesproduct met een logo van de Dierenbescherming op de verpakking en is 10 tot 20% duurder dan gangbaar pluimveevlees. Een kilo kost ongeveer € 9.
Tot een omwenteling in de vleessector zal de Boerenkip niet leiden. “Het is een prachtig project, maar slechts een rimpeltje op de oceaan van de totale kipconsumptie. Desondanks geldt dat alle beetjes helpen”, relativeert Hertzberger.

Vraag
Wil er een revolutie komen op het gebied van diervriendelijke producten, dan begint die volgens Poortinga en Van der Lee bij de vraag vanuit de markt. Van der Lee: “De markt is leidend en wetenschappelijk onderzoek moet de basis zijn voor veranderingen. Vragen onze klanten in de industrie en retail om diervriendelijke concepten, dan zetten we die samen met hen op. Ons ‘Welfare-programma’, waarbij we bacon voor de Britse markt produceren, is daarvan een voorbeeld.

Op verzoek van de klant hebben we een aantal bovenwettelijke houderij-eisen doorgevoerd. Drachtige zeugen mogen bijvoorbeeld niet worden aangebonden of opgesloten in boxen, maar moeten via groepshuisvesting vrij kunnen rondlopen en wroeten in stro. En onze dochteronderneming De Groene Weg is in biologisch vlees en vleeswaren de grootste van Europa.”

Plukon heeft een eigen biologische-kip-keten voor de afzet in Nederland. Uitbreiding is afhankelijk van de vraag en de economie van de keten. “Gezien de lage vraag naar pootvlees met als gevolg een zeer hoge kostprijs van het borstvlees lijkt groei moeilijk te realiseren”, benadrukt Poortinga.

Happy few
Volgens Poortinga moet de consument woord en daad met elkaar in overeenstemming brengen. “Daarnaast moet helderheid komen richting de consument of men het heeft over dierenwelzijn geredeneerd vanuit het dier of dat het vooral gaat over de eigen gevoelens en normen. Bovendien moet de prijs van biologisch geproduceerd vlees omlaag. Dit vlees is nu alleen bereikbaar voor een mondige happy few met een brede beurs.”

Alfred Boeve, voormalig Alpuro-directeur en oprichter van de my eyes Groep, vindt dat fabrikanten meer kansen moeten benutten. “Veel producenten staan onwennig tegenover het idee dichter tegen de gevoelens van de consument aan te kruipen. Er zijn echter mogelijkheden genoeg. Denk aan Peter’s Farm die via een webcam in de stal live beelden van de dieren laat zien en consumenten met een boerderijcode op de verpakking via de website – goed voor veertigduizend hits per week – in staat stelt het gekochte kalfsvleesproduct terug te traceren.

Van belang is wel dat de producent een herkenbare identiteit creëert waardoor een rechtstreekse verbinding met de consument ontstaat.” My eyes beoogt consumenten en producenten door transparantie dichter bij elkaar te brengen en biedt diensten aan bedrijven die transparantie nastreven.

Volgens Boeve wordt het vraagstuk van dierenwelzijn te veel bekeken via de traditionele verkoopkanalen. “Niet alleen de retail kan de wensen van de consument vertalen. Producenten kunnen samen met retailers concepten uitwerken en via internet nieuwe strategieën richting de consument uitvoeren. Zo ontstaan mogelijkheden om groepen consumenten aan te spreken op hun wensen. Door rechtstreekse verbindingen te leggen kun je die groepen consumenten ook aanspreken op hun verantwoordelijkheid meer voor dergelijke kwaliteitsproducten te betalen. Het is overigens een illusie om te denken dat alle consumenten daartoe bereid zijn of hier behoefte aan hebben.”

Moreel leiderschap
Jeroen Siebelink, freelance journalist en auteur van ‘Het Ministerie van Goedkoop Vlees’ verbaast zich er over dat veel organisaties de schuld voor de situatie in de vleessector bij de consument neerleggen, die alleen voor de ‘kiloknaller’ zou gaan. “Die theorie hoor je al zo lang en zal deels ook wel kloppen. Ik wilde met mijn artikel de andere kant laten zien: het ontbreken van moreel leiderschap bij de overheid en het doelbewust frustreren van initiatieven voor meer dierenwelzijn.” Siebelink bouwde zijn artikel op rond ‘Veermans vijf onwaarheden’.

Zo wilde hij aantonen dat LNV maatregelen ter verbetering van het dierenwelzijn eerder terugdraait dan verder doorzet.

Hertzberger is het niet helemaal met Siebelink eens. Volgens haar heeft de Nederlandse overheid op veel gebieden al goed beleid ontwikkeld. “Zo heeft de overheid het Nederlandse entingsbeleid jarenlang binnen de Europese Unie verdedigd”, illustreert zij.

Desondanks vindt ook Hertzberger dat dierenwelzijn meer verankerd moet worden in de wet. “Transparantie en het verkleinen van de afstand tussen consument en producent kunnen bepaalde groepen zo ver krijgen dat ze diervriendelijke producten kopen, maar zullen niet tot een doorbraak leiden. Bovendien kun je niet altijd verwachten dat bedrijven bovenwettelijke initiatieven nemen en ik geloof ook niet dat grote groepen consumenten uit zichzelf op zoek gaan naar diervriendelijk vlees. Bij scharreleieren is dit wel gebeurd, maar het prijsverschil tussen scharreleieren en gangbare eieren is dan ook veel kleiner dan tussen scharrel- en gangbaar vlees.”

Sneller
Volgens Hertzberger moet de overheid via regels voor bijvoorbeeld huisvesting en financiering van goede initiatieven de kar trekken. “Er worden wel nieuwe wetten gemaakt, maar de invoering zou sneller kunnen en moeten.”

Van der Lee benadrukt dat wetgeving op feiten en niet op emoties moet berusten. “Er is daarom wetenschappelijk onderzoek nodig. Dat heeft minister Veerman de Kamer ook toegezegd in de discussie over het verdoofd castreren van biggen. Verder dient nieuwe wetgeving in de gehele EU te worden ingevoerd, anders prijzen we onszelf uit de markt. De minister heeft aangegeven er naar te streven per 2009 in de EU een verbod op onverdoofd castreren in te voeren.”

Ondernemer
Boeve vindt het niet verstandig om dierenwelzijn alléén via wettelijke kaders te laten verlopen: “De specifieke wensen van bepaalde doelgroepen kunnen nooit door overheidsvoorschriften worden ingevuld. Daarbij ontbreekt het de overheid aan de noodzakelijke creativiteit, iets wat juist door de ondernemer moet worden geëtaleerd. Het is de toekomst om je meer en meer direct met de consument te verbinden.

Nu zijn het vaak nog niches in de agrofood, straks is het de markt!” In de Kamer en bij de onderhandelingen over de kabinetsformatie is dierenwelzijn inmiddels uitgegroeid tot een hot topic. Ook in België en Groot-Brittannië staat het thema hoog op de politieke agenda. De rel lijkt uit te groeien tot een revolutie en het is nu aan de sector en de overheid om openheid, visie en daadkracht te tonen. De consument krijgt dan meer keuze en kan op zijn verantwoordelijkheid worden aangesproken.

Reageer op dit artikel