artikel

Niet transparant zijn, is anno 2005 onverantwoord

Algemeen

Als de industrie niet transparant is over producten, voedselketen, calorieën, reclame en eetgedrag kan de consument niet de juiste keuze maken voor een gezonde voeding. Dat bleek tijdens een door het Voedingscentrum ter gelegenheid van de uitreiking van de Jaarprijs Goede Voeding 2004 georganiseerd ‘pleitsymposium’ Transparante communicatie.

“Vertel de consument eerlijk welk product gezond is en welk ongezond”, betoogde Daan Kromhout, sectordirecteur Voeding en consumentenveiligheid van RIVM, tijdens het ‘pleitsymposium’ Transparante communicatie (zie ook VMT nr. 26, p. 6). Volgens Kromhout wordt het gezond of ongezond zijn van voedsel bepaald door de samenstelling en de hoeveelheid die de consument ervan eet.

“In ons rapport ‘Ons eten gemeten’ geven we een duidelijke definitie van gezond voedsel. Daarin schetsen we ook de huidige situatie, aanbevelingen en trends van vijf voedingsfactoren (zie tabel en VMT nr. 21, pp. 10-14). Producten met verzadigde vetten zijn per definitie ongezond. De vetten moeten worden vervangen door bijvoorbeeld onverzadigde vetten. Positieve producten zijn vis, groente en fruit, volkoren graanproducten en peulvruchten. Eieren en water zijn neutraal. Koek, fris en vette zuivel- en vleesproducten zijn ronduit negatief. Als mensen eten volgens de Schijf van Vijf en daarmee volgens de normen van de Gezondheidsraad, behaal je een gezondheidswinst van 40.000 minder ziektegevallen en 13.000 minder sterfgevallen per jaar. Gezond eten loont dus wel degelijk. Maar dan moet de consument wel weten wat gezond is en wat ongezond.”

Etiket
Informeren van de consument over het effect van een product op de gezondheid kan op velerlei manieren. Een daarvan is via het etiket. Omdat de gemiddelde supermarkt ongeveer 20.000 verschillende producten verkoopt, is informatie op verpakkingen en etiketten voor de consument een goed hulpmiddel om uit het enorme aanbod een gezonde keuze te maken.

De Warenwet verplicht dat op het etiket staat: naam van het product, naam en adres van de producent, inhoud (hoeveelheid), ingrediënten, houdbaarheidsdatum en productie- of partijcode. Informatie over het aantal calorieën is niet verplicht, maar volgens het Voedingscentrum wel wenselijk en dan per 100 gram of liefst nog per portie of verpakkingseenheid. Een kleine steekproef van het Voedingscentrum toonde aan dat slechts 12% van de producten de voedingswaarde per portie vermeldt en een kwart geeft zelfs helemaal geen informatie over het aantal calorieën.

“Maar wat is een portie?”, vroeg iemand van Smiths Food Group vanuit de zaal. “Albert Heijn definieert een ‘handjevol’ als portie voor chips. Wat is een ‘handjevol’? Mijn hand is groter dan die van mijn buurvrouw of van een kind. Ook verkopen wij chips in kleine en grote zakken. Dus per zak vermelden, heeft ook geen zin. We zijn hier als Smiths mee bezig. Het is echter minder eenvoudig dan het lijkt. Voorlopig vinden wij dan ook de vermelding van het aantal calorieën per honderd gram de beste keuze.”

Naast voedingswaarde per portie pleit het Voedingscentrum voor informatie over de gemiddelde dagelijkse energiebehoefte: 2.000 kcal voor vrouwen, 2.500 voor mannen. Informatie hierover kan de consument helpen gevoel te krijgen voor de ‘maat der dingen’. “Wanneer heb je nu echt veel gegeten? En zijn 500 kilocalorieën extra op een dag veel of weinig? Uit recent onderzoek blijkt dat slechts 10% van de mensen weet wat gemiddeld per dag aan calorieën nodig is”, aldus Karin Bemelmans, projectmanager Overgewicht van het Voedingscentrum.
Etiketteringregelgeving is van toepassing op verpakte producten, maar onverpakte producten maken ook een aanzienlijk deel uit van onze voeding. Bemelmans vertelde dat het Voedingscentrum er bij minister Hoogervorst op aandringt dat in de detailhandel, horeca en catering de verplichting gaat gelden om, naast de prijs, ook de energetische waarde van producten te vermelden. De consument kan dan bewust kiezen voor een meer of minder calorierijk product.

Dit laatste pleidooi ging veel deelnemers in de zaal te ver. “Als ik ’s avonds lekker met mijn vriend uit eten ga, wil ik op de menukaart niet geconfronteerd worden met de hoeveelheid calorieën die ik binnenkrijg. Dan wil ik juist kunnen genieten”, bekende een dame uit het publiek. Instemmend gemompel viel haar ten deel. Hoe moet het dan wel?

Databank
Het is ook mogelijk de consument te informeren door middel van beknopte informatie op het etiket aangevuld met betrouwbare informatie uit een database met gegevens van alle levensmiddelen. Er bestaat al een logistieke database die door middel van de streepjescode op het etiket informatie verzamelt voor de detailhandel en industrie.

Hein Gorter de Vries, adjunct-directeur EAN Nederland, zag het al helemaal voor zich: “Centraal staat een grote database met alle informatie over levensmiddelen. Deze informatie komt vanuit de hele keten en gaat niet alleen over de productie en herkomst van de producten, maar ook over de voedingskundige kant van het voedingsmiddel. De consument kan via een informatieverschaffer – dit kan bijvoorbeeld een retailer zijn, maar ook een voorlichtingsbureau of het Voedingscentrum – alle producten toetsen aan zijn of haar eigen voedingsprofiel. De consument kan zo vrij kiezen welke producten hij of zij koopt, gezonde of ongezonde.”

Dat de consument deze toetsing van huis uit doet, leek Gorter de Vries niet verstandig. “Bepaalde informatie heeft toch een uitleg of vertaalslag nodig die de consument zelf niet zo maar een, twee, drie kan maken. Je zou ook kunnen denken aan een klantenkaart van een grote supermarkt waarmee je in die winkel bepaalde producten kunt scannen en zo ziet of een dergelijk product overeenkomt met jouw voedingsprofiel. Een mogelijkheid voor retailers om zich te onderscheiden.”

Technisch gezien is deze ontwikkeling mogelijk. Retailers denken echter dat de consument hier nog niet aan toe is. Een monitoringonderzoek van de Rijksvoorlichtingsdienst doet anders vermoeden. Daarin geeft 60% van de consumenten aan niet tevreden te zijn over de huidige voedingsinformatie. “De waarheid zal dus wel in het midden liggen, maar in de toekomst zal de vraag ongetwijfeld komen”, aldus Gorter de Vries.

Reclame
Informatie verschaffen aan de consument via reclame is ook een optie. Of toch niet? Volgens Melcher de Wind (directeur Local World, www.localworld.nl) is de reclame juist hard bezig met het vernietigen van haar eigen podium en moet het roer duidelijk om. Reclame op tv zou bijvoorbeeld veel meer dan nu rekening moeten houden met het belang van haar doelgroep.

“Reclamemensen zenden op dit moment te veel en luisteren te weinig. De huidige werkwijze is dat je als reclameman marktonderzoek uitvoert, een product op de markt brengt en weer onderzoek uitvoert om te meten in hoeverre het product aanslaat. Voer je dat proces goed uit, dan doe je het goed, zo lijkt de stelregel. Mijn grote bezwaar is dat het nadenken lijkt te zijn weggevallen en het contact met de doelgroep helemaal verdwenen is.”

De Wind adviseerde reclamemensen dan ook meer te luisteren naar de consument en hem of haar transparanter en eerlijker te informeren over de producten. “Neem nou bijvoorbeeld de Magnum-ijsjes van Unilever. Op zich geen gezond product, maar ook niet superongezond, mits je het niet te vaak eet. De consument realiseert zich dit waarschijnlijk niet voldoende en Unilever vertelt het in haar reclame-uitingen niet. Unilever meldt alleen hoe lekker de Magnum is.”

Verantwoordelijkheid
Reclamemensen binnen de voedingsmiddelenindustrie moeten zich dus meer onder consumenten begeven en naar hen luisteren. De reclameboodschap moet transparant en eerlijk zijn, inclusief informatie over gezond en ongezond. Etiketteringdeskundigen moeten werken aan een goed etikettering- en informatiesysteem. En ook over onverpakte producten zonder etiket moet informatie worden verstrekt. Als dat gebeurt, wordt de discussie die Wim Dubbink, universitair docent Wijsbegeerte aan de Universiteit van Tilburg, voerde over de morele verantwoordelijkheid van de levensmiddelenfabrikant voor het overgewicht van de consument, al voor een (groot) deel overbodig. De consument heeft dan immers voldoende informatie om zelf bewust te kiezen tussen gezond en ongezond.

Reageer op dit artikel