artikel

‘Light’ als wapen in strijd tegen obesitas

Algemeen

De levensmiddelenindustrie erkent dat obesitas een maatschappelijke probleem is en reageert met ‘light’-producten en kleinere porties. Fabrikanten zijn bereid producten met minder vet en minder suiker te maken ‘mits de marktvraag groot genoeg is’. De industrie legt de keuze tussen verwennen of verantwoord eten bij de consument. Voedingscentrum en Consumentenbond vragen om meer informatie en aanpassing van reguliere producten.

Obesitas is een maatschappelijk probleem. De Nederlandse overheid heeft overgewicht uitgeroepen tot speerpunt in de kabinetsnota ‘Langer gezond leven’. De levensmiddelenindustrie gaat uit van de eigen verantwoordelijkheid van de consument, maar ziet ook een rol weggelegd voor zichzelf – naast overheid, consumentenorganisaties, gezondheidszorg, verzekeraars en onderwijs. In de Gedragscode Overgewicht, gepresenteerd in april 2004, beveelt de VAI (nu FNLI) aan om in reclame gericht op kinderen geen idolen uit kinderprogramma’s te gebruiken om voedingsmiddelen aan te prijzen. Verder zullen op middelbare scholen geen volumegedreven acties plaatsvinden. Directeur Philip den Ouden van de FNLI noemt naast de zelfregulering van reclame ook voorlichting en het aanbieden van verantwoorde alternatieven een taak voor de industrie (VMT 2005, nr. 1/2, pp. 10-13). Met light-varianten en kleine porties krijgt de consument meer keuzemogelijkheden.

Welke stappen heeft de industrie al genomen? Een belronde langs fabrikanten van ‘verwenproducten’ maakt duidelijk dat zij zich laten leiden door de wens van de consument. Volgens maatschappelijke organisaties gaat de industrie nog niet ver genoeg.

Light met smaak
“Als light-producten commercieel succesvol blijken, zullen meer producten in een laagcalorische variant op de markt komen”, stelt Bas van den Berg, commercieel directeur van Mona, dat recent pudding en chocolademousse in de light-variant lanceerde. Hij signaleert een groot verschil tussen de light-producten van nu en die van tien jaar geleden. “We hebben het suiker- en vetgehalte van de pudding en chocolademousse gehalveerd en daarbij een goede smaak behouden. Dat was technologisch gezien niet gemakkelijk. We pretenderen dat de smaak gelijk is aan de smaak van de gewone pudding. Dat is een groot verschil met de light-producten van tien jaar geleden. Destijds was de consument nog bereid om concessies aan de smaak te doen ten gunste van zijn gezondheid. Nu is het behouden van de smaak een noodzaak voor elk nieuw light-product.”

De light-desserts van Mona liggen sinds week 39 (2004) bij de grote retailers in het schap. De eerste verkoopresultaten van vooral de puddingen duiden op een grote consumentenacceptatie.

Van den Berg benadrukt het verschil tussen de diverse productlijnen van Campina Melkunie: “De kern van de Mona-producten is lekker genieten. Bij de light-varianten gaan we dan ook uit van lekker en kiezen we voor minder suiker en minder vet. De lijn Optimel biedt basiszuivel in gezonde varianten en deze producten bevatten dan ook helemaal geen vet, geen toegevoegde suiker en wel extra vitamines.”

Klant van light-variant
Het is niet de bedoeling om ook de gewone producten van Mona aan te passen. “Ze worden erg gewaardeerd. Bovendien is een grote groep consumenten absoluut niet bezig met calorieën. De klanten van de light-varianten zijn consumenten die vaker pudding willen eten maar dat nu niet doen omdat ze denken dat het ongezond is. En mensen die een zuiveltoetje eten in plaats van chocolade of koekjes”, aldus Van den Berg. “Onze toetjes zijn calorierijk binnen het zuivelschap, maar vergeleken met andere verwenproducten vallen ze reuze mee.”

Ook Chris Verhoeven, quality assurance manager bij Verkade is duidelijk over de waarden van zijn koekjes, biscuits en zoutjes: “Bij de Verkade-producten gaat het in de eerste plaats om lekker, bij Sultana vooral om verantwoord. Wij houden de ontwikkelingen goed in de gaten en kijken naar signalen van consumentenorganisaties en voedingskundigen. Wij zijn zuinig op onze consumenten. Het moederbedrijf van Verkade, United Biscuits, heeft al gekozen voor het uitbannen van transvetzuren, het verminderen van het zoutgehalte en het voorzichtig omgaan met allergenen.”

Sultana van Verkade staat bij consumenten bekend als gezond tussendoortje. In Sultana zijn de transvetzuren nagenoeg uitgebannen. De biscuits hebben een laag vetgehalte (8,5 tot 11%) en een laag zoutgehalte. Het suikergehalte varieert van 23% bij de naturelvariant tot 33 tot 37% in volkoren en vruchtensmaken. Verhoeven: “Sultana doet het erg goed bij de consument. Bij de productontwikkeling houden we vanzelfsprekend rekening met gezondheidsaspecten. We zien nog geen aanleiding om het suikergehalte te verlagen. Ook in de omringende landen Groot-Brittannië, Frankrijk, Engeland en België is de drive hiervoor onvoldoende. Het suikergehalte in de volkoren Sultana’s is inderdaad hoger dan in de naturel. Maar consumenten kiezen volkoren vanwege het hoge vezelgehalte en niet zozeer vanwege een bepaald suikergehalte.”

Onmisbare saus
Net als Mona hecht ook sausproducent Remia veel waarde aan een goede smaak van haar light-producten. Marketing manager Bert de Smit: “Onze gewone sauzen worden gewaardeerd vanwege hun smaak. Dat geldt ook voor de light-varianten. We zijn al een aantal jaren bezig te onderzoeken hoe we vetpercentages kunnen reduceren in hoogwaardige sauzen. Dat is geen eenvoudige klus. Het nieuwe product Frites-Lijn bevat slechts vijf procent vet (zonnebloemolie) en daarnaast vijf procent vezels. We hebben de olie vervangen en dat is goed gelukt.”

Volgens De Smit vormen kopers van reguliere sauzen en light-sauzen aparte segmenten: “Voor de groep consumenten met aandacht voor hun gezondheid maar die hun saus niet willen missen hebben we de light-sauzen. We verwachten wel groei in deze markt, maar de normale sauzen blijven verreweg het belangrijkst voor ons.”

Delen of bewaren
Masterfoods, producent van de gevulde chocoladerepen, verandert vooralsnog niet de samenstelling maar wel de grootte van haar producten. De kingsize Mars en de kingsize Snickers komen dit voorjaar in Europa in twee delen op de markt. Liesbeth van den Boogaard, external affairs manager: “De consument krijgt de keuze om de reep met iemand anders te delen of voor later te bewaren. Dit is in lijn met de wens van de consument.”

Wat de ingrediënten en de samenstelling betreft, laat Van den Boogaard weten dat Masterfoods voortdurend werkt aan verbetering van de samenstelling en presentatie van de producten. “We zullen dit ook blijven doen. Wij richten ons op de consument en testen onze producten uitgebreid voor ze op de markt komen. Het is niet onze gewoonte om vooruit te lopen op ontwikkelingen. Wij gaan extern communiceren over een nieuw product op het moment dat het aangeboden kan worden aan de consument.”

Frituurpan of oven
Aviko, leverancier van gefrituurde aardappelproducten, heeft last van het imago van zijn producten. Martin Keijbets, head research & development bij Aviko: “Frites worden gezien als lekker maar ongezond. Steeds weer schat de consument het vetpercentage hoger in dan het in werkelijkheid is. Frites bevatten 11 tot 12% vet, de perceptie is dat dit 20% bedraagt.”

Voor Aviko is het lastig dat de consument zelf verantwoordelijk is voor de laatste bewerkingsstap, het nabakken. “De capaciteit van veel frituurpannen is laag, te laag voor de grote hoeveelheden frites die tegelijk worden gebakken. Gevolg is dat de temperatuur zakt en dat de frites langer in de frituurpan blijven. Dan nemen ze ook meer vet op. Het percentage kan dan stijgen tot rond de 14%.”

Het percentage vet in gebakken frites is te verlagen tot 5 tot 6% door ze in de oven te verhitten, maar Nederland is een echt frituurland. “Slechts twintig procent van de Nederlandse consumenten verhit de frites in de oven. In Duitsland, Scandinavië en Groot-Brittannië ligt dit percentage veel hoger. Ovenfrites bevatten ongeveer even veel vet als zuiveltoetjes en die vindt iedereen gezond”, aldus Keijbets. Aviko heeft de transvetzuren uit haar assortiment gebannen. Sommige producten, bijvoorbeeld kreukelfrites, Vlaamse frites en Boer’n frites worden voorgebakken in zonnebloemolie en Dolce frita’s in olijfolie. De consument kan dus kiezen tussen verzadigde en onverzadigde vetten. Aviko is nu bezig de vetgehaltes in voorgebakken frites te verlagen. “Technologisch is dat een flinke uitdaging. Het heeft alleen zin bij frites die in de oven worden afgebakken, in de frituurpan wordt het vetpercentage weer verhoogd.” Keijbets signaleert: “Vroeger ging het bij frites alleen om genieten, nu speelt ook hier gezondheid een rol.”

Light kan misleiden
“We waarderen de initiatieven van de industrie, maar het op de markt brengen van enkele light-producten is absoluut onvoldoende”, stelt Juliette Oolders, persvoorlichter van de Consumentenbond. “Natuurlijk ligt een gedeelte van de verantwoordelijkheid voor het consumptiepatroon bij de consument, maar ook de industrie draagt hieraan bij. Door productontwikkeling en reclame hebben fabrikanten een vraag gecreëerd. Ze kunnen hun producten ook verbeteren. Dan denk ik aan gezondere varianten en kleinere porties.” Daarnaast pleit Oolders voor duidelijke aanduidingen op het etiket: een stoplichtsysteem waarin groen betekent ‘bij voorkeur consumeren’, oranje ‘met mate’ en rood ‘liever niet’. “Zo’n systeem schept duidelijkheid. Van sommige producten heeft de consument nu al een duidelijk beeld. Iedereen weet wel dat een kroket minder gezond is. Bij tussendoortjes als koeken en repen is dat minder eenduidig. Zo heeft cruesli bijvoorbeeld een gezond imago, terwijl de suiker- en vetpercentages hoog zijn.”

Declaratie van de portiegrootte en aanpassingen van vet- en suikergehaltes van reguliere producten, dat vraagt Patricia Schutte, voedingskundige bij het Voedingscentrum, van de industrie. “Op de huismerken van Albert Heijn staan de calorieën per portie, dat voorbeeld kunnen andere fabrikanten volgen. Liefst zien we ook de vermelding van de gemiddelde aanbevolen hoeveelheid calorieën per dag, dit is voor mannen 2.500 kcal en voor vrouwen 2.000 kcal. Als service aan de consument.” Schutte relativeert het belang van light-producten. “De term ‘light’ geeft aan dat een product tenminste een derde minder calorieën, suiker, vet of andere voedingsstof bevat dan het vergelijkbare product. Dat is op zich positief, maar bij calorierijke producten als roomijs is de term misleidend. Het product blijft calorierijk. Productontwikkelaars kunnen ook meer energie steken in het aanpassen van gangbare producten. Een fractie minder suiker of minder verzadigd vet, dat moet toch kunnen. Consumenten wennen ook aan iets minder zoet en iets minder vet.”

Reageer op dit artikel