artikel

‘Duurzaam verpakt is greenwashing’

Technologie & Techniek

‘Duurzaam verpakt is greenwashing’

In de voedingsmiddelenindustrie is de verpakking niet langer het sluitstuk. Dat constateert Roland ten Klooster, hoogleraar verpakkingen aan de Universiteit Twente tevreden.

De jubilaris – hij is tien jaar verpakkingshoogleraar – is echter ook kritisch over soms gebrekkig gebruikersgemak, ‘duurzame’ verpakkingen en de dunne scheidslijn tussen duurzaamheid en voedselveiligheid. Ten Klooster: “Specifi caties op verpakkingen kloppen vaak niet.”

Ten Klooster, die met bezieling zijn verhaal vertelt, bekleedt slechts één dag per week de door het bedrijfsleven bekostigde leerstoel Packaging, Design and Management. De rest van de tijd besteedt hij aan zijn eigen bedrijf Plato product consultants, waar hij adviseert over verpakkingen in de breedste zin van het woord, van design tot duurzaamheid. Verpakkingen zijn nu big business en de rol hiervan wordt steeds groter. Toen VMT hem in 2008 voor het eerst sprak, was dat wel anders. En wat hij nu ook ziet: bedrijven hanteren steeds meer de door hem veelvuldig bepleite integrale verpakkingsaanpak.

Milner en Hak

“Ik kom nu bij meer bedrijven waarbij het ons lukt om uit alle segmenten van de bedrijfsvoering iemand aan tafel te hebben bij ontwikkelingen. Anders gaan we niet verder. Op die manier worden er veel betere besluiten genomen.” Dit was terug te zien bij de ontwikkeling van de verpakking van de plakjes Milnerkaas die in 2010 op de markt kwam. Zo bleek dat de kleuren van het verpakkingsontwerp tijdens de productie door het spuitgieten onder hoge druk een beetje uit het in-mould label werden weggedrukt, vertelt Ten Klooster. Het ontwikkelteam onder begeleiding van de manager van FrieslandCampina besloot van de nood een deugd te maken. “Je moet zorgen dat niet opvalt dat dit gebeurt. Het weglopen van de kleuren is dus in het grafi sch ontwerp meegenomen om gezeur achteraf te voorkomen over deksels die niet mooi zijn.”

De 1-2-open deksel die op de potten groente- en fruitconserven prijkt, is een van de projecten waar Ten Klooster het meest trots op is. Dit dekseltje bestaat uit een ring en een panel die los van elkaar kunnen bewegen. De kracht om de pot te openen, deelt zich als het ware in tweeën. Het opendraaien gaat daardoor een stuk gemakkelijker. “We kregen mailtjes en ansichtkaarten van mensen die ons bedankten voor het bedenken van dit dekseltje. Zij kunnen nu zelfstandig een potje openen en hoeven dit niet meer aan iemand te vragen.” Het is een duur dekseltje, beaamt de hoogleraar. In de winkel leg je er door de marges en de btw uiteindelijk zo’n acht cent meer voor neer. Maar veel consumenten hebben het er door de bewezen meerwaarde voor over. Ten Klooster praat er nu luchtig over, maar een aantal jaren voor de winkelintroductie in 2011 was de hogere kostprijs wel degelijk een issue. Het had heel wat voeten in de aarde voordat het lukte de verpakking geproduceerd te krijgen. Hak gebruikt nog steeds de innovatie van Plato product consultants. De vinding won in 2012 de prestigieuze verpakkingsprijs Gouden Noot.

Gebruikersgemak

Hoewel het gebruikersgemak van verpakkingen verbetert, stuit de verpakkingsexpert nog vaak genoeg op pakken, flessen, zakken en potten die moeilijk te openen zijn. Wat te denken van een 1,5 literpak ijsthee waar het laatste restje maar niet uit wil of het pakje koffi emelk met dat lastig te openen aluminium lipje? De hoogleraar legt uit dat veel voedingsbedrijven nog altijd infl exibele verpakkingsmachines kopen bij de grote partijen uit de markt, met een terugverdientijd van tien tot vijft ien jaar. “Je bent gedurende die tijd gebonden aan de oplossingen van de machinefabrikant en je moet ook zijn materiaal erop draaien. Totaal geen fl exibiliteit. Dat schiet dus niet op. Pas als bedrijven echt gaan investeren in verpakkingsmachines, zijn er innovaties mogelijk.” Hij denkt dan aan verpakkingsoplossingen op maat. Dat betekent tijdig machinefabrikanten erbij betrekken en een ‘aantal goede jongens’ van de TD. Hij wijst op de Milnerverpakking. “Deze innovatie was mogelijk omdat FrieslandCampina voor dit product ging stoppen met het Multivac- systeem, dat geldt als de standaard in de kaasindustrie. Je zit als bedrijf erg vast aan systemen die de machinejongens leveren. Daar moet je op zien in te breken.” Gebeurt dat niet, dan blijven consumenten worstelen met het openen van verpakkingen. Maar hij begrijpt ook dat bedrijven aanhikken tegen de kosten. “Je moet het terugverdiend krijgen. Het kan niet zo zijn dat als je materiaal verandert of toevoegt er geen kosten aan verbonden zijn.”

Ondanks zijn vele kritische noten ziet Ten Klooster genoeg positieve ontwikkelingen in de markt. Neem nu de stazak. Die is logistiek handig, goedkoop, heeft goede barrière-eigenschappen en is makkelijk te openen. “Bovendien biedt de stazak in de afvalfase geen volume, zoals glas en blik dat wel doen”, voegt Ten Klooster eraan toe. “Veel consumenten geven er daarom de voorkeur aan. En ook qua milieu komt het aardig uit.”

Duurzame verpakkingen

Als de verpakkingshoogleraar praat over milieu of duurzaamheid, dan heeft hij het over de hele keten, want duurzame verpakkingen bestaan volgens hem niet. “Het meeste is greenwashing. Bedrijven halen één aspect uit de keten waar ze goed in zijn en gebruiken dat dan om te zeggen: wij zijn milieuvriendelijk. Een voorbeeld is biologisch afbreekbaar materiaal. Uit alle analyses die we doen op de universiteit, blijkt dat dit vaak minder goed voor het milieu is dan synthetisch kunststof. Dat komt omdat er veel energie nodig is om van zetmeel een biologisch afbreekbaar materiaal te maken zoals PLA. Dat breekt niet af in ons systeem en wordt alsnog verbrand. Iedereen zit dan te schermen vanuit de commerciële kant: kijk eens hoe goed we zijn. En ondertussen vindt meer CO2-uitstoot plaats dan bij conventionele plastics.”

Ten Klooster wijst op een rapport van UNEP, het milieuprogramma van de Verenigde Naties (VN), uit januari 2015. De conclusie luidde: begin niet aan biologisch afbreekbare of biobased verpakkingen. “Voor het maken van een kunststof uit zetmeel is heel veel energie nodig. En waar komt die vandaan? Meestal gaat het om fossiele brandstoffen.” Het draait niet om duurzame verpakkingen, maar om een duurzame keten. “Stel ik wil yoghurt eten en yoghurt moet op de een of andere manier bij mij thuis komen in een bepaalde portie. Wat je daarvoor gebruikt aan energie en materiaal, moet een zo laag mogelijke CO2-uitstoot opleveren. Plus mijn yoghurt moet worden beschermd, zodat hij niet hoeft te worden weggegooid. Dat is het verhaal van de keten. Of het nou gaat om een kartonnen pak, een plastic pot of een metalen blik: het maakt niet uit, als je de keten maar zo goed mogelijk inricht.”

Minerale oliën

De lijn tussen duurzaamheid en voedselveiligheid is soms erg dun, blijkt uit de discussie over minerale oliën. Die kunnen vooral in gerecyclede kartonnen verpakkingen zitten, maar ook in offset bedrukte verpakkingen van virgin karton. De stoffen zouden kunnen migreren naar het voedingsmiddel. “Voedselveiligheid is enorm belangrijk. Het gaat niet alleen om minerale oliën, maar om veel meer chemicaliën die op en in het verpakkingsmateriaal zitten – papier en karton. Alle hoofdongemakken in non-food, komen ook in de recycling terecht, zoals BPA uit kassabonnetjes en initiatoren uit hoogglanslak. Alles zit in gerecycled papier. En natuurlijk ook minerale oliën uit drukinkten. Die kunnen allemaal migreren naar het voedsel. Ook bij de recycling van kunststoffen moet er goed gelet worden op de bron van de materialen. Vooral als je dat soort materialen wilt gebruiken voor het verpakken van voedingsmiddelen.”

Ten Klooster pleit daarom voor het opnieuw inrichten van de kunststofketen: andere kunststoffen, geen schadelijke additieven en meer uniformiteit. Alles moet traceerbaar zijn en er moeten goede afspraken worden gemaakt.” Hij benadrukt dat hij niet per definitie tegen gerecyclede verpakkingen is. “Wees er gewoon voorzichtig mee. Als er een goede barrière is tussen materiaal en voedsel, is er niets aan de hand. In het geval van aluminium stazakken kan er gerust MOSH en MOAH in de verpakking zitten, want dat migreert niet door aluminium heen.”

Specificaties verpakkingsindustrie

Ten Klooster laat weten toch de acties van Foodwatch tegen minerale oliën in verpakkingen te waarderen. Want transparantie in het bedrijfsleven is lang niet altijd vanzelfsprekend, terwijl dat in sommige gevallen wel zou moeten. “We weten dat de kunst – stof- en papierindustrie niet altijd op de specificaties vermeldt wat er in hun mate riaal zit. En daar zit best nog wel een angstpunt in de verdienmodellen van tegenwoordig door de grote commerciële druk op bedrijven om toch te scoren.” Als voorbeeld noemt hij koffiebekertjes waar met foren sische technieken wordt onderzocht of de specificaties kloppen. “Gelukkig gebeurt dit, want we vinden hier stoffen die qua wetgeving niet geaccepteerd zouden mogen worden. Wat voor gevolgen dit kan hebben? De simpele gevolgen zijn dat dit barstensvol chemicaliën kan zitten op het niveau van minerale oliën die migreren naar het voedsel. En niemand heeft het in de gaten, want iedereen verwacht dat het veilig is.”

Verpakkingsspecificaties worden in de keten nog onvoldoende gecommuniceerd. Volgens de verpakkingsprofessor gaat daar verandering in komen. “In farma wordt alles afgedekt met proce dures (GMP). Dat is ook de toekomst van de voedingsindustrie en de industriestandaarden zijn al een eind op weg. Dat is de enige manier waarop je de keten veilig kan borgen.”

Biografie

Roland ten Klooster (54) studeerde in 1987 af als industrieel ontwerper op de studie naar het verpakken van bier in kunststof van Heineken. In 1991 begon hij samen met Ton van Veen Plato product consultants. In 2002 verdedigde hij een proefschrift waarin hij keek naar de volgorde van beslissingen die worden genomen tijdens het ontwerpen van verpakkingen. Sinds 2006 bekleedt Ten Klooster de door het bedrijfsleven bekostigde leerstoel Packaging, Design and Management aan de Universiteit Twente. Ten Klooster is geboren in het Drentse Zuidwolde, is gehuwd en heeft twee studerende kinderen.

Reageer op dit artikel