artikel

Column: Betere wereld door duurzaamheidskeurmerken

Duurzaamheid & MVO

Column: Betere wereld door duurzaamheidskeurmerken

Als je al zo lang met keurmerken bezig bent als ik, ben je het aan jezelf verplicht regelmatig achterover te leunen en van een afstand naar je inspanningen te kijken. De vraag is immers niet alleen of je de dingen goed doet, maar ook – en misschien vooral – of je de goede dingen doet. Dit artikel komt uit de printuitgave van VMT 12.

Dus de vraag aan mijzelf is: wordt de wereld beter van duurzaamheidskeurmerken? Bloeien planten uitbundiger, worden mensen en beesten blijer en bijen talrijker? Lees: wat is de impact van keurmerken op milieu, klimaat, biodiversiteit, dierenwelzijn en eerlijke handel? En elke keer denk ik weer: ja, de wereld gaat erop vooruit als er meer met duurzaamheidskeurmerken wordt gewerkt. Laat ik twee belangrijke mechanismes schetsen.

B2B

Een duurzaamheidskeurmerk werkt in een sector als kartrekker. Meestal begint het als een niche. Al snel komt er een grotere speler bij die net iets onder de eisen gaat zitten maar die wel de markt mee omhoog trekt. Een voorbeeld. Max Havelaar begon als klein aandeel, maar zorgde ervoor dat UTZ de grote stromen ging verduurzamen. De rest wil dus niet achterblijven. Sterker nog, soms zorgt een duurzaamheidskeurmerk dat zelfs achterblijvers boven de wettelijke eisen uitkomen. Niemand wil zich schamen voor zijn product. Milieu Centraal merkte dat toen het keurmerken ging benchmarken: de gangbare praktijk ligt soms hoger dan het wettelijk vereiste minimum. Waarmee we ook tegen een aantal keurmerken moesten zeggen: ‘Sorry, u krijgt een matige beoordeling, want uw toegevoegde waarde is nihil’. Een duurzaamheidskeurmerk trekt aan de markt, en hoe groter die trek hoe meer de sector als geheel verduurzaamt. Pure winst.

B2C


Consumenten kopen steeds meer duurzaam. De stijging van het marktaandeel duurzaam voedsel laat groeicijfers zien waar elke retailer zijn vingers bij aflikt (LEI/WUR, monitor duurzaam voedsel). Daarbinnen neemt biologisch een groot aandeel voor zijn rekening. Voor de consument is dat herkenbaar als duurzaam. Niet voor niets zijn de marketeers van een hamster grutter afgestapt van het concept Puur & Eerlijk en helemaal overgegaan op het etaleren van biologisch. Een duidelijk herkenbaar begrip. En niet meteen roepen ‘ja maar biologisch is niet hetzelfde als duurzaam’. Dat weet ik ook. Biologisch scoort in elk geval beter op biodiversiteit dan niet-biologisch. En ook hier treedt het kartrekkereffect op: de gangbare niet biologische landbouw heeft veel goede aspecten inmiddels in de eigen bedrijfsvoering geïntegreerd. Terug naar de consument. Dit soort ontwikkelingen laat zien dat het werken met eenvoudige concepten de consument meer bedient dan de wildgroei van alle blije beestjes en groene blaadjes die ik de afgelopen jaren heb gezien. Daarmee worden alle claims ongeloofwaardig. Dus ik ga graag voor een paar sterke herkenbare (top)keurmerken. Want bekend maakt bemind, die open deur trap ik graag nog even in. Dus ja, duurzaamheidskeurmerken helpen de wereld vooruit. De markt wordt gestimuleerd na te denken en mee te groeien in de verduurzaming van de productie. En de consument kan gemakkelijker duurzame keuzes maken door zijn spaarzame aandacht te besteden aan snel herkenbare producten. We doen met zijn allen de dingen dus goed. U, ik en al die anderen die betrokken zijn bij duurzaamheid. En als we samenwerken, lukt het ook de goede dingen te doen. Op weg naar die betere wereld!

V. Dalm is directeur van voorlichtingsorganisatie Milieu Centraal, zij schrijft op persoonlijke titel

Dit artikel verscheen in de printuitgave van VMT 12 binnen het thema Duurzaamheid & MVO.


Reageer op dit artikel