nieuws

TNO onderzoekt portiegrootte en veiligheid referentiedoseringen allergenen

Algemeen

TNO onderzoekt portiegrootte en veiligheid referentiedoseringen allergenen

De portiegrootte en de veiligheid van referentiedoseringen zijn op dit moment twee belangrijke belemmeringen in het breed toepassen van een goed allergenenmanagementsysteem. In het programma ‘Immuungezondheid’ werkt TNO aan oplossingen voor deze uitdagingen, zoals een online tool.

Voedselallergische patiënten moeten kunnen vertrouwen op de informatie op voedingsetiketten om allergenen in hun dieet te vermijden. Nog altijd zijn er producten op de markt die onbedoeld allergenen bevatten, terwijl daar niet voor gewaarschuwd wordt. Aan de andere kant zijn er ook nog steeds producten met een ‘kan allergeen bevatten’-waarschuwing terwijl er geen allergeen aanwezig is. Of het allergeen is wel aanwezig, maar dan in een dusdanig lage concentratie dat het merendeel van de allergische patiënten hier geen allergische reactie door zal krijgen. Beide situaties zijn potentieel gevaarlijk voor de allergische populatie en deze onduidelijkheid heeft als consequentie dat patiënten in toenemende mate de waarschuwing negeren.
De in 2018 gepubliceerde studie door TNO en UMC Utrecht bevestigt dat onverwachte allergische reacties inderdaad regelmatig voorkomen. Dit wordt veroorzaakt door het negeren van de waarschuwing of het nemen van producten zonder waarschuwing waar wel allergenen in zitten. Een deel van de patiënten had een dermate ernstige reactie dat er hulp gezocht werd bij een arts of de eerste hulp. Van de 157 voedselallergische patiënten die gevolgd werden, belandden er 6 op de eerste hulp. Dit geeft aan dat de huidige situatie allesbehalve goed is en de veiligheid van de allergische patiënt in het geding is.

Geharmoniseerde etikettering

De oplossing tot een veiligere wereld voor voedselallergische consumenten ligt in een geharmoniseerde etikettering, met kwantitatieve grenswaarden voor het wel of niet waarschuwen tegen mogelijke onbedoelde allergenen in producten (Precautionary Allergen Labeling, oftewel PAL). Kwantitatief allergeenbeheer is mogelijk op basis van de referentiedoseringen die zijn afgeleid door onderzoekers van TNO en het Food Allergen Resource and Research Programma (FARRP) van de Universiteit van Nebraska (VS). Het Allergen Bureau van Australië / Nieuw-Zeeland heeft deze geïmplementeerd in hun VITAL allergenenmanagementsysteem sinds 2011. Dit systeem wordt in toenemende mate gebruikt door bedrijven wereldwijd bij het nemen van beslissingen tot het plaatsen van een waarschuwing voor onbedoelde allergenen in producten. Tegelijkertijd neemt ook de belangstelling van autoriteiten toe en maken individuele autoriteiten gebruik van de referentiedoseringen.

Twee belangrijke belemmeringen

Toch zijn er een aantal belangrijke aspecten die de bredere toepasbaarheid van een kwantitatief allergenenmanagement, zoals VITAL, belemmeren. Binnen het TNO programma ‘Immuungezondheid’ werken we in een publiek-privaat partnership aan twee belangrijke problemen die het gebruik van een geharmoniseerd kwantitatief systeem voor onbedoelde allergenen belemmeren:

– Portiegrootte
Allereerst: welke gegevens over voedselinname moeten worden gebruikt bij het berekenen van actieniveaus voor het plaatsen van een PAL? Bedrijven worstelen met de juiste keuze over de consumptiehoeveelheden van hun producten. De vaak toegepaste nutritionele portiegroottes of de hoogste bekende waarde voor consumptie leiden tot onderschatting respectievelijk overschatting van het risico op allergische reacties. Daarnaast resulteert het in verschillende keuzes tussen bedrijven voor eenzelfde type product en gelijke risico’s. Doel van het onderzoek is het ontwikkelen van een online tool met consumptiegegevens uit verschillende regio’s van de wereld om actiegrenswaarden voor plaatsen van een ‘kan sporen bevatten van…’ waarschuwing objectief vast te stellen.

– Referentiedoseringen
De tweede belemmering betreft de veiligheid van de referentiedoseringen. Referentiedoseringen zijn gebaseerd op het principe dat nul risico niet mogelijk is, en vastgesteld op een mogelijk milde objectieve reactie in 1-5% van de allergische populatie. Recent is dit bevestigd met een zogeheten single-dose studie met 378 pinda-allergische patiënten. Daarnaast geeft onze drempelwaarde database, ontwikkeld in samenwerking met onze partner FARRP, inzicht in de allergische symptomen die kunnen optreden bij het gevoeligste deel van de allergische populatie. Deze informatie zetten wij op dit moment op een rijtje en zal nader inzicht geven in de ernst van mogelijke reacties die in incidentele gevallen nog op zouden kunnen treden wanneer de waarschuwing is gebaseerd op referentiedoseringen.


Onderzoeksprogramma ‘Immuungezondheid’

Het TNO onderzoeksprogramma ‘Immuungezondheid’ heeft tot doel om te komen tot een betere diagnose en behandeling, en bovenal een betere preventie van chronische immuun-gerelateerde ziektes, zoals voedselallergie, darmontstekingsziekten, en verschillende vormen van kanker. De focus ligt hierbij op het ontwikkelen van in silico tools die door middel van integratie en analyse van zeer diverse data sets inzicht moeten geven in de rol van extrinsieke factoren zoals voeding. Deze innovaties ondersteunen het bedrijfsleven, zorgprofessionals en overheden bij het ontwikkelen, testen, beoordelen en implementeren van nieuwe of verbeterde interventies op basis van voedingscomponenten. 


Accepteren van de risico’s

Het accepteren van risico’s, welk risico en de mogelijke ernst van reacties die nog kunnen plaatsvinden, is een van de belangrijke kwesties voor de betrokken partijen: patiënten, bedrijven, artsen, wetenschappers en overheden, waarover beslissingen niet kunnen genomen worden door individuele partijen. 

Zoals eerder genoemd, neemt de belangstelling van autoriteiten toe en maken ook zij gebruik van de referentiedoseringen. Helaas is dit door middel van besluiten door individuele autoriteiten over het accepteren van rest-risico’s en is de acceptatie en implementatie nog steeds niet internationaal geharmoniseerd. Voor bedrijven betekent dit dat een product zonder waarschuwing maar met een lage concentratie onbedoelde aanwezigheid van allergeen in bijvoorbeeld België geaccepteerd wordt, maar in Spanje of Italië te maken kan krijgen met een recall.

Implementatie

Bedrijven zetten zich in voor beter allergenenmanagement en kunnen in veel gevallen zich hieraan committeren. Echter, zolang er binnen Europa (en mondiaal) geen geharmoniseerde beslissing wordt genomen over de acceptatie van referentiedoseringen (en risico’s) zal de implementatie afhankelijk zijn van de bereidwilligheid en initiatieven van individuele bedrijven en brancheorganisaties. Uiteindelijk is de consument nog steeds de dupe van deze situatie.

Auteur: dr. W. Marty Blom, Programmalijn coördinator, TNO Zeist, marty.blom@tno.nl

Referenties:

  • Blom WM, Michelsen-Huisman AD, van Os-Medendorp H, van Duijn G, de Zeeuw-Brouwer ML, Versluis A, Castenmiller JJM, Noteborn HPJM, Kruizinga AG, Knulst AC, Houben GF. Accidental food allergy reactions: products and undeclared ingredients.
  • J Allergy Clin Immunol. 2018 Sep;142(3):865-875. doi: 10.1016/j.jaci.2018.04.041. Epub 2018 Jul 17. PMID:29908992
Reageer op dit artikel