nieuws

Nieuwe meetmethode voor kwantificering hittebestendige sporen moet voor minder conflicten in melkpoederhandel zorgen

Algemeen

Nieuwe meetmethode voor kwantificering hittebestendige sporen moet voor minder conflicten in melkpoederhandel zorgen

Wetenschappers van het Spores Consortium Initiative hebben een praktische en betrouwbare microbiële methode benoemd om hittebestendige bacteriesporen in melkpoeders te kwantificeren. Het onderzoek helpt om tests te standaardiseren. Daarnaast verbetert het de interpretatie van sporentellingen van bederfrisico’s voor UHT-zuivelproducten.

In het onderzoek werd de aanwezigheid en overleving van hittebestendige bacteriesporen in zuivelpoeders bestudeerd. De thermofiele sporen kunnen voor bederving zorgen als de poeders in vloeibare producten terechtkomen die met ultra hoge temperatuur (UHT) behandeld zijn.

De Consortiummethode geeft een vergelijkbare voorspelbaarheid voor het bederf van vloeibaar gemaakt melkpoeder als de bacteriesporen in het poeder tien keer hoger zijn dan voor de vaak gebruikte ISO-aanpak (bijvoorbeeld duizend kolonievormende eenheden per gram voor de Consortiummethode en honderd KVE/g voor ISO/TS 27265:2009).

Hittebestendige sporen opsporen

Er zijn veel verschillende methoden in gebruik om hittebestendige sporen in melkpoeders te detecteren. Dit kan leiden tot verschillende testresultaten, wat geschillen tussen melkpoederproducenten en hun klanten voort kan brengen.

Wat zuivelproducenten meestal doen is na een warmtebehandeling een monster uitplaten op kweekmedia die de ontkieming en uitgroei van sporen faciliteert. Bedrijven gebruiken verschillende hittebehandelingen en kweekmedia, waardoor zij resultaten niet met elkaar kunnen vergelijken.

Consortiummethode

Om de ongelijkheden te verhelpen, hebben wetenschappers van NIZO samen met Abbott, bioMérieux, FrieslandCampina, Nestlé en de U.S. Dairy Export Council de efficiëntie van ontkieming en uitgroei onderzocht van sporen van 38 stammen die werden geïsoleerd uit zuivelproducten, ingrediënten en omgevingen met melkveebedrijven.

De wetenschappers hebben melkpoeders geprepareerd conform de ISO-standaard van verschillende geografische locaties vergeleken met de Consortiummethode.

De Consortiummethode houdt een temperatuur van 100°C aan gedurender dertig minuten en plaat op trypticase soy agar (TSA). Vervolgens werd de melkpoeder weer vloeibaar gemaakt en onderworpen aan een UHT-behandeling. Het bedervingsproces werd bepaald nadat het vloeibare product was opgeslagen bij 37°C en 55°C.

Bovendien geeft de Consortiummethode een uniform testsysteem voor de zuivelpoederproducenten. Dit helpt conflicten te voorkomen.

Reageer op dit artikel