nieuws

Europese consument is meest bezorgd over voedselfraude

Algemeen

Europese consument is meest bezorgd over voedselfraude

Consumenten blijken bezorgder over de bekende risico’s dan over de onbekende risico’s. Van alle onbekende risico’s baart voedselfraude hen het meeste zorgen.

EFSA, de Europese voedselveiligheid autoriteit onderzocht  hoe veel Europese consumenten weten van onbekende risico’s (‘emerging risks’)  en hoe zij hierover het liefst geïnformeerd worden. De enquête werd afgenomen in 25 verschillende landen uit de Europese Unie. Cyprus, Luxemburg en Malta werden niet meegenomen in het onderzoek. In totaal waren er 6268 correspondenten, waarvan 250 in Nederland.

Emerging risks zijn onbekende risico’s die relatief weinig voorkomen, maar grote gevolgen kunnen hebben. In het onderzoek werden groene smoothies, plastic rijst en nanodeeltjes in voeding als voorbeeld gebruikt.

Uit de resultaten bleek dat er veel verschillen zijn tussen onbekende risico’s en bekende risico’s (established risks). Consumenten blijken bezorgder over de bekende  risico’s dan over de onbekende risico’s. Van alle onbekende risico’s baart voedselfraude hen het meeste zorgen.  

Communicatie naar de consument

EFSA onderzocht ook hoe de consument het liefst geïnformeerd wordt, zodat de organisatie haar communicatiestrategie het beste kan aanpassen aan de wensen van de consument. Zo bleek uit de enquête dat de correspondenten weinig kennis hadden over de voorbeelden uit het onderzoek, maar wel graag meer informatie zouden willen ontvangen over onbekende risico’s in het algemeen.

Over het algemeen willen Europese burgers graag zo snel mogelijk worden geïnformeerd over onbekende risico’s, hoe eerder hoe beter. Ze willen niet alleen algemene informatie ontvangen, maar ook informatie die hen helpt beslissingen te maken en informatie over hoe zij het risico kunnen vermijden.

Afwijkende resultaten Nederland

De Nederlandse consument denkt hier echter anders over. Zij geven de voorkeur aan het ontvangen van informatie nadat het risico uitgebreid is onderzocht door wetenschappers (34% tegenover 21% van de Europese burgers). Verder wil 44 procent van de Europese burgers informatie ontvangen meteen nadat het risico is geïdentificeerd, in Nederland ligt dit percentage op 27 procent.

Er waren nog enkele andere resultaten waarop Nederland afweek van het Europese gemiddelde. Zo kijken Nederlanders positiever aan tegen de rol van de wetenschap in de voedingsindustrie dan de andere Europese landen. Bij de vraag of technologische innovaties meer kwaad dan goed doen antwoorden 82 procent van de Bulgaren en Grieken bijvoorbeeld met ‘eens’, waar dit percentage in Nederland op 55 procent lag.

Verder hebben Nederlanders meer vertrouwen in wetenschappers en professionals uit de gezondheidszorg dan in de voedingsindustrie wanneer ze informatie willen verkrijgen. Ook hebben zij minder vertrouwen in informatie over voeding van vrienden dan andere Europese burgers (36 procent tegenover 61 procent in de EU).

Communicatiebronnen

Net als de rest van de Europeanen ontvangen Nederlanders het liefst informatie via de traditionele media en websites van nationale autoriteiten. De voorkeur ligt hierbij op televisie. In tegenstelling tot de rest van Europa hechten Nederlanders minder waarde aan sociale media en rechtstreekse communicatie met gezondheidsprofessionals.

Bekijk het rapport (pdf)

Reageer op dit artikel