artikel

Sensus onderzoekt alternatief voor gas

Algemeen

Sensus onderzoekt alternatief voor gas

Sensus, onderdeel van Cosun, heeft zich tot doel gesteld om in 2050 100 procent CO2-neutraal te produceren. In samenwerking met de provincie Overijssel en Bilfinger Tebodin deed het bedrijf onderzoek naar een duurzaam alternatief voor gas. Hieruit blijkt onder andere dat groene stoom uit biomassa een goed en duurzaam alternatief is. Dit artikel is verschenen in VMT 4 van 19 april 2019.


Sensus

Sensus is net als Suiker Unie en Aviko onderdeel van de agro-industriële Royal Cosun groep. In Roosendaal en Zwolle worden cichoreiwortels verwerkt tot prebiotische vezels zoals inuline en oligofructose. Deze halffabricaten vinden toepassing als suiker- of vetvervangers in producten.


Sensus heeft verschillende productielocaties. Op de Zwolse locatie worden een aantal van de meest energie- intensieve bewerkingen gedaan, zoals drogen en indampen. Het sap dat in Roosendaal is gewonnen uit de cichoreiwortels wordt hier geconcentreerd en tot poeder gedroogd. Aardgas speelt een centrale rol in de aandrijving van de bestaande installaties: de drogertorens worden indirect gestookt met aardgasbranders, en aardgas is ook de brandstof waarmee ter plaatse stoom wordt opgewekt voor overige processen. In het streven naar een meer duurzame productie onderzoekt Sensus de mogelijkheid om van het aardgas af te stappen. Het alternatief moet economisch rendabel zijn, een hoge energie-efficiëntie hebben en bijdragen aan het streven om per 2050 100 procent CO2-neutraal te produceren.

Onderzoek naar duurzame opties

“De installaties op onze locatie Zwolle behoren tot de grotere gasverbruikers van Sensus”, vertelt Frans Franssen, plantmanager van de locatie in Zwolle. “De brander van een van de torens gaan we op korte termijn vervangen, waarvoor we een zo duurzaam mogelijke optie zullen kiezen. In het verlengde hiervan is het huidige onderzoek naar verduurzaming van de gehele locatie gestart. In 2018 hebben we Bilfinger Tebodin opdracht gegeven de opties te analyseren.” Het resultaat daarvan volgde in december.

Energiespecialist Roel Tolle bij Bilfinger Tebodin: “In vijf scenario’s hebben we verschillende combinaties van duurzame stroomopwekking en elektrificatie onderzocht op hun technische en economische haalbaarheid. Binnen de productiefaciliteit vinden verschillende processen plaats die warmte of stoom vragen. De maatgevende verbruikers van warmte zijn de drogertorens, indampers, pasteurs, CIP-installaties en het HVAC-systeem. De drogertorens maken gebruik van indirect gestookte aardgasbranders, de overige verbruikers verkrijgen warmte-energie uit stoom.”

De duurzame alternatieven voor stoomopwekking die zijn onderzocht:

  1. hogedrukstoom (HD-stoom) opgewekt uit biomassa;
  2. lagedrukstoom (LD-stoom) opgewekt met een hogetemperatuur-warmtepomp (HT-warmtepomp) uit restwarmte van de eigen processen;
  3. LD-stoom opgewekt met een HT-warmtepomp uit restwarmte van de Zwolse stadsverwarming (90 oC);
  4. stoomopwekking door middel van elektrisch gevoede stoomketels;
  5. toepassing van mechanische damprecompressie (MVR) in plaats van thermische damprecompressie (TVR) voor de indampers.

Stoom uit biomassa

Tolle over de uitkomst van het onderzoek: “Zowel Sensus als de onderzoekers komen tot de conclusie dat omschakelen naar extern opgewekte stoom uit biomassa een optie is. In technische zin kan HDstoom met de nodige aanpassingen worden toegepast in zowel de nieuwe drogertoren als de overige installaties. Het duurzaamheidsaspect wordt ge realiseerd door de keuze van de grondstof in de centrale. Vanuit economisch oogpunt moet wel duidelijk zijn dat groene stoom tegen een gunstige prijs kan worden aangeboden. Dit wordt momenteel nog nader onderzocht.”

Vergeleken met de optie stoom uit biomassa kenden de overige alternatieven uiteenlopende bezwaren. Deels vanwege de benodigde kosten – toegenomen stroomverbruik en investeringen in aanpassing van installaties – maar ook om technische redenen. Tolle: “Voor toepassingen met warmtepompen zou Sensus bijvoorbeeld moeten kunnen vertrouwen op een constante toevoer van water met een zeer hoge temperatuur. Bij de indampers levert vervangen van TVR-technologie door MVR-technologie te weinig voordeel op. De bestaande installaties zijn in vergelijking met oudere TVR-systemen al zeer efficiënt en ver geleken met MVR-systemen weegt het verschil in efficiëntie niet op tegen de investeringskosten.”

Optimistisch over vervolg

Naast Sensus was de provincie Overijssel opdrachtgever van het brede onderzoek naar duurzame oplossingen. Dit omdat deze provincie het bedrijfsleven in Overijssel wil steunen in de energietransitie en met name grootverbruikers van Gronings gas wil begeleiden bij het maken van andere keuzes dan een relatief eenvoudige omschakeling naar hoogcalorisch gas. Hoe en wanneer de omschakeling is, hangt nu af van het lopende onderzoek naar de meest geschikte locatie voor een stoomcentrale en de meest geschikte brandstof voor die centrale. Sensus heeft externe partijen benaderd om hiervoor een aanbieding te doen. Of het gewenste prijsniveau van de geleverde stoom gehaald wordt, is mede afhankelijk van de rendabiliteit van de te bouwen centrale.

Die kan positief worden beïnvloed wanneer ze door meer afnemers in de directe omgeving te bedienen is. Daarover zijn gesprekken gaande met omringende bedrijven, waaronder producent van voedings- en gezondheidsproducten Abbott. “We zijn optimistisch over het vervolg”, zegt Frans Franssen van Sensus Zwolle. “De samenwerking met alle betrokken partijen verloopt soepel. Bilfinger Tebodin speelt daarin een coördinerende rol. We kunnen nu vervolgstappen zetten, waarmee we toewerken naar een nog duurzamere productie in de toekomst.”

E. van Heijningen is freelance journalist voor Bilfinger Tebodin 


Fossielvrij in vier stappen

Figuur sensusMet een bijdrage van gemiddeld 85 PJ per jaar bedraagt het energieverbruik in de voedings- en genotmiddelenindustrie circa 6 procent van het totale energieverbruik binnen de industriesector (CBS, 2016). Vooral de warmtevraag levert daaraan een belangrijke bijdrage, met een gemiddelde van 55 PJ per jaar, circa 65 procent. Om het fossiele energieverbruik te verminderen is een strategische benadering in vier stappen te hanteren (figuur). In de besproken studie is met name ingegaan op aanpassingen in de processen bij Sensus, de mogelijkheden voor het benutten van restwarmte (stap 2) en de inzet van duurzame warmteopwek – king, in dit geval stoom (stap 3). Ook is uitgegaan van een zo groot mogelijke minimalisering van de stoomvraag (stap 1), bijvoorbeeld door leidingwerk en appendages te isoleren en een regelmatige controle van de condenspotten en optimalisatie van de procestemperaturen.


Reageer op dit artikel