artikel

Omgeving monitoren voor veilig eindproduct

Algemeen

Omgeving monitoren voor veilig eindproduct

Met de focus van de NVWA op Ready-To-Eat (RTE)-producten wordt een goede, onderbouwde omgevingsmonitoring steeds belangrijker. Met name Listeria monocytogenes is een bekende pathogeen die in deze productcategorie verantwoordelijk is voor recallacties. Een robuust, holistisch en uitgebreid Environmental Monitoring Programma (EMP) kan terugroepacties voorkomen en daarmee een hoop negatieve publiciteit. Hoe zet je dit op? Dit artikel is verschenen in VMT 14 van 23 november 2018.

Een belangrijke ziekteverwekker die mogelijk in de productieomgeving aanwezig is, is Listeria monocytogenes. Echter, als de omstandigheden van de omgeving warmer of zelfs droger zijn (denk aan gesproeidroogde zuivelproducten), dan komen ook andere soorten pathogenen voor (bijvoorbeeld Salmonella). Het uitvoeren van een risico en gevarenbeoordeling van de productie in low-care en high-care-afdelingen is belangrijk om acties doeltreffend en kosteneffectief op te zetten. Het uiteindelijke doel is de borging van de voedselveiligheid en het bepalen van de juiste pathogeen waarop in de verschillende risicogebieden moet worden gecontroleerd.

Risicobeoordelingen

Om het EMP optimaal in te richten naar de risicobehoefte van de verschillende productieruimten, moet een multidisciplinair team, eventueel aangevuld met externe materiedeskundigen, de risicobeoordelingen uitvoeren. Een goed ontworpen en geïmplementeerd EMP houdt niet alleen rekening met transiënte ziekteverwekkers, maar ook met ‘huisdieren’ (persistente ziekteverwekkende stammen) in gebouwen of apparatuur. Want dat is het doel: een zoeken beheersplan om de transiënten te identificeren en deze ongewenste ‘huisdieren’ te verwijderen. Bij het kiezen van de juiste EMP-bemonsteringlocaties is het altijd goed om te ervaren welke plekken met slechts enkele swabs de meeste informatie opleveren. Een voorbeeld: het verzamelen van condensaat dat uit verschillende koeleenheden komt. Dit is een samenstelling die de toestand van deze eenheden bewaakt en verifieert dat de gehanteerde reinigings- en sanitatiepraktijken voldoende zijn om te voorkomen dat zich een groeiomgeving voor Listeria ontwikkelt.

Onderdelen van een EMP-programma

Opzetten multifunctioneel team.
De risicobeoordeling moet – ongeacht de faciliteitsomvang – worden uitgevoerd door een crossfunctioneel team dat de onderdelen van het monitoringsprogramma bepaalt (bemonsteringslocatie, frequentie, methode en implementatie van acties). Medewerkers onderhoud, reiniging en desinfectie en QA/QC-productie, en externe partijen worden erbij betrokken.

Bijzonder onderzoek.
Elke gebeurtenis die plaatsvond/gaat plaatsvinden, moet worden geanalyseerd op de impact ervan op de omgeving ten aanzien van de pathogene contaminatie. Het dekt zowel een droge als een natte verwerkingsomgeving. Vaak is voor een goede analyse van de oorzaak een productiestilstand vereist.

Focus op apparatuur.
Vaak zit de verontreiniging diep in de apparatuur: gevolg van een onjuist apparatuurontwerp en/of een gebrek aan diepe reiniging. Het demonteren en inspecteren van apparatuur moet grondig gebeuren tot op het niveau van moeren, bouten en sluitringen.

Beoordeling sanitatiepraktijk.
Omdat normale en routinematige reiniging en desinfectie niet altijd de apparatuur binnendringt, moet een diepe, intensieve schoonmaak – met een vaste frequentie – worden gepland. Het EMP-team moet een apparatuuren systeemassessment op pathogenengroei uitvoeren (met extra aandacht voor het ontstaan van biofilms), zodat de kwaliteit van het eindproduct en het voorkomen van pathogenengroei op voorhand wordt geborgd.

Juiste instrumenten

Er zijn veel factoren die het transport van pathogenen bevorderen op een locatie. Denk aan mensen, gereedschap, verplaatsbare apparatuur, water, ongedierte en aannemers. Zodra het monitoringsprogramma geïmplementeerd en succesvol is, zijn de transiënten te identificeren voordat ze in de gebouwen of apparatuur een plaats vinden. Naast de beoordeling van de juiste locatie, is het ook belangrijk om het juiste instrument te gebruiken. Te vaak wordt een standaard swab gebruik om pathogenen op oppervlakten op te sporen: deze zijn geschikt voor het swabben van kritische oppervlakten zoals kleine scheurtjes, gaten en andere slecht schoongemaakte openingen. Het nadeel van swabs is dat ze geen grote oppervlakten kunnen testen. Sponzen zijn een goed alternatief, ook is bij een spons meer druk toe te passen dan bij een swab, waardoor het oppervlak intensiever wordt behandeld. Het gebruik van het verkeerde bemonsteringstool levert mogelijk een groter risico op voor het bedrijf. Zorg ervoor dat de omgevingscontrole de beste bescherming biedt door een zelfbeoordeling uit te voeren op het volledige programma. Dit kan ook worden gedaan door een opgeleide, ervaren omgevingsdeskundige.

Bedieningspanelen

Gebieden die vaak niet worden geïnspecteerd zijn bedieningspanelen, elektrische leidingen en leidinggoten. Een goede oefening is om alle bedieningspanelen te nummeren en ze binnen de EMP-aanpak in een inspectieschema op te nemen. Deze panelen zijn berucht om het bieden van lokale groei van Listeria. Houd er rekening mee dat er bij de inspectie van dit soort locaties – wanneer elektrische systemen worden blootgelegd – een elektricien moet zijn.

Riool

Dezelfde aanpak wordt toegepast op rioolafvoeren. Het hebben van een schema van de riolering hoort onderdeel van alle EMPrisicobeoordelingen te zijn. Ten eerste dient de afvoerrichting goed in beeld te worden gebracht. Riolen stromen soms van vuile locaties van de voedselproductiefaciliteit naar de RTE-zijde en verlaten uiteindelijk de faciliteit. Deze drains zijn ondergrondse metrosystemen voor ziekteverwekkers. Worden productie- en reinigingsschema’s en protocollen op elkaar afgestemd, dan is te voorkomen dat aerosolen – door plotselinge drukstoten of reacties – in RTEproductielocaties terechtkomen waardoor nabesmetting kan optreden. Een ander belangrijk aandachtspunt van de beoordeling van een rioolsysteem is het zoeken naar dode hoeken, met name die in het verleden werden gebruikt als afvoerpunt. Dit zijn geweldige locaties voor ziekteverwekkers en kan een belangrijke reden zijn waarom sommige afvoerpijpen altijd positieve swabresultaten opleveren.

Aantal swabs

Een vraag die altijd gesteld wordt, is: ‘Welk aantal swabs moeten we uitvoeren in een EMP?’ Daar is geen eenduidig antwoord op. De hoeveelheid swabs is in hoge mate afhankelijk van de eerder besproken omgevingsrisicobeoordeling. Tijdens deze beoordeling worden veel criteria geëvalueerd. Eerst moet worden bekeken welk type proces en hoeveel blootstelling aan de omgeving het RTE-product zal hebben vóór de verpakking. Ten tweede hoeveel productielijnen worden gemonitord, het aantal productbewerkingen, type product en overige risico’s. Waar je globaal vanuit kunt gaan is dat de veiligheid in een RTE-locatie voldoende wordt gecontroleerd bij circa 10 swabs per maand. Bij het bepalen van het minimale aantal swabs per controlepunt, is het belangrijk dat er minimaal een trend te verwachten is waarop acties kunnen worden gebaseerd. Ten slotte moeten alle EMP’s een procedure hebben voor een ‘ongewone gebeurtenis’. Eenvoudig gezegd: een kortere periode meer swabs uitvoeren, bijvoorbeeld bij constructieaanpassingen, verplaatsing van apparatuur of ingevoerd vanaf buiten het RTE-gebied, daklekken en wijzigingen pro-ductie. Deze extra monitoring kan – als onderdeel van een preventiestrategie – de introductie van ziekteverwekkers in de omgeving helpen voorkomen.

Reageer op dit artikel