artikel

Canada in de ban van groene eiwitten: Met superclusterbeleid krijgen grondstoffen meer waarde

Algemeen

Canada in de ban van groene eiwitten: Met superclusterbeleid krijgen grondstoffen meer waarde

Canada is een van ‘s werelds grootste exporteurs van granen en peulvruchten. Tot voor kort gingen deze zonder verdere bewerking de grens over. Dat moet anders, vinden ze in het op één na grootste land ter wereld. Met een forse financiële injectie van de overheid gaat de agri- en foodsector zich richten op het verwaarden van de enorme berg agrarische grondstoffen die provincies als Manitoba, Saskatchewan en Alberta produceren. Vooral in plantaardige eiwitten liggen kansen. Dit artikel is verschenen in VMT 15 van 14 december 2018.

Zo’n 250 machines en apparaten staan er in het Saskatchewan Food Industry Development Centre, kortweg ‘Food Centre’ in het Canadese Saskatoon. De nadruk wil Shannon Hood-Niefer, hoofd technologie en innovatie, echter leggen op de specifieke expertise van het centrum: extrusie. De organisatie begeleidt vooral kleine en middelgrote bedrijven in innovatietrajecten en in het op de markt brengen van voedingsmiddelen. “We helpen hen ook bij het opschalen.” Twee extruders heeft het Food Centre tot zijn beschikking: een voor onderzoek en ontwikkeling, de ander voor een kleine productie. “We nemen tarwebloem en linzen, voegen water en olie toe en dan wordt het geëxtrudeerd om de gewenst vorm te krijgen”, vertelt Hood-Niefer. Extrusie leent zich perfect voor de productie van vleesalternatieven: “Toen we begonnen met testdraaien hiervan was dat lastig, maar nu hebben ze het bij het Food Centre inmiddels wel onder de knie. De afgelopen vijf jaar verdienden we veel geld met het helpen ontwikkelen van veganistische producten. Dit beslaat inmiddels zestig procent van ons werk”, zegt Hood-Niefer die promoveerde op de functionaliteit van zetmeel in peulvruchten en ook expert is in de verwerking van erwtenmeel met behulp van de extrusietechnologie. En dan te bedenken dat het Food Centre begon als expert op het gebied van vleesverwerking. Tijden veranderen.

Verwaarding plantaardige eiwitten

Voedingsmiddelenbedrijven richten zich meer en meer op de verwaarding van plantaardige eiwitten. Daarom richtte Canada ook Protein Industries (PIC) op. PIC is een van de vijf topsectoren – of superclusters zoals de Canadezen ze noemen – van het Federal Supercluster Initiative (2017- 2022), naar het evenbeeld van het Nederlandse topsectorenbeleid. PIC richt zich op prairieprovincies Manitoba, Saskatchewan en Alberta. De ander superclusters zijn kunstmatige intelligentie (Quebec), geavanceerde productie (Ontario), digitale technologie (British Columbia) en de maritieme sector. Voor de vijf clusters stelt de overheid C$ 950 miljoen (Canadese dollars) beschikbaar. PIC ontvangt C$ 153 miljoen. Het is duidelijk wat de prairieprovincies te doen staat (en zoals PIC meldt in haar communicatie): het verwaarden van Canadese gewassen als granen en peulvruchten die volop in deze provincies groeien. Het supercluster, waarin bedrijven, wetenschap en overheden nauw samenwerken, dient in zeven tot tien jaar tijd 40.000 extra directe en 120.000 indirecte banen te creëren plus voor zo’n C$ 40 miljard aan directe (buitenlandse) investeringen te realiseren. Ook buitenlandse partijen met kennis en verwerking van plantaardige eiwitten zijn welkom in Canada.

Winnipeg in Manitoba

Al ruim 45 jaar werkt het Canadese Grains Institute (CIG) in Winnipeg samen met de graanindustrie in de waardeketen, zowel nationaal als internationaal. Niet alleen in de teelt, ook in de verwerking en de productontwikkeling staat de non-profitorganisatie partijen bij. CIG huisvest dan ook laboratoria, maalmachines en proeffabrieken. Dat het instituut zetelt in de hoofdstad van de provincie van Manitoba is geen toeval: de provincie is een belangrijke exporteur van landbouwproducten zoals canola (Canadees koolzaad) en tarwe. Bovendien hebben 16 graanbedrijven hier hun hoofdkwartier.

Peulvruchten

Sinds 2013 is CIG ook actief in peulvruchten, een belangrijke bron van plantaardige eiwitten. Zo testen medewerkers in een project hoe eiwitten van peulvruchten zich gedragen als je ze in brood verwerkt. Dan is vooral de smaak een uitdaging. “Peulvruchten bevatten een hoge hoeveelheid vezel en nutritionele voordelen. Maar natuurlijk moet ook de smaak goed zijn”, zegt directeur graankwaliteit Elaine Sopiwnyk. Steeds meer klanten willen hun producten clean label of extra eiwitten toevoegen aan hun graanproducten, CIG helpt dit te bewerkstelligen. Momenteel test het instituut ontbijtgranen in een extruder met dubbele schroef om verschillende vormen te creëren. Het is de bedoeling om hier peulvruchten aan toe te voegen. “We willen een eiwitclaim kunnen toevoegen aan het product. Peulvruchten verhogen namelijk de voedingswaarde. De uitdaging blijft de smaak van de gele erwten goed te krijgen. Het is ons bijna gelukt”, lacht Sopiwnyk. In de pilotbakkerij vinden experimenten plaats met het verwerken van peulvruchten in koeken. “Om te kijken te kijken hoe ze in het product reageren.” CIG moet nog heel veel experimenteren met de verwerkingsmogelijkheden voor peulvruchten. Hiervoor heeft de organisatie een eigen verwerkingsfaciliteit. Het draait hier om waarde toevoegen bij de verwerking van peulvruchten die een grote variëteit kennen. “We bekijken hier hoe ze zich gedragen bij het vermalen en of er bepaalde kwaliteitsspecificaties zijn voor het eindproduct waar we rekening mee moeten houden”, aldus de directeur graankwaliteit. “Splijten we bijvoorbeeld de peulvrucht, dan verliezen we vezel. Dat willen we voorkomen want de meeste mensen krijgen hiervan te weinig binnen.” De Canadese focus ligt op het verwaarden van plantaardige eiwitten. Sopiwnyk: “Met een proteïnepercentage van tussen de 20% en 30% lenen peulvruchten zich hier uitstekend voor.” Maar er valt nog veel te leren voor CIG: “In tegenstelling tot tarwe weten we nog relatief weinig van peulvruchten.” En dan zijn er consumenten die moeten wennen aan de smaak en de textuur. “Maak je pasta van bijvoorbeeld erwten, dan zijn de kleur (donkerder), de textuur en de smaak anders. Veel van onze cliënten willen dit niet.” Ook signaleert ze dat er nog veel geheimzinnigheid heerst rond onderzoek naar toepassingen van peulvruchten.

Hennep

Manitoba mag dan een groot exporteur van granen zijn, misschien wordt de provincie dat in de (verre) toekomst ook wel van hennep. Eén dag na de legalisering van wiet afgelopen oktober was het spul vrijwel geheel uitverkocht. De Canadese voedingsmiddelenindustrie ziet potentie om hennep te verwerken in voedingsmiddelen. In tegenstelling tot wiet bevat hennep een laag percentage THC (niet meer dan 0,2%). Bij een hoger percentage is sprake van wiet of marihuana en kunnen gebruikers high worden. Manitoba is hartstikke trots dat Manitoba Harvest, de grootste hennepfabrikant die zijn eigen lijn voedingsproducten met hennep verkoopt, zich binnen de provinciegrenzen bevindt. Hennep houdt ook de University of Manitoba bezig. Het Richardson Centre for Functional Foods and Nutraceuticals, onderdeel van de universiteit, doet veel onderzoek naar de toepassingen. Zo testen medewerkers de peptiden in de plant die de bloeddruk kunnen verlagen. En uit tests blijkt dat die inderdaad lager wordt, bevestigt directeur Peter Jones. Dus je kunt ze al in voedingsmiddelen gebruiken met de gezondheidsclaim: ‘Verlaagt de bloeddruk’? Nog niet: ons onderzoek zit pas in een beginstadium, zo geeft hij aan. “Eerst ons onderzoek publiceren en dan een dossier indienen bij Health Canada (dat onder het Canadese ministerie van volksgezondheid valt, red.). En dat laatste is heel veel werk.”

Koffiecreamer

“Eerder waren er niet veel data over henneponderzoek. De legalisatie schept een nieuw perspectief waardoor we ons onderzoek sneller kunnen doen”, aldus Jones. “Je kunt nu al best veel producten met hennep vinden. Maar dat ze een bepaalde werking hebben is niet wetenschappelijk onderbouwd.” Zeker nu de legalisering een feit is, vallen meer van dergelijke producten te verwachten. Samen met startup Nature Hemp ontwikkelde het Richardson Centre een zuivelvrije koffiecreamer gebaseerd op hennep. Komende zomer komt het op de markt. Begin 2019 wil Nature Hemp een eigen fabriek beginnen in West-Canada: het liefst in Manitoba omdat daar ook al hennep wordt verbouwd.

Verwerking grondstoffen

Naast het tonen van onderzoeks- en ontwikkelingsfaciliteiten, wil Manitoba ook aan de buitenwereld laten zien dat dit de juiste plek is om te investeren in faciliteiten om grondstoffen verder te verwaarden. Onlangs nog investeerde het Franse Roquette C$ 400 miljoen in wat de ‘grootste erwtenverwerkingsfabriek’ ter wereld moet worden. Richardson International uit Winnipeg steekt C$30 miljoen in een innovatiecentrum en een R&D-faciliteit om samen met de voedingsmiddelenindustrie onderzoek te kunnen doen naar toepassingen van grondstoffen. Richardson International verwerkt vooral canola (Canadees koolzaad) tot canola- olie. Maar het bedrijf wil verder kijken dan dat “om te kijken of er toegevoegde voedingsoplossingen zijn voor onze klanten”, zegt Jean Marc Ruest, manager corporate affairs van Richardson International. “Ook kijken we naar de mogelijkheden van gewassen die we nog niet verwerken, zoals sojabonen.” Over ongeveer een jaar opent de nieuwe faciliteit met vier verdiepingen zijn deuren in Winnipeg die werk biedt aan 50 mensen. Natuurlijk zet het bedrijf in op de verwaarding van plantaardige eiwitten. “Dat is maar één element, maar we gaan natuurlijk kijken naar veel meer.”

Saskatoon in Saskatchewan

Saskatchewan geldt als de ultieme akkerbouwprovincie van Canada. Het gebied is grotendeels vlak, twee keer zo groot als Duitsland met slechts 1,1 miljoen inwoners. Niet voor niets is er zo’n 18,9 miljoen landbouwgrond beschikbaar, 40% van Canada’s totale areaal. Daarmee geldt Saskatchewan als Canada’s voornaamste regio voor het telen van granen, oliezaden en peulvruchten. Het grootste deel verdwijnt over de grens naar vooral de Verenigde Staten (exportwaarde C$ 3,6 mld) en China (C$ 2,8 mld). Zo komt 41% van alle geëxporteerde linzen wereldwijd uit Canada. Maar de ‘broodmand’ van de wereld – tarwe is Saskatchewans grootste gewas – wil meer waarde toevoegen aan de gewassen. “We hebben erwtenverwerkingsfaciliteiten, en dat aantal neemt ook toe, maar we exporteren onze gewassen vooral als ruwe grondstoffen”, zegt Alex Fallon, ceo van de Saskatoon Economic Development Authority (SREDA). Maar hiervoor heeft de regio meer technische en technologische kennis nodig, zoals wetenschappers om die switch goed te kunnen maken en – niet te vergeten – investeringen. Zo stelt Saskatchewan Value- Added Agriculture Incentive (SVAI) een belastingreductie van 15% in het vooruitzicht bij kapitaalinvesteringen.

Kennis textuur en smaak

Betekent dat belastingvoordeel dat ook kapitaal en kennis uit Nederland hard nodig is? Gavin Conlacher, provinciaal directeur internationale betrekkingen beaamt dit. Vooral op het gebied van smaak en textuur van eindproducten is kennis nodig: “We hebben onze belanghebbenden verzocht contacten te leggen in de Nederlandse Food Valley-regio voor nieuwe technologieën.” Met welke partijen er precies contacten zijn kan hij niet zeggen. “Duitsland en Nederland zijn leidend in de plantaardige eiwitindustrie. De eerste technologieën waar wij op stuitten, kwamen daarvandaan.” Hij weet dat Canadezen net als Nederlanders op producten met plantaardige eiwitten zitten te wachten. Meer peulvruchtenverwerking in Canada is onontkoombaar. “Ja, absoluut. Er komen veel nieuwe investeringen aan voor fractioneringsprojecten. We hebben plaats voor vier of vijf fractioneringsfaciliteiten van wereldklasse in deze provincie. We hebben genoeg water en genoeg afvalwaterzuiveringen om dit waar te maken. En er groeien hier genoeg peulvruchten.” Het Food Centre in Saskatoon is hier druk mee. De functionaliteit van groene eiwitten is nog altijd een uitdaging, weet ingrediëntenwetenschapper Ricky Lam. “Hoe gedragen deze ingrediënten zich bijvoorbeeld in de extruder. Soms is er voor tien- tot twintigduizend Canadese dollars aan laboratoriumtests nodig om hierachter te komen.” Waar Aziaten de smaak van verwerkte peulvruchten in eindproducten al goed kennen, is dat bij Amerikanen niet het geval. “Soms proberen we de smaak te veranderen. Hoe we dat doen? Dat is vertrouwelijke info.”

Calgary in Alberta

Met zijn hoge spiegelende wolkenkrabbers ziet het anderhalf miljoen zielen tellende Calgary er nog steeds uit als een echte olieen gasstad. Toch keert het tij: uit cijfers van 2016 blijkt dat de voedingsmiddelenindustrie (C$ 14,5 mld in verkopen) voor de eerste keer olieraffinage oversteeg als grootste industriële sector. Alberta zet dus in op diversificatie van haar economie, want de kritiek op fossiele brandstoffen als milieuvervuilend en niet-duurzaam neemt toe. Net als Manitoba en Saskatchewan wil de provincie – waar volgens sommigen het beste rundvlees vandaan komt – werk maken van plantaardige eiwitten. Dennis McKnight van Plant Proteins Alberta hoopt dat er over een jaar of tien acht verwerkers of fractioneringsfaciliteiten in zijn provincie zijn. In de PIC staat dat door de groei van de agrifoodsector Canada in een decennium de tweede food & agri-exporteur ter wereld wordt.

Nederland

Dat betekent dat Canada (nu vijfde) Nederland voorbijgaat als ’s werelds tweede voedselexporteur. Dat ziet McKnight niet snel gebeuren. Eerst moet het door de overheid beloofde geld (C$ 153 mln) voor het PIC maar eens beschikbaar komen. “Europa en Nederland hebben zeven jaar voorsprong op de rest van de wereld in het werken met plantaardige ingrediënten en fracties. We hebben een grote Nederlandse populatie in Alberta en we handelen op bilateraal niveau al intensief. We hebben nog veel te leren als het gaat om waarde toevoegen aan agrarische grondstoffen. Dat biedt kansen voor de Nederlanders”, lacht McKnight.

Reageer op dit artikel