artikel

RIVM richt onderzoek op de inname van MOAH

Algemeen

RIVM richt onderzoek op de inname van MOAH

De levensmiddelenindustrie lag onder vuur toen Foodwatch in november 2015 haar onderzoek naar de aanwezigheid van minerale oliën publiceerde. De suggestie was duidelijk: fabrikanten, groot en klein, brachten onveilige levensmiddelen op de markt. Is nu, drie jaar later, de storm (in het glas water) gaan liggen? Hoogste tijd om het spreekwoordelijke net op te halen. Wat was er aan de hand, waren sommige maatregelen overbodig en hoe nu verder? Dit artikel is verschenen in VMT 12 van 19 oktober.

Naar aanleiding van het advies van de European Food Safety Authority (EFSA) uit 2012 startte de levensmiddelenindustrie met het nemen van maatregelen om migratie van minerale oliën te beperken. De Federatie Nederlandse Levensmiddelen Industrie (FNLI) adviseerde haar leden destijds direct het te stoppen met gebruik van gerecycleerd papier en karton.

Bij direct contact adviseerden we de verpakking van een barrièrelaag te voorzien. Verder adviseerden we lage migratie-inkten te gebruiken. Tijdens de FNLI-themadag Verpakkingen in mei 2013 wezen gastsprekers uit de papierindustrie op de mogelijkheden om materialen te gebruiken waarop coatings als barrière zijn aangebracht of te kiezen voor geschoond papier (door het recyclaat dat wordt gebruikt voor de papier- en kartonproductie te ‘wassen’ is het gehalte aan ongewenste stoffen verlaagd).

Analysemethoden

De industrie erkent dat de aanwezigheid van minerale oliën ongewenst is, los van de oorsprong: migratie of anderzijds. Allereerst zijn twee te nemen hobbels om de aanpak tegen minerale oliën te laten slagen geanalyseerd.

Als eerste is het belangrijk om te identificeren waar in het proces er sprake kan zijn van verontreiniging (in elk deel van de productieketen). Daarnaast moet worden bepaald welke analysemethode geschikt is om te onderzoeken of er minerale oliën aanwezig zijn en om genomen maatregelen te beoordelen op effectiviteit.

Het eerste probleem is in mei 2017 getackeld middels de publicatie van de FNLI-risicoclassificatie Toolkit. De hobbel van de (gevalideerde) analysemethoden bleek complexer dan verwacht. De beschikbare analysemethoden zijn onnauwkeurig en geven vals-positieven. De Europese Commissie (EC) constateerde in haar onderzoek hetzelfde en besloot begin dit jaar nog tot uitstel van de overeengekomen deadline voor het inleveren van monitoringgegevens.

De JRC, de interne wetenschappelijke dienst van de EC, is gevraagd de recente ontwikkelingen op het gebied van analysemethoden mee te nemen in haar beoordeling van de beschikbare methoden. In een artikel van Spack et al over de contaminatie van voedsel met minerale oliën staat dat positieve resultaten – verkregen met reguliere screeningmethodes (LC-GC-FID) – altijd moeten worden geverifieerd via bijvoorbeeld GCMS-analyses.

Alleen zo is vast te stellen dat de aangetoonde oliën van minerale oorsprong zijn en om welke het precies gaat. Ook het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) gaf in haar rapport aan dat het van groot belang is dat de oorsprong van eventueel aanwezige minerale oliën bekend is.

Minerale oliën

Gezuiverde minerale olie (paraffine) is als additief of proceshulpstof te gebruiken bij de productie van levensmiddelen. Minerale oliën in brandstoffen en smeermiddelen kunnen tijdens oogst, opslag en verwerking als verontreiniging in producten terechtkomen.

Sinds enkele jaren is er enige ongerustheid over de mogelijke schadelijkheid van deze stoffen. Een EFSA-advies uit 2012 sprak van een mogelijk zorgwekkende blootstelling van de consument.

MOSH en MOAH

Twee belangrijke groepen van stoffen in minerale oliën zijn verzadigde koolwaterstoffen (MOSH) en aromatische koolwaterstoffen (MOAH). Voor de discussie is het belangrijk deze te onderscheiden, omdat de schadelijke effecten nogal verschillen.

Beoordeling RIVM

De EFSA stelt in 2012 dat er zorgen zijn over de schadelijke effecten bij blootstelling aan minerale oliën. Toen was het (bij gebrek aan data) niet mogelijk de maximale blootstelling te bepalen. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) heeft het RIVM opdracht gegeven de inname van minerale oliën en de toxiciteit ervan te onderzoeken.

Het RIVM herhaalde in haar rapport dat het belangrijk is een onderscheid te maken tussen verzadigde koolwaterstoffen (MOSH) en aromatische koolwaterstoffen (MOAH) in minerale oliën, omdat de schadelijke effecten verschillen (kader). Ook de Duitse risicobeoordelaar (BfR) benadrukt dit.

De huidige MOSH-inname resulteert niet in negatieve gezondheidseffecten, aldus het RIVM. Het RIVM stelt dan ook terecht dat zij haar onderzoek op de inname van MOAH wil richten. Er is echter meer informatie nodig over de bronnen van besmetting die ervoor zorgen dat MOAH in voedingsmiddelen terechtkomt.

Alleen dan is een inschatting te maken van de mogelijke schadelijkheid van de verontreiniging en kunnen maatregelen worden genomen om schadelijke bronnen zoveel mogelijk te vermijden. VWS heeft aangegeven de ontwikkelingen kritisch te blijven volgen. Het ministerie kan gerust zijn: de industrie gaat niet op haar handen zitten, maar vervolgt de ingeslagen weg van opsporen en vermijden van verontreinigingsbronnen.

Beperking migratie

Het borgen van voedselveiligheid is van essentieel belang voor producten die op de markt komen. Het beperken van de aanwezigheid van minerale oliën hoort daarbij. Ook nu blijkt dat de aandacht vooral naar MOAH moet gaan.

Dan zijn alle eerder genomen maatregelen tot beperking van de aanwezigheid ervan niet zinloos geweest. Maatregelen die juist hebben gezorgd voor verlaging van de blootstelling van alle minerale oliën, MOSH én MOAH. De boodschap van Foodwatch dat er onveilige levensmiddelen op de markt zijn, behoeft nuance.

Bedrijven nemen het issue al sinds 2012 serieus en zullen ook bij elk nieuw inzicht hun maatregelen treffen. Mochten wettelijke voorschrift en worden opgelegd, dan heeft de FNLI slechts één verzoek: zorg voor Europese harmonisatie.

Reageer op dit artikel