artikel

Recensie: Filosoof Michiel Korthals over goed eten

Algemeen

Recensie: Filosoof Michiel Korthals over goed eten

Onder de titel ‘Filosofieboek over voeding smakelijke kost’ verscheen in Voeding Nu (februarinummer 2003) mijn recensie van het boek Voor het eten van de Wageningse filosoof Michiel Korthals. Ondertussen zijn we 15 jaar verder, is Korthals al enige jaren met emeritaat en ligt er een nieuw boek van zijn hand.Dit artikel is verschenen in VMT 11 van 28 september.

Deze recensie van Goed eten had ik de titel ‘Filosofieboek over taaie kost’ kunnen geven. Maar dat had de lading niet helemaal gedekt. Het boek van de Wageningse filosoof Michiel Korthals is weliswaar een dik boek geworden, met diverse gedeeltes die taai zijn in hun wijdlopigheid, tegelijkertijd verdient het alleen al hulde omdat Korthals de moeite heeft genomen om, na zijn pensioen als professor, zijn in het arbeidzame leven verworven inzichten en interesses met ons te delen in een Nederlandstalig overzichtswerk.

Filosofisch vizier

Meerdere thema’s die in zijn eerdere boek Voor het eten aan de orde kwamen, komen nu opnieuw aan bod. De omgang met dieren, voedselveiligheid of gentech zijn enkele van de mondiale voedselvraagstukken en consumentenzorgen die wederom onder de ethische microscoop worden gelegd. De schrale belangstelling van filosofen voor voedsel en voeding is een ander onderwerp dat wordt aangesneden. Dit illustreert dat Korthals met zijn filosofische vizier op eten nog altijd een tamelijk bijzondere benaderingswijze hanteert. Hetzelfde geldt voor de wijde blik die hij op landbouw en voedsel werpt en waarbij het voor hem niet anders kan dan dat filosofie en ethiek altijd het domein van zowel productie als consumptie bestrijken: op de volle breedte van grond tot mond.

Kloof

Deze optiek brengt Korthals ook bij de kloof tussen voedselproductie en -consumptie en de daarmee gepaard gaande vervreemding als leidraad van Goed eten. Korthals hangt aan deze verwijdering op, dat we eten als niet veel meer dan gebruiksartikel of zelfs als vulmiddel of wegwerpproduct bestempelen. En dit betreft niet alleen de eindproducten, maar ook de ‘productiemiddelen’: dieren, landschap, water, natuur, enzovoorts. Wat Korthals betreft, is de kloof tussen productie( proces) en consumptie (product) de bron van het gemak waarmee voedsel verspild wordt, het klakkeloos eten van ongezond voedsel of onze gedachteloze overgave aan gemaksvoedsel en impulsaankopen. Behalve onhoudbaar en onoorbaar, leidt vergroting van de kloof tot verkleining van de voedselvaardigheden, aldus Korthals. En het zijn juist die voedselvaardigheden die hij als tegengif beschouwt om goed eten en goed leven dichterbij elkaar te brengen.

Dimensies van voedselvaardigheden

Korthals pleit dus voor de ontwikkeling van voedselvaardigheden. Hier gaat het om meer dan de inhoud die het woord in het tegenwoordige voedseldebat wel krijgt in termen van scholieren die eetles krijgen. Korthals legt uit dat voedselvaardigheden drie dimensies omvatten: cognitief, normatief en expressief. Op het niveau van kennis gaat het erom dat we niet (meer) weten waar ons eten vandaan komt, wat te eten en hoe te koken. Korthals koppelt hier het begrip ‘vervreemding’ aan. Een term met diepe wortels in verschillende sociale wetenschappen (die vandaag de dag niet alleen bij Korthals maar ook bij anderen opvallend terug wordt gehaald om moderne tijden te karakteriseren). Naast cognitieve vervreemding is er sprake van normatieve vervreemding die maakt dat voedselproductie wordt losgekoppeld van normen en waarden en voeding ‘waardeloos’ maakt en tot een handelsartikel degradeert dat alleen langs de functionele en financiële meetlat van ‘waar voor je geld’ wordt gelegd. De expressieve dimensie van voedselvaardigheden gaat bovenal over smaak(ontwikkeling) en eten/ proeven met aandacht. Achteloos eten, al dan niet onder het mom van ‘als het maar vult’, getuigt van expressieve vervreemding. Cognitieve, normatieve en expressieve betrokkenheid slaan bruggen tussen de gescheiden werelden van consumptie en productie. De ontwikkeling van voedselvaardigheden vraagt om het nemen van actieve verantwoordelijkheid, om interesse en interactie. Maar de heersende praktijk is dat dit veelal niet wordt aangemoedigd of überhaupt mogelijk wordt gemaakt. Vaak is (heimelijk) aan de orde dat consumenten zich met genoegen laten ‘ontzorgen’ en aanbieders zich weinig zorgen maken over maatschappelijk onbehagen, zolang de vraag intact blijft. Vervreemding en apathie worden daardoor gevoed in plaats van voedselvaardigheden, aandacht en respect. Goed eten biedt geen panklare oplossing voor hoe dit concreet is om te draaien.

Pluralisme 

Een terugkerend en mij sympathiek argument dat Korthals ook in Goed eten verdedigt, is dat we rechtvaardige representatie geven aan alternatieven. Er zijn meerdere landbouw- en voedingsstijlen die bestaansrecht en hun merites hebben. Wat Korthals betreft wordt die diversiteit gekoesterd. Een sterke voedseldemocratie is pluralistisch. Dit betekent dat verschillende productie- en consumptiewijzen ruimte krijgen zonder gemarginaliseerd of verketterd te worden. Juist omdat de conventionele landbouw volgens ethische maatstaven van duurzaamheid, dierenwelzijn en empathie voor boer en burger tekortschiet en juist omdat gangbare consumptiepatronen nadelige neveneffecten hebben voor mens, dier en milieu, is er des te meer reden open te blijven staan voor alternatieve manieren van produceren en consumeren. Wat mij betreft is dit een voedselvaardigheid van de bovenste plank.

Michiel Korthals, Goed eten: filosofie van voeding en landbouw. Nijmegen: Uitgeverij Vantilt, 2018, 383pp. € 29,95. ISBN: 978 94 6004 370 3

Reageer op dit artikel