artikel

Klaar voor eerste SimplyOK-audit

Algemeen

Klaar voor eerste SimplyOK-audit

In augustus vonden de eerste SimplyOK-audits plaats. Hoe hebben bedrijven zich met hun allergenenmanagementsysteem hierop voorbereid? We bezoeken Dutch Spices en Dutch Protein & Services (DP&S) enkele weken voor de audit. Daarnaast spreken we auditor Alexander Krekel van Vinçotte-ISACert. Waar gaat hij in het bijzonder op letten en welke onderwerpen roepen mogelijk nog discussie op? Dit artikel is verschenen in VMT 9 van 31 augustus 2018.

“Een audit is en blijft een steekproef ”, zegt Alexander Krekel, auditor bij Vinçotte-ISACert. “Toch verwacht ik dat we met een SimplyOK- audit een goed beeld krijgen van het allergenenbeleid van een bedrijf. Tijdens deze audits richt je je op één specifiek onderwerp, zodat er tijd is om veel details te bekijken. Je krijgt hiermee beter antwoord op de vraag of een bedrijf écht goed met allergenenbeleid bezig is, of dat het de klok heeft horen luiden, maar niet weet waar de klepel hangt. Een garantie dat er nooit meer ongewenst een allergeen aangetroffen wordt in een product, heb je natuurlijk nooit. Maar ik verwacht wel dat die kans zeer klein is bij een bedrijf dat gecertificeerd is volgens de SimplyOK-norm.”

Kruisbesmetting bij leverancier

Een belangrijk aandachtspunt tijdens de audit is voor Krekel de kans op kruisbesmettingen bij de leveranciers. “Voor veel fabrikanten is het een behoorlijke uitdaging om de juiste informatie van al hun leveranciers boven water te krijgen. De meeste leveranciers weten dat er een kans is op kruisbesmettingen. Maar wat is de maximale hoeveelheid allergeen die in de grondstof terecht kan komen? Het is vaak erg lastig, soms zelfs onmogelijk, om met kwantitatieve analyses een goed beeld te krijgen van de mate van kruisbesmetting. Waar het vooral omgaat is dat leveranciers feiten en cijfers op tafel leggen die zij goed kunnen onderbouwen. Ze moeten met een overtuigend verhaal komen.” Nelleke van der Wekken, QA-manager bij Dutch Spices, leverancier van kruiden, specerijen, marinades en sausen, bevestigt dat dit onderdeel haar veel moeite kostte. “We hebben per grondstof een risico-inventarisatie gemaakt. Vervolgens hebben we voor elke leverancier een gedetailleerde questionnaire opgesteld. Soms riepen de antwoorden van de leveranciers vragen op. In die gevallen zijn we de dialoog aangegaan. En als het nodig was, hebben we bijvoorbeeld het handboek of het schoonmaakrooster opgevraagd. Aan de hand daarvan konden we goed beoordelen of de leverancier het onderwerp serieus neemt of dat het geen idee heeft waar het werkelijk om gaat.” Ook Johan Mak, QA-manager bij ingrediëntenleverancier DP&S in Tiel, zegt dat het inwinnen van informatie bij de leveranciers een lastig punt was. “Agrarische bedrijven moeten exact in kaart brengen wat de risico’s zijn op het land. Wordt een grondstof bijvoorbeeld verbouwd op grond waar vorig jaar tarwe groeide? En hoeveel van die tarwe kan zich vermengen met het nieuwe gewas? Ook voor de risico’s op de productielocaties wil je weten wat het worst case-scenario is. Wat is de maximale hoeveelheid allergeen die mogelijk in het product terecht komt? En komt dat wel of niet boven de norm?” Mak heeft kritisch gekeken naar de validatie van de leveranciers. “Alleen een goed schoonmaakbeleid is niet voldoende. Ik wil ook zien hoe vaak ze meten of die schoonmaak effectief was. Zo hebben we alle stappen kritisch bekeken. Uiteindelijk gaat het erom dat alle bedrijven uit de keten ervoor zorgen dat kruisbesmetting van allergene stoffen onder de VITAL-norm blijft.”

Puntbesmettingen

Terug naar Krekel. Een tweede punt waar hij veel aandacht aan geeft tijdens de audits is het berekenen van de hoeveelheid product dat na een batch achterblijft in het proces wanneer dit tussen twee batches in niet nat wordt gereinigd. “Daar zijn geen vaste rekenmethodes voor”, vertelt Krekel. “Het is aan het bedrijf om de auditor te overtuigen dat zij een reële inschatting hebben gemaakt van het contaminatiegevaar. Ik verwacht dat dit thema aanleiding kan geven tot discussie. Vandaar dat ik me kan voorstellen dat we bepaalde cases meenemen in het overleg dat we als auditoren van certificatie-instellingen hebben over de harmonisatie van de norm. Zo kunnen we hier onderling over discussiëren, waardoor we cases meer op dezelfde manier gaan beoordelen.” Mak vertelt dat hij bij DP&S precies in kaart heeft gebracht hoeveel allergeen er achterblijft na een droge en na een natte reiniging. “Bepaalde allergenen zijn lastig te verwijderen met een droge reiniging. Daar heb je echt een natte reiniging voor nodig. Het bedrijfsbureau bepaalt de productievolgordes op basis van de allergenen en zorgt voor een planning waarin de droge en de natte schoonmaak een integraal onderdeel is. Analyseresultaten bevestigen uiteindelijk dat het systeem in zijn geheel werkt.” Als derde belangrijke aandachtspunt noemt Krekel het uitsluiten van puntbesmettingen. “Puntbesmettingen zijn een groot risico omdat deze allergenen zich vaak niet verdunnen in het daarna liggende proces. Eén sesamzaadje kan al een allergische reactie veroorzaken. Een bedrijf moet dus aantonen waarom het uitgesloten is dat dit allergeen in het product aanwezig kan zijn. Dit kan eigenlijk alleen door zeer goed schoon te maken.”

Kritische punten

Dutch Spices en DP&S zeggen tijdens de interviews klaar te zijn om te worden geaudit. Wat zijn voor hen de spannendste en meest kritische punten tijdens de audit? “Bij Dutch Spices is dat de goederenontvangst”, zegt Van der Wekken. “Die delen we namelijk met ons moederbedrijf Epos. Na de goederenontvangst worden de grondstoffen naar de aparte magazijnen vervoerd. We hebben alle mogelijke maatregelen genomen om de verwisseling van de grondstoffen tijdens de ontvangst te voorkomen. Ik ben benieuwd wat de visie van de auditor daarop is.” Voor Mak is de productie het belangrijkste aandachtspunt. “Ik ben benieuwd of we voldoende goede ideeen hebben gehad om kruisbesmetting op de productievloer te voorkomen. Zelf hebben we het gevoel dat we echt overal aan gedacht hebben. Maar het kan altijd zo zijn dat de auditor toch nog een aanvullend idee heeft. We willen graag leren van de ervaringen van andere bedrijven en van auditoren. Dus als de auditor een idee heeft waardoor we dat proces nog beter kunnen borgen, nemen we dat graag mee.”


Wat is SimplyOK?

SimplyOK is een certificatieschema waarbij het allergenenbeheersysteem van een bedrijf in de praktijk wordt beoordeeld. Het is geen ‘vrij-van’ keurmerk, maar biedt afnemers de waarborg van een gedegen onderbouwing. Op de verpakking of specificatie staan alle gebruikte allergene ingrediënten vermeld in de ingrediëntenopsomming (wettelijke verplichting). Bij toepassing van SimplyOK wordt dit aangevuld met een waarschuwing indien een écht risico op kruisbesmetting met een allergeen bestaat. Dit wordt aan de hand van het VITAL-systeem beoordeeld, wat een wetenschappelijk basis heeft. Wanneer een allergeen niet genoemd is als ingrediënt of bij de allergenenwaarschuwing, dan is het veilig voor consumptie voor die allergie. Voedingsmiddelenbedrijven kunnen hun allergenenbeheersysteem laten toetsen via een audit waarbij het allergenenbeheersysteem in de praktijk wordt beoordeeld. Deze audit wordt uitgevoerd door speciaal daarvoor opgeleide auditoren in aanvulling op de FSSC-, BRC of IFS-audit.

Reageer op dit artikel