artikel

Hoe gebruik je alcohol op levensmiddelen?

Algemeen

Hoe gebruik je alcohol op levensmiddelen?

In de etiketteringspraktijk stuit je zo nu en dan op compliancevraagstukken. Zo kan een voedselveilige conserveringswerkwijze zich qua wetgeving in een dode hoek bevinden. Bijvoorbeeld voor het gebruik van alcohol. Dit artikel is verschenen in VMT 7 van 1 juni 2018.

De ‘clean label’-trend heeft ertoe geleid om zo min mogelijk E- nummers te gebruiken en kunstmatige grondstoffen te vervangen door natuurlijke alternatieven. Consumenten gaan ervan uit dat de verwerkte voedingsmiddelen die ze kopen, veilig en lang houdbaar zijn en dat er zo min mogelijk hulp stoffen zijn gebruikt. Langere houdbaarheid, voedselveiligheid en conserve – ring worden dan een uitdaging voor bederfelijke producten.

Technologische uitdaging

Wellicht een voorbeeld van een oplossing van zo’n technologische en commerciele uitdaging is het gebruik van alcohol ofwel ethanol. In sommige mediterrane EU-landen wordt het gebruikt als oppervlaktebehandelingsmiddel op voorverpakte schimmelgevoelige bakkerswaren, zoals gesneden brood of nog af te bakken degen. Alcohol blijkt zeer geschikt als middel tegen uitgroei van schimmels. Er zijn al US-patenten bekend uit de jaren zeventig die testen beschrijven voor het gebruik van alcohol in pizzadegen, waarmee een toename van een schimmelvrije houdbaarheid wordt bereikt. Ook in meer recente Duitse en Italiaanse vakliteratuur zijn artikelen te vinden over de effectiviteit van alcohol als houdbaarheidsverlengende stof. Hoewel alcohol in voeding niet ongebrui kelijk is als ingredient of als oplosmiddel voor aroma’s, is het een interessante com pliancevraag wat de status is van het alcoholgebruik voor deze conserverende toepassing.

Decontaminatie

Alcohol is ook bekend als een breed toe gepast decontaminatiemiddel. Volgens het Nederlandse Warenwetbesluit Bereiding en behandeling van levensmiddelen is het een proceshulpstof die uitsluitend bedoeld is om in direct contact met levensmiddelen levende microorganismen op of in de waar te doden. Verder stelt het warenwetbesluit dat het geen ingredient wordt van de waar, maar uitsluitend aanwezig is als onbedoeld maar technisch onvermijdelijk residu. Decontaminatiemiddelen mogen niet zomaar worden gebruikt. In Nederland mag dat uitsluitend na goedkeuring van de minister van Volksgezondheid. En dan alleen als daar een dwingende technologische noodzaak voor bestaat en alleen onder de voorwaarde dat er een goedge keurde procesbeschrijving in acht genomen wordt. Die proces beschrijving moet worden opgesteld door een of meer sectoren in de levensmiddelenbranche en moet worden gepubliceerd in de Staatscourant.

Ingrediënt of hulpstof

Voor alcohol bestaat er geen ministeriele regeling voor gebruik als decontaminatiemiddel. Het wordt waarschijnlijk gekozen als vervanger voor propionaten (E280-283) en sorbaten (E200-203). Alcohol zelf heeft geen E-nummer en kan dus niet als conserveermiddel geetiketteerd worden. De interessante open compliancevraag is nu of alcohol in deze beschreven toepassing kan worden beschouwd als een ‘ingredient met conserverende werking’, zoals suikers en fermentatiezuren, en met die benaming op het etiket wordt vermeld. Of dat de betreffende sectoren eigenlijk zouden moeten pleiten voor de toekenning van een E-nummer aan alcohol om het als conserverend oppervlaktebehandelingsmiddel te kunnen gebruiken?

Reageer op dit artikel