artikel

Vergeet beschermde benaming niet

Algemeen

Vergeet beschermde benaming niet

In Europa zijn veel benamingen voor landbouwproducten en levensmiddelen beschermd. Alleen producten die voldoen aan de strenge eisen uit het productdossier mogen gebruikmaken van de bijbehorende beschermde naam. In het dossier staat bijvoorbeeld tot in detail beschreven op welke manier het product moet worden gemaakt en – belangrijker nog – waar het vandaan komt. Dit artikel is verschenen in VMT 7 van 1 juni 2018.

Vanwaar bescherming van benamingen? Dergelijke producten worden gezien als bijzonder vanwege de unieke kenmerken of kwaliteit waaraan hun herkomst ten grondslag ligt: een plaats, regio of in uitzonderlijke gevallen een land. Het gaat dus om lokale specialiteiten. De beloning na inschrijving is het mogen (en voor alle andere producten dan wijnen: moeten) gebruiken van een van de drie logo’s en een ruime bescherming voor de naam. Er zijn drie verschillende typen beschermde aanduidingen: de BOB (Beschermde Oorsprongsbenaming), BGA (Geregistreerde Aanduiding) en GTS (Gegarandeerde Traditionele Specialiteit). Een echt Nederlands voorbeeld van een BOB is de Noord-Hollandse Gouda. Deze kaas wordt geproduceerd, verwerkt en bereid in de provincie Noord- Holland. De organisaties achter deze zogeheten beschermde aanduidingen handhaven doorgaans actief. Dat is best te verklaren, want consumenten zijn bereid net dat beetje extra te betalen voor deze producten. De producenten van bijvoorbeeld echte Champagne waren not amused toen Aldi 12 procent, weliswaar echte, Champagne in zijn sorbetijs gebruikte. Dit geschil liep hoog op: de hoogste rechter moest eraan te pas komen om een oordeel te geven. Een tipje van de sluier? Het product moet natuurlijk wel naar champagne smaken als je de benaming Champagne gebruikt.

Strijd om Manchego

Met de drie logo’s worden Europese producten ingeschreven en door heel Europa beschermd. Hoewel de benamingen in beginsel alleen bescherming bieden binnen de Europese Unie, sluit ze geregeld handelsovereenkomsten met derde landen. Op deze manier probeert de EU ook in andere landen bescherming te krijgen voor de geregistreerde benamingen. De afgelopen tijd was ze in onderhandeling met Mexico over de vernieuwing van een oud handelsverdrag uit 2000. Ook in deze onderhandelingen werd gesproken over erkenning over en weer van elkaars beschermde aanduidingen. Maar de onderhandelingen liepen kennelijk even spaak op kaas. De Spaanse manchegokaas is namelijk in de EU beschermd door een BOB. Uit het productdossier volgt onder meer dat manchego moet worden verkregen uit de melk van ooien van het schapenras Manchego. De kaas moet, afhankelijk van zijn gewicht, minimaal één of twee maanden rijpen. In Mexico wordt ook Manchegokaas verkocht. Die is gemaakt van koeienmelk en kent geen minimale rijpingsduur. Mexico kon en wilde deze EU-naam dan ook niet erkennen. De Spanjaarden waren aardig op hun teentjes getrapt, er is immers maar één echte manchego. Althans, volgens de Spanjaarden zelf dan. Media berichtten dat Spanje in de onderhandelingen eind april aan het kortste eind heeft getrokken: de naam manchego met de Spaanse voorwaarden zal niet in Mexico worden beschermd. De Mexicanen moeten echter wel op hun etiket vermelden dat de Mexicaanse manchego niets te maken heeft met de in de EU beschermde naam én dat de kaas van koeienmelk is gemaakt. De verwachting is dat dit handelsverdrag, waarin uiteraard nog veel meer wordt afgesproken, eind 2018 definitief wordt gemaakt.

Koffie verkeerd met sojadrank

In Europa kennen we nog meer beschermde benamen. Diverse zuivel- en vleesnamen mogen alleen gebruikt worden wanneer aan specifieke voorwaarden is voldaan, bijvoorbeeld het vereiste dat het van een dier of de melkklieren van een dier afkomstig moet zijn. Maar hoe verhoudt zich dat tot de opkomende trend van vlees- en zuivelvervangers? Veel consumenten vinden sojamelk toch beter klinken dan sojadrank. Een tegenargument: de zuivelindustrie heeft een kwaliteitsstandaard en de benamingen horen daar nou eenmaal bij. Alweer bijna jaar geleden deed het Hof van Justitie van de Europese Unie uitspraak in de TofuTown-zaak over het gebruik van zuivelbenamingen voor zuivelvrije, plantaardige producten. Volgens het Hof is het niet toegestaan deze beschermde zuivelbenamingen te gebruiken voor plantaardige producten, zelfs niet als de benamingen verduidelijkende of beschrijvende aanvullingen bevatten die wijzen op de plantaardige oorsprong van het product. Er zijn uitzonderingen. Die staan op een aparte lijst. Daarop staan producten die traditioneel gezien niet aan de vereisten voldoen, maar wel altijd al zo werden gebruikt. Op deze lijst staan bijvoorbeeld ook pindakaas en kokosmelk (uit de kokosnoot). De Nederlandse rechter heeft zich onlangs over een soortgelijk geval uitgesproken. Ditmaal ging het om producten op basis van soja: alternatieven voor verschillende zuivelproducten, zoals melk en yoghurt. Alpro maakte hierbij gebruik van de zuivelbenamingen. De zuivelindustrie was hier niet blij mee. De rechter verwijst naar het genoemde arrest TofuTown en zegt dat alleen het gebruik van de benaming als aanduiding voor de sojaproducten niet is toegelaten. Het gebruik van de benamingen is wel is toegestaan als het slechts is gebruikt om de consument te informeren waar het sojaproduct een alternatief voor is. Kortom, producten sojamelk of sojavla noemen mag niet, maar in reclame voor de producten naar bijvoorbeeld het yoghurtschap verwijzen mag vooralsnog wel.

S. Arayess is advocaat Health, Beauty & Food Law bij Hoogenraad & Haak

Reageer op dit artikel