artikel

‘Eerste baan is voor QA’er zwemmen’

Algemeen

‘Eerste baan is voor QA’er zwemmen’

Het zou mooi zijn als QA-managers het vak al volledig beheersen als zij van school komen. In de praktijk blijkt echter dat zij nog veel kunnen leren van hun ervaren collega’s. Waar leggen ervaren QA’ers de nadruk op bij het coachen? Dit artikel is verschenen in VMT 8 van 22 juni 2018.

“Met de vakkennis zit het bij veel jonge QAmanagers wel goed”, zegt manager QA & Care Maarten Boonstra van Sonneveld Group. “Het is vaak vooral het sociale aspect waarin ze zich nog moeten ontwikkelen. Als QA-manager moet je op twee niveaus goed kunnen communiceren: je moet het management meekrijgen in jouw ideeën en de mensen op de werkvloer overtuigen. En eigenlijk moet je het ook nog leuk vinden om dat te doen. Als ik nieuwe kwaliteitsmanagers aanneem, let ik erop of de kandidaten die social skills in zich hebben. Kunnen ze zichzelf goed te verkopen? Weten ze een verhaal overtuigend te vertellen? En zijn ze dus in staat om hun omgeving te beïnvloeden?”

Mentor

Directeur Michaël van Duijnhoven van N&S Quality Consultants is het daarmee eens. “Vroeger had je veel technologische kennis nodig. Tegenwoordig worden sociale vaardigheden steeds belangrijker. In de basis moet je dat in je hebben, maar het is ook iets dat je leert in de praktijk en dat je kunt trainen.” Van Duijnhoven adviseert beginnende QA- managers te kiezen voor een baan waarin ze veel verschillende dingen zien en leren. “Specialiseer je niet te snel, maar sla verschillende zijwegen in. Zorg dat je samenwerkt met een goede kwaliteitsmanager die jou als mentor het vak leert. En zorg ervoor dat je bij veel verschillende bedrijven ervaring opdoet. Er verandert veel en je moet blijven leren.”

Zwemmen

Hans Folbert, hoofd QA/QC bij Remia, zegt dat het in een eerste baan vaak zwemmen is. “Jonge QA’ers moeten de cultuur van een bedrijf leren kennen en in de eigen functie groeien. Er zijn volop data en informatie beschikbaar, maar wat ze moeten leren is tot de kern komen. Wanneer grijp je in? Welke tools zet je in om een probleem op te lossen? En hoe weet je je doel te bereiken? Een goede QA-manager is namelijk niet iemand die achteraf in een kantoortje zit. Kwaliteit moet een integraal onderdeel zijn van elk proces. Dat bereik je door afdelingen erbij te betrekken en er een wij-probleem van te maken. Daar moet je handigheid in krijgen.” Folbert zegt dat het voor beginnende QA-managers bovendien belangrijk is om de interne politiek van een bedrijf te leren kennen. “Ze moeten leren hoe de machtsverhoudingen liggen en hoe ze daar het beste mee om kunnen gaan. En ik denk dat het voor jonge QA-managers belangrijk is dat zij zichzelf goed leren kennen. Hun eigen kernwaarden bepalen de manier waarop ze leidinggeven. Ze moeten weten wie ze zijn en waar ze voor staan om leiding te kunnen geven aan een kwaliteitsproces.”

Andere vakgebieden

Toch kunnen jonge QA-managers ook op technologisch vlak nog veel leren, geeft Edwin Goes aan. Hij is qualitymanager Benelux bij Wessanen. “De oudere generatie heeft meer technologische kennis tijdens de opleiding gehad. Als jonge QA-managers door de fabriek lopen, snappen ze beter hoe het proces in elkaar zit. Daardoor zijn ze bijvoorbeeld beter in staat om een goede procedure te schrijven. Ik geef beginnende QA-managers dan ook altijd het advies om veel tijd door te brengen in de fabriek. Een operator werkt op een ander niveau. Het is iemand van wie ze veel kunnen leren. Maar ik vind ook dat er op de opleiding meer aandacht mag komen voor techniek. Een QA-manager heeft technische basiskennis nodig, bijvoorbeeld om een leveranciersaudit uit te voeren of om mee te denken bij de aanschaf van een nieuwe lijn.” Natuurlijk moet een QA-manager zijn vak ook bijhouden, bijvoorbeeld door bladen te lezen, deel te nemen aan werkgroepen en seminars te volgen. “Daarnaast denk ik dat het goed is om trainingen te volgen op andere vakgebieden, in de richting van bijvoorbeeld human resource of bedrijfskunde”, zegt Goes. “Als QA-manager ben je een spin in het web. Je hebt met alles en iedereen te maken. Daarom is het belangrijk om geïnteresseerd te zijn in het hele bedrijf en niet alleen in het eigen vakgebied.”

Coachen

Iedere manager heeft zijn eigen stijl van coachen. “De sterke en zwakke punten van een medewerker komen vanzelf bovendrijven. Het is de vraag wat je daarmee doet”, zegt Boonstra. “Ik ben er voorstander van om de sterke punten uit te buiten. Dat is goed voor het bedrijf en het is leuk voor de persoon zelf omdat hij daardoor goed scoort. Het nadeel is dat een zwak punt ook altijd een zwak punt blijft. Daarom vraag ik medewerkers af en toe iets te doen waar ze niet goed in zijn, zodat die vaardigheid niet helemaal wegzakt.” Boonstra creëert op deze manier specialisten. Hij zegt dat dit past bij deze tijd. “Vroeger zweerde iedereen bij allrounders, maar specifieke vak gebieden worden steeds ingewikkelder. Daarom wordt het belangrijker dat QA- managers zich spe cia liseren.” Boonstra vraagt bovendien altijd aan beginnende QA-managers hoe lang ze de functie willen uitvoeren. “Ik adviseer jongeren om bij een eerste baan niet voor het grote geld te gaan. Het is verstandiger voor een func tie te gaan waarin ze veel leren, zodat ze het gevoel hebben dat ze in zichzelf investeren. Maar op een gegeven moment hebben ze alles gezien en gedaan. Wanneer komt het kantelpunt dat ze besluiten om weg te gaan? Ik bespreek dat met mede werkers, zodat ik weet wat er in hen omgaat. Zo kan ik kijken of ik hen misschien meer uitdaging kan geven en hen op die manier langer kan behouden.”

Ontdekken

Folbert zegt dat het in de coaching belangrijk is om te ontdekken wat iemands kernwaarden en sterke punten zijn. “Iemand kan bijvoorbeeld heel analytisch en perfectionistisch zijn. Dat is een mooie eigenschap, maar het gevaar bestaat dat hij een probleem gaat overanalyseren. Hij moet leren om tussentijdse resultaten eerder te communiceren. Dus: leren om te gaan met de zwakke punten en zich richten op de sterke punten en de dingen die hij leuk vindt. Dit motiveert en creëert betrokkenheid. Iemands kernwaarden zijn sterke motivators, maar wanneer ze in het geding komen, demotiveren ze net zo hard.” Voor Goes betekent coachen met name zoeken naar de vrijheid die mensen aankunnen. “Laat mensen ontdekken wat ze kunnen. Dat betekent dat er ook wel eens wat fout kan gaan. En ik denk dat het goed is om een samenwerking te zoeken met de hr-afdeling. Daar weten ze het beste welke trainingen iemand nodig heeft om verder te komen.”

Bedreiging

Volgens Folbert kan het vermogen van starters om enthousiast en onbevooroordeeld naar processen en problemen te kijken waardevol zijn voor ervaren QAmanagers. “Benut dit”, raadt hij hen aan. “Want starters vormen geen bedreiging. Ze zijn een kans om open en objectief naar zaken te blijven kijken.” Volgens Boonstra hoeven managers zelfs niet bang te zijn om een jonge QA-manager aan te nemen met meer talent. “Je zou denken dat zo’n getalenteerde kandidaat een bedreiging gaat worden voor de managers. Maar in de praktijk heb ik gemerkt dat dit wel meevalt. Talentvolle medewerkers hebben een positief effect op het functioneren van de QA-manager en versterken de hele afdeling. En uiteindelijk worden managers niet afgerekend op hun persoonlijke prestatie maar op de prestatie van het hele team. Een zeer getalenteerde medewerker zal daar een goede bijdrage aan leveren.”


 

Vier uitdagingen voor beginnende QA-managers

1. Houd je poot stijf als dat nodig is

Edwin Goes: “Veel beginnende QA-managers ervaren in de praktijk dat het moeilijk is om hun poot stijf te houden als dat nodig is. Ze staan voor kwaliteit, maar als er druk komt vanuit Productie of Sales moeten ze met heldere argumenten komen waarom een partij echt niet verkocht mag worden. Zeker in het begin is dat best moeilijk.’

2. Stel de juiste prioriteiten

Hans Folbert: “Beginnende QAmanagers willen vaak te veel ballen in de lucht houden. Het is belangrijk dan de juiste prioriteiten te stellen: wat is belangrijk en wat is urgent. Daarbij moeten ze de grote lijn vasthouden zodat ze een verbeterslag kunnen realiseren. Ook moeten ze niets beloven wat ze niet kunnen waarmaken.”

3. Weet dat de praktijk weerbarstiger is dan de theorie

Maarten Boonstra: “In theorie gaat iedereen voor de hoogste kwaliteit. Maar als beginnende QA- managers vervolgens maatregelen nemen die geld kosten of ten koste gaan van de efficiëntie, zullen ze merken dat er plotseling uit een heel ander vaatje wordt getapt. Daarom is het belangrijk dat zij krediet opbouwen binnen een organisatie. Ze moeten senioriteit uitstralen en dat verdienen. Tegelijkertijd moeten ze oog krijgen voor de praktijk. Procedures en voorschriften die moeilijk uitvoerbaar zijn, gaan in de praktijk creatief omzeild worden. Ze moeten weten wat ze van mensen vragen. Soms moeten ze water bij de wijn doen om mensen mee te krijgen in hun ideeën.”

4. Ben je bewust van de Marktontwikkelingen

Michaël van Duijnhoven: “Op school leren toekomstige QAmanagers dat ze moeten doen wat de wetgever van hen vraagt. Uiteindelijk is het natuurlijk de klant die bepaalt. Ze moeten te weten komen wat de klant wil en daarop inspelen. Retailers willen bijvoorbeeld dat producten steeds duurzamer worden geproduceerd. Die thema’s moeten dus ook terug komen in hun werk, bijvoorbeeld in specificatiebeheer.”

Reageer op dit artikel