artikel

Voedingscentrum kort LeDa-lijst in

Algemeen

Voedingscentrum kort LeDa-lijst in

Het Voedingscentrum verzamelt sinds afgelopen zomer geen informatie meer over de bovenwettelijke allergenen in de Levensmiddelendatabank (LeDa). De informatie blijft beperkt tot de wettelijke allergenen. Administratieve rompslomp is te voorkomen als de afgeslankte lijst wordt gebruikt bij het opstellen van de productspecificaties. Dit artikel komt uit de printuitgave van VMT 15.

Het Voedingscentrum verzamelt al jaren informatie van consumentenproducten in de Levensmiddelendatabank. In deze opvolger van Allergenendatabank (ALBA) wordt informatie over allergenen, voedingswaardes en andere productinformatie bij gehouden. Op basis van de informatie in de Levensmiddelendatabank worden consumenten geïnformeerd. Onder andere via de nieuw te ontwikkelen app van het Voedingscentrum.

LeDa-lijst

Het overzicht van het invoerscherm van de Levensmiddelendatabank wordt in de praktijk de LeDa-lijst genoemd. Op dit scherm werd naar vierentwintig stoffen gevraagd. Behalve de veertien in de EU wettelijk verplichte allergenen waren daarin ook nog tien bovenwettelijke stoffen opgenomen. Dat zijn lactose, cacao, glutamaat, kippenvlees, rundvlees, varkensvlees, koriander, maïs, peulvruchten en wortel. Ook het vragen naar kruisbesmetting met aller genen (kolom K) wordt niet door wetgeving vereist. De Levensmiddelendatabank wordt gevoed met informatie, rechtstreeks van fabrikanten, die voor het overgrote deel automatisch wordt ingeladen via koppelingen met de databanken van GS1, Brandbank, SIM (Jumbo- en Superunie-huismerken), Albert Heijn en PS in Foodservice.

Schrappen tien extra allergenen

Het Voedingscentrum besloot te stoppen met het verzamelen van de tien extra stoffen. Databanken GS1 en Brandbank verzamelen namelijk alleen de wettelijk verplichte informatie, niet die van de tien bovenwettelijke stoffen. Daarom is de beschikbare informatie over de tien aanvullende aller genen beperkt. Op basis daarvan kan het Voedingscentrum hierover geen betrouwbare informatie uitgeven. Daarnaast is een wetenschappelijke herziening nodig van de tien aanvullende allergenen. Er zijn namelijk ook andere stoffen bekend dan deze tien, die allergische reacties kunnen geven, zoals maanzaad en fruit als appel en kiwi. En omgekeerd staan stoffen in de aanvullende lijst genoemd die minder vaak in verband worden gebracht met allergische reacties. Voorbeelden daarvan zijn cacao en kippenvlees. Fabrikanten van consumentenproducten die rechtstreeks informatie bij het Voedingscentrum aanleveren, zullen merken dat het LeDa-formulier wijzigt. De informatie over de tien aanvullende allergenen zal het Voedingscentrum niet meer opvragen.

Herziening

Veel voedingsmiddelenbedrijven gebruiken de LeDa-lijst als basis voor hun questionnaires die zij naar hun leveranciers sturen of voor het opstellen van hun eindproductspecificaties. Dit geldt overigens ook voor databasess die aan de Levensmiddelendatabank zijn gekoppeld of daarop gebaseerd, zoals SpecsPlaza. In de praktijk blijkt dat daarvoor niet alleen de huidige LeDa-lijst wordt gebruikt, maar dat veel van de stoffen die ooit op de ALBA-lijst (zie kader) hebben gestaan, nog steeds worden opgevraagd binnen de keten. Dit levert een onnodige administratieve last op. Het ligt voor de hand om de allergenenlijsten te vereenvoudigen tot de veertien wettelijke allergenen.

Nieuw allergenensjabloon

Door de wettelijke lijst met allergenen te hanteren, is het logisch dat de LeDa-lijst in zijn geheel komt te vervallen als standaard voor allergeneninformatie. Dat betekent echter ook dat informatie over kruisbesmetting (kolom K) vervalt. En dit terwijl informatie over kruisbesmetting met allergenen in de keten steeds belangrijker wordt. Retailers stellen steeds meer eisen aan hun huismerkproducenten voordat zij een waarschuwing voor allergenen op het etiket mogen plaatsen. Zo moeten leveranciers van Albert Heijn voldoen aan de Code of Practice van SimplyOK. Ook moeten zij via een Vital-risicoberekening aantonen of kruisbesmetting met een bepaald allergeen wel of geen risico vormt voor de allergische consument. Om te kunnen rekenen aan allergenen risico’s in de keten of in het eigen productieproces is informatie nodig over hoeveelheden van allergenen. Deze informatie ontbreekt nu vaak. Allergenen Consultancy ontwikkelde een sjabloon om allergeneninformatie in de keten te standaardiseren en een risico risicoinschatting van kruisbesmetting mogelijk te maken. Dit sjabloon kan in de bedrijfseigen specificatie of questionnaire worden opgenomen. Het wordt onderschreven door het Voedingscentrum en branche- organisaties als Federatie Nederlandse Levensmiddelen Industrie (FNLI), de Vereniging voor Bakkerijgrondstoffen en Zoetwaren (VBZ) en Nederlandse Fabrikanten van Bakkerijgrondstoffen (Nebafa). Het sjabloon met uitleg is te downloaden via www. allergenenconsultancy.nl/questionnaire.

Betrouwbare informatie hard nodig

Het Voedingscentrum blijft actief informatie verzamelen over de veertien wettelijke allergenen. Die vormt een belangrijk onderdeel van zijn nieuw te ontwikkelen app. Tijdens de voorbereidingen daarvoor bleek dat in de allergeneninformatie in de databank fouten voorkomen. Ingrediënteninformatie blijkt bijvoorbeeld niet altijd overeen te komen met de afzonderlijk aangevinkte allergenen. Samen met GS1, grote leverancier van data, ontwikkelde het Voedingscentrum de AllergenenChecker. Die gaat in november live. Fabrikanten ontvangen dan bij het wekelijkse datakwaliteitsrapport uit GS1 een overzicht met mogelijke fouten in de allergeneninformatie.

Bijeenkomst allergenen

VMT organiseert in samenwerking met Allergenen Consultancy op 1 februari een bijeenkomst over allergenen. Daar wordt ook uitgebreid stilgestaan bij de Levensmiddelendatabank, evenals het aangescherpte beleid van retailers en problemen met allergenen, van productie tot recall. Meer informatie: www.vmt.nl/events

 

Dit artikel verscheen in de printuitgave van VMT 15 binnen het thema Wetgeving en Toezicht.

Reageer op dit artikel