artikel

Biologische agf-producten milieuvriendelijk merken met laser

Algemeen

Biologische agf-producten milieuvriendelijk merken met laser

Groothandel Eosta in Waddinxveen merkt agf-producten met een CO2-laser, zodat een plastic verpakking niet langer nodig is. Vooral de afstelling op elk product vergt veel onderzoek. De groothandel ontwikkelt nieuwe producttoepassingen, terwijl de prijs van het laseren concurrerend moet worden met het plakken van stickers op producten. Dit artikel is verschenen in VMT 16 van 15 december 2017.

Ruim zeven jaar vergde de ontwikkeling van de lasertechnologie en het concept waarmee Eosta de milieuvriendelijk gemerkte agf-producten met een goed verhaal in de markt zet. De biologische groothandel neemt branding wel heel letterlijk. Met een CO2-laser verbrandt ze de bovenste cellagen van groente- en fruitschillen. Michaël Wilde steekt van wal: “We kwamen de laser tegen op Fruit Logistica. Op deze Duitse beurs merkte men er dure meloenen mee voor Carrefour, zodat de kassières ze beter kunnen onderscheiden van goedkope variëteiten.”

foto1webgrooot

Wilde is verantwoordelijk voor duurzaamheid en communicatie bij Eosta, de groothandel in biologisch, vers fruit en groente. “We zochten al jaren alternatieven voor het milieuonvriendelijke plastic, dat niet bij onze natuurlijke producten past.” Die alternatieven varieerden van recyclebare materialen van suikerrietafval, bioplastics en milieuvriendelijke stickers tot uitwisseling, waarbij een supermarkt alleen een biologisch product heeft liggen, en de teelt van andere rassen die op het zicht duidelijk afwijken van gangbare rassen. “Natural branding paste prima in deze ontdekkingsreis”, vervolgt Wilde. “Niet zozeer om onderscheid met gangbare producten te maken, maar om het plasticgebruik terug te dringen. We willen voorop lopen, het verschil maken.”

Lang en breed traject

Bijna acht jaar nadat Eosta de laser ontdekte, is de technologie en het marketingverhaal zo ver ontwikkeld dat de groothandel de publiciteit zocht. Vele berichten en tv-uitzendingen volgden, in eigen land en ver daarbuiten. Verpakkingsspecialist Paul Hendriks en kwaliteitsmanager Manual Hutten speelden een belangrijke rol in het ontwikkel traject. Hutten onderzocht samen met Wageningen University & Research (WUR) eventuele schadelijke effecten op de volks gezondheid. Er was nog weinig literatuuronderzoek over bekend. De Spaanse machine bouwer LaserFood en Universiteit Valencia ontwikkelden het proces. Eosta speelde met name een grote rol bij de productspecifieke toepassing. Hutten: “Uit het onderzoek van de WUR bleek dat veiligheid geen issue is. Door het branden met de laser worden geen schadelijke stoffen in de schil gevormd. Dat staat zwart op wit, iets dat onze Duitse klanten ook eisten. Verder penetreert de laser de schil niet, waardoor het product niet bederft.” Ook de wetgeving werd erop nageslagen. In de huidige wet- en regelgeving is er nog niet veel over opgenomen. Hutten: “Hoe benoem je het met de laser aangebrachte merk? Zie je dat als schilschade, zodat producten sneller in een lagere kwaliteitsklasse terechtkomen? Dat soort discussies voer je dan. Wij zien het niet als schilschade, omdat het uiterst oppervlakkig is en geen invloed heeft op de bewaartijd. Het Kwaliteits- Controle- Bureau stemt dit nu af in Brussel. Over de normen voor de bio logische productie hebben we met Bionext en Skal veelvuldig overlegd. Hoewel in Spanje een biocertificaat is afgegeven voor het w erken met contrastvloeistof, besloten wij in overleg met Skal dit niet te doen.”

foto2webgrooot

 

Laserproductspecifiek afstellen

Hendriks ontwikkelde samen met producent LaserFood in Spanje de specifieke toepassing voor biologische producten. Erg nauw luisterde de afstemming op groente en fruit, met vaak een kwetsbaardere schil dan een meloen. De CO2-laser bij Eosta heeft een maximaal vermogen van 30 kW, volgens Hendriks vergelijkbaar met lasers voor ooglenscorrecties. Veel meer wil hij er niet over kwijt, want de belangstelling voor natural branding groeit in binnen- en buitenland. De afstemming van de laser verschilt per product type en is ook afhankelijk van de herkomst: uit welk land, soms zelfs uit welke regio de vrucht afkomstig is. Het rijpingsstadium speelt bij Eosta nauwelijks een rol. De meeste producten gaan immers naar groothandels en worden in een onrijp stadium gelaserd. Medewerkers hoeven alleen het product en land van herkomst in te voeren. Het laserapparaat regelt via software zelf onder meer het vermogen en de band snelheid. Wanneer we bij het laserapparaat aankomen, worden er net bio logische komkommers gemerkt. Die liggen op een band met voorgevormde banen die de groente enigszins fixeren. Twee lasers, met ieder een werkbreedte van maximaal 25 centimeter, merken tegelijkertijd vijf komkommers. De laser beweegt net zoals bij het schrijven met een pen. Daar waar hij de schil raakt, is een felgeel licht te zien. Daarboven kringelt een rooksliertje. De buitenste schillagen met het groene pigment blijken letterlijk in rook op te gaan. Wilde pakt een gemerkte komkommer van de band. Hij schraapt met zijn nagel een flinterdun laagje van de gemerkte schil en keert dat om. “Kijk, aan de onderkant is er helemaal niets van te zien. De onderliggende lagen blijven volledig in tact.” Hetzelfde doet hij bij gember en zoete aardappel, producten met een veel kwetsbaardere schil. “Het is voor een leek bijna niet te bevatten hoe oppervlakkig je met deze technologie kunt werken. De schil is de beste verpakking die er is. Verbreek je die, dan bederft het product.” Op de komkommer is in lichtgrijze kleur de omkaderde tekst ‘BioBio’ te lezen met daarachter ‘PLU603’. “PLU staat voor price look-up, de code die de kassière moet in typen.” Wilde vertelt dat de capaciteit hetzelfde is als van een machine die de komkommers vacumeert in een plastic folie. “Dat verpakken gebeurt een voor een, terwijl wij hier tien komkommers tegelijkertijd merken.” Volgens Wilde blijft de kostprijs voor de klant gelijk, mede doordat bespaard wordt op folie.

foto3webgrooot

Steeds meer producttoepassingen

Eosta heeft het natural-brandingproject in twee fases opgedeeld. De eerste en huidige fase omvat producten waarvan de consument de schil niet eet – Wilde spreekt consequent over huid. Voorbeelden zijn gember, zoete aardappel, meloen, courget, mango’s, en zelfs avocado’s en kokosnoten. “De consument accepteert het daarin aangebrachte biomerk zonder problemen. Daarom zijn we net begonnen met de tweede fase: producten waarvan je de schil wel eet. Dat zijn komkommers, die we leveren aan de Duitse Nettosupermarkten. De kans is zeer groot dat we dat binnenkort ook gaan doen met appels. Op een beurs werd daar erg goed op gereageerd. Daarna kun je denken aan onder meer paprika’s en peren.” Bijzonder aan appels is dat ze zeer verschillend gekleurde rassen hebben, waardoor een kleiner ingebrand merk niet altijd voor kassières opvalt en ze het dus als een gangbaar product aanslaan. “Dat is maar één aspect. We zijn er nog lang niet. Er moet ook worden nagedacht over hoe de markering eruit moet zien, hoe groot die moet zijn, bij welke producten een kassière een merk kan verwachten en met welke PLU er op de producten moet worden gewerkt. We kunnen ook nog geen bar codes of QR- codes aan brengen die kassa systemen goed kunnen uitlezen. Samen met zes klanten ontwikkelen we deze en tal van andere aspecten verder.”

Geen contrastvloeistof

Producten als citrusvruchten, granaatappel en diverse appelsoorten kunnen alleen met behulp van een contrastvloeistof worden gelaserd. De schil daarvan herstelt te snel, waardoor het merk al na enkele dagen vervaagt. Hendriks: “Dit kun je voorkomen door de vrucht na het laseren met een contrastvloeistof van ijzeroxide en -hydroxide te bewerken. Die stoffen zijn in de gangbare teelt toegestaan, maar in de biologische teelt verboden.” Wilde benadert dit principieel. “Maar ook al zouden ze wel zijn toegestaan, dan zouden we geen extra stoffen toevoegen – ook al blijft het gebruik beperkt tot de buitenste lagen van de schil. Het druist namelijk sterk tegen onze biologische uitgangspunten in. Bovendien zijn er nog genoeg producten waarvoor we de laser wel kunnen inzetten. We hopen dat we de technologie over vijf jaar zo ver hebben ontwikkeld dat we ook citrusvruchten kunnen merken met een laser zonder gebruik te hoeven maken van deze hulpstof.” Ook bij gangbare producten gebruiken enkele telers elders in Europa al natural branding. Wilde weet van een Fransman met een speciaal perzikenras. Hij wil met natural branding voorkomen dat groentespeciaalzaken gangbare perziken als zijn dure exemplaren verkopen. In Nederland installeert nog dit jaar een groothandel in gangbare groente en fruit een laserapparaat. Zelf krijgt Eosta binnenkort een tweede machine geleverd. Die kost al gauw een ton – nauwkeuriger wil Wilde niet zijn. Die kosten verdienen zich snel terug, maar het terugdringen van al dat plastic vindt de principiële Wilde veel belangrijker. Belangrijkste ‘bijkomstigheid’ is de houding van supermarkten. “Zij willen graag deze technologie en hebben daar iets voor over. We zullen op prijs nooit van anderen winnen, maar wel omdat we een breed assortiment aanbieden, een goed verhaal bij onze producten hebben, concepten uitwerken voor klanten, producten in suikerrietverpakkingen kunnen leveren en ook dus dat we vernieuwend zijn en vooroplopen. Daar is natural branding een mooi voorbeeld van. Mede daardoor zijn we voor supermarkten niet langer inwisselbaar voor andere leveranciers en speelt prijs weliswaar nog steeds een belangrijke, maar niet meer de allesbepalende rol.” Zijn ogen glinsteren, zijn mond glimlacht.

foto4webgrooot

 

Consumentenperceptie

Wilde en zijn twee communicatiespecialisten besteden er veel aandacht aan om de kritische biologische consument vertrouwd te maken met de nieuwe technologie. “Sommigen spreken nu al over een fruittatoeage. Dat is het niet. We voegen niets toe, ook geen hulpstof.” Om het product in de markt te zetten, is ervoor gekozen de nadruk te leggen op terugdringing van plastic verpakkingsmateriaal. Vervolgens wordt de consument erop gewezen dat dit kan dankzij deze nieuwe technologie. De besparing aan folie is aanzienlijk. Sinds de start van het project in december 2016, is er bespaard op twee miljoen plasticverpakkingen.

Reageer op dit artikel