artikel

Stelling: ‘Ngo’s dwingen fabrikanten en retailers tot meer duurzaamheid’

Algemeen

‘Ngo’s dwingen fabrikanten en retailers tot meer duurzaamheid’a) Eens. Anders was er weinig van duurzaamheid terechtgekomen.b) Oneens. Fabrikanten en retailers snappen zelf ook wel dat er niet aan duurzaamheid valt te ontkomen.c) Fabrikanten en retailers halen zelf ook voordeel uit duurzaamheid. Ngo’s geven hoogstens het laatste zetje. d) Anders, namelijk …

‘Ngo’s dwingen fabrikanten en retailers tot meer duurzaamheid’

a) Eens. Anders was er weinig van duurzaamheid terechtgekomen.
b) Oneens. Fabrikanten en retailers snappen zelf ook wel dat er niet aan duurzaamheid valt te ontkomen.
c) Fabrikanten en retailers halen zelf ook voordeel uit duurzaamheid. Ngo’s geven hoogstens het laatste zetje.
d) Anders, namelijk …

Projectmanager duurzaamheid Paul Alfing van de FNLI noemt het ontbreken van één allesomvattende definitie voor duurzaamheid een complicerende factor en kiest voor d.
“Zonder probleem is een kluit van minimaal twintig thema’s te benoemen, zoals CO2-uitstoot, energiebesparing, verpakkingen, biologisch, voedselverspilling. En per tijd en plaats zullen de dan belangrijkste of urgentste thema’s verschillen. Fabrikanten zullen het actuele beleid daarop aanpassen: of uit intrinsieke overtuiging, of omdat er inderdaad voordeel te halen is uit duurzaamheid. Ngo’s bezitten de gave om accenten binnen de actualiteit te belichten en te versterken. Dit kan van invloed zijn op het beleid van een fabrikant waardoor een laatste zet gegeven kan worden.”

Ronald Stiefelhagen, senior adviseur duurzaam ondernemen bij adviesbureau DHV, gaat voor antwoord a met een voorbehoud.
“De ngo’s verwoorden als het ware de verwachtingen van de consument. Ze kunnen een zware stem in de publieke opinie hebben, met name in het geval van consumentenproducten, en zo veel invloed uitoefenen. Er zijn voorbeelden van door ngo’s afgedwongen duurzaamheidbeleid en ook voorbeelden van harmonieuze samenwerking tussen bedrijven en ngo’s. Het gaat dus om een effectieve afweging van de belangen van alle relevante stakeholders.”

Frits Kremer, voorzitter Foodpolicy NL, een duurzaamheidsnetwerk voor de voedingsbranche.
“Duurzaamheid laat zich op twee manieren benaderen: als een license-to-operate, afgedwongen door maatschappelijke organisaties (reactief), of als een mogelijkheid een belangrijke maatschappelijke ontwikkeling om te zetten in commerciële kansen (pro-actief). In de foodsector is het eerste zo langzamerhand wel doorgedrongen, en begint er nu langzaam een besef van het tweede te dagen. Het prijspeil van levensmiddelen ligt in ons land tien procent onder het gemiddelde in de EU. Dit gaat ten koste van de kwaliteit van het assortiment, waarvan duurzaamheid een steeds belangrijker component aan het worden is. Verstandige retailers werken samen met maatschappelijke organisaties aan kwaliteitsverbetering en brengen dit tot uitdrukking in een hogere prijsstelling.”

Ronald Kalwij, milieucoördinator van Cosun, kiest resoluut voor a.
“De uitputting van de aarde die nu gaande is kan alleen gestopt worden als iedereen zijn verantwoording neemt. De ervaring leert dat er altijd personen zijn die persoonlijk gewin stellen boven de belangen van de maatschappij. Deze mensen tref je dus ook aan in de industrie. Door deze mensen nu te dwingen, komen ze ook in de situatie dat ze aan de maatschappelijke normen moeten voldoen. Het voordeel is daarbij dat de voorlopers de gunstige posities al hebben kunnen innemen en zij nu, terecht, de slechtere posities kunnen krijgen.”

Reageer op dit artikel