artikel

De moeizame weg van energiebesparing

Algemeen

Het financieren van energiebesparingsprojecten is niet altijd gemakkelijk. Binnen bedrijven wordt geld eerder aangewend voor projecten die snel geld opleveren. Investeringen moeten snel zijn terugverdiend.

Via subsidieprogramma’s van de overheid, uitgevoerd door SenterNovem, bereikte de voedingsmiddelenindustrie de laatste jaren toch een flinke besparing. Maar al het ‘laaghangend fruit’ lijkt geplukt. Of niet?

De vrijwillige afspraken tussen bedrijven en overheid, vastgelegd in de zogeheten MeerJarenAfspraken (MJA’s), gaan hun derde termijn in. De sector voeding en genotsmiddelen (VGI) bespaarde in 2008 tezamen bijna 1,2 petajoule aan energie, waarbij de helft voor rekening kwam van efficiëntere productie. Dat is opmerkelijk, want juist projecten die energie besparen in de processen zijn lastig te financieren, zo bleek op het Energiecongres in Maarssen, georganiseerd door VMT in samenwerking met SenterNovem.

Kansrijk
Spreker Daan Dijk, adjunct-directeur Energie en Klimaat Rabobank Nederland, legt uit: “Een warmtekrachtcentrale is makkelijker buiten het bedrijf te financieren. Het staat niet op de balans en is weer te verkopen mocht het bedrijf failliet gaan. Een stoomleiding binnen het proces is niet veel meer waard bij een eventueel faillissement.” Banken doen aan risicoanalyse. “Het is ‘des banks’ om naar risico’s te kijken.”

Dijk reageert hiermee op de vraag of de Rabobank meer zal doen om energiebesparingsprojecten te financieren. De Rabobank zet sterk in op duurzaamheid. “Van alle bedrijven die we financieren bepalen we de CO2-footprint.”

De Rabobank vindt de foodsector als geheel om deze reden kansrijk. Samen met het Wereld Natuur Fonds, TU Delft en Wageningen Universiteit heeft de Rabobank het ‘Dutch Greentach Fund’ opgericht. Het fonds zal investeren in kansrijke Nederlandse starters met innovatieve technologieën of processen die de keten van grondstof tot eindproduct verduurzamen. De landbouw, voedselproductie, water, lucht en bio-energie zijn de speerpunten.

Duurzaam imago
Uit de lezingen bleek dat duurzaamheid niet alleen voor de Rabobank, maar ook voor de bedrijven zelf een reden is om te investeren in energiebesparing. Cono Kaasmakers, producent van Beemster, vertelde over de acties die het bedrijf onderneemt om de keten energiezuiniger te maken. Het kleine kaasbedrijf besteedt veel aandacht aan het verduurzamen van de keten, want volgens hen worden slechts twee partijen in de keten, het A-merk en de retail, afgerekend op een niet-duurzaam imago.

Uit een analyse van het energieverbruik in de keten blijkt dat het grootste energieverbruik vooral bij de productie van voer voor de koeien plaatsvindt, het begin van de keten. Een onderzoeksproject naar de duurzaamheid van veevoer leverde nog niet veel resultaten op. “Het is complexe materie. Soja weglaten uit het voer levert niet veel milieuwinst op. Het is beter om duurzame soja in te voeren”, vertelt Klaas Jan van Calker, duurzaamheidsmanager bij Cono Kaasmakers.

Op de melkveebedrijven, een andere schakel in de keten, is vooral de productie van broeikasgassen een aandachtspunt. Door het CairingDairy-programma van Cono is een 10%-reductie van deze gassen bereikt.

Conflict
De aanwezigen op het congres waren nieuwsgierig naar het conflict van Cono met inkooporganisatie Superunie. Van Calker legt uit dat er een overeenkomst is bereikt, maar dat beide partijen hebben besloten om er niet extern over te communiceren. “Maar we vonden het verlagen van de kaasprijs onacceptabel. Het past niet bij ons merk om voor lage prijzen over de toonbank te vliegen. Superunie besloot onze producten daarop te boycotten. En wij besloten om de consumenten hierover te informeren.”

De inkooporganisatie kwam daarop snel bij de kaasproducent terug. Interessant in dit traject is dat duurzaamheid een belangrijk discussiepunt was. Stichting Natuur en Milieu liet een persbericht uitgaan waarin ze ‘de producent Beemsterkaas steunden in het verzet tegen prijsgekte’.

Jaap Petreaus, dagvoorzitter en manager corporate environment & sustainability bij FrieslandCampina, vindt het bemoedigend dat de prijs van duurzame producten behouden blijft. “Wanneer de markt om duurzame producten vraagt en de prijs daarvoor wil betalen, kan een bedrijf zijn eigen besparingsmaatregelen financieren.”

Besparingspotentieel
Ook koffiebrander Neuteboom spant zich in om het nieuwe koffiemerk Redbeans klimaatneutraal aan te bieden. Het gebruik van groene stroom en groen gas zijn belangrijke stappen om het eigen verbruik te verminderen. De prijs van Redbeans is op A-merk niveau. Hoe is dat mogelijk? vroeg een van de aanwezigen zich af. Dat is afhankelijk van welke marge je accepteert, aldus Neuteboom.

Volgens de overheid ligt nog een groot besparingspotentieel in de keten. Maarten Kool, afdelingshoofd klimaat en energie van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, vertelde dat de routekaarten ontwikkeld door de branches de basis zijn voor toekomstig beleid. Deze ketenkaarten (zie VMT 16/17, 2009) tonen het energieverbruik van elke schakel in de keten. Van de zuivelketen is de ketenkaart al opgesteld.

Good housekeeping
Maar is al het laaghangend fruit al geplukt? Zijn hoge investeringen nodig om flinke energiebesparingen te realiseren? Uit het verhaal van sapfabrikant Riedel, dochter van FrieslandCampina, blijkt van niet. Met een beperkte investering van ongeveer €50.000 voor een energie-monitoringsysteem en het aanstellen van een efficiencymanager is veel mogelijk.

Meten
Efficiencymanager Jan-Willem Warmenhoven toonde dat met het meten van de output en energie flinke reductie werd opgespoord. In een energiespecial van VMT (nr. 20, 2008), vertelde Warmenhoven al over het energiemeetsysteem. Nu kon hij recente resultaten van het afgelopen jaar laten zien. Het retourcondensaat, een hoogwaardige bijstroom, is sinds oktober 2009 toegenomen met 25%. Door de koelcel anders in te richten realiseert de sapfabrikant een reductie van circa 130.000 kilowattuur per jaar.

Een goed monitoringssysteem is volgens hem onontbeerlijk. “Je hebt dan online-informatie waardoor snel reageren op een afwijking mogelijk is.” In een project met SenterNovem kijkt FrieslandCampina Riedel momenteel naar de mogelijkheden om nullast-uren terug te brengen. Dit betreft het energieverbruik als alle apparaten uitstaan.

Meer tips om snel energie te besparen indien in het proces een droger voorkomt, kwamen van Henk van Deventer, droogexpert bij TNO. “Good Housekeeping zoals isoleren van de droger, lekken dichten en afdichtingen plaatsen bij de in- en uitvoer, kunnen al besparingen opleveren.” Wil een bedrijf echt grote klappen maken, dan behoren achtereenvolgens het doormeten van massa- en energiebalansen of het kiezen voor een geheel ander type droger tot de mogelijkheden.

Reageer op dit artikel