artikel

Concurrentiekracht versterken

Algemeen

De concurrentiepositie van de Europese voedingsmiddelenindustrie staat onder druk. ‘Brussel’ stelde een High Level Group in om de cruciale issues boven tafel te krijgen. Via conferenties in Europese landen kan de industrie obstakels onder de aandacht brengen van de Europese Commissie. Eind november 2008 werd Den Haag aangedaan.

“De Europese voedingsmiddelenindustrie verliest terrein op de wereldmarkt. Ook de Nederlandse food-industrie, nu nog volgens het World Economic Forum op de achtste plaats, dreigt te worden ingelopen. We moeten dus oppassen.” Zo verwoordde FNLI-directeur Philip den Ouden expliciet de boodschap die bij meerdere sprekers doorklonk tijdens de conferentie over de concurrentiekracht van de Europese voedingsmiddelenindustrie, 27 en 28 november in Den Haag.

De bedreigingen voor de goede positie van de EU zijn algemeen bekend en legio. Ze variëren van zware administratieve en wettelijke verplichtingen en de op handen zijnde veranderingen in het gemeenschappelijk landbouwbeleid (van de Europese Gemeenschap) tot zaken als stijgende arbeidskosten, de groeiende macht van de retail en de recente ontwikkelingen op de grondstoffenmarkten.

High Level Group
Op Europees niveau is de noodzaak actie te ondernemen onderkend. Juni 2008 stelde het DG Enterprise and Industry een High Level Group in, die zich buigt over de concurrentiekracht van de food-industrie. Europese overheden, bedrijfsleven en organisaties zijn vertegenwoordigd in dit platform, dat actief is binnen drie ‘workstreams’:

1. Beschikbaarheid van grondstoffen en handelsissues (WTO).
2. Functioneren van de supply chain: waarde- en prijsbepaling in de keten, maar ook human capital en werkgelegenheid, consumentenwaarden en -perceptie, research en innovatie en transport.
3. Wet- en regelgevend kader.

Als uitkomst van het werk van de High Level Group komen er sectorspecifieke aanbevelingen, gericht aan de beleidsmakers op EU-niveau, om obstakels voor de industrie weg te nemen. “Als deze Europese aanbevelingen er zijn, pleit ik voor een vervolg op nationaal niveau door een Nederlandse High Level Groep te starten”, aldus Den Ouden.

Kostenreductie en innovatie
Brussel en Den Haag zullen dus, zo is het streven, de industrie minder belemmeren met regels en voorschriften. Sterker nog, via tal van Europese (subsidie)programma’s worden de bedrijven, vooral MKB, ondersteund. Het bedrijfsleven is daarnaast zelf aan zet. Kostenreductie en innovatie zijn de twee sporen waarop door veel bedrijven wordt ingezet. Tijdens de conferentie werd ingezoomd op de noodzaak van nieuwe logistieke concepten, productinnovatie en duurzaam opereren. Dat laatste blijkt overigens effect te sorteren.

Direct vertaalt zich dat in kostenreductie door een verminderd gebruik van grond- en hulpstoffen, afvalbeheer en recycling. Maar even belangrijk is het positieve effect op het product of merk en daarmee marktaandeel. De consument wil duurzame producten!, zo was de boodschap. Ook productinnovatie (veelal gezonde productontwikkeling) staat met stip genoteerd. Puntje voor de EC-agenda was daarbij om op Europees niveau wat te doen tegen het ongebreideld kopiëren van innovaties van A-merkfabrikanten door retailers via hun private label. Dit ontneemt de industrie de ‘drive’ voor innovatie.

Reageer op dit artikel