artikel

Eerlijk over kaas

Algemeen

Het televisieprogramma Keuringsdienst van Waarde bracht op 28 augustus naar buiten dat veel kaas op cheeseburgers en lasagne nep is. Een orkaan aan media-aandacht volgde. De consument werd misleid, vond de Consumentenbond. Niets van waar, reageerden partijen als McDonald’s en Albert Heijn. Hoe staat de situatie er nu voor? “Het is een opgeblazen verhaal.”

Weinig Nederlanders zullen er ooit van hebben gehoord. Maar ineens zwermden termen als: ‘nepkaas’, ‘analoogkaas’ en ‘imitatiekaas’ als dolle bijen door alle media. Aanleiding was de ontdekking van ‘kaasfraude’ door het RVU-programma Keuringsdienst van Waarde (KvW). De boodschap van het programma: supermarkten, pizzeria’s en fastfoodketens verkopen op grote schaal veelal samengestelde producten met nepkaas zonder dat de consument dit weet.

In een cheeseburger van McDonald’s zit 30% nepkaas, 40% in lasagne van Albert Heijn en zelfs 70% op de pizza’s van de COOP, zo maakte de KvW bekend. Het televisieprogramma liet het Wageningse instituut Rikilt onderzoek doen. Albert Heijn erkent dat er in lasagne en moussaka samengestelde kaas zit. “En dat staat keurig op het etiket uitgesplitst.”

De grootgrutter controleert alle verpakkingen en past deze waar nodig aan. McDonald’s laat weten dat de kaas op zijn cheeseburgers uit echte zuivel bestaat. Bij imitatiekaas zijn de melkbestanddelen door plantaardige olie vervangen. Naast plantaardige olie bevat het product zetmeel, melkeiwit en zouten. Analoogkaas is goedkoper dan echte kaas – en bevat betere smelt- en raspeigenschappen.

Etikettering
De heisa rondom de imitatiekaas is voor supermarkten geen reden om extra maatregelen te nemen. Supermarkten werken conform wet- en regelgeving, stelt het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (CBL). “Als een product analoogkaas bevat, wordt dit op de juiste wijze geëtiketteerd. Wat in het product zit staat op het etiket”, zegt een woordvoerster. Volgens het CBL is de hele nepkaasaffaire “een opgeblazen verhaal.”

In eerste instantie lijkt dat ook zo. Want er lijken geen etiketteringsregels geschonden. De Voedsel en Waren Autoriteit is duidelijk: bestaat een product niet voor 100% uit kaas dan mag je het geen kaas noemen. “Als er dus ingrediënten zijn vervangen, dan zou je dat dus op het etiket moeten vermelden”, legt een woordvoerder uit. De VWA kijkt eerst of er sprake is van een structureel probleem. Is dit het geval dan start de voedselautoriteit volgend jaar een handhavingstraject.

Geringe impact
De impact van de mogelijke ontdekking van nepkaas op voedingsmiddelen door KvW is gering geweest, meldt de Federatie Nederlandse Levensmiddelen Industrie (FNLI). “Het betreft geen voedselveiligheidsissue en mensen eten vanwege deze affaire niet minder producten die analoogkaas bevatten”, zeg Geert de Rooij, manager Levensmiddelenwetgeving en Voedselveiligheid bij de FNLI. Keuringsdienst van Waarde beroept zich in zijn onderzoek op ‘insiders’ die zeggen dat in 20 tot 40% van de samengestelde producten analoogkaas zit.

Het is niet duidelijk wie deze insiders precies zijn. St.Paul, een van de grootste leveranciers van analoogkaas, twijfelt aan deze percentages. De export van analoogkaas naar producenten van kant-en-klaarmaaltijden in Nederland bedraagt slechts 2% van de omzet van St.Paul. Toch zijn de percentages die het televisieprogramma noemt (20-40%) niet zo vreemd. Twee jaar geleden controleerde de VWA 24 bedrijven op de etikettering van kaasproducten die mogelijk waren vermengd met imitatiekaas. 8 van de 24 ondernemingen (33%) waren in overtreding (zie kader). De VWA nam maatregelen tegen de bedrijven “vanwege meer of minder ernstige misleiding.”

Verkeerd beeld
Het woord is gevallen: misleiding. De Nederlandse Zuivel Organisatie (NZO) pleit net als de Consumentenbond “voor een duidelijk onderscheid tussen echte kaas en imitatiekaas.” Volgens manager Kwaliteit en Technologie Margreet Hovenkamp is het belangrijk dat de consument een heldere keuze kan maken. Ook hoogleraar Productontwerpen en Kwaliteitskunde van Wageningen Universiteit Tiny van Boekel wil dat bedrijven open zijn over de manier waarop ze voedsel produceren. Net als in de VS waar producenten melding maken van de aanwezigheid van kaasvervangers.

Ook de FNLI pleit voor openheid en eerlijkheid over welke ingrediënten er in het product zijn gebruikt. Maar de terminologie om bepaalde bestanddelen aan te duiden moet wel overeenkomen met de leefwereld van de consument. “In Nederland is men niet bekend met de term ‘analoogkaas’, zegt Geert de Rooij van de FNLI. Bovendien zijn termen als ‘analoogkaas’ of ‘nepkaas’ (nog) niet wettelijk erkend in Europa en dus niet als zodanig in een lijst met ingrediënten te gebruiken.

Andere naam
Niet erg, meent directeur Dieter Kuijl van St.Paul uit het Belgische Lokeren dat onder meer analoogkaas produceert. Termen als analoogkaas en imitatiekaas impliceren dat het hier om kaas gaat terwijl dit niet het geval is, vindt Kuijl. Dit werkt alleen maar verwarrend voor de consument en daarom zou een ander woord gepast zijn. De topman van St.Paul wil samen met andere producenten van imitatiekaas een grootse Europese publiekscampagne beginnen om analoogkaas positief onder de aandacht te brengen. Volgens Kuijl bestaan er veel misverstanden over het product. Net als kaas kan een kaasalternatief ook rijpen.

Critici wijzen op de smakeloosheid van het imitatieproduct. Dit klopt niet, meent Kuijl. Vermengd met bijvoorbeeld overrijpe kaas of met Roquefort krijgt de analoogkaas een heerlijke smaak. Hij geeft eerlijk toe dat imitatiekaas nooit de smaak van echte kaas kan evenaren. “Maar het is ook helemaal niet de bedoeling dat wij dit gaan imiteren.”

Percentage
Een verandering van etikettering om duidelijkheid te scheppen voor de consument zou op zijn plaats zijn, geven zowel St.Paul als Uniekaas aan. “Het percentage echte kaas moet duidelijk worden vermeld. Consumenten zijn zich er dan van bewust dat het product niet voor 100% uit kaas bestaat”, zegt Suzanne van den Briel, productmanager bij Uniekaas. Uniekaas ziet dat er een duidelijke vraag is naar de goedkopere kaasalternatieven, want kaas is een dure grondstof. Maar producenten die kaasanalogen in hun product gebruiken en die dit niet goed communiceren, moeten aangepakt worden, meent Van den Briel.

Gezondheid
St.Paul claimt dat dit product het gezonde alternatief is voor echte kaas. Directeur Kuijl trekt de vergelijking tussen boter en margarine, waarbij de laatste het gezonde en goedkopere alternatief voor boter. Productmanager Van den Briel van Uniekaas ontkent dit. “Er zit vaak palmolie in dat, net als kaas, een hoog percentage verzadigde vetzuren bevat. Margarine is een product op zich en claimt ook geen boter te zijn. De discussie is juist opgelaaid, omdat nepkaas claimt kaas te zijn. En dat is niet zo.”

Reageer op dit artikel