artikel

“Enige voedingstechnologische instituut over in Nederland”

Algemeen

Zestig jaar bestaat NIZO food research in 2008. Maar met het verleden is directeur Ad Juriaanse niet bezig. Het aantal strategische partnerships van NIZO met grotere voedingsmiddelenbedrijven zal flink toenemen, is zijn voorspelling. En open innovatie? Dat doet NIZO food research al zestig jaar. “Alleen heette het vroeger ‘coöperatie’.”

Zestig jaar bestaat NIZO food research in 2008. Maar met het verleden is directeur Ad Juriaanse niet bezig. Het aantal strategische partnerships van NIZO met grotere voedingsmiddelenbedrijven zal flink toenemen, is zijn voorspelling. En open innovatie? Dat doet NIZO food research al zestig jaar. “Alleen heette het vroeger ‘coöperatie’.”

Technologie als corebusiness. Dit uitgangspunt staat voor NIZO food research nog steeds als een huis. De strategische competenties zijn sinds jaren onveranderd: ¬¬ het sturen van processen, het modificeren van productstructuur en de perceptie daarvan en het beïnvloeden van zowel microbiologische veiligheid als het sturen van fermentaties. En ongewijzigd zijn ook de meest relevante toepassingsgebieden smaak, textuur, gezondheid, voedselveiligheid en efficiënte procesvoering. “Blijkbaar hebben we in het verleden goede strategische keuzes gemaakt”, antwoordt dr. Ad Juriaanse tevreden als ik de NIZO-directeur vraag of de beleidspunten die hij vier jaar geleden in een interview met VMT noemde nog steeds gelden. “Hooguit zijn we opgeschoven in de wijze waarop we over technologie praten. We focussen nu op wat het voor onze klanten kan betekenen. Zo is microbiologie overgegaan in voedselveiligheid en darmgezondheid. We blijven evenwel een echt technologisch gerichte organisatie. Sterker nog: we zijn het enige brede voedingstechnologie-instituut dat in Nederland over is, hoewel het beter is te spreken van een bedrijf. Internationaal zijn we uitgegroeid tot een significante speler.”

Hoe past het nieuwe Food Application Centre in de strategie van NIZO food research?
“Een applicatiecentrum bestaande uit de Food Design Kitchen en het Flex Lab dat we er nu bij hebben, was de enige ontbrekende schakel tussen research en de pilot plant. Natuurlijk deden we al stukken product- en conceptontwikkeling maar dat was niet in alle gevallen food grade. Niet ‘echt af’. Nu wel. We kunnen de door NIZO ontwikkelde kennis veel breder inzetbaar maken voor allerlei soorten producten.”

Vier jaar terug gaf u aan dat de focus ligt op verpompbare voedingsmiddelen en ingrediënten, van vloeistoffen tot poeders. Is de koers in dat opzicht gewijzigd?
“Driekwart van de omzet komt nog steeds uit verpompbare of tot poeder te verwerken voedingsmiddelen. Vooral samengestelde voedingsmiddelen zijn een categorie waar veel R&D in gaat zitten. Het segment van vaste of smeerbare producten die ontstaan uit het mengen van meerdere grondstoffen is voor ons met name interessant. Diverse producenten komen naar NIZO. Dan hebben we het over de zuivel maar inmiddels ook bedrijven die bezig zijn met verbeteren van snacks, vleesproducten, broodverbeteraars, nutritionele ingrediënten, enzymen enzovoorts.”

Verschuift de aandacht van NIZO food research richting applicatiewerk?
“De portefeuille is al jaren vrijwel onveranderd en zal dat ook blijven: 35% van de opdrachten is fundamenteel onderzoek en 65% is applicatiegericht. Grote bedrijven blijven een stuk fundamenteel onderzoek bij ons uitbesteden. Businessunits of regionale bedrijven komen voor het applicatiewerk. We blijven als technologie-instituut de schakel tussen onderzoek en volledige productie. Weliswaar draaien we in de pilot plant producties voor derden maar dat is altijd voor een beperkte periode. Onze klanten daar gaan immers altijd weg. Wordt het product een succes dan gaan ze het zelf produceren en slaat het product niet aan, dan wordt het van de markt genomen. Simpel, we hebben hier een speeldoos voor engineers. In een productielocatie is het veel minder gemakkelijk om nieuwe producten op te starten.”

Verwacht NIZO food research met het applicatiecentrum meer mkb-bedrijven als klant?
“We hebben wel degelijk klanten uit het mkb. Zo’n 10% van ons bestand. Praktische drempel is dat innovatievouchers niet bij ons mogen worden ingeleverd. Maar het applicatiecentrum heeft echt tot doel het aanbod compleet te maken. Het is niet per se op het mkb gericht.”

Hoe omschrijft u dan de doelgroep?
“We richten ons op die bedrijven in de voedingsmiddelenindustrie die technologie nodig hebben. Voor 50% is dat de zuivel, 25% de ingrediëntenbranche en nog eens 25% de overige voedingsmiddelenindustrie. In totaal realiseerde NIZO vorig jaar eenentwintig miljoen euro omzet. Veertig procent daarvan in het buitenland.”

Wat is de aard van de opdrachten?
“Een aantal bedrijven komt bij ons voor ‘klussen’. Een andere ontwikkeling, en die zie ik vooral voor de toekomst, is dat bedrijven strategische partnerships met ons aangaan. Het aantal samenwerkingsverbanden zal flink toenemen. NIZO neemt stukken van de R&D over, altijd voor één specialisme. Heel open wordt dan de probleemstelling besproken. In feite herhaalt daarmee de geschiedenis zich. Zestig jaar geleden is NIZO gestart als strategische partner van de zuivelindustrie. Toen heette het coöperatie. Iedereen praat vandaag de dag over ‘open innovatie’, maar veel bedrijven komen niet verder dan suppliers oplijnen. Wij doen dus al zestig jaar aan open innovatie. Sommige bedrijven doen zelf de productontwikkeling, maar komen voor de onderliggende technologie bij NIZO. Ook dat is open innovatie.”

Is NIZO klaar voor de komende jaren?
“NIZO is in het verleden een geweldig mooi wetenschappelijke organisatie geworden. En nog altijd is de wetenschappelijke kwaliteit prima, getuige de vooraanstaande positie die wij innemen in het Topinstituut Food & Nutrition. Maar wetenschap om de wetenschap, dat doen we niet. Het moet altijd relevant zijn voor de industrie. We behouden het evenwicht in wetenschap en toepassing. Heel nadrukkelijk kijken we wat de waarde is van de technologie in de markt”.

Reageer op dit artikel