artikel

Echt eten behoeft geen krans

Algemeen

Het voedselaanbod in de Westerse wereld krijgt een steeds wetenschappelijker sausje. Maar de verwarring bij de consument wordt er alleen maar groter door. Michael Pollan pleit voor eten dat onbewerkt is, onverpakt en geen lawine van gezondheidsclaims nodig heeft. Zijn laatste boek, In defense of food, verscheen onlangs in Nederlandse vertaling: Een pleidooi voor echt eten.

De consument staat op grote afstand van zijn eten, dat geproduceerd wordt achter de gesloten deuren van stallen, fabrieken en laboratoria, in verre landen of op industrieterreinen. De industrialisering en globalisering van de voedingsindustrie hebben zo’n hoge vlucht genomen dat ze buiten het gezichtsveld van de consument zijn geraakt.

Tegen deze achtergrond schreef de Amerikaanse publicist professor Michael Pollan twee jaar geleden zijn succesvolle The omnivore’s dilemma, waarin hij verschillende voedingsketens van grond tot mond volgt. Zijn meest recente pennenvrucht is zojuist in vertaling verschenen onder de titel Een pleidooi voor echt eten. Het boek stelt vooral de verwetenschappelijking van het voedingsaanbod aan de kaak, omdat dit vervreemding en verwarring onder consumenten teweegbrengt.

Nutritioneel Industrieel Complex
Pollan is zorgelijk gestemd over de voortgaande industrialisering van het voedingssysteem. Niet alleen vanwege het verstoorde contact tussen consumenten en product. Ook de eenzijdige blik op voedsel van het, zoals hij het betitelt, Nutritioneel Industrieel Complex, bestaande uit levenmiddelenindustrie, voedingsmarketeers en -wetenschappers al dan niet geruggensteund door overheidsdienaren, baart hem zorgen.

De professionals in het NIC reduceren etenswaren tot voedingswaarden, stelt Pollan, die erop hamert dat etenswaren méér zijn dan de som van hun chemische bestanddelen. De verwetenschappelijkte visie op eten waarin de voedingswaarde van afzonderlijke voedingsstoffen en calorieën beeldvullend is, verliest uit het oog dat traditie, cultuur en gezond verstand er eveneens toe doen. Eten bekeken als een verzameling van eiwitten, vetten en koolhydraten draagt ertoe bij dat voedingsmiddelen los blijven staan van de achterliggende wereld waar ze vandaan komen en berooft voeding bovendien van haar sociale, culturele, ethische en ecologische dimensies.

‘Mijd producten met gezondheidsclaims’
Pollan legt een direct verband tussen het moderne eten en de toenemende mate waarin mensen kampen met overgewicht, hartkwalen of suikerziekte. Het huidige voedingssysteem maakt ons niet beter, verkondigt hij, in weerwil van de gezondheidsclaims die ons vanaf het supermarktschap in het oog springen. Pollan kijkt hier met argusogen naar en adviseert om dergelijke producten te mijden.

Gezondheidsclaims staan op intensief bewerkte voedingsmiddelen die het tegenovergestelde zijn van echt eten, die hij schamper omschrijft als ‘voorbewerkte voedselachtige producten’ of ‘eetbare voedselachtige substituten’. Juist dit zogenoemde namaakvoedsel wordt volop voorzien van zulke schreeuwerige aanprijzingen als vetarm, vezelrijk of cholesterolvrij, stelt Pollan, terwijl de gezondste producten in de supermarkt rustig op de groente- en fruitafdeling liggen, “zwijgend als slachtoffers van een beroerte”.

Pollan heeft het dus niet zo op de vele en succesvolle productinnovaties op dit terrein en houdt zijn lezers voor dat “het grote geld altijd verdiend is door het bewerken van voedsel, niet door het in zijn geheel te verkopen”. Echter, wat hem betreft is echt eten onbewerkt en veelal onverpakt en zonder gezondheidsclaim. Echt eten behoeft geen krans.

Gemak en gezond
In het verlengde van het pleidooi dat levensmiddelen méér zijn dan bouw- en brandstoffen, ligt de waardering voor eten die verder gaat dan gemak en genot. Een eetcultuur die draait om snel, gemakkelijk en goedkoop is in wezen armetierig. Een dergelijke voedselcultuur is namelijk eerder bevorderlijk voor onwetendheid dan voor leergierigheid, cultiveert eerder gedachteloosheid dan dankbaarheid en eerder haast dan aandacht.

Terwijl wat Pollan betreft eten met zorg, interesse en inspanning moet worden omgeven: betrokkenheid bij de productie, kennis van eten en smaak, animo om de supermarkt te verruilen voor een speciaalzaak of boerenmarkt. Ook zeer aan te bevelen, volgens Pollan, is het om te eten uit eigen tuin. Pollan telt de zegeningen van het tuinieren alsof een betere voedingswereld begint met je eigen moestuin.

Hieruit opmaken dat Pollan een elitaire idealist is, doet hem tekort. Diens verbrede kijk op voedsel laat zien dat er een wereld schuilgaat achter de eindproducten die de consument ziet, ruikt en proeft. Etenswaren zijn dan geen op zichzelf staande ‘dingen’ meer. Ook zijn oproep dat gezondheid niet ophoudt bij het eigen lichaam is achtenswaardig. Gezond in de brede betekenis van het woord omvat ook de gezondheid van de bodem waarop gewassen worden geteeld, en die van de dieren en de wijze waarop ze worden gehouden.

Eetrichtlijnen
Pollan richt zijn pleidooi bovenal op consumenten. Consumenten, die zich te afhankelijk hebben gemaakt van degenen die hen van hun eten voorzien. Consumenten, die geen greep hebben op het voedingssysteem dat hen vreemd is en ver van het bed. De interesse en het verantwoordelijkheidsgevoel staan veelal en bij velen op een laag pitje. Pollan’s boek is in feite een langgerekte roep om de omslag te maken van passiviteit tegenover eten naar passie voor eten. Dit is een boodschap die in meer recent gepubliceerde binnen- en buitenlandse boeken klinkt.

Om mensen dichterbij hun eten te krijgen en ze te helpen bewust en betrokken te consumeren, voert Pollan een aantal persoonlijke eetrichtlijnen ten tonele. Deze vuistregels zijn wat Pollan betreft behulpzaam om een uitweg te zoeken uit het doolhof waarin we verzeild zijn geraakt. “Eet niets wat uw grootmoeder niet als voedsel zou herkennen”, is een van de eerste aanwijzingen voor een ontsnappingsroute. Hoe eenvoudig geformuleerd de diverse eetrichtlijnen ook mogen zijn, het is niet altijd simpel ze navolging te geven.

Hoewel de richtlijn ‘Drink een glas wijn bij het eten’ voor velen niet moeilijk na te leven is, bij de vuistregel ‘Betaal meer, eet minder’ ligt dat heel anders. Deze is immers flagrant in strijd met de stevig verankerde opvatting dat meer voor minder beter is. Andere prioriteiten stellen – vaker echt eten kopen in plaats van het zoveelste luxegoed – of het prijskaartje niet altijd doorslaggevend laten zijn, zijn gemakkelijker gezegd dan gedaan.

Naar vuistregels voor actoren in het NIC is het tevergeefs zoeken in Een pleidooi voor echt eten. Kennelijk moet de verandering van consumentenkant komen. Deze voortrekkersrol legt veel druk en verantwoordelijkheid bij eindgebruikers. Het is terecht als afscheid wordt genomen van consumenten als lijdzame en onverschillige mensen die het allemaal worst zal wezen.

En natuurlijk kunnen consumenten een verschil maken via hun keuzes over welk voedsel ze aan hun vork prikken. Maar een nieuw voedingsregime dat vanuit de vraagzijde moet groeien zal langer op zich laten wachten dan wanneer ook boeren, bedrijven en beleid Pollan’s energieke pleidooi voor echt eten met hart en ziel onderschrijven.

Reageer op dit artikel