artikel

Duurzaamheid belangrijk bij GlobalGAP

Algemeen

Na voedselveiligheid wordt duurzaamheid een belangrijk aandachtsgebied voor de land- en tuinbouw. Supermarkten zullen zaken als dierwelzijn, milieu en arbeidsomstandigheden in toenemende mate willen borgen. Onder de GlobalGAP (Global Good Agricultural Practice)-standaard worden tal van modules opgezet. Een overzicht.

Voedselveiligheid was de laatste tijd weer volop in de media. Achtereenvolgens wilden de Partij voor de Dieren, Milieudefensie en de Consumentenbond het publiek doen geloven dat er mogelijk wat aan de hand is met respectievelijk vlees, groente en fruit en pluimveevlees.

Voedselveiligheid blijft een maatschappelijk actueel onderwerp en altijd onder de aandacht bij het publiek. Voor supermarkten is voedselveiligheid daarom topprioriteit. Vandaar dat zij in voedselveiligheidstandaarden steeds meer nadruk leggen op voedselveiligheid, hygiëne, traceerbaarheid en certificering.

De consument moet ervan uit kunnen gaan dat voedsel veilig is. Supermarkten en in het verlengde daarvan het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (CBL), de koepel van de Nederlandse supermarkten, zetten zich in om dat te waarborgen. Daaraan kunnen geen concessies worden gedaan. Vandaar dat Nederlandse supermarkten niet concurreren op voedselveiligheid. Het kan niet zo zijn dat ergens een levensmiddel goedkoper wordt verkocht omdat het iets minder veilig is. Voedselveiligheid wordt nooit in de aanbieding gedaan.

Duurzaamheidsagenda
De eerste prioriteit van het CBL en haar leden ligt dus bij voedselveiligheid. Daarnaast zal voor hen 2008 ook in het teken staan van duurzaamheid (zie ook www.globalgap.nl). De supermarktbranche neemt op dit terrein zelf het initiatief. Het CBL heeft een duurzaamheidsagenda opgesteld waaraan zij ieder jaar nieuwe, concrete punten zal toevoegen. De verdoving van biggen bij het castreren en de duurzame visteelt zijn daarvan voorbeelden.

Na de vis en de biggen zijn voor 2008 twee nieuwe onderwerpen toegevoegd aan de duurzaamheidsagenda: diertransport en sociale aspecten in de cacaoketen. Gezamenlijk wil de supermarktbranche excessen in de productieketen bestrijden. Excessen die zich bijvoorbeeld op het gebied van dierenwelzijn tijdens diertransport voordoen.

Misstanden zijn uiteraard grotendeels wettelijk al verboden, maar in de praktijk worden deze wetten niet altijd nageleefd en niet voldoende door de overheid gecontroleerd. Hetzelfde geldt overigens voor het gebruik van bestrijdingsmiddelen op groente en fruit. Vandaar dat supermarkten zelf de veilige productie bij hun leveranciers laten borgen, onder andere via GlobalGAP (tot voor kort bekend als EurepGAP).

Diertransport
Het transport van dieren, en daarmee het imago van vlees, komt vaak negatief in de publiciteit. Het CBL stelt samen met de diertransportsector in 2008 eisen op die het welzijn van dieren tijdens het vervoeren beter moeten waarborgen. Ook daarvoor zal GlobalGAP als certificeringsinstrument worden gebruikt. Vervoerders moeten ongeacht de transportafstand met respect met dieren omgaan. Zonder GlobalGAP-erkend transportcertificaat kan de veehouder straks geen GlobalGAP-erkenning krijgen en zullen supermarkten het vlees van zijn dieren niet kopen.

Visketen
Om de visketen duurzamer te maken, heeft het CBL, na gesprekken met de visserijsector en maatschappelijke organisaties, eind 2007 het Zeven Stappenplan ‘Vis Beter’ voor een duurzame visketen gepresenteerd. Alle versgevangen vis moet per 2011 voldoen aan de normen van Marine Stewardship Council. Dit is een internationaal keurmerk voor vis die gevangen wordt op een manier die het onderwatermilieu weinig kwaad doet en de visstand niet uitput.

Bovendien wil het CBL dat vissers bijvangst en schadelijke vangstmethoden aanpakken, eventueel ondersteund door de overheid. Het beleid voor bijvangst moet anders. In plaats van ‘een aan land verbod’ van bijvangst tot ‘een aan land gebod’ voor bijvangst. Sommige vissen en andere zeedieren die onbedoeld in netten verstrikt raken, worden weer overboord gegooid. De meeste dieren overleven dat niet en deze verspilling vormt een ernstige bedreiging voor de duurzaamheid van de visserij en de ecosystemen. Voor kweekvis gaan de eisen van GlobalGAP gelden per 2009.

GlobalGAP
GlobalGAP is in 1997 in het leven geroepen door 26 Europese supermarktorganisaties. Het is een internationaal kwaliteitssysteem dat eisen stelt aan de primaire sector. Speerpunten van dit systeem zijn voedselveiligheid, kwaliteit en duurzaamheid. Sinds begin 2004 voldoen alle verse groenten en fruit in de Nederlandse supermarkten aan GlobalGAP. In 2009 willen Nederlandse supermarkten deze garantie ook op al het vers vlees en verse vis. GlobalGAP wordt dus met ingang van volgend jaar een leveringsvoorwaarde.

Modules
De supermarktbranche ontwikkelt naast die voor diertransport nog enkele modules. De GlobalGAP module voor garnalen is in de afrondende fase. Naast de borging van hygiëne en kwaliteit, wordt aandacht gegeven aan arbeidsomstandigheden en milieu. Verwacht wordt dat deze medio maart beschikbaar is. De modules voor Pangasius en Tilapia zijn nog in ontwikkeling. Het CBL zet zich ervoor in dat deze nog in 2008 worden afgerond zodat de leden alle kweekvis onder de normen van GlobalGAP kunnen inkopen.

Ook zullen op korte termijn modules beschikbaar komen voor diervoeder en kalkoen. Bedrijven die GlobalGAP gecertificeerd zijn, mogen in de toekomst alleen voer kopen van een door GlobalGAP of gelijkwaardig gecertificeerde veevoederfabrikant. Bestaande systemen zoals GMP kunnen benchmarken (gelijkwaardig stellen) aan GlobalGAP. Het GMP-systeem van het Productschap Diervoeder wordt momenteel geaccepteerd door GlobalGAP voor veevoeders.

IKB Kip werkt aan een gelijkschakeling met GlobalGAP. De Productschappen Vee, Vlees en Eieren maken een vergelijking tussen de (wettelijke) voorschriften in Nederland en de voorschriften van GlobalGAP. Halverwege 2008 zal de benchmark met GlobalGAP worden afgerond. Wat betreft het CBL volgen IKB Kalf en IKB Varken op korte termijn.

Private label
Supermarkten in Nederland verlangen van private label fabrikanten dat zij de voedselveiligheid van deze producten aantoonbaar waarborgen volgens een certificeringssysteem gebaseerd op de normen van het Global Food Safety Initiative (GFSI). De door het GFSI goedgekeurde systemen zijn BRC Global Standard Food, Dutch HACCP Option B, International Food Standard (IFS) en SQF 2000. Het is aan de betreffende supermarktorganisatie welke van de goedgekeurde standaarden zij vragen.

Auditors van onafhankelijke, geaccrediteerde certificatie-instellingen moeten erop toezien dat bedrijven de eisen juist toepassen voordat deze het certificaat ontvangen. Accreditatie houdt in dit verband in dat de Raad van Accreditatie toezicht houdt op de manier van auditten.

CBL-Hygiënecode
Voor de supermarktbranche is de CBL-Hygiënecode van toepassing. Door volgens deze code te werken, waarborgen supermarkten de voedselveiligheid van de producten in de winkel. De CBL-Hygiënecode is gebaseerd op een HACCP-analyse. Het in stand houden van de koelketen in de winkel is een belangrijk element in de CBL-Hygiënecode.

De CBL-Hygiënecode is het sluitstuk van een voedselketen die de veiligheid hoog in het vaandel heeft. De nieuwe CBL-Hygiënecode zal in het najaar van 2008 beschikbaar zijn. Deze zal naar verwachting eenvoudiger en makkelijker van opzet zijn voor de ondernemer op basis van het Warenwetbesluit Hygiëne van levensmiddelen.

Wat de supermarktbranche doet op het gebied van duurzaamheid, wil het ook meer gaan uitdragen naar de consument. Vorig jaar heeft het CBL het project ‘Passie voor Food’ gestart (zie ook www.passievoorfood.nl). ‘Passie voor Food’ wil de gedrevenheid voor het vak uitdragen, de liefde voor de producten overbrengen en informatie geven over voeding en duurzaamheid en alles wat daarmee te maken heeft.

Reageer op dit artikel