artikel

MVO: normaalste zaak van de wereld

Algemeen

Ieder bedrijf, groot en klein, doet in meer of mindere mate aan Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO). Dat het voordelen heeft voor alle betrokkenen, is onomstreden. Bijna alle grote ondernemingen komen dan ook jaarlijks met een MVO-rapportage. Maar wat zegt zo’n document nu eigenlijk? Hoe valt duurzaamheid te meten? “Dat is de hamvraag van dit moment.”

MVO is de hype-fase voorbij. Het is een serieuze, beklijvende aangelegenheid geworden voor bedrijfsleven en overheid. Overheden, maatschappelijke organisaties en banken oefenen invloed uit op bedrijven om rekening te houden met duurzaamheid. Ook veel voedingsmiddelenbedrijven laten zich inspireren door de duurzaamheidwind die door Nederland waait en inmiddels de vorm heeft aangenomen van een wervelwind.

Ze houden zich bijvoorbeeld bezig met energiebesparingen, het gebruik van duurzame energie of het duurzaam inkopen van grondstoffen (eerlijke prijs voor boeren en het duurzaam verbouwen van gewassen zodat geen bos wordt gekapt). Voedingsreuzen als Unilever en Campina leggen in rapporten vast wat ze aan duurzaamheid doen.

Er kan bijvoorbeeld informatie in staan over de CO2-uitstoot. “Als mij twee jaar geleden was verteld dat voedingsmiddelenbedrijven zich zouden bezighouden CO2-reductie, dan had ik hard gelachen”, zegt duurzaamheidsadviseur Rudi van der Arend van adviesbureau DHV, daarmee de snelle ontwikkelingen van MVO aangevend. Toch blijkt een eenduidige definitie van duurzaamheid moeilijk te geven.

‘Mistig’
In 2001 stelde de regering in de Kabinetsvisie Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen dat MVO blijvend is. Drie jaar zette het ministerie van Economische Zaken deze uitspraak kracht bij door de oprichting van stichting MVO Nederland. De stichting stimuleert bedrijven tot MVO, vooral door het geven van voorlichting. Recent kwam de overheid met de opvolger van het document uit 2001: Kabinetsvisie Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen 2008-20011, ‘Inspireren, innoveren, integreren.’

De overheid is een belangrijke speler als het gaat om MVO: ze is een grote potentiële klant van duurzame inkopen en heeft natuurlijk een voorbeeldfunctie. Het rijk wil in 2010 100% van zijn producten duurzaam inkopen, lagere overheden streven naar 50%. Hiertoe worden inkoopvoorwaarden ontwikkeld. Marco Kreuger, duurzaamheidsmanager van de Federatie Nederlandse Levensmiddelen Industrie (FNLI) vindt dit maar een ‘ mistig proces’ waarbij de input van het bedrijfsleven nauwelijks wordt meegenomen.

“Met als gevolg dat de overheid kiest voor de eenvoudige weg door bepaalde keurmerken voor te schrijven, terwijl producten zonder keurmerk ook heel goed duurzaam kunnen zijn.” Hier zit de moeilijkheid, want een heldere, onomstreden definitie van MVO of duurzaamheid bestaat niet, ook niet binnen overheidsgelederen.

De meest gangbare definitie is die van de Sociaal Economische Raad (SER): Het bewust richten van de ondernemingsactiviteiten op waardecreatie op drie dimensies: people, planet, profit. “Het gaat hier om ketenverantwoordelijkheid”, zegt branchemanager Lobke Vlaming van MVO Nederland. “Planet gaat om milieu: ontbossing, afval, energie, biodiversiteit. People is het menselijke aspect en wil een eerlijke prijs voor producenten in derdewereldlanden en geen kinderhandjes). Maar ook de arbeidsomstandigheden en de interne opleidingsmogelijkheden binnen een bedrijf vallen onder people”, legt Vlaming uit. Dan is er nog profit. “Het gaat hier om de balans tussen de drie p’s en het maken van winst.”

Foodanalist Sebastiaan Schreijen van de Rabobank geeft aan dat de drie p’s heel breed interpreteerbaar zijn. “Ook het bestrijden van overgewicht valt onder MVO.” Van der Arend : “En het verminderen van marketing voor kinderen.”

Meten
Daar waar het al moeilijk is om duurzaamheid te definiëren, zal het bijna onmogelijk zijn dit te meten. “Dat is de grote hamvraag van dit moment. Iedereen wil duurzaamheid stimuleren, maar niemand heeft nog een duidelijk beeld van wat we eronder moeten verstaan”, zegt Kreuger. Adviesbureau DHV probeert de drie p’s te meten door middel van een zogenoemde scorecard. Het gaat hier om het verschil tussen eigen prestaties en wat de buitenwereld verwacht. “Op bijvoorbeeld planet kan een bedrijf een 100% score halen. ” DHV houdt interviews bij bedrijven om tot een score te komen. “En als ze dat willen interviewen we ook stakeholders”, zegt Van der Arend.

In ‘The Sustainability Yearbook 2008’, een jaarlijks onderzoek over MVO in het internationale bedrijfsleven opgesteld door Pricewaterhouse Coopers, worden voor de voedingsmiddelenindustrie drie dimensies: de economische dimensie (klantenrelaties, merkmanagement en strategieën voor opkomende markten), de milieudimensie (klimaatstrategie, verpakkingen, grondstoffen) en de sociale dimensie waar gezondheid en veiligheid, verantwoordelijkheid voor alcoholische dranken en standaarden voor toeleveranciers onder vallen.

Voedingsbedrijven kunnen hier een maximale score van 100% behalen. Unilever komt in het onderzoek als beste uit de bus: de multinational scoort op alle drie dimensies boven de 70%. Hoewel er dus wel meetmethodes zijn, dekken ze bijna nooit de hele lading. “Het is lastig om een beoordelingsmethode te vinden die zowel volledig is als eenvoudig toepasbaar. De vraag is of we tot iets kunnen komen wat praktisch bruikbaar is, maar tevens de werkelijkheid niet al te veel onrecht aandoet”, zegt Marco Kreuger van de FNLI.

Voordelen
MVO kent geen uniforme meetmethode en definitie, toch is ieder bedrijf hier wel mee bezig. Waarom eigenlijk? Ten eerste levert het kostenvoordelen op zoals minder afval, inkoop en energiebesparing. Van der Arend van DHV geeft als voorbeeld dat veel persluchtleidingen op standbye staan, ook in het weekend. Ze verbruiken dan 50% energie ten opzichte van het volle vermogen. Hier zijn kostenvoordelen te behalen.”

Druk van stakeholders is een andere reden om aan MVO te doen. De retailers gaan duurzaamheidseisen stellen, bijvoorbeeld op het gebied van CO2-uitstoot of grondstoffen. Uit onderzoek van Distrifood blijkt dat duurzaamheid een vast onderdeel wordt van de marketingstrategie van supermarkten. Albert Heijn heeft zelfs een Taskforce MVO.

Daarnaast kan MVO een structurele rol spelen in het kredietproces bij banken, zoals de Rabobank. Om kredietaanvragen te beoordelen heeft de bank richtlijnen opgesteld met een branchespecifieke invulling. “We moedigen onze klanten aan om afspraken te maken met hun leveranciers en afnemers over duurzame productie en afzet”, zegt duurzaamheidsmanager Hans Biermans van de Rabobank. “Bijvoorbeeld over het gebruik van verantwoord hout, over soja- en palmolie of over de sociale situatie in de cacaoketen. De Rabobank wil een constructieve dialoog aangaan, maar “wie pertinent weigert aan MVO te doen, komt bij ons uiteindelijk niet meer aan de bak.”

Imago
Ook de consument vindt MVO belangrijk. Als een bedrijf niet verantwoordelijk bezig is dan leidt dit tot imagoschade. “Verantwoord gedrag ondersteunt de reputatie van de onderneming”, meent Kreuger. MVO is goed voor de concurrentiepositie, vindt ook Anouk van Heeren van CREM, een adviesbureau voor duurzaamheid. Duurzaamheid komt uiteindelijk de bedrijfsresultaten ten goede, omdat de consument en belegger hier goed op reageren, stelt Kreuger. Verder leidt verantwoord ondernemen tot personeelstevredenheid en productinnovaties. Maar natuurlijk doen bedrijven ook aan duurzaamheid omdat ze het als hun morele plicht beschouwen., voegt Vlaming toe.

Duurzaamheidstrends
Het aangeven van specifieke milieu-informatie op de verpakking is een belangrijke duurzaamheidstrend in de voedingsmiddelenindustrie. “Een voorbeeld hiervan is de zogenaamde carbon footprint, die laat zien hoeveel CO2-uitstoot gepaard gaat met een product”, zegt Marco Kreuger. Hij signaleert dat overheden zowel op nationaal als op Europees niveau steeds meer zoeken naar samenwerkingsvormen met het bedrijfsleven op het gebied van duurzaamheid.

Het Nederlandse bedrijfsleven sloot vorig jaar een duurzaamheidsakkoord over energiebesparing, CO2-emissiereductie en duurzame energie, geeft Kreuger aan. Lobke Vlaming noemt ook tracking en tracing als een opvallende trend. “Van begin tot eind de stappen van het product volgen. En kijken wat de sociale en milieubelasting is op ieder moment van de keten.” Een andere ontwikkeling is de betrokkenheid van producenten bij het duurzaam inkopen van grondstoffen. “Zij zijn betrokken bij verschillende internationale initiatieven om duurzame productie van diverse grondstoffen, zoals koffie, thee, cacao, soja en palmolie te stimuleren.”

MVO-resultaten
Grote bedrijven doen het beter op MVO-gebied dan kleine. Het MVO-verslag van veel multinationals biedt transparantie, maar geen garantie. “Zo’n verslag zegt niet dat ze er iets aan doen. Ik ken bedrijven die een target van 1% energiebesparing hebben. Dan neem je jezelf niet serieus”, zegt Van der Arend. Volgens hem kijken bedrijven vooral intern en niet naar de consument en samenleving, want die verwachten vaak veel meer.

Vlaming is het hier niet helemaal mee eens, want een MVO-rapport laat aan de maatschappij zien wat je als bedrijf doet aan duurzaamheid. Hoewel dit lang niet genoeg is en veel bedrijven nog maar aan het begin staan, geeft ze toe. “MVO moet verankerd worden in bedrijfsprocessen van marketing tot productie. Dat gebeurt nog niet voldoende.” De FNLI vindt dat de coördinatie van duurzaamheid nog moet verbeteren. “Veel bedrijven zijn tegelijkertijd met hetzelfde probleem bezig. De verschillende oplossingen zouden uiteindelijk ergens bij elkaar moeten komen”, zegt Kreuger.

De complexiteit van de voedselketen kan een probleem vormen bij MVO. Een bedrijf kan soms niet overzien waar een product vandaan komt. Soms is er ook sprake van een win-lose situatie, meent Kreuger. “Je kunt kleinere porties verpakken vanuit het oogpunt van overgewicht, maar dat betekent wel meer verpakkingsafval. Bij gebruik van minder verpakkingsmateriaal wordt de verpakking kwetsbaarder wat weer voor voedselverliezen zorgt.”

Ondanks complicaties ziet de toekomst er goed uit. Bij MVO Nederland melden zich steeds meer bedrijven als partner. In de conclusie van The Sustainability Yearbook 2008 staat dat de houding tegenover duurzaamheid verandert van defensief naar proactief. Bedrijven nemen duurzaamheidsaspecten mee in hun bedrijfsvoering omdat ze zich realiseren dat grondstoffen eindig zijn en tevens om competatief voordeel te behalen. MVO wordt de normaalste zaak van de wereld, aldus het rapport.

Reageer op dit artikel