artikel

Omschakelen van kunstmatig naar natuurlijk kost tijd

Algemeen

Van snoepgoed tot soep en rookworst tot frisdrank: levensmiddelen zonder kunstmatige kleur- en smaakstoffen zijn steeds meer te vinden in de supermarktschappen. Maar kan een bedrijf zomaar overschakelen van kunstmatig naar natuurlijk? Internationale regelgeving en procescondities blijken de belangrijkste struikelblokken te zijn. “Het is bijna altijd mogelijk om over te stappen, maar het kost tijd.”

‘Kleurstoffen veroorzaken mogelijk hyperactiviteit.’ Zo kopten veel krantenartikelen zo’n drie maanden geleden. Nu is er op deze stelling wel wat af te dingen, maar feit is dat de consument steeds minder kunstmatige toevoegingen aan zijn voeding wenst. En het gaat niet alleen om bezoekers van de natuurvoedingswinkel.

Ook de doorsnee consument verwacht ‘pure voedingsmiddelen’ in de supermarkt om de hoek. En deze spelen hier steeds meer op in. “Grote marktpartijen zoals de retail in met name Engeland bepalen de markt”, vertelt Linda Bonte, salesmanager van Chr. Hansen, een internationale ingrediëntenleverancier van onder andere natuurlijke kleurstoffen. “De trend om op natuurlijke kleurstoffen over te stappen speelt al langer, maar is op dit moment wel overduidelijk. Zelfs grote voedingsmiddelenfabrikanten die aan synthetische kleurstoffen bleven vasthouden schakelen langzaam om.”

Internationale struikelblokken
Maar wanneer is een kleur- of smaakstof natuurlijk? “In het algemeen is het begrip ‘natuurlijk’ niet wettelijk gedefinieerd. Alleen voor aroma’s (geur- en smaakstoffen) gelden er specifieke regels”, vertelt Bart Beer, secretaris Regulier Overleg Warenwet. “Het enige dat wettelijk is vastgelegd, is dat de consument niet misleid mag worden.” Verder moeten alle ingrediënten, natuurlijk of synthetisch, in ieder geval voldoen aan de eisen van de Warenwet. Daarin staat bijvoorbeeld welke kleurstof in welk product in welke hoeveelheid is toegestaan. Ook de zuiverheidseisen staan in de Warenwet aangegeven. Producenten zijn zelf verantwoordelijk voor de juistheid van de informatie op de verpakking; de VWA controleert achteraf of de ondernemers zich aan de regels houden.

Een algemeen geaccepteerde definitie van natuurlijke kleurstoffen is: een kleur- of smaakstof die gemaakt is van een natuurlijke grondstof, geëxtraheerd of geperst uit een natuurlijke grondstof of via enzymatische omzetting uit een natuurlijke grondstof wordt verkregen. Ook wordt vaak de term natuuridentiek gebruikt. Hiermee wordt bedoeld dat een component chemisch is gemaakt maar identiek is aan de natuurlijke variant. Kunstmatig of synthetisch slaat op ingrediënten die niet in de natuur voorkomen en chemisch worden gemaakt.

Alle definities ten spijt is het vaak niet duidelijk wat wel of niet als natuurlijk mag worden aangemerkt. “Die interpretatievrijheid betekent voor ondernemers een kans, maar ook een risico”, zegt Geert de Rooij van de FNLI. “Bedrijven zijn soms te streng voor zichzelf.” Ook internationaal zijn er verschillen in acceptatie van stoffen. ”Officieel is er wel een eenduidige wetgeving, maar in de praktijk werkt het anders”, zegt Linda Bonte. “De natuurlijke groene kleurstof chlorofyl is bijvoorbeeld in Engeland niet gewenst.” Wel heeft de Engelse VWA (FSA) voor levensmiddelenproducenten een document opgesteld met richtlijnen die aangeven wanneer termen als ‘fresh’, ‘natural’ en ‘pure’ op de verpakking mogen staan. Dit document is echter puur indicatief, het heeft geen wettelijke basis.

Van hemelsblauw tot natuurlijk kaneel
Naast wetgeving is de werking van natuurlijke kleur- en smaakstoffen in het product een belangrijke factor bij het omschakelingsproces. Bonte: “Natuurlijke kleurstoffen kunnen met allerlei componenten in het voedingsmiddel reageren. Dit varieert per toepassing en kleurstof, maar karmijn bijvoorbeeld reageert met vitamine C. Precipitatie bij een lage pH en oxidatie zijn twee problemen waar bijvoorbeeld drankenfabrikanten mee te maken krijgen als zij een natuurlijke kleurstof willen gebruiken. Veelal zijn de natuurlijke stoffen gevoelig voor licht, pH en temperatuur. Encapsulatie is dan een mogelijke oplossing.”

Behalve procescondities is de prijs van natuurlijke kleurstoffen een heikel punt. Van sommige kleuren zijn geen natuurlijke varianten te vinden, hemelsblauw is er daar een van. Behalve dat de kleur in de natuur te vinden is, moet deze ook nog tegen aanvaardbare kosten te extraheren zijn uit de plant. Meestal komen de kleurstoffen in lage concentraties voor in het plantaardige materiaal. Dat gecombineerd met milde scheidingstechnieken zoals CO2-extractie en persen zorgt voor een aanzienlijk hogere kostprijs per kilo kleurstof. Hetzelfde geldt voor smaakstoffen: volgens IFF is van bijna iedere smaakstof wel een natuurlijke variant te maken, maar ook daar hangt een stevig prijskaartje aan: een natuurlijk vanille-extract en de chemische variant verschillen erg in prijs. Kortom, het is bijna altijd mogelijk om over te stappen, maar het kost tijd om de juiste grondstof en procescondities te vinden.

De smaak van zout, vet en suiker
Ook bij de toegenomen aandacht voor het verminderen van zout, vet en suiker in voeding, speelt de discussie over ‘natuurlijk’. Van alle drie ingrediënten zijn er kunstmatige varianten op de markt. Bij vet en suiker gaat het om laagcalorische en bij zout om natriumarme varianten. De synthetische ingrediënten hebben invloed op de smaak en staan bovendien ter discussie (bijvoorbeeld aspartaam).

Ingrediëntenleveranciers komen dan ook op de markt met natuurlijke varianten op deze ingrediënten. Friesland Domo en Avebe introduceerden onlangs natuurlijke vetvervangers uit respectievelijk wei en aardappel. DSM lanceerde deze zomer smaakversterkers op basis van gisten voor zuivel en bakkerijproducten om zout te reduceren. Voor suiker is de zoektocht naar een natuurlijke caloriearme variant lastiger; suikervervangers als stevia en brazzein, respectievelijk afkomstig van een Zuid-Amerikaanse en Afrikaanse plant, zijn nog in afwachting van goedkeuring.

Reageer op dit artikel