artikel

Integrale aanpak moet toename overgewicht stoppen

Algemeen

Alleen een integrale aanpak biedt een oplossing voor het terugbrengen van het aantal gevallen van overgewicht. Alle branches op het gebied van voeding, gezondheid en sport zullen samen met de overheid de krachten moeten bundelen. Niet alleen op nationaal niveau, maar ook regionaal en lokaal, zo bleek tijdens de werkconferentie ‘Obesitas, Big Business’, georganiseerd door Syntens en Health Valley in het Nijmeegse Goffertstadion.

Alleen een integrale aanpak biedt een oplossing voor het terugbrengen van het aantal gevallen van overgewicht. Alle branches op het gebied van voeding, gezondheid en sport zullen samen met de overheid de krachten moeten bundelen. Niet alleen op nationaal niveau, maar ook regionaal en lokaal, zo bleek tijdens de werkconferentie ‘Obesitas, Big Business’, georganiseerd door Syntens en Health Valley in het Nijmeegse Goffertstadion.

Het RIVM pleit in zijn rapport ‘Overwichtpreventie in het voortgezet onderwijs’ voor een integrale aanpak. ‘Te denken valt bijvoorbeeld aan het inrichten van een gezonde wijk en het aanbieden van gezonde en veilige voeding. Ook op lokaal niveau vereist een integrale aanpak dat verschillende beleidsafdelingen en partijen samenwerken’, zo staat in het rapport.

Jaap Seidell, hoogleraar Gezondheidswetenschappen aan de Vrije Universiteit Amsterdam, sluit zich bij het RIVM-pleidooi aan. Volgens de hoogleraar is overgewicht niet alleen een zaak van de ministeries van VWS en LNV, maar van alle ministeries. Op ieder departement moet worden meegedacht hoe het probleem van zwaarlijvigheid op te lossen. Dit geldt ook voor de provincies en gemeentes op regionaal en lokaal gebied.
Sinds hij zich in 1981 met het obesitasvraagstuk bezig ging houden, is Nederland van lichtblauw (weinig overgewicht) naar diepdonkerblauw (veel overgewicht) verschoten in 2007. “Dit is niet het probleem van een paar mensen. Dit is het probleem van de toekomst”, houdt Seidell zijn gehoor voor tijdens de werkconferentie.

Voortgezet onderwijs
Om ‘het probleem van de toekomst’ tot het verleden te laten behoren, is nog veel werk te verrichten, zo bleek uit het RIVM-onderzoek. Het instituut onderzocht het productaanbod in 1.250 scholen en concludeerde dat het overwegend calorierijk is. Ter illustratie: 88% van de scholen heeft een frisdrankautomaat, terwijl 9 en 10% een waterkoeler respectievelijk versautomaat heeft. Bovendien bevindt driekwart van de scholen zich op minder dan een kilometer afstand van een snackbar, supermarkt of tankstation. Slechts eenderde van de scholen besteedt aandacht aan het thema overgewicht. Recente cijfers tonen aan dat er weer een stijgende lijn zit in overgewicht bij jongeren (zie tabel).

Het RIVM constateert dat de omgeving van veel middelbare scholen aanzet tot ongezond voedingsgedrag. Daarentegen bieden schoolterreinen genoeg ruimte om te bewegen. Het instituut raadt onder meer aan het voedingsaanbod in automaten en kantines op middelbare scholen te verbeteren, het kopen van ongezonde producten te ontmoedigen en meer aandacht te besteden aan voeding, beweging en overgewicht in zowel projecten als in het reguliere onderwijs. “Dit biedt kansen voor de industrie in de vorm van het ontwikkelen van meer gezonde innovaties en meer samenwerking met andere branches. Zeker omdat de gezondheidstrend doorzet”, zegt Kees de Gooijer, directeur van de Stichting Food & Nutrition Delta (FND), en één van de sprekers tijdens de werkconferentie.

Kansen industrie
De FND heeft een jaar geleden met subsidie van het ministerie van Economische Zaken een innovatietraject opgezet. De eerste fase is afgerond en voor de tweede fase draagt de regering in de periode 2006-2010 € 63,5 miljoen bij. In deze fase gaat het er om dat bedrijven met de juiste kennis aan de slag gaan om nieuwe producten te ontwikkelen. Het probleem is dat veel ondernemingen uit het midden- en kleinbedrijf niet weten waar ze deze kennis moeten halen. Om bedrijven wegwijs te maken in het oerwoud van kennis, heeft de FND zes makelaars aangesteld die allemaal hun eigen specialisme hebben. Zij staan bedrijven kosteloos met raad en daad bij. “Bij universiteiten en andere kennisinstellingen ligt nog te veel kennis op de plank. Die moet eraf worden gehaald”, meent innovatiemakelaar Voeding en Gezondheid en tevens lector bij HAS Den Bosch Albert Zwijgers. Daarna moet de vertaalslag worden gemaakt van onderzoek naar concreet product.

Volgens Zwijgers vernieuwen de zeshonderd middelgrote voedingsbedrijven nog niet genoeg. “Ongeveer tweehonderd zijn hiermee bezig en schudden hopelijk de andere mkb-bedrijven wakker. Vooral over ingrediënten is veel nieuwe kennis beschikbaar. Als men hierop inspeelt, kan een bijdrage worden geleverd aan het terugdringen van obesitas.”

Partnerschap
De voedingsmiddelenindustrie zou de portiegrootte en de samenstelling van haar producten moeten veranderen om het overgewichtprobleem in te dammen, meent hoogleraar Seidell. Ook zou meer informatie moeten worden gegeven over een levensmiddel. Als voorbeeld noemt hij de Magnum. De fabrikant zou duidelijk moeten maken welke plaats het ijsje inneemt in het voedingspatroon. “Een magnum bevat veel calorieën en moet dus alleen worden gegeten bij uitzondering. De producent zou op de verpakking kunnen zetten hoeveel er bewogen moet worden om de overtollige calorieën er weer af te krijgen.” Voeding en bewegen. De twee kunnen niet los van elkaar worden gezien, vindt Seidell.

Het ministerie van VWS is bezig met het opzetten van een samenwerkingsverband met derden zoals gemeenten ‘om mensen in hun directe leef- en werkomgeving te prikkelen en te verleiden tot gezond gedrag’, zo staat in de VWS-beleidsagenda 2008. Bedrijven en instellingen die allemaal hun eigen belang hebben bij een goede gezondheid, zullen samen met VWS, maar ook met bijvoorbeeld VROM, ‘partners in preventie’ worden. Vooral de voedingsmiddelenindustrie heeft ‘een gerechtvaardigd belang bij een goede reputatie’, meldt het ministerie. Daarmee aangevend dat een cruciale rol voor de industrie is weggelegd in de strijd tegen overgewicht. Het partnerschap tegen overgewicht moet in 2008 vorm krijgen.

Het partnerschap moet ertoe leiden dat alle kennis van overgewicht bij elkaar komt in projecten die bij elkaar aansluiten, zo geeft Seidell aan. De hoogleraar is betrokken bij de oprichting van het samenwerkingsverband. Het Convenant Overgewicht, opgezet in 2005, werkt niet afdoende, vindt Seidell. “De koepelorganisaties die hierin zitten hebben niet de macht om daadwerkelijk iets te veranderen.”

Samenwerking
Tijdens de conferentie Obesitas Big Business werd alvast een partnerschap gesmeed op microniveau tussen de deelnemers werkzaam in onder meer het onderwijs, de voedingsmiddelenindustrie, bij de overheid en in de gezondheidszorg. In een van de conferentiezalen vond een workshop plaats met als thema: ‘gezonde snacks zijn niet lekker’. Zo zaten Mark van der Haak, kwaliteitsmanager van conservenfabriek Baltessen, docente Femke Spikmans van de hogeschool Arnhem-Nijmegen en industrieel ontwerper Mike Overdijk bij elkaar om het imago van de gezonde snack op te vijzelen. Ze bedachten een anticampagne. De mars werd poepmars, een bitterbal een slijmbal en een glacékoek een mietjeskoek. Overdijk maakte hier heel beeldende tekeningen bij. Dit werkt volgens het drietal beter dan het betuttelen van kinderen. Even verderop zat Marrianne Werrij-Meisen van het Anton Jurgens Institute met twee anderen te brainstormen. “Grappig. Je zet drie mensen bij elkaar en je komt tot een plan.”

Workshopleider Chris Willemsen van Syntens keek toe hoe alle deelnemers hun hersens kraakten. “Je kijkt wat voor kennis je in huis hebt en uiteindelijk vindt er samenwerking plaats tussen de diverse kenniskringen. Dit levert krachtige ideeën op.” De hoop voor de steeds dikker wordende natie is dus nog niet verloren.

Reageer op dit artikel