artikel

Genetisch gemodificeerde organismen overschrijden grenzen

Algemeen

Genetisch gemodificeerde organismen (ggo’s) zijn niet meer weg te denken uit de landbouw en vinden steeds vaker hun weg naar voedingsmiddelen en diervoeders. Niet alle ggo’s zijn toegelaten in de EU. Problemen met geïmporteerde producten zijn niet uitgesloten.

Dit voorjaar werden in een partij maïsglutenvoer sporen van Hercules RW-maïs aangetroffen. Deze genetisch gemodificeerde maïs wordt in de VS toegelaten, maar nog niet in de EU. De Hercules RW-maïs werd in enkele partijen in kleine concentraties aangetroffen, ondanks afspraken over scheiding tussen deze en andere maïssoorten. De betreffende partijen mogen niet in de handel worden gebracht en zijn, voor zover dat wel was gebeurd, uit de handel genomen.

Voor de Hercules RW-maïs loopt sinds januari 2005 bij de Europese Unie een toelatingsprocedure. Hercules RW is een genetisch gemodificeerde insectenresistente maïsvariëteit (DAS 59122-7) die niet afwijkt van andere, conventionele en wél toegelaten genetisch gemodificeerde maïsrassen. Dit najaar stemt de Raad van de Europese Unie over de toelating van Hercules RW-maïs voor toepassing in diervoeders en voedingsmiddelen, import en verwerking.

Toelatingsprocedures
Het incident laat zien dat toelatingen van genetische gemodificeerde organismen (ggo’s) in de EU kan afwijken van die van andere landen. De toelatingsprocedure voor ggo’s in de EU neemt tussen tweeënhalf en tien jaar in beslag. In de VS, een van de landen die grootschalig soja en maïs exporteren, duurt de toelatingsprocedure gemiddeld vijftien maanden. Het incident met het maïsglutenvoer trof weliswaar de diervoedersector, maar kan een voorbode zijn van mogelijke problemen met voedingsmiddelen.

Sinds april 2004 is er met het van kracht worden van Verordening (EG) 1829/2003 inzake genetisch gemodificeerde voedingsmiddelen en diervoeders, strenge en eenduidige wetgeving voor de toelating van ggo’s in voedingsmiddelen en diervoeders. In de periode vóór het van kracht worden van deze verordening was het vanwege verschillen in mening tussen lidstaten praktisch onmogelijk om tot overeenstemming over de toelating van ggo’s te komen. Daardoor werden er in de EU sinds 1998 geen nieuwe ggo’s toegelaten. Met het van kracht worden van de nieuwe wetgeving zijn de Europese toelatingsprocedures weer langzaam op gang gekomen.

Nultolerantie
In voedingsmiddelen mogen alleen die ggo’s worden verwerkt die voor dit doel in de EU zijn toegelaten (zie http://ec.europa.eu/food/food/biotechnology/authorisation/index_en.htm voor een overzicht). Voor in de EU niet toegelaten ggo’s geldt dat deze niet in voedingsmiddelen mogen voorkomen. Deze zogenaamde nultolerantie zal naar verwachting tot problemen leiden bij de import van voedingsmiddelen en diervoeders. Voor ggo’s waarvoor vóór het van kracht worden van de verordening al een Europese aanvraag voor toelating liep (‘pijplijn-ggo’s’) gold een overgangstermijn tot april 2007. Hierdoor mochten de in de VS en andere landen reeds geteelde ggo’s in hoeveelheden tot maximaal 0,5% in voedingsmiddelen voorkomen.

Nu de wetgeving enkele jaren van kracht is en de overgangstermijnen zijn verstreken, is de tijd aangebroken dat gesproken kan worden van een nieuwe generatie ggo’s waarvoor in de EU en andere landen tegelijkertijd een toelatingsprocedure wordt gestart. Door het verschil in doorlooptijd van de toelatingsprocedures is het de verwachting dat er in de komende jaren genetisch gemodificeerde rassen komen die eerder buiten dan binnen de EU zijn toegelaten. Op het moment dat er daadwerkelijk inzaai van dergelijke rassen plaatsvindt, is het zeer moeilijk en kostbaar om de wel op de Europese en de niet op de Europese markt toegelaten grondstoffen gescheiden te houden.

Beoordeling voedselveiligheid
Hoewel de toelatingsprocedure in de Verenigde Staten en andere landen vlotter verloopt dan in de EU wordt de voedselveiligheid van ggo’s in deze landen zorgvuldig beoordeeld. In internationaal verband (Codex Alimentarius van de Verenigde Naties) zijn richtlijnen ontwikkeld voor de beoordeling van de voedselveiligheid van een ggo. Landen die ggo’s op voedselveiligheid beoordelen hanteren de uitgangspunten van deze richtlijnen. Landen zijn vrij om, aanvullend op de uitgangspunten van deze richtlijnen, een uitgebreidere voedselveiligheidbeoordeling uit te voeren. In Codex Alimentarius-verband wordt ook gewerkt aan richtlijnen voor informatie-uitwisseling, in geval van ongelijk lopende toelatingsprocedures.

Dergelijke informatie-uitwisselingsystemen zouden kunnen worden benut in de gevallen dat in geïmporteerde producten (sporen van) in de EU (nog) niet-toegelaten ggo’s worden aangetroffen. Op dit moment is niet alle informatie van de door een ander land uitgevoerde voedselveiligheid-beoordeling beschikbaar voor een importerend land. Door het ontwikkelen van een informatie-uitwisselingsysteem is het voor een importerend land mogelijk om meer (ook niet openbare) informatie van een ggo op te vragen.

De ontwikkeling van deze Codex-richtlijn voor informatie-uitwisselingsystemen neemt echter niet weg dat als de Europese wetgeving op het gebied van de nultolerantie ongewijzigd blijft, er als gevolg van de langzaam verlopende Europese toelatingsprocedure binnen enkele jaren zich incidenten kunnen voordoen met betrekking tot sporen van in de EU (nog) niet toegelaten ggo’s in voedingsmiddelen en diervoeders. Door enkele Lidstaten is dit punt inmiddels in overleggen tussen de EU-Lidstaten aangekaart. Om tot een wijziging van de Verordening te komen dient een meerderheid van de Lidstaten voor een aanpassing van de nultolerantie te zijn.

Onbekende ggo’s
Een probleem van volstrekt andere aard, dat mogelijk gevolgen kan hebben voor de voedselveiligheid, is de onvoorziene aanwezigheid van ggo’s die nog niet op voedselveiligheid zijn beoordeeld en nog nergens zijn toegelaten. In de afgelopen jaren hebben zich enkele incidenten op dit gebied voorgedaan. Zo was er in 2005 sprake van contaminatie van maïsbijproducten met het destijds ook in de Verenigde Staten niet-toegelaten Bt10-maïs. Deze contaminatie werd veroorzaakt door de vermenging van zaaizaad bij de producent. De EU heeft destijds direct noodmaatregelen genomen om verdere import van maïsbijproducten gecontamineerd met Bt10 te voorkomen. Deze noodmaatregelen zijn in 2007 gestaakt nadat er lange tijd geen sporen meer van Bt10 in maïsbijproducten waren aangetroffen.

Meer recent zijn in geïmporteerde Chinese rijstproducten sporen van Bt63-rijst aangetroffen. Deze rijst is in China nog niet toegelaten. Zorgelijk aan dit incident is dat de Chinese overheid weinig informatie over het betreffende ras, de oorsprong, de voedselveiligheid en de analysemethoden beschikbaar kon stellen aan de EU. Doordat China de export van rijstproducten tijdelijk heeft stilgelegd, worden er op dit moment geen met Bt63 gecontamineerde partijen rijstproducten aangetroffen. De tijd zal leren of China dit incident voldoende onder controle heeft.
Het is niet altijd bekend op welke schaal in andere landen veldproeven met ggo’s worden gedaan.

Ook is niet altijd duidelijk of hier eventueel resten van zijn achtergebleven in het milieu of dat er onbedoelde en onbekende vermenging van zaaizaad met niet-toegelaten ggo’s heeft plaatsgevonden. Zoals in bovengenoemde incidenten is dan ook niet uit te sluiten dat producten sporen kunnen bevatten van onbekende (en hiermee niet-toegelaten) ggo’s. Omdat er geen generieke analysemethoden beschikbaar zijn die de aanwezigheid van onbekende ggo’s kunnen aantonen, is het niet mogelijk om eventueel aanwezige sporen van onbekende ggo’s te detecteren. Totdat deze generieke analysemethoden beschikbaar zullen dit soort incidenten vermoedelijk altijd door toevalligheden aan het licht komen.

Reageer op dit artikel