artikel

Egga Eggs startte kokerij/pellerij

Algemeen

Het opstarten van een levensmiddelenfabriek is pittig. Vooral als je geen ervaring hebt met het produceren van een ‘bloot’ product en als je vanaf dag één aan alle certificeringsystemen wilt voldoen. Toch wist Egga Eggs uit het Limburgse Ospel deze stap te zetten. De fabriek draait nu drie tot vier dagen per week en ondernemer Wiel van Gemert ziet volop groeimogelijkheden.

Wiel van Gemert, directeur van Egga Eggs, is van oorsprong kippenboer. Hij begon in 1977 met 11.000 kippen. Na zeven jaar was zijn onderneming uitgegroeid tot een bedrijf met 300.000 kippen, verdeeld over verschillende locaties in Nederland. Vervolgens begaf hij zich ook in de eierhandel.

In 1994 kwam daar het koken en verven van eieren bij en draait dit bedrijf een omzet van € 20 tot 25 miljoen in gekookte en geverfde eieren per seizoen. In 2004 ontstond het idee voor een kokerij en pellerij. “En als Wiel iets in zijn hoofd heeft, dan doet hij het ook”, weet algemeen manager Henk Stiphout te vertellen. Dus werd op 1 augustus 2005 de bouwvergunning voor de fabriek aangevraagd en precies een jaar later rolden de eerste gekookte en gepelde eieren van de band.

HAS Kennistransfer
“Het idee voor deze fabriek ontstond vanuit de handel”, licht Stiphout toe. “We zagen dat de leveranciers van gekookte en gepelde eieren ieder jaar groeiden. Deze eieren worden gebruikt in gemaksvoeding: in eiersalades, op sandwiches of in kant-en-klaarmaaltijden. Onze intuïtie zei dat daar geld mee te verdienen was.”

Via een plaatselijke krant kwam Egga Eggs in contact met Jenk de Jong van Syntens. De Jong stelde voor de omvang van de markt voor gekookte en gepelde eieren te laten onderzoeken door HAS Kennistransfer. “Het effect van zo’n onderzoek is vergelijkbaar met het volgen van een cursus”, vindt Van Gemert. “Je ziet veel, je hoort veel en je weet vooraf niet wat je er aan gaat hebben. Dit onderzoek bevestigde onze vermoedens.”

De studenten van HAS Den Bosch kwamen tot de conclusie dat er inderdaad vraag is naar gekookte en gepelde eieren, vooral in Engeland maar op termijn ook in Nederland, Duitsland en België. Voor scharreleieren was er nog nauwelijks markt. Dat is nu, twee jaar later, heel anders. Tegenwoordig moeten alle eieren scharreleieren zijn. “Ik vond het verrassend te zien hoeveel informatie die studenten van internet haalden”, zegt Stiphout. “Daar kan onze generatie nog wat van leren.”

Honderd procent steriel
Bij de opstart vonden de heren het vooral belangrijk dat de fabriek vanaf de eerste dag aan de hoogste standaards zou voldoen. “Dat was pittig”, vertelt Stiphout. “Dan loop je tegen aanvullende eisen aan waar je in het begin niet bij hebt stilgestaan. Dat kost heel veel energie en vraagt hogere investeringen. Maar als je A hebt gezegd moet je minimaal doorgaan tot C.”

Een goed voorbeeld is de hygiëne. Na productie moet de bedrijfshal 100% steriel worden en blijven. Voor dit aspect ging Van Gemert te rade bij Pro Health, zijn externe laboratorium. Samen namen ze monsters en bespraken vragen als: Hoe snel groeien bacteriën? En schimmels? “Ik merkte dat het belangrijk is zo veel mogelijk menselijke handelingen uit te sluiten”, vertelt hij. “Daarom gaan we zo veel mogelijk automatiseren.”

Goed en nauwkeurig
Als we samen de fabriek inlopen, wordt het belang van strikte hygiëne direct duidelijk. “Ik laat je eerst het schone gedeelte van de fabriek zien en daarna de rest om besmetting te voorkomen”, vertelt Van Gemert terwijl we onze handen desinfecteren. We komen in een hal met één productielijn.

De eieren komen hier gekookt binnen en worden eerst ‘geschrikt’ zodat de schaal los komt. Vervolgens worden ze machinaal gepeld, teruggekoeld en verpakt, bijvoorbeeld in emmers. Op verschillende plaatsen staan medewerkers te controleren: blijven er geen schaaltjes achter? Zitten er geen kapotte eieren tussen? Handmatig worden er ook nog enkele handelingen uitgevoerd. Op termijn – als de productie is gegroeid – wil Van Gemert dit werk laten doen door machines.

Vast personeel

De acht fabrieksmedewerkers zijn in vaste dienst, vertelt Van Gemert. Hij maakt geen gebruik van uitzendkrachten. “Ik vind het belangrijk dat het proces goed tussen de oren zit. Mensen moeten nauwkeurig en goed werken. En ze moeten zich strikt aan de hygiëneregels houden. Met vast personeel is dat beter te realiseren dan met uitzendkrachten.”

Daarnaast is het prettig dat het personeel, zoals Van Gemert dat noemt, met het bedrijf meegroeit. “In het begin moet je je weg nog vinden. Nu zijn we goed op elkaar ingespeeld. Iedereen weet wat er moet gebeuren als we omschakelen naar een andere partij.”

Heeft Van Gemert nieuwe ideeën, dan legt hij ze eerst voor aan de mensen op de werkvloer. “Mensen hechten daar veel waarde aan. Ze kunnen dan zeggen: ‘die machine, daar heb ik aan meegewerkt en die draait nu goed’.” Vaste krachten zijn wel duurder dan uitzendkrachten, doordat in het begin niet alle uren productie wordt gedraaid. Daar heeft Van Gemert zich bij neergelegd. “Het eerste jaar is sowieso duur. De kosten gaan voor de baten uit.”

Studiereis
De fabriek draait nu drie tot vier dagen per week. Van Gemert wil dit uitbouwen naar een volle werkweek en op termijn naar dagen van bijvoorbeeld zestien uur. Ondertussen houdt hij zijn ogen en oren open voor innovaties. Zo hebben enkele studenten via Syntens voor Egga Eggs een wereldwijd inventariserend onderzoek gedaan naar innovatieve eiconcepten. Daar rolde de patentvraag uit op het veranderen van de smaak van eieren.

Helaas was dat patent al vergeven. Van Gemert heeft ook samen met Syntens-adviseur De Jong een studiereis gemaakt naar Londen. “Engeland loopt qua trends voorop”, vertelt Van Gemert. “We kwamen in winkels die alleen maar kant-en-klaarmaaltijden verkochten. Supermarkten hadden complete rekken ingericht met sandwiches. Dat is mooi om te zien. Maar de beste ideeën komen toch ’s avonds als je met je reisgenoten een pot bier drinkt. De een is ondernemer in kaas, de ander in vlees. In samenspraak ontstaan de mooiste concepten.”

Perfectioneren
Ondanks zijn innovatiezoektocht denkt Van Gemert op dit moment niet concreet aan uitbreiding van productsoorten. “Ik wil eerst dit proces tot in de puntjes onder controle krijgen”, zegt hij. “Ik wil het zo ver perfectioneren dat ik op een lange bewaartijd uitkom.”

Misschien dat Egga Eggs over een jaar of vijf een extra bewerking aan het proces toevoegt, bijvoorbeeld om een basis voor eiersalade temaken. Vooralsnog kennen Van Gemert en Stiphout de grenzen van het bedrijf. “Je kunt jezelf ook kapot innoveren”, vertelt Stiphout. “Zo is het produceren van een eindproduct voor ons echt een brug te ver. We willen een productiegeoriënteerd bedrijf zijn. We zijn nuchtere Limburgers en dat moet vooral zo blijven.”

Reageer op dit artikel