artikel

Genomics

Algemeen

Na de maatschappelijke weerstand tegen de biotechnologie in het verleden wil de tweede generatie genetisch gemodificeerde gewassen (nog) niet uit de pijplijn komen. Maar de kennis die is opgedaan bij genomicsonderzoek opent nieuwe mogelijkheden voor zowel klassieke als GM-veredeling. Wat wil de consument en hoe krijgt innovatie een kans?

In maart zond de Britse zender Channel 4 een programma uit over biotechnologie onder de naam Animal Farm. Hierin namen evolutionair bioloog Olivia Judson, voorstander van genetische modificatie (GM), en biologisch culinair journalist Giles Coren een kijkje in de wetenschappelijke keuken. Judson gaf uitleg op hun tocht langs fluorescerende vissen, gekloonde kalfjes, GM-gewassen en een vrolijk jong meisje dat dankzij een met biotech vervaardigde blaas was verlost van katheter en stoma. Coren gaf als een soort Maarten van Rossum ironisch commentaar. Animal Farm bood de kijker op geamuseerde toon informatie over het onderwerp zonder een mening op te dringen en was in die zin verfrissend.

Geen discussie
Genomics is een nieuwe wetenschap die met behulp van bio-informatica (onderzoekt biologische data met behulp van informatica) alle kennis over genetica, transcriptie, eiwitten, metabolisme en organisme tracht te verenigen. ‘Harde’ technologieën als klassieke veredeling en biotechnologie kunnen deze ‘software’ gebruiken. De kennis uit genomics belooft gewassen op te leveren met voordelen voor de consument, zoals een hoger gehalte gezonde inhoudsstoffen en een verbeterde smaak. Met dat doel brengen onderzoekers in Wageningen bijvoorbeeld genen van de tomaat in kaart die een relatie hebben met smaak en met gezonde inhoudsstoffen. Zo kan gericht klassiek worden veredeld op de aanwezigheid van de gewenste genen.
De tomaat loopt in deze trend voorop omdat die een relatief eenvoudig genoom heeft dat goed door middel van kruising en selectie kan worden veredeld maar voor sommige planten is GM tussen kruisbare soorten noodzakelijk om de gewenste eigenschappen te verkrijgen (zie kader ‘Cisgenese’). Een open discussie over GM blijft in Nederland achterwege, ook al zegt 69% van de Nederlanders geen of weinig bezwaren te hebben tegen GM bij planten, zo bleek uit een enquête van TNS NIPO in februari dit jaar in opdracht van RTL5. Wel keurt 64% GM af bij dieren.

Basisplant
Bart Gremmen is in Wageningen bijzonder hoogleraar Ethische en sociale aspecten van genomics. Zijn leerstoel wordt gefinancierd door het Centrum voor BioSystems Genomics. Gremmen neemt als startpunt niet de reactie van de maatschappij op genetisch gemodificeerde organismen (GGO’s) maar keert het om: GGO’s zijn het resultaat van een maatschappelijke ontwikkeling waarin steeds meer zaken zijn ontkoppeld. Gremmen: “Door de substraatteelt groeit de tomaat los van de aarde, in een kas. De bodem, de plaagdruk en het weer zijn zo veel mogelijk uitgeschakeld. De voedingsmiddelenindustrie gaat verder. Al begin vorige eeuw werd met margarine en bouillonblokjes het dierlijke product (boter en van vlees getrokken bouillon) vervangen door producten op basis van plantaardige ingrediënten. In sinaasappelsap zit wortelsap voor de kleur en in citroenpudding zit geen citroen. Product en inhoud zijn ontkoppeld. In die context zijn GGO’s een logische stap: alleen de eigenschappen die nodig zijn nemen en deze combineren. Het gevolg is in de toekomst een basisplant met buildingblocks.”
Wat in de tachtiger jaren begon als biotechnologie waarbij in GGO’s één gen werd overgezet, ontwikkelt zich nu met genomics als wetenschap. Vroeger konden veredelaars alleen aan de plant zelf zien of die de gewenste eigenschap (fenotype) bezat. Nu kan dat op het niveau van de genen (genotype). Gremmen: “Mijn stelling is dat naarmate genomics zich verder zal ontwikkelen we uiteindelijk onafhankelijk worden van de klassieke veredelingsmethode.”

Romantisch beeld
De vraag is wat de consument hiervan vindt. Dat het natuurlijke verdwijnt is in de maatschappelijke context niet vreemd, maar we missen het wel. Gremmen: “Kijk maar naar de reclames waarin de tomatensaus in een Italiaans dorpje nog door stokoude vrouwtjes wordt bereid. De consument weet dat de saus uit een moderne fabriek komt die voedselveiligheid en kwaliteit garandeert, maar wil toch een romantisch beeld op de verpakking zien.”
Volgens Gremmen komt onze ergernis over het gemis aan ‘natuurlijk’ tot uitdrukking bij GGO’s: de soortgrenzen worden overschreden, we spelen voor God, alles wordt besmet door uitkruising, ongewenste monopolieposities. Het zijn heel verschillende emoties maar ze komen allemaal neer op de constatering dat we ver zijn verwijderd van de romantische situatie die reclames ons voorschotelen.
Het idee dat de argumenten van Greenpeace op een romantisch beeld van de natuur berusten, wordt door campagneleider Genetische manipulatie Sandra Schalk resoluut van de hand gewezen. “Greenpeace heeft geen ethische bezwaren tegen genetische manipulatie, daar houden wij ons verre van als milieu-organisatie. Overschrijding van soortgrenzen is niet het punt. Ons fundamentele bezwaar tegen GGO’s is dat onze kennis over genen nog in de kinderschoenen staat. Als je kijkt naar wat de afgelopen tien jaar is ontdekt, dan blijkt de werking van genen door alle interacties met eiwitten en metabolieten veel ingewikkelder te zijn dan tot nu toe werd gedacht. Wat je dus vooral niet moet doen is GGO’s in het veld zetten. Het is veel te onvoorspelbaar waar genen terechtkomen en wat ze in het ecosysteem kunnen uitrichten. Dus doe experimenten in het laboratorium.”

Cultuurgrens
Gremmen noemt de vragen van milieuorganisaties geldig en goed: “Maar ze kunnen niet worden beantwoord, want daarvoor moet je GGO’s een ontwikkeling gunnen. Als je uit voorzorg de innovatie stillegt dan houdt het op, net zoals in Nederland met voedseldoorstraling is gebeurd. Dan raak je aan een cultuurgrens.”
Die cultuurgrens heeft volgens Gremmen te maken met de beelden waarmee de wetenschap ons opvoedt: “Eerst leerde de wetenschap ons dat onze trekken, karakter en identiteit in de genen liggen besloten. Nu zegt diezelfde wetenschap onder de naam genomics dat de genomen van gelijksoortige organismen grotendeels samenvallen. Jarenlang heeft de klassieke genetica zich ontwikkeld in de richting van soortspecificiteit en nu maakt het ineens niet meer uit of een eiwit met een bepaalde functie door een mens of een dier wordt gemaakt. Ook de biologie was altijd aan het categoriseren en nu gaat het ineens over ‘general building blocks’. Dat is weer een ontkoppeling.”
Gremmen: “We zien met genomics steeds meer eenheid in de functionaliteit en tegelijk blijkt hoe complex een organisme is. Dat hetzelfde gen op verschillende tijdstippen en situaties voor verschillende functies kan coderen, daar zijn we als mens nog niet aan gewend. Wij zitten nog in een eendimensionaal chemisch wereldbeeld terwijl genomics een complex holistisch wereldbeeld schetst. De maatschappij moet daar nog aan wennen en opnieuw worden opgevoed. Dat kan op twee manieren. Je kunt als wetenschapper tegen de consument zeggen: Doe niet zo moeilijk, wij borduren voort op wat jullie allang willen. Maar je kunt ook zeggen: Hé, wij hebben in de wetenschap een interessante verandering meegemaakt, jullie lopen achter!”

Monsanto
Schalk ziet genomics niet als holistisch: “Het grote geheel is de ecologie. Juist het feit dat je op het niveau van de genen kijkt is exemplarisch voor het reductionistische denken. Greenpeace is niet tegen genomics maar voor ons is het de vraag of de eenzijdige technische oplossingen die het biedt tot een duurzamer landbouw leiden. En ik denk dat Greenpeace daarop vaak ‘nee’ zal zeggen.”
En wat betreft het stilliggen van de innovatie: GM-gewassen worden al meer dan tien jaar wereldwijd toegepast, maar om de gevolgen te zien moet er een goede monitoring zijn van niet-doelorganismen. Nu merk je alleen iets op als er excessen plaatsvinden.”
Ook berust volgens Schalk 98% van de toegepaste GM-gewassen op het inbrengen van één gen. Dat zijn round-up-ready-gewassen van Monsanto (ongevoelig voor het herbicide round-up) en Bt-gewassen waarbij het Bt-gen codeert voor een eiwit dat knagende insecten doodt. Het demonstreert volgens Greenpeace dat de techniek nog niet rijp is voor echt ingewikkelde eigenschappen.
Gremmen: “Als genomics en GM zich mogen ontwikkelen denk ik dat consumenten er vanzelf bij betrokken raken. Voor de consument interessante zaken hebben inderdaad vaak te maken met meerdere genen. Dat kon de wetenschap eerder niet waarmaken. Daarbij beloven wetenschappers vaak te veel om onderzoeksgeld binnen te kunnen halen terwijl innovatie tientallen jaren kan duren. Eigenlijk is er geen tijd meer voor innovatie en dat is jammer. Als het de tijd krijgt kan het met de acceptatie nog alle kanten opgaan maar als commercie innovatie forceert, loopt het spaak. Vooral de rol van de industrie is cruciaal en de goeden lijden onder de slechten. GGO’s hebben veel last gehad van hoe Monsanto opereert. Het bedrijf weigerde bijvoorbeeld GM-soja en gewone soja gescheiden te houden. Toen Japan om die reden alle soja weigerde kon het ineens wel.”

Verantwoord innoveren
Gremmen: “De industrie moet innoveren om winst te maken. Juist daarom moet ze handiger omgaan met haar innovatieve gedrag in de lijn van maatschappelijk verantwoord ondernemen. Ze moet meer openheid bieden en maatschappelijke groepen bij innovatie betrekken. Natuurlijk kan dat problemen geven in verband met de concurrentie. Ik zie wel dat de logica van het ondernemen openheid in de weg kan staan. Maar ondernemen hoeft ook niet altijd democratie te zijn.”

Reageer op dit artikel