artikel

Van transvet naar verzadigd vet

Algemeen

De consumptie van transvet in Nederland is teruggedrongen tot een aanvaardbaar laag niveau. Daarentegen is de consumptie van verzadigd vet nog altijd vrij hoog. Hier ligt een belangrijke uitdaging voor de voedingsmiddelenindustrie, gesteund door het Voedingscentrum en de Task Force Verantwoorde Vetzuursamenstelling.

Berichten uit de Verenigde Staten over de aanpak van transvet, bijvoorbeeld in frituurvet en restaurants, wekken soms de indruk dat er op dat gebied nog veel te doen valt. Anders dan in Amerika, is hier in Nederland echter al aardig wat werk verzet. In de jaren tachtig kon het transvetzuurgehalte van (harde) margarines en bak- en braadproducten tot wel 50% bedragen. Toen uit wetenschappelijk onderzoek bleek dat transvet schadelijk was voor de gezondheid ondernam de voedingsmiddelenindustrie in Europa actie om het transvetzuurgehalte te verlagen.

Dankzij het werk van de in 2003 opgerichte Task Force Transvetzuren is in Nederland het gebruik van transvet nog verder teruggebracht. Zo is in snackbars het gebruik van vloeibaar vet significant toegenomen. Ook de aardappelverwerkende industrie en de snacksector hebben voortvarend transvet uit hun producten gehaald. Transvet komt nog wel voor in koek en gebak, snacks, vast frituurvet en korstdeegproducten, zoals croissants en bladerdeegzoutjes.

De laatste Voedselconsumptiepeiling (VCP) (van 2003) laat zien dat bij de onderzochte groep, de jongvolwassenen, de aanbeveling van de Gezondheidsraad van maximaal 1 energie% vrijwel gehaald is. Een verdere verlaging is moeilijk realiseerbaar, want transvetzuren komen van nature ook voor in vlees en zuivel. In de VCP van 1988 en 1998 lag het aandeel transvet beduidend hoger dan nu: respectievelijk 4,3 en 1,7%.

Verzadigd vet
Gaat het om de consumptie van verzadigd vet, dan is de situatie minder gunstig. Een inname van maximaal 10 energie% verzadigd vet wordt in de VCP van 2003 gehaald door 11% van de mannen en 6% van de vrouwen. De gemiddelde consumptie van verzadigd vet ligt rond de 13 energie%. Om verdere gezondheidswinst te boeken, zal ook het verzadigdvetgehalte omlaag moeten. De deelnemers aan de Taskforce hebben hiervoor doelstellingen geformuleerd en de Task Force heet sindsdien Task Force Verantwoorde Vetzuursamenstelling.

Het voedingsmiddelenbedrijfsleven koos in eerste instantie voor een uitruil van transvet tegen verzadigd vet. Verdere verbetering van de vetzuursamenstelling is mogelijk door het verzadigd vet waar mogelijk te vervangen door onverzadigd vet en/of het totale vetgehalte te verlagen. Daarbij lopen bedrijven vaak nog tegen problemen op omdat onverzadigd vet zachter is en sneller oxideert dan trans- en verzadigde vetzuren, wat de houdbaarheid van producten verkort.

Vetzuursamenstelling
Nieuwe ontwikkelingen in grondstoffen en technologieën in de oliën- en vettensector zorgen er voor dat er op dit vlak steeds meer mogelijk is, zoals oliën en vetten met een hoog oliezuurgehalte of technologieën als fractioneren en omesteren. Dit wordt bevestigd door onderzoeken naar bijvoorbeeld koekjes, croissants en chips. Hieruit blijkt dat er binnen productgroepen aardig wat verschillen zijn in vetzuursamenstelling, met andere woorden, dat verbeteringen mogelijk zijn. Hoogste tijd voor het bedrijfsleven om verantwoordelijkheid te nemen, de uitdaging aan te pakken en te werken aan een laag transvet- én verzadigdvetgehalte in producten. Zij, en niet de consument, bepalen tenslotte in eerste aanleg de keuze voor het soort vet.

Verborgen vetten
Het project Verborgen Vetten van het Voedingscentrum richt zich zowel op de verbetering van producten door de voedingsmiddelenindustrie als op consumenten. Doel is beide partijen bewust te maken van het belang van de vetzuursamenstelling van producten. In augustus was er een consumentencampagne met een spot op tv. Daarin werd het ezelsbruggetje ‘Verzadigd vet is Verkeerd’ en ‘Onverzadigd vet is Oké’ gecommuniceerd. Ook werd verwezen naar de Vettest op de website van het Voedingscentrum. Daarmee kunnen mensen nagaan of zij te veel verzadigd vet binnenkrijgen. Verder kon de Vetwijzer worden gedownload of aangevraagd.

Inmiddels is de in mei 2005 verschenen Vetwijzer aan een vierde oplage toe, waarmee de totale verspreiding komt op ruim 500.000 stuks. Als gevolg van veranderde waarden in de NEVO-tabel 2006 zijn in de laatste versie van de Vetwijzer aanpassingen gedaan in de tabel met producten met veel verzadigd vet (de rode kant) en weinig verzadigd vet (de groene kant). Zo staan light-chips nu aan de groene kant en is patat verdwenen uit de rode kant – het resultaat van verbeteringen in de vetzuursamenstelling.

Campagne
Uit de evaluatie van de campagne van het Voedingscentrum bleek dat 95% van de Nederlanders na de campagne wist van het bestaan van gezonde en ongezonde vetten. Op de vraag welke soorten vet men kent, werden ‘verzadigd vet’ en ‘onverzadigd vet’ aanzienlijk vaker spontaan genoemd dan ‘plantaardig vet’ en ‘dierlijk vet’. Meer dan 70% wist het verschil in gezondheid tussen verzadigd en onverzadigd vet te duiden. Bij kwantitatief onderzoek in 2004 was dat maar 28%.
Dit betekent dat de bekendheid zodanig is toegenomen dat het zinvol is de vetzuursamenstelling op het product te vermelden. Op die manier kunnen consumenten bewuste keuzes maken, en worden producenten die er in zijn geslaagd de vetzuursamenstelling te verbeteren, beloond voor hun inspanningen.

Reageer op dit artikel