artikel

Digitaal leren is actief leren

Algemeen

Ontwerp digitaal leermateriaal voor levensmiddelenchemie. Met deze opdracht begon Julia Diederen ruim vier jaar geleden aan haar promotieonderzoek. Inmiddels hebben haar leermaterialen een vaste plaats verworven in het onderwijs aan Wageningen Universiteit. Studenten en docenten zijn tevreden. Wat is de meerwaarde van digitaal leren? Wat zijn de mogelijkheden voor het bedrijfsleven?

“Toen ik afstudeerde, wist ik heel zeker: ik word geen technoloog maar wil iets met onderwijs. Het ontwikkelen van digitaal leermateriaal voor levensmiddelenchemie was voor mij dan ook een ideale combinatie”, zo vertelt doctor Julia Diederen enthousiast op haar werkkamer in het Wageningse Biotechnion. Op haar computer, uitgerust met twee beeldschermen, laat ze enkele voorbeelden zien. Op het ene scherm staat de opgave, op het andere het achterliggende programma. “Het grote voordeel is dat je met de computer meer kunt bieden dan alleen een opgave. Als een student iets niet weet, kan hij gericht een hint vragen. En nog een en nog een, als dat nodig is. In het leermateriaal zit ook feedback op de antwoorden. Je leert direct waarom iets goed of fout is. Studenten blijven zo zelf aan de slag, ook als ze in eerste instantie vastlopen. Digitaal leren is een activerende manier van leren. De docent houdt daardoor meer tijd over voor echte problemen.”

Studenten zijn tevreden met het digitale leermateriaal. ‘Uitdagend en nuttig’ is hun reactie. Ook docenten zijn positief over het resultaat, al hadden sommigen aanvankelijk twijfels. “Digitaal onderwijs heeft draagvlak verworven ”, constateert Diederen tevreden.

Visuele aanpak
Hoe maak je nu goed digitaal onderwijsmateriaal? “In het begin heb ik veel gelezen over onderwijstheorie en -stromingen, en over ICT. Toen ben ik aan de slag gegaan met het digitaliseren van opdrachten die al bestonden op papier”, aldus Diederen. “Daarvoor heb ik eerst ontwerprichtlijnen (design guidelines) opgesteld en daarvan de eisen (design requirements) afgeleid. Een richtlijn is bijvoorbeeld: Visualiseer het vraagstuk zoveel mogelijk. Of: Voorkom een teveel aan informatie.”
Eerst werkte ze met het Microsoft-programma Frontpage. “Binnen de universiteit was hiervoor een script om hints aan de vragen toe te voegen. Later ben ik met Flash gaan werken, waarmee je als het ware tekent op het scherm. Deze visuele aanpak biedt veel vrijheid, dat vind ik plezierig. Achter elk beeld op het scherm kun je een functionaliteit plaatsen. Het heeft me wel enige tijd gekost om te leren programmeren. Het gaat dan ook om grote scripts: wat gebeurt er als de student dit antwoordt, wat als hij op die button drukt?

Een groot voordeel van de computer is dat je veel beeldmateriaal kunt gebruiken. Je kunt structuurformules laten zien van bepaalde stoffen en daarbij foto’s van producten waarin die stoffen voorkomen. Je hoeft niet meer grote lappen tekst door te lezen. Het leren wordt zo aantrekkelijker.”

Eigen tempo
De oefenprogramma’s van Diederen zijn inmiddels vast onderdeel van de leerstof voor Levensmiddelenchemie. Naast de traditionele colleges en practica is nu het computerpracticum ingeroosterd voor alle studenten van het tweedejaarsvak Food Chemistry. “Het feit dat je in je eigen tempo kunt werken, is een groot voordeel nu zoveel verschillende studenten dit vak volgen. We hebben in Wageningen veel buitenlanders, bijvoorbeeld Chinezen die eerst een jaar in hun eigen land studeren. Ook de doorstroom vanuit het HBO wordt groter, evenals het aantal studenten dat vanuit een andere Wageningse studie dit vak volgt. Ieder kan het tempo kiezen dat aansluit bij zijn voorkennis.”

Diederen is ook bezig met een programma voor het ontwerpen van experimenten. “Studenten leren theorie tijdens colleges en het omgaan met apparatuur en chemicaliën tijdens laboratoriumpractica. Het opzetten van een eigen onderzoek komt pas tijdens het afstuderen in het laatste studiejaar aan de orde. Met een computerprogramma kun je eerder in je studie leren hoe je experimenten opzet. Zo krijg je inzicht in het hele proces van onderzoek doen: het opstellen van een hypothese, het bepalen van relevante experimenten en de keuze voor onderzoeksmethoden.” De eerste ervaringen met dit programma zijn positief, al is het programma pas eenmaal getest met studenten.”

Bedrijfscursus
Digitaal onderwijsmateriaal is niet alleen geschikt voor studenten, maar kan ook prima worden ingezet voor cursussen aan het bedrijfsleven. “Vorig jaar hebben docenten een cursus levensmiddelenchemie gegeven bij een multinational en daarbij kregen medewerkers ook toegang tot de digitale opgaven. Daar is wel gebruik van gemaakt en gebruikers waren enthousiast, maar het animo was minder dan ik had gehoopt. Achteraf denk ik dat we het te vrijblijvend hebben aangeboden, de opgaven waren niet verplicht en mensen hebben het natuurlijk druk met hun werk. Voor een volgende bedrijfscursus zou ik een computerzaal regelen en de opgaven vast onderdeel maken van het programma.”

Leuke dingen
Op dit moment is Diederen als onderwijsontwikkelaar werkzaam bij de Leerstoelgroep Levensmiddelenchemie. Zij werkt samen met de HAS Den Bosch en Hogeschool InHolland aan de ontwikkeling van leermateriaal voor de keuze van functionele ingrediënten in voedingsmiddelen. Dit gebeurt via een zogenaamde beslisboom (decision tree), die rekening houdt met de functionele eigenschappen en de molecuulstructuur van de betreffende stof. “Dit programma heeft een tweeledig doel. HAS-ers leren analytisch denken, zodat een eventuele overstap naar Wageningen Universiteit gemakkelijker wordt. Wageningse studenten leren juist om hun theoretische kennis in de praktijk toe te passen.”

Diederen blijft enthousiast over de mogelijkheden voor digitaal leren: “Je kunt hier zoveel leuke dingen mee doen, het is een gemiste kans als je de computer niet gebruikt bij het onderwijs. We ontdekken steeds nieuwe mogelijkheden en de techniek wordt steeds geavanceerder. Een aantal studenten is nu bezig om als afstudeerproject het leermateriaal uit mijn promotie te verbeteren en aan te vullen.”

Reageer op dit artikel