artikel

‘Onafhankelijk advies richting industrie uitbouwen’

Algemeen

Het Kenniscentrum Dierplagen, kortweg KAD, wil volgens directeur Nico Vonk de industrie onafhankelijk adviseren over de (uitgevoerde) ongediertebestrijding. Bedrijven en bestrijders schenken daaraan nog te weinig aandacht. Totdat er een plaag uitbreekt. Alleen preventie biedt een structurele oplossing.

“KAD is een sinds 1997 geprivatiseerd stichting. Daarvoor, toen de adviesfunctie en controletaken nog in één organisatie waren verenigd, was het KAD lange tijd onderdeel van het ministerie van VROM. Onze organisatie telt omgerekend zes fulltimers.

De voedingsmiddelenindustrie is een van onze drie doelgroepen. Professionele ongediertebestrijdingsbedrijven en gemeenten en hun inwoners zijn de andere twee.

Kwaliteitsinspecties
Belangrijk speerpunt richting de voedingsmiddelenindustrie zijn de kwaliteitsinspecties, een relatief nieuwe activiteit die we willen uitbouwen. De kwaliteitsinspecties zijn gericht op de preventie van ongedierte. Tijdens een kwaliteitsinspectie wordt aangegeven waar in het bedrijf welk ongedierte aanwezig is. Ook worden de kritische punten die een besmetting kunnen veroorzaken op het gebied van bouwkunde, hygiëne en bedrijfsvoering gemeld. Op basis van deze rapportage kunnen trends zichtbaar worden gemaakt. Afdelingen kunnen direct worden aangestuurd. Zo wordt er geleidelijk toegewerkt naar een optimale situatie van ongediertepreventie.

Omdat het KAD onpartijdig is, kunnen we ook nagaan of het contract met het bestrijdingsbedrijf goed is afgestemd op het mogelijk voorkomend ongedierte, of de afspraken die in het contract staan worden nagekomen en of de eventueel aanwezige bestrijdingsmiddelen op de juiste wijze worden gebruikt. Alles wordt bezien in het licht van de voedselveiligheid. Belangrijk is dat producten niet worden aangevreten of worden besmet met uitwerpselen of bestrijdingsmiddel. Dat laatste komt met enige regelmaat voor. Nog niet zo heel lang geleden moest een grote bakkerij zijn ochtendproductie weggooien omdat er een paar lokazen misten. Mogelijk waren deze in het deeg terecht gekomen.

Kloof
In de industrie zien we een duidelijke kloof tussen de ‘goede’ en ‘slechte’ bedrijven. Het recente VROM-onderzoek bevestigt dat nog weer eens. De ‘goede’ bedrijven gaan ervoor. Andere laten de ongediertebestrijding op zijn beloop. Zij sluiten een contractje met een bestrijder af voor acht bezoeken per jaar. Je ziet in veel gevallen dat bij deze bedrijven de problemen niet structureel worden opgelost. De bestrijder attendeert zo’n bedrijf wel vaak op gebreken in de gebouwen die de oorzaak zijn van het binnenkomen van het ongedierte. Hij krijgt dan echter nog te vaak te horen dat zijn taak het bestrijden is en dat hij zich verder niet met de zaken moet bemoeien. ‘Spuit maar een keer extra’, wordt dan gezegd.

In feite kun je elk muizenprobleem grotendeels voorkomen met preventieve maatregelen. In de praktijk zal dat niet altijd haalbaar zijn. Denk ook aan de kosten in relatie tot de prijsdruk die de industrie vanuit de retail ondervindt.
Aan de andere kant zijn er ook tal van goedwillende bedrijven die standaarden als HACCP en BRC strikt willen naleven, niet alleen naar de letter maar ook naar de geest. Bij dergelijke bedrijven is ongediertebestrijding vaak perfect geregeld. Zij doen ook aan preventie.

Onderkend
Je kunt wel stellen dat er meer ongedierte in een bedrijf is, dan daadwerkelijk wordt onderkend. Het gros van de bestrijdingsbedrijven neemt echte plagen in een bedrijf niet waar. Dat komt omdat zij vaak goedkope basiscontractjes aanbieden voor de bestrijding van ratten en muizen. Naar ander ongedierte, zoals voorraadinsecten of vliegende insecten, wordt veelal niet gekeken. Deze zijn ook moeilijker waar te nemen. Pas op het moment dat de situatie escaleert, wordt het contract naar deze plaagdieren uitgebreid.

Het voordeel van de huidige insecticiden is dat zij breed werken, waardoor een deel van dit niet ontdekte ongedierte toch wordt gedood. Zou je met specifieke middelen werken, dan zouden de problemen met andere plaagdieren niet te overzien zijn, vrees ik.

Onderliggende reden van deze situatie is de onderlinge concurrentie tussen bestrijdingsbedrijven, waaronder veel eenmanszaken. De kwaliteit van bestrijdingsplannen is niet altijd duidelijk waardoor contractonderhandelingen zich toespitsen op de prijs. Arbeidskosten bepalen die in grote mate. Als een bestrijdingsbedrijf dus minder vaak of per keer korter inspecteert, kan dit bedrijf een lagere prijs offreren. Indirect is de industrie zelf dus weer de dupe van hun te grote aandacht voor prijzen.

Een richtlijn voor de tijd die nodig is om ongediertebestrijding en –preventie goed uit te voeren, is er niet. Ooit is een afspraak in het leven geroepen om voor de bestrijding van ratten en muizen uit te gaan van een minimale frequentie van acht keer per jaar inspecteren. Daarmee doorbreek je de ontwikkelingscyclus van deze plaagdieren waardoor er nooit grote problemen kunnen ontstaan. Je bent er dan in ieder geval tijdig bij.

Dierplaagbestrijder
Een goede dierplaagbestrijder heeft uitsluitend gediplomeerde mensen aan het werk. Zij moeten zich kunnen legitimeren met hun EVM-pasje. Een kopie van het bevoegdheidspasje hoort in het logboek thuis.
De bestrijder legt zijn bevindingen vast in inspectierapporten en geeft de opdrachtgever daarvan een kopie. Ook zorgt hij voor een logboek compleet met plattegronden, overzichtstaten van controlerondes, sporenonderzoek, determinaties van monsters, en detailinformatie over de leefwijze van de aangetroffen plaagdiersoorten en de gebruikte bestrijdingsmiddelen.

In zijn advies betrekt hij ook tekortkomingen van bouwtechnische, hygiënische of bedrijfsmatige aard. Verder sluit zijn advies aan bij uw eigen HACCP-richtlijnen, AIB-, BRC- of IFS-normen en heeft altijd het voorkomen (en dus niet het bestrijden) van dierplagen als uitgangspunt.
Zijn monitoring- of detectiesystemen zijn milieuvriendelijk, deugdelijk (ook in vochtige omgeving) en zonder gevaar voor mensen of levensmiddelen.
Tot slot laat de dierplaagbestrijder zijn werkzaamheden periodiek beoordelen door een onafhankelijke derde, zoals het KAD, voor een objectief beeld van de effectiviteit en trefzekerheid van zijn inspanningen.

Non-toxisch
Zowel bij de dierplaagbestrijders als de industrie komt er meer en meer aandacht voor bestrijdingsmethoden waarbij niet langer gif wordt gebruikt. Bij de (langdurige) opslag van producten als cacaobonen en noten werkt gif onvoldoende. We zien daar nieuwe bestrijdingsmethoden als hittebehandelingen of het onttrekken van zuurstof hun intrede doen. Soms gebeurt dit al tijdens het vervoer per boot. Een andere methode is het werken met vloeibare CO2. Je hebt al vallen die zijn uitgerust met een CO2-cilindertje. Ook wordt gebruik van CO2 beproefd bij het plaatselijk bestrijden van voorraadinsecten.

Integrated Pest Management wordt hier en daar onderdeel van de bedrijfsvoering. Daarbij wordt de ongediertebestrijding ingebed in de totale bedrijfsvoering. Vaak zijn de toepassers bedrijven die er alles aan doen om preventief ongedierte te weren. Zij willen bijvoorbeeld geen giftige bestrijdingsmiddelen meer in het bedrijf.
Het aantal bedrijven dat zo denkt, is nog erg laag. Dat is jammer. Het KAD is niet een club van geitewollensokken, maar we streven ernaar om het gebruik van bestrijdingsmiddelen terug te dringen en bedrijven zo te adviseren dat zij waar mogelijk overstappen op niet giftige bestrijdingsmethoden.”

Reageer op dit artikel